Na Schitterend! over het universum waarin wij voortdwalen, publiceerde de jonge Belg Kris Verburgh nu Fantastisch! Over het universum in ons hoofd. En net als zijn voorganger is ook dit een prachtboek waarin de meest complexe zaken op de meest heldere en begrijpelijke wijze voor ons toegankelijk worden gemaakt. Nauwkeuriger dan Einstein Borduren de eerste hoofdstukken nog voort op Schitterend!, al spoedig dalen we af naar ons eigen menselijke niveau en leren we waarom ons brein in ons hoofd zit (dichtbij onze mond, want aanvankelijk was de belangrijkste taak van het brein erop toe te zien dat we het juiste voedsel naar binnen brachten). En leren we dat walvissen voortkomen uit wolfachtigen die zich bedachten en terugkeerden naar de zee. Of dat oogwit werd ontwikkeld omdat daardoor de blik in de ogen helderder was en het communiceren enorm werd vergemakkelijkt onder het motto dat ogen de spiegel van de ziel zijn. Verburgh legt ons uit dat de evolutietheorie eigenlijk de meest fenomenale en meest exacte theorie is die er bestaat. Nauwkeuriger dan de relativiteitstheorie en met een overstelpende bewijslast van haar juistheid. Evolutie is samen te vatten in drie begrippen: variatie, selectie en adaptatie. Van een evolutionaire ladder is al helemaal geen sprake. De gedachte dat de mens het eindproduct of het doel van de evolutie zou zijn is volstrekt onzinnig. De mens is slechts een van de ontelbare producten van de evolutie, niet beter dan noch superieur aan andere evolutionaire ontwikkelingen. En bovendien, als er al sprake zou zijn van een dominante factor in de natuur, dan is dat niet de tot zelfdestructie geneigde mens maar de bacterie die al meer dan vier miljard jaar bestaat en in leven blijft op plaatsen waar de mens direct het onderspit zou delven. “Evolutie – zegt Verburgh – streeft niet naar complexiteit. Er zijn bijna twintig bacterierijken en er is maar één dierenrijk, en elk rijk is even divers. De mens, het meest complexe organisme dat er is, bestaat nog maar een evolutionaire oogwenk, en onze soort heeft nog niets bewezen”. ID Ook Verburgh gaat, evenals Dawkins in The God Delusion, nader in op het gedachtegoed van de creationisten en de aanhangers van intelligent design. Hij legt uit hoe ogen en oren ontstonden en waarom daarbij geen sprake was van niet reduceerbare complexiteit. Sommige zaken worden verondersteld dermate complex te zijn dat ze niet door evolutie zouden zijn ontstaan. Evolutie verloopt immers stap voor stap en zeer geleidelijk. Verburgh toont aan dat zelfs al die complexe organen wel degelijk stap voor stap en zeer geleidelijk zijn ontstaan en dat er dus geen ruimte overblijft voor een schepper die op cruciale momenten in de evolutie een helpende hand zou hebben geboden. De mens mag dan een zeer complexe ‘machine’ zijn, de evolutie heeft er wel meer dan drie miljard jaar voor nodig gehad. En wat de criticasters van de evolutietheorie ook over het hoofd zien is dat het overgrote merendeel der mutaties, die overigens volstrekt willekeurig plaatsvinden, gewoon mislukt en tot uitsterven leidt. “Evolutie is dus een eenvoudig proces, dat slechts intelligent lijkt omdat het zijn mislukte pogingen goed verbergt. De mislukkingen worden afgebroken tot een hoopje stof, steenkool of kalkrots”, aldus Verburgh. Ook op moleculair of submoleculair niveau spelen zich enkel uit de evolutie verklaarbare processen af, onder meer door tussenkomst van ons DNA. Wat ons complex lijkt, is vooral zo ingewikkeld omdat wij die zelf in een wereld van meters en seconden leven, kijken naar processen die zich afspelen in een wereld van honderdduizendsten van seconden en miljoenste millimeters terwijl al die procesjes in die voor ons zo onbevattelijke tijdschaal meer dan drie miljard jaar nodig hadden om de mens te doen zijn zoals hij thans is. De wetten van de gedragsgenetica Vervolgens staat Verburgh stil bij onze genen. Genen zijn niet alleen verantwoordelijk voor onze verschijningsvorm maar ook voor de werking daarvan. Genen regelen dus ook gedrag. Zenuwcellen communiceren met elkaar door tussenkomst van neurotransmitters. Depressies worden bijvoorbeeld veroorzaakt door een tekort aan de neurotransmitter serotonine. We kunnen dit euvel verhelpen door serotonine als antidepressivum toe te dienen. Nadeel daarvan is wel dat een dergelijk medicijn niet specifiek werkt en dus ook van invloed is op andere delen van het brein waardoor tal van ongewenste bijwerkingen kunnen ontstaan. Genen bepalen op een zeer verfijnde manier waar precies een cel een bepaalde functie heeft en een nauwe wisselwerking tussen genen kan dat proces alleen maar versterken. Genen zijn dan ook veel nauwkeuriger dan medicijnen die een veel grovere werking hebben. De moderne neurobiologie leert ons dat elk gevoel, ervaring of herinnering het gevolg is van de werking van zenuwcellen en de eiwitten en ionen die in en tussen die cellen ronddrijven. En ongeveer tweederde van het genetisch materiaal in iedere celkern codeert voor ons zenuwstelsel terwijl de achtduizend andere genen verantwoordelijk zijn voor alle andere functies van ons lichaam. In een uiterst interessant hoofdstuk gaat Verburgh in op de invloed van genen, legt uit waarom de angst voor genetisch determinisme ongegrond is en memoreert de drie wetten van de gedragsgenetica, opgesteld door Eric Turkheimer en Irving Gottesman: alle menselijke gedragskenmerken zijn erfelijk, het effect van in hetzelfde gezin opgroeien is kleiner dan het effect van de genen en de derde wet: een omvangrijk deel van de variatie in complexe menselijke gedragskenmerken wordt niet verklaard door de effecten van genen of gezinnen. Genetisch determinisme zou inhouden dat ons gedrag volledig door genen wordt bepaald. Maar in werkelijkheid zijn genen slechts voor circa 50% verantwoordelijk voor onze gedragskenmerken. Voor het overige is de invloed van onze omgeving bepalend. Dan wijst Verburgh op de zogenaamde spiegelneuronen die ons in staat stellen gedrag dat we bij anderen zien na te apen. Zien gapen doet gapen dankzij spiegelneuronen en lachbanden bij humoristische tv-series hebben dezelfde functie als spiegelneuronen: zien lachen doet lachen. Spiegelneuronen zijn van uitzonderlijk belang bij iedere vorm van lerend gedrag inclusief het verwerven van taalvermogen. Nu zegt de tweede wet van de gedragsgenetica dat de invloed van het gezin niet significant is. De sociale en culturele omgeving is van veel groter belang. De sociale groep speelt, zonder hiermee het belang van ouders te onderschatten, een veel belangrijkere rol dan de band tussen ouder en kind. Onbeschreven blad? De menselijke soort stierf honderdduizend jaar geleden bijna uit als gevolg van klimaatveranderingen. Daardoor stammen we bijna allemaal af van dezelfde groep voorouders. De helft van de Europeanen heeft één oermoeder die 12.000 jaar geleden ergens in de Pyreneeën woonde! Het begrip ras is in feite een onzinnig begrip. De verschillen tussen blanken onderling zijn vele malen groter dan die tussen blanken en zwarten. Het sociaal darwinisme, afkomstig van Herbert Spencer, dat het recht van de sterkste propageert heeft niets met het echte darwinisme van doen. De nieuwgeboren mens is dus een beschreven en geen onbeschreven blad. Vergeten we niet dat het fascisme en communisme uitgingen van het onbeschreven blad. Heropvoeding werd gezien als het instrument bij uitst Kris Verburgh |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|