Tijdens de Europese verkiezingen van 2009 deden de rechtse, conservatieve en populistische partijen het bijzonder goed. Met hun uitgesproken euroscepticisme spelen ze in op de alom aanwezige angst en onzekerheid onder de Europese burgers. Daarbij hanteren ze een discours dat grosso modo neerkomt op de slogan ‘Eigen volk eerst’. Met succes trouwens want steeds meer kiezers lijken hun heil te zoeken bij politici en partijen die inzetten op ‘klare taal’ en ‘harde maatregelen’ en de indruk geven dat we met eenvoudige oplossingen de grote problemen van vandaag kunnen oplossen. Dat is ook het geval in Nederland dat vroeger een toonbeeld was van een verdraagzame samenleving met politici die eerder zochten naar het compromis dan naar confrontatie. Die ‘politiek correcte’ tijd lijkt echter voorbij en daarmee ook de lange historie van vrijzinnigheid in de Nederlandse politiek. De kenmerken van die vrijzinnige politiek – het omarmen van vrijheid en verdraagzaamheid, en het afwijzen van populisme en dogmatiek – werden de voorbije jaren immers verketterd en geassocieerd met een gebrek aan daadkracht en ruggengraat. Verdraagzaamheid, zin voor nuance en zorgvuldig taalgebruik worden sindsdien beschouwd als relikwieën van een tijd die wel definitief voorbij lijkt. En toch. Zesentwintig prominente Nederlandse auteurs pleiten in het boek Open en onbevangen voor de noodzaak van politieke vrijzinnigheid. Het resultaat is een reeks essays waarin de keerzijde van het populisme genadeloos wordt gefileerd en de waarde van een politiek zonder angst opnieuw duidelijk wordt gemaakt. Ze tonen aan dat zinloze polarisatie vaak een vorm van gemakzucht en onverschilligheid is. Het is niet moeilijk om langs de wal te blijven roepen dat de stuurlui het slecht doen, terwijl men in feite zelf weigert oplossingen aan te brengen zoals het geval is met de SP en de PVV in Nederland. Juist die twee partijen hebben de voorbije jaren met hun populistisch discours het kiezersbestand van de traditionele sociaal-democratische PVDA en liberale VVD aangetast, en dat is een kwalijke zaak, want uiteindelijk zullen er toch redelijke akkoorden moeten afgesloten worden. Betekent dit dat die populisten geen reden van bestaan hebben? Helemaal niet. Vaak wijzen ze terecht naar problemen die in het verleden niet werden opgelost en verplichten ze de andere partijen om eindelijk stelling te nemen, iets wat ze uit politieke berekening lange tijd weigerden en soms nog weigeren te doen. Maar de populisten brengen ook geen werkbare oplossingen aan. Integendeel, ze teren niet alleen op de gevoelens van angst en onzekerheid die ondermeer door de terreur, de globalisering, de migratie, de ecologische tijdbom en de wereldwijde economische crisis gegroeid zijn bij de burgers, maar ze wakkeren ze om electorale redenen ook verder aan. Vandaar de noodzaak voor de partijen die de Verlichtingsidealen genegen zijn om in het verweer te gaan. ‘Vrijzinnige politiek’, zo staat in de inleiding, ‘combineert liberale wortels met sociale idealen, in uitgesproken argwaan jegens elke opgelegde overheidsmoraliteit’. Dat laatste is bijzonder relevant. Want terwijl populisten de slagkracht van de sociaal-democratische en liberale partijen in de praktijk inperken, zijn christelijke partijen als hoeders van de traditie, identiteit, normen en waarden bezig met het doordrukken van hun religieus geïnspireerde politieke agenda. Nood aan een vrijzinnige politiek dus, maar wat betekent dit? In zijn bijdrage overloopt hoogleraar Joop van den Berg de eigenschappen van vrijzinnigheid waarvan de eerste haar individualisme is. Het individualisme, of het recht op zelfbeschikking, is inderdaad de kern van de vrijzinnigheid. Daarmee onderscheidt een vrijzinnige politiek zich van elke ideologie of politiek die de mens ondergeschikt wil maken aan een groep, een volk, een ras, een partij, de economie of welke andere abstracte collectieve notie ook. Individualisme heeft niets te maken met egoïsme, maar is juist een voorwaarde tot ware solidariteit. Van den Berg heeft het verder over ‘principiële steun aan vrij ondernemerschap’, ‘steun aan maatschappelijke emancipatie’, ‘gehechtheid aan de constitutie’, ‘het uitgesproken kosmopolitisme’, een sterk ‘geloof in het belang van de Europese integratie’ en ‘wantrouwen jegens godsdienst en kerk’. Al deze inspirerende eigenschappen vormen een verademing tegenover het pessimisme, etnicisme, conservatisme, protectionisme, scepticisme, provincialisme en nationalisme dat vandaag in tal van Europese landen – en in Nederland in het bijzonder – de toon voert. Volgens de journalist Yoeri Albrecht kan die scepsis alleen maar leiden tot ‘een renationalisering van de internationale politiek’, een akelige ontwikkeling op een ogenblik dat we meer dan ooit nood hebben aan internationaal gedragen oplossingen voor de problemen die de mensheid treffen. Hij heeft het over klimaat, energie, veiligheid, migratie, innovatie en werkgelegenheid. ‘Het bestrijden van een herlevend nationalisme in de internationale politiek is een van de grootste uitdagingen van waar de vrijzinnigheid zich voor gesteld ziet’, aldus Albrecht. Juist daarom pleit hij, tegen de stroom in, voor het versterken van de Europese Unie en voor het uiteindelijk toelaten van Turkije tot de Unie omdat het ‘de stabiliteit van de omgeving van de Unie zeer ten goede (zou) komen’. De Unie moet zich verder democratiseren, een eigen buitenlandbeleid voeren en ‘internationaal de standaard zetten waar het milieu en mensvriendelijke producten en productie betreft’. Hiermee staat de auteur in de traditie van de Verlichting waarvan we de idealen verder moeten uitdragen als we niet willen dat Europa zou verworden tot ‘een museum van zijn eigen verleden’ zoals de Franse denker Dominique Moïsi schrijft. Binnen een vrijzinnige politiek staan de rede en de rechtvaardigheid centraal. Volgens de voormalige politicus Roger van Boxtel is dit ook de sleutel in de wereldwijde financiële en economische crisis die we vandaag kennen. Daarbij moeten we de steriele discussie of we nu voor een vrije markt of voor een overheid zijn achter ons laten. ‘Voor een sterke markt is een sterke overheid nodig’, aldus de auteur, want ‘waar macht is, moet tegenmacht georganiseerd worden’. Dat neemt niet weg dat overheden, zeker in Europa, moeten snoeien in de vele regels en bureaucratie die het ondernemen verlammen. Maar anderzijds moet een overheid sturen en mee zorgen voor duurzaamheid, bijvoorbeeld door te investeren ‘naar nieuwe grootschalige vormen van energieopwekking’. In feite vormt zijn tekst een pleidooi tegen elke vorm van dogmatisme en voor het opnemen van meer verantwoordelijkheid zowel voor jezelf als voor de anderen. En ook hij gelooft in een sterker Europa. Dat doet ook Kathalijne Buitenweg, gewezen Europees parlementslid voor Groen-Links, die een sterk Europa ziet als ‘een voorbeeld van vreedzame integratie en een aanjager van mondiaal bestuur’. Zij ziet de opdracht van de Unie vooral op het vlak van het klimaat en de natuurlijke hulpbronnen. Daarbij hecht ze binnen de traditie van het vrijzinnige denken veel belang aan het positief vrijheidsbeginsel waardoor mensen in staat worden gesteld om op een waardige manier te kunnen leven. De liberale politici Hans Dijkstal, Thom de Graaf en Atzo Nicolaï houden op hun beurt een genuanceerd pleidooi voor meer verdraagzaamheid. Daarmee gaan ze in tegen het sluipende monoculturele denken dat vooral door rechtse en populistische partijen wordt gepropageerd. In één enkele zin maakt Dijkstal duidelijk wat de essentie is van onze democratie, namelijk dat ‘elke burger, nieuwkomer of niet, van welke culturele of godsdienstige achtergrond ook, in ons land te beschouwen (is) als een vrij mens die het (grondwettelijke) recht heeft zelf te bepalen hoe hij of zij wenst te leven’. Thom de Graaf sluit daar in zijn bijdrage bij aan. ‘Populisten wekken op zijn minst de twijfel of zij die rechtstaat daadwerkelijk omarmen’ en hij roept op om het gif van het populisme met volle kracht te bestrijden ‘in plaats van lijdzaam geaccepteerd of opportunistisch geïmiteerd’. Dat betekent niet dat men de problemen van de multiculturaliteit moet verzwijgen. Er zijn immers fundamentalistische tendensen in onze samenleving die een aanval hebben ingezet op de ‘open society’ – het ideaal van de filosoof Karl Popper, die opvallend vaak wordt geciteerd in dit boek. Vandaar het pleidooi van Atzo Nicolaï om het open debat te stimuleren en de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering te laten prevaleren op de vrijheid van godsdienst, want die laatste wordt al te vaak gebruikt om het vrije woord te fnuiken. Een belangrijk thema in de vrijzinnige politiek is het bevorderen van de sociale mobiliteit. Mensen moeten hun talenten kunnen ontwikkelen en op die manier vooruit komen in het leven. Dit bijzonder progressief ideaal van de Verlichting is een van de gezamenlijke doelstellingen van sociaal-democraten en liberalen die daarmee ingaan tegen religieuze en conservatieve krachten die traditie belangrijker achten dan kennis. In zijn Pleidooi voor een sociale meritocratie maakt de publicist Dick Pels duidelijk dat de sociale achtergrond van een individu nog steeds in grote mate bepalend is voor de positie die men later in het leven zal bereiken. Juist daarom benadrukt hij het belang van gelijke startkansen op een zo vroeg mogelijk tijdstip in het leven. Er is ‘behoefte aan een universeel toegankelijk en hoogwaardig systeem van voor- en vroegschoolse educatie dat de kinderopvang en de peuterspeelzalen integreert’. Dat betekent niet dat hij streeft naar conformisme, integendeel. Verwijzend naar de liberale filosoof John Stuart Mill stelt hij dat ‘de gelijkheid in dienst (moet) staan van het verschil, of van een zo groot mogelijke diversiteit in de individuele karaktervorming’. Een open en onbevangen geest, maar ook persoonlijke autonomie en eigenheid zijn voor de auteur daarbij een buffer tegen ‘religieus en politiek kuddegedrag’. En ook hij ziet individualisme en vrijzinnigheid als universele idealen. Niet alle 26 teksten zijn even overtuigend. Sommige auteurs, zoals de Amsterdamse burgemeester Job Cohen, blijven irritant wazig over hoe we onmiskenbare problemen moeten aanpakken. Het oneindig oprekken van de verdraagzaamheid ten opzichte van nieuwe vormen van intolerantie is ongepast en zelfs gevaarlijk. Ook dat was een boodschap van Karl Popper: ‘Indien we onbeperkte verdraagzaamheid zelfs uitstrekken tot diegenen die onverdraagzaam zijn, als we niet bereid zijn een verdraagzame samenleving te verdedigen tegen de woedende aanvallen der onverdraagzamen, dan zullen de verdraagzamen vernietigd worden, en verdraagzaamheid met hen.’ Die wazigheid verraadt ook onverschilligheid en een gebrek aan geloof in de liberale grondrechten: de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, de gelijkwaardigheid van elke mens en het recht op zelfbeschikking. Ze leidt er toe dat mensen het belang van een politieke vrijzinnigheid niet langer inzien. De meeste auteurs hebben dit ook begrepen. Het is hun verdienste dat ze tegen de stroom in het cruciale belang van vrijheid, (juist begrepen) verdraagzaamheid en redelijkheid opnieuw centraal stellen. Dit boek komt net op tijd.
Diverse auteurs, Open en onbevangen, Balans, 2009 Diverse auteurs Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|