Israël-Palestina

boek vrijdag 05 februari 2010

Ludo Abicht & André Gantman

Een van de meest uitzichtloze en invloedrijke conflicten van onze tijd is die tussen Israël en Palestina. Al meer dan honderd jaar wordt er strijd geleverd over het gebied in het Midden-Oosten dat zo een rol speelde in de geschiedenis van de geopenbaarde godsdiensten. Op 14 mei 1948 riep Israël haar onafhankelijkheid uit. Eén dag later vielen meer dan 20.000 soldaten uit vijf verschillende Arabische landen de nieuwe staat aan met als doel de Joden uit Palestina te verdrijven. Maar Israël kon weerstaan, sloeg de aanval af en slaagde erin haar grondgebied nog uit te breiden. Zevenhonderdduizend Arabieren zijn voor en tijdens de gevechten verdreven, gevlucht of vertrokken naar de Westelijke Jordaanoever, Gazastrook en Libanon, waar zij in vluchtelingenkampen terechtkwamen. Sindsdien worden er quasi ononderbroken gewelddaden en terreuracties gepleegd die aan talloze burgers en militairen het leven hebben gekost. Al even lang probeert de wereldgemeenschap, in het bijzonder de Verenigde Staten een oplossing te vinden voor het probleem. Enkele keren stond men daar (schijnbaar) dichtbij maar telkens slaagden radicale elementen erin om de onderhandelingen en plannen te dwarsbomen. In 1979 sloot Egypte als eerste Arabische land vrede met Israël waarop president Sadat vermoord werd. Tussen 1993 en 1995 werden de Oslo-akkoorden gesloten met de PLO, waarop premier Rabin vermoord werd. Het conflict lijkt onoplosbaar.

Over de verhouding tussen Israël en Palestina, over Hebron, Sabra en Chatilla, de intifada, de tweestatenoplossing, de Muur, het zelfmoordterrorisme, de nieuwe Joodse kolonies, de Palestijnse vluchtelingen, de Davidster, het hakenkruis, het zionisme en het antisemitisme werden al bibliotheken volgeschreven. Toch weten de meeste mensen niet goed hoe en waarom het conflict nu juist begon en wat de concrete elementen zijn die een akkoord in de weg staan. Over dit onderwerp verscheen het interessante boek Israël-Palestina. Tweespraak over oorzaken en oplossingen, de neerslag van een lang gesprek tussen hoogleraar Ludo Abicht en jurist André Gantman, dat werd opgetekend door journalist Roger Van Houtte. Beiden hebben heel wat gemeen, namelijk een familiale en persoonlijke Joodse ‘connectie’, vrijzinnig, Antwerpenaar, Vlaamsgezind. Maar toch staan ze lijnrecht tegenover elkaar, de ene, een uitgesproken marxistische filosoof, tegenover de andere, een overtuigde liberale vrijdenker. De ene pro Palestina, de andere pro Israël, maar gelukkig en uitzonderlijk wordt het geen dovemans gesprek. Voor het eerst lees ik het verslag van een genuanceerd en constructief gesprek tussen twee mensen met uiteenlopende meningen over deze kwestie.

Het boek begint met een terugblik op de geschiedenis waarbij de Joden al snel gebrandmerkt werden als de moordenaars van Christus die koste wat het kost moesten worden uitgeroeid. Een cruciaal moment was 1492 toen de Joden het christelijke Spanje moesten verlaten en het principe van ‘de zuiverheid van het bloed’ opgeld maakte. Vanaf dan werden zelfs bekeerde Joden niet langer beschouwd als gewone mensen, een proces dat accumuleerde in de strijd van Theodor Herzl voor een eigen Joodse staat. Gantman beschrijft hoe Herzl in de naloop van de Dreyfus-affaire in Parijs een betoging zag waarin spandoeken werden gedragen met het opschrift ‘Mort aux juifs’. Alleen een eigen Joodse staat zou veiligheid kunnen bieden aan de Joden die al eeuwenlang vervolgd werden, zo dacht Herzl. Hij organiseerde de eerste zionistische congressen en vanaf 1897 begonnen Joden in Palestina gronden te kopen van Turkse en Palestijnse eigenaars. Op het Zesde Zionistisch Congres in 1903 stemde een nipte meerderheid voor Israël als bakermat. In 1909 werd Tel Aviv opgericht dat later zou uitgroeien tot de tweede grootste stad van het land. Maar de beslissende stoot naar de Joodse staat kwam er met de Balfourverklaring in 1917 waarin de Europese mogendheden hun steun toezegden voor de hergeboorte van de Joodse nationaliteit in Palestina zonder afbreuk te doen aan de rechten van de toenmalige Arabische bewoners.

In die periode waren de Arabieren niet principieel gekant tegen de komst van de Joden, alhoewel er groepen waren die afwijzend stonden tegenover een religieus gemengde staat. Zo verwijst Abicht naar het Bloedbad van Hebron op 23 en 24 augustus 1929 waarbij een hele Joodse kolonie werd uitgemoord door de Arabieren. Ook aan Joodse kant begon men zich paramilitair te organiseren, onder meer via de Haganah die vanaf 1920 weerstand bood tegen de Arabische aanvallen op Joodse nederzettingen in Palestina. De zionist Jabotinsky vond zelfs dat de Joden het gehele gebied moesten veroveren om hun eigen staat op te richten. Dat botste onder meer met de visie van de Britse mandaathouders die de conflicten tussen Joden en Arabieren probeerden te vermijden. Het leidde tot een dubbelzinnige koers van de Engelsen tijdens de Tweede Wereldoorlog toen tal van Europese Joden op de vlucht sloegen voor de nazi’s en hun heil zochten in de nieuwe Joodse staat. Het conflict laaide verder op toen de Groot-Moefti van Jeruzalem een bondgenoot werd van Hitler en een eigen SS-divisie oprichtte. Na de oorlog werd Palestina opgedeeld in drie stukken: een Joods deel, een deel voor de Palestijnen en Jeruzalem dat onder controle kwam van de Verenigde Naties. David Ben-Goerion riep de onafhankelijkheid uit op 14 mei 1948 waarbij hij een oproep deed aan de Palestijnse Arabieren om dit te erkennen, maar die wezen het af. Een dag later was het oorlog waarvan de impact tot de dag van vandaag voelbaar is.

Sindsdien blijft er discussie over de Palestijnse vluchtelingen, de grenzen van de nieuwe staat, het statuut van Jeruzalem en het bestaansrecht van Israël en Palestina als onafhankelijke staten. Het leidde in de jaren vijftig tot zoveel aanslagen dat Ben-Goerion besliste om een antiterreureenheid op te zetten ‘met als doel de terroristen te bestrijden tot diep in vijandelijk gebied’, een eenheid onder leiding van de latere premier Ariël Sharon. Vanaf dit punt leggen Abicht en Gantman andere accenten. Zo wijst Abicht op de 750.000 vluchtelingen die door de Israëli’s werden verdreven, volgens hem een ‘etnische zuivering’ want die mensen mochten later niet terugkeren. Maar Gantman wijst deze term af. Etnische zuivering is voor hem de uitvoering van een plan om bepaalde bevolkingsgroepen systematisch uit te moorden, wat niet het geval was, en hij wijst op het feit dat ingevolge de Arabische nederlaag de situatie voor de honderdduizenden Joden uit Irak, Jemen, Marokko onhoudbaar was geworden en dat ze naar Israël moesten trekken. Abicht benadrukt verder dat de PLO die werd opgericht in 1964 om Palestina te bevrijden bestond uit verzetsgroepen die een seculier, pan-Arabisch, maar geen religieus islamitisch doel nastreefden. Maar terreurdaden pleegden ze wel, zoals in Ma’alot in 1974 waarbij 22 schoolkinderen werden gedood.

Een belangrijke ommekeer kwam er door de Zesdaagse Oorlog in 1967 tussen Israël en de buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië die catastrofaal eindigde voor de Arabieren. Israël had de Gazastrook ingenomen, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeruzalem) en de Golanhoogten. Daarop nam de VN Veiligheidsraad resolutie 242 aan, gebaseerd op ‘grondgebied-in-ruil-voor-vrede’. Israël werd opgeroepen om zich terug te trekken uit de in 1967 veroverde gebieden terwijl de Arabische landen op hun beurt het bestaan van Israël moesten erkennen. Een bijkomend probleem want beide partijen weigerden dit uit te voeren. Abicht en Gantman verwijzen echter naar een minder bekende gebeurtenis, in september 1970. Toen werden duizenden Palestijnse Arabieren vermoord door het Jordaanse leger waarna de PLO uitweek naar Libanon. Een bewijs dat de Arabische landen vaak met een dubbele tong spraken en hun eigen belangen boven die van de Palestijnen plaatsten. Toen de PLO vanuit Libanon terreur bleef zaaien werden ze daar in 1978 door het Israëlische leger ook verdreven, waarna ze hun toevlucht zochten in Tunis. Abicht verwijst dan weer naar de eerste Intifada die in 1987 losbarste toen Israëlische soldaten met hun jeep in Gaza inreden op een Palestijnse begrafenisstoet. Het was een spontane volksopstand die buiten de leiding van de PLO begon en waar Israël hard op reageerde. Op vier jaar tijd verloren meer dan duizend Palestijnen het leven.

De Intifada is volgens Abicht een belangrijk moment geweest. Heel wat Palestijnen zagen de PLO niet langer als hun leidende organisatie. Die bleek immers aan te sturen op een akkoord met Israël over het aanvaarden van Gaza en de Westoever. Daarnaast groeide de aanhang van Hamas, de gewapende arm van de Moslim-Broederschap, die dichter bij de mensen stond maar aanstuurde op de ‘bevrijding’ van het hele grondgebied teneinde er een islamitische staat op te richten. Het betekende ook de start van de gruwelijke zelfmoordacties. Toch kwam er een nieuw moment van hoop met de goedkeuring van de zogenaamde Oslo-akkoorden in 1993 waarbij de PLO Israël zou erkennen binnen de grenzen van 4 juni 1967 en het geweld en de terreur zou afzweren. In de plaats zou de Palestijnse Autoriteit als semi-autonome staatsorganisatie officieel regeren over de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook. Dat er toen veel hoop bestond, blijkt uit het feit dat in de maanden en jaren nadien de handel tussen Israël en de Arabische staten enorm toenam. Maar extremisten aan beide zijden legden zich er niet bij neer. Hamas en radicale aanhangers van Fatah bleven aanslagen plegen en in Tel Aviv werd Rabin vermoord door een Joodse fanaticus. En de PLO verloor steeds meer haar greep op de bevolking, onder meer door de grote corruptie. Gantman wijst erop dat veel geld dat bestemd was voor wederopbouw gebruikt werd voor bewapening.

Naarmate het gesprek vordert, groeien ook de tegenstellingen tussen Abicht en Gantman. Onder meer over de Muur die gebouwd werd. Voor de eerste een bijkomende hindernis naar een finale oplossing, volgens de laatste een noodzaak om de veiligheid in Israël te garanderen. Ook de bezetting van Gaza en de inval in Zuid Libanon in de strijd tegen de Hezbollah bekijken ze vanuit een verschillend standpunt. Gantman wijst op de bizarre betuigingen van sympathie door zogenaamde progressieven in het Westen voor Hamas die intussen steeds strenger de islamitische wetten oplegt, vooral ten nadele van vrouwen. Hamas is en blijft een terreurbeweging die zich niet alleen keert tegen Israël, maar ook tegen haar eigen volk, aldus Gantman. Hij haalt dan ook fel uit naar Abicht die in 2009 mee een petitie ondertekende om Hamas te laten schrappen van de Europese terroristenlijst. Hij wijst ook op een oprukkend modern antisemitisme in Europa en in Vlaanderen, waarbij hij met de vinger wijst naar Lucas Cathérine, Jean-Marie Dedecker en ‘linkse intellectuelen’ die mee manifesteren in betogingen waarin spandoeken met ‘Dood aan de Joden’ wordt gedragen.

Dit boek is een aanrader voor al wie het conflict in het Midden-Oosten wil begrijpen. Het siert de twee auteurs dat ze bereid waren om naar elkaar te luisteren en met redelijke argumenten hun stellingen onderbouwden. Wie meer wil lezen over deze problematiek raad ik de boeken Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz en Angst vreet de ziel op van David Grossman aan. Twee grote schrijvers die beseffen dat de beide partijen in dit conflict zware concessies zullen moeten doen ten opzichte van hun aanspraken. Zware concessies die bijzonder moeilijk aanvaard zullen worden, gezien al de haat en pijn die zich in het verleden heeft opgestapeld, zowel lichamelijk als mentaal, maar die in het niets vervallen bij datgene wat ermee bereikt kan worden. Een herstel van de normaliteit, het vooruitzicht voor miljoenen mensen om niet langer in angst te leven, en hopelijk, nadat de diepste wonden enigszins geheeld zijn, misschien elkaar kunnen vergeven. Vergeten is niet nodig, zelfs niet wenselijk.


Recensie door Dirk Verhofstadt

André Gantman, Israël-Palestina. Tweespraak over oorzaken en oplossingen, Pelckmans, 2009

Ludo Abicht & André Gantman

Links
Mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be