Ja, hij had het allemaal knap voor elkaar, die Thomas Bradshaw. Hij woonde samen met zijn vrouw in Londen, misschien niet in de beste buurt of in het beste huis, maar Tonie was hoofd van het faculteitsbureau Engels aan de universiteit en dat betaalde niet slecht. Waarom zou hij nog iedere dag forenzen naar zijn lusteloze baan wanneer hij in realiteit wou leren piano spelen? En zou hij dochter Alexa dan niet ’s ochtends naar school kunnen brengen en ’s avonds weer afhalen? Huisman worden leek bijna een logische volgende stap in zijn leven, maar toch ging het mis. In De Bradshaw-variaties buigt Rachel Cusk zich over de gezinnen van Thomas en zijn twee broers. Howard is iemand die van een kassei een diamant kan maken en het als importeur van fietsen en bromfietsen niet slecht doet. Hij is getrouwd met Claudia, een schilderes die nooit aan schilderen toekomt en heeft drie kinderen. Leo, de jongste, is een freelance copywriter, ook netjes getrouwd en de vader van twee kinderen, maar hij is een stuk onzekerder. Niet alleen moet hij opboksen tegen zijn zelfverzekerde broers, bovendien heeft hij ook nog eens een vader die dat copywritergedoe niet beschouwt als een echte baan. Voor Thomas is vader zo mogelijk nog negatiever. Een man dient de kost te verdienen voor zijn vrouw en kinderen en zitten pingelen op een piano hoort daar niet bij. Maar Thomas wil meer dan dat. Zijn huwelijk is stilaan doodgebloed. Gelukkig hebben Tonie en hij Alexa om over te praten zodat ze niet verplicht zijn om het over zichzelf te hebben, of over het eten dat in de oven warm gehouden wordt tot Tonie ’s avonds veel te laat thuiskomt. Nee, geef hem dan maar Benjamin, zijn homoseksuele pianoleraar in wiens relatie met zijn vriend Ignatius hij iets van de sensueel levendige lichamelijkheid herkent die hij en Tonie inmiddels verloren zijn. Wanneer hij ’s avonds bij Alexa in bed voorleest uit een boek, schieten de tranen hem in de ogen, “Bevrijd van de werkelijkheid treurt hij over de afspiegeling van het leven”, schrijft Cusk. Rachel Cusk heeft het in het verleden in romans als Arlington Park en In de beste familie al vaker gehad over de spanning die ontstaat in het individu wanneer het zich wil neerleggen bij de eisen van de conventie en tezelfdertijd uiting wil geven aan zijn eigen creativiteit. Ik zou zo graag als een normaal mens gezien worden, bedenkt de Poolse Olga die een kamer huurt in het huis van Thomas en Tonie, in plaats van als een migrant, maar tezelfdertijd beseft ze ook dat die normaliteit kan uitgroeien tot een levengrote gevangenis. Thomas, Howard en Leo Bradshaw gaan ieder op hun manier om met die spanning, al moet gezegd dat Thomas er uiteindelijk het bekaajdst vanaf komt. Wanneer Alexa ziek wordt en een huisman toch geen huisvrouw blijkt te zijn, nadert zijn dood als pianopingelaar met rasse schreden, tot hij beseft dat het zo niet verder kan en hij opnieuw zoals vroeger iedere ochtend netjes naar de metro stapt. Ergens halverwege het boek raakt Tonie tijdens een feestje aan de praat met een documentairemaker die er zich over beklaagt dat het zo moeilijk is om de realiteit te tonen in een film. Er moet immers heel wat geknipt en geplakt worden, jammert hij. Waarom toon je niet gewoon wat er werkelijk gebeurt, vraagt Tonie, waarop de man antwoordt: “Omdat mensen geen behoefte hebben aan dat soort werkelijkheid”. Cusk is duidelijk een andere mening toegedaan. Zij gaat op zoek naar de realiteit achter de constructie en komt zo de wrange humor van het dagelijks leven op het spoor.
Rachel Cusk, De Bradshaw-variaties, vertaald door Marijke Versluys, De Bezige Bij, 269 p., 19,90 euro. Rachel Cusk Linksmailto:marnixverplancke@skynet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|