Tweehonderd jaar geleden zag Fryderyk Franciszek Chopin te Zelazowa Wola, een gehucht voorbij Warschau, het levenslicht. Die tweehonderdste verjaardag van ‘de prins van de romantiek’ wordt over de hele wereld gevierd met allerhande concerten en opvoeringen van zijn werk. In Warschau werd zelfs een nieuw en hypermodern museum geopend dat geheel aan de Poolse componist gewijd is. Ook in de wereld der letteren is de tweehonderdste verjaardag van de componist niet onopgemerkt gebleven. Zo werd Adam Zamoyski’s verdienstelijke biografie van Chopin uit 1979 wederom uitgegeven, zij het dan her en der aangevuld met nieuwe informatie. De geroemde historicus heeft eerder al aangetoond dat hij een meesterlijk verteller is en als geen ander de negentiende eeuw weer tot leven kan brengen. Ook nu leest zijn biografie van Chopin als een denderende trein. De grootste verdienste van Zamoyski’s werk is dat hij voor een heel neutrale, objectieve aanpak opteert. Zo doet hij de werkelijkheid meer eer aan dan de talloze geromantiseerde biografieën die reeds over de componist verschenen zijn. Een aantal misvattingen worden er stellig mee ontkracht. Neen: Chopin was niet reeds als kind voortdurend bedlegerig. En neen: George Sand was niet het serpent dat de componist volledig mismeesterd heeft, zoals dat al te vaak is gezegd en geschreven. Zamoyski weet een evenwichtig beeld te geven van de uitputtende relatie die tussen de grote componist en de Franse schrijfster bestond. Het is het beeld van twee heel tegenstrijdige karakters waartussen een haast onmogelijke liefde ontluikt. Dat deze liefde uiteindelijk het onderspit zou delven, stond haast in de sterren geschreven. Maar Zamoyski beschrijft deze liefde genuanceerd, begripvol en zonder een vernietigend oordeel over één van beide partijen te vellen. De waarheid in het midden Zamoyski’s weigering om te veroordelen en zijn objectieve aanpak tonen ons ook de scherpe kantjes van Chopins persoonlijkheid. Hij was een humeurig, ijdel en soms opvliegend man. Meer dan eens verliet een aristocratische jonkvrouw, die bij hem in de leer ging om het pianospel te beheersen, al huilend de woning van Chopin. Hij was een ongeduldige en onverbiddelijke leraar, maar was ook een loyaal man, bewust van zijn eigen zwakten, hunkerend naar aanvaarding, vriendschap en erkenning. Tot de mooiste passages uit het boek behoren deze waarin Zamoyski beschrijft hoe langzaam een unieke vriendschap opbloeit tussen Chopin en kunstschilder Eugène Delacroix. Ook in zijn bekommernis om, en liefde voor, de dochter van George Sand krijgen we een heel andere Chopin te zien. Het klopt dus helemaal niet dat, zoals sommige recensenten hebben beweerd, Zamoyski met zijn werk een Chopin wilde afschilderen die een nukkige ijdeltuit is. De waarheid ligt ergens in het midden en terecht legt Zamoyski dus ook de vinger op de keerzijde van Chopins genie. Die keerzijde van het artistieke genie bestaat uit de scherpe en kleine kantjes van de menselijke persoon. De strijd om de creativiteit Tot die kleine menselijke gebreken, die soms pijnlijke en grote gevolgen kunnen hebben, behoren ook de verveling en de daadloosheid. Ook van deze bleef Chopin niet gespaard. Voor een kunstenaar kan men van zulk een besluit- en daadloosheid natuurlijk niet veel goeds verwachten. Zij staan haaks op zijn creativiteit. Dat probleem komt ook in Zamoyski’s boek naar voren. Chopins leven was een voortdurende strijd om de creativiteit. Een goed idee hebben is één zaak, maar dat idee uitwerken is een andere en veel moeilijkere aangelegenheid. Chopins leven was een strijd om daartussen een brug te slaan. Deze strijd werd bemoeilijkt door een al te druk sociaal leven, waarin Chopin zich van salon naar salon moest slepen – vaak tot diep in de nacht – en steeds gevraagd werd om achter de piano plaats te nemen. Dat was nefast voor zijn reeds zwakke gezondheid en ook deze kwakkelende gezondheid belemmerde Chopin alsmaar vaker in de ontwikkeling van zijn creativiteit. Men kan zich terecht afvragen hoeveel muziek aldus niet verloren is gegaan! Ook de universele en diepmenselijke kwelling van de ledigheid en de daadloosheid hadden geen goede uitwerking op Chopins creativiteit. Zamoyski komt hierop verschillende malen in zijn boek terug: de luiheid die Chopin belette om het één en ander op te tekenen, de verschillende passages uit brieven waarin Chopin blijk geeft van zijn angst voor de daadloosheid, de verveling die hem meester werd op het landgoed van George Sand te Nohant; een verveling die zijn creativiteit te vaak lamlegde. Het leven in het werk Een meesterlijke biografie vertelt ons niet enkel hoe het artistieke werk het leven van de kunstenaar tekent, maar ook omgekeerd: hoe het leven van de kunstenaar het artistieke werk heeft bepaald. Dat is bijvoorbeeld ook de grote waarde van Michael Slaters nieuwe biografie van Charles Dickens. Zulk een biografie heeft het dus niet enkel over het werk in de man, maar ook over de man in het werk. Net op dat laatste punt blijft Zamoyski toch ietwat in gebreke. Na lezing van zijn biografie over Chopin, wordt niet meteen duidelijk waar die hemelse muziek vandaan kwam. Hoe die diep in zijn leven en zijn persoon geworteld en verankerd lag. Dat euvel heeft er ongetwijfeld mee te maken dat een uitgebreidere analyse en bespreking van de muziek van Chopin in het werk van Zamoyski in het algemeen ontbreekt. Heimwee naar Polen Nochtans hebben vele elementen uit Chopins leven sterk diens kunst bepaald. In het bijzonder geldt dit voor zijn vergeefse hunkeren naar Polen, het land dat Chopin reeds op zijn twintigste verliet en door omstandigheden nooit meer zou weerzien. Op zijn sterfbed vroeg de componist om zijn hart na zijn dood naar Polen over te brengen en zo geschiedde ook. Twee weken na zijn dood werd het hart door Chopins zus in een urne naar Polen gebracht, waar het tot op heden in de zuil van één van de bekendste kerken in Warschau bewaard wordt. Pas na zijn dood vond de componist aldus de weg huiswaarts terug. In Frankrijk had hij zich steeds wat verloren gevoeld, als hij niet af en toe Pools kon praten en met andere émigrés omgang kon hebben. Grappig en ontroerend is het verhaal dat Zamoyski optekent van de onhandige en onwillige huishulp die Chopin in dienst hield louter omdat die Pools sprak, tot grote ergernis van Sand. Chopin was een ontheemd genie en zijn muziek was een poging om de weg terug te vinden naar zijn vaderland en zijn moedertaal. Maar die weg terug was onmogelijk, vandaar de diepe melancholie in Chopins mazurka’s, polonaises en andere composities. Die diepe melancholie is van een blijvende schoonheid waarop de tijd geen vat heeft.
Adam Zamoyski, Chopin. De biografie, Uitgeverij Balans, 2009, 351 pg. Adam Zamoyski Linksmailto:alicja.gescinska@ugent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|