Geleefde brieven

boek vrijdag 19 maart 2010

Floris van den Berg

Een nieuw boek van Floris van den Berg. Van dezelfde schrijver verscheen onlangs Hoe komen we van religie af? dat ik met veel interesse heb gelezen. De titel suggereert dat de methode om van religie af te komen in het boek uit de doeken wordt gedaan en morgen kan worden toegepast. Helaas. Toch is het een heel leesbaar boek en een must voor iedere vrijdenker (en vooral ook voor wie dat nog niet is). Maar nu ligt er dus al weer een volgend boek van Floris van den Berg in de winkel. Als ik een boek in handen krijg bekijk ik het altijd eerst van alle kanten. Hoe ziet het er uit, hoe voelt het aan, hoe ruikt het? In dit geval is het giftig groen en lekker leesdik. Het boek komt, in verband met deze recensie, vers van de drukker en ruikt een beetje zoals mijn handen ruiken na een onderhoudsbeurt aan mijn motor. Even flitst er door mijn hoofd: ‘Lived Letters and the Scent of Motorcycle Maintenance’. Na een paar dagen is die opwindende geur verdwenen. Blijft over een boek dat klaar is om te verslinden.

Dan de titel: Geleefde brieven. Dat roept vraagtekens op. Leven brieven? Kunnen brieven geleefd hebben of geleefd zijn? Of zijn deze brieven het leven? Al snel kom je er achter dat in dit boek een leven wordt beschreven in de vorm van brieven.“Mijn brieven vormen een verslag van het leven dat ik leid. Als ik niet schrijf verdwijnt al dat leuke en mooie in een ongrijpbaar verleden, en dat wil ik niet. Ook al is mijn verslag noch literair noch filosofisch, het is het teveel aan leven dat uit mij is gevloeid en dat in letters is gestold”, aldus de auteur. De brieven zijn voor een vriend die naar een ver land is vertrokken maar een belangrijke rol blijft spelen in de ontwikkeling van de hoofdpersoon. Het zijn brieven zoals brieven horen te zijn, uitgebreid en indringend. De ondertitel luidt: 1: Prometheus. Wat kan daar de gedachte achter zijn? Het laat zich raden maar Prometheus is in de Griekse Mythologie degene die de mensen leert te overleven en zich te ontwikkelen. Hij is een leraar en uitvinder die mensen wederzijds respect bijbrengt en hen leert vooruit te zien. Overleven, ontwikkelen en vooruit zien spelen in Geleefde Brieven een grote rol.

Het verhaal begint in Leiden op 8 april. Die aanhef boven de eerste brief, zonder jaartal, intrigeerde me al meteen. In welk jaar is dat? De volgende brief is van 19 april. Weer zonder jaartal. Snel even doorgebladerd. De brieven volgen elkaar in hoog tempo op tot 1 juli van het volgende jaar. Maar over welke jaren hebben we het hier? Al lezend bleef die vraag me steeds boeien. Je kunt je aan de hand van het verhaal en de tijdgeest wel een idee vormen over de periode waarin de geleefde brieven worden geschreven maar het is niet eenvoudig om het jaar exact vast te stellen. Hoeveel weet ik nog van die periode? Wanneer was die gebeurtenis ook al weer? Mijn herinneringsvermogen werd voortdurend geprikkeld. Het was niet gemakkelijk maar toch vond ik al lezend een paar aanwijzingen die het, via wat onderzoek op het internet, mogelijk maakten de twee beschreven jaren te traceren. Ik noem de jaartallen niet. Het is aan de lezer om dit zelf uit te zoeken. Binnen een boeiend boek is dat een extra uitdaging.

Dan het verhaal zelf. “In Geleefde brieven zijn we getuige van de geestelijke ontwikkeling van Justus, van zijn betrokkenheid bij de maatschappij en zijn atheïsme”, zo luidt de test op de achterkant van het boek. Dat zijn we inderdaad. Het leven van de filosofiestudent Justus en zijn geliefde Lara wordt indringend beschreven. Maar er is meer. Naast de geestelijke ontwikkeling van de hoofdpersoon zijn we getuige van een beschrijving van een tijdsbeeld van de midden negentiger jaren van de vorige eeuw. En er komt een interessante opsomming voorbij van literaire, culturele en kunstzinnige uitingen, in de vorm van boeken, gedichten, films, toneel, tentoonstellingen, muziek en andere activiteiten die in die periode belangrijk waren en het geestelijk leven verrijkten. En dat overigens nu nog doen. Maar dat alles was toen voor Justus het dagelijks leven. Als student in Leiden leeft hij, samen met zijn vriendin Lara, een tamelijk onbezorgd leven van intellectuele groei en op weg naar volwassenheid. Studeren, lezen, schrijven en dichten, bioscoop-, toneel- en museumbezoek en de liefde vullen de dagen en de nachten. Familie en vrienden lopen in en uit en worden regelmatig bezocht. Maar dan vertrekt Thomas, die mens waarvan hij ‘als een vriend’ houdt, naar het verre Japan, het land waarvan hij houdt. Justus is er kapot van en de onzekerheid slaat toe. “Mijn leven stroomt voort, maar er mist een stuk. Nederland voelt killer zonder jouw aanwezigheid. Je komt niet meer in Leiden en we kunnen onze familiebezoeken in Hengelo niet meer verlevendigen met een bezoek aan je kunstenaarsboshut of je stadsatelier.”

In een regelmatige stroom brieven aan Thomas schrijft Justus zijn leven, zijn twijfels, zijn verlangens en zijn kwaadheid van zich af. En maar zelden komt er een antwoord van Thomas. Die leeft zijn leven in Japan en is al snel even mysterieus als het leven in het Oosten zelf. Justus en Lara vatten het plan op om Thee te gaan studeren in Kyoto, een manier om bij Thomas in de buurt te zijn en de vriendschap te kunnen continueren. Justus en Lara oefenen in Nederland de Theeceremonie veelvuldig om zich op hun verblijf in Japan voor te bereiden. “’s Avonds deden we keiko, op onze gebruikelijke manier. De hele week oefenden we Thee, want vrijdag was er de maandelijkse Theeles.” “We schoven op onze knieën de Theekamer in en bogen. Daar zat zo’n Japans dikkertje dap, een wat oudere vrouw in een paarse kimono. Wij hadden met z’n vieren les, met een stille Japanse en Koos Waardeloos, zoals wij hem noemen wegens zijn vreemde onnozele houding. In verstaanbaar Engels moesten we eerst gaan staan en onze buikademhaling oefenen. Ze voelde ons allemaal op de buik en zei dat onze ademhaling lager moest. Met een zachte druk duwde ze elk van ons uit balans. Buikademhaling is de basis van Zen en Thee. Houding en ademhaling zijn het allerbelangrijkst voor Thee, zo leerden wij.”

Al lezend in Geleefde brieven ontdekte ik hoe weinig ik weet over Japan en over de samenleving en de cultuur van het land waar mijn motor vandaan komt. En de chado, de weg van Thee, de Theeceremonie, die in het boek een belangrijke rol speelt, heeft inmiddels veel minder geheimen voor me. Hoewel het op zich een mysterieus Japans gebruik blijft. Maar motorrijden en theedrinken zullen de rest van mijn leven anders zijn. Wees overigens gerust, in het boek komen nogal wat Japanse termen voor maar die worden achter in het boek in een glossarium netjes verklaard.

Voor ze naar Japan vertrekken moeten Justus en Lara beiden afstuderen in Leiden en dat kost tijd en inspanning. Terwijl Lara een baantje heeft en wat extra geld verdient stort Justus zich op zijn brieven. En speelt zijn studie filosofie in alle facetten van het leven een steeds grotere rol. “Mijn filosofie groeit. Ik denk veel na en zoek naar waarheid, geluk, schoonheid en kennis. Uiteindelijk doe ik dat omdat je toch iets met je leven moet en voor mij is dat blijkbaar dát. Ik acht denken een noodzakelijke voorwaarde voor het zijn.” Bij de keuze om wel of niet naar Japan, ‘het land van de slaafse workaholics zonder een greintje individualiteit waar men slechts als collectieve massa handelt’, te vertrekken speelt voor Justus een dilemma. “Stel dat een mens in een situatie is dat hij, redelijk, vrij is, zoals Lara en ik nu in Nederland, dan heeft de mens de vrijheid om te kiezen voor zijn eigen onvrijheid. Voor ons zou dat zijn, de keuze om te proberen naar Japan te gaan. Dat is een vrijwillige keuze die je eigen vrijheid danig zal beperken.” Justus spiegelt onze vrijheid aan de Japanse cultuur die zoveel onvrijheid kent. Hij legt zijn twijfel in zijn brieven voor aan Thomas maar van die kant is het zwijgen inmiddels ook Japanse vormen aan gaan nemen. Slechts zelden komt er een brief terug. De teleurstelling begint langzaam bij Justus naar binnen te sluipen.

Enige brieven later gaat het dilemma van de vrijwillige keuze voor onvrijheid ook spelen ten aanzien voor de vrijheid om te kiezen voor een religie die de vrijheid inperkt. Zo rond de kerstdagen laat Justus in zijn brieven doorschemeren dat hij steeds meer atheïstisch wordt. “In de trein terug lazen we interessante filosofische fait divers in Filosofie Magazine. Al gauw was ik met Lara in gesprek over het moreel verval van de jeugd en over de opvoeding op school, over het christendom als cultureel erfgoed los van het kerkelijke geloof en over rationeel-logisch nadenken.” Een paar brieven later: “Ik ben een agnost, voor wie de vraag of god al dan niet bestaat volkomen irrelevant is.” En hij gaat nog verder: “Hoe zit het dan met de pluraliteit van religies? Is er één god in vele manifestaties, dus ook in totemdieren en Olympiërs? Is er één boek? Hoe zit het dan met de Koran en het Nieuwe Testament dat door de joden niet erkend wordt? Het heeft allemaal geen enkele zin, een gelovige is helemaal van de kaart, hoe redelijk en normaal ze er ook uit zien, ze geloven in god en weten zeker dat hij bestaat. Geloven is echter op geen enkele grond gebaseerd, behalve innerlijke ervaring die ook psychologisch geduid kan worden door de projectietheorie.”

Zijn conclusie is helder: god bestaat niet, hier niet, nu niet en nooit niet. En de paus wordt en passant weggezet als fundamentalist. Het wordt voor Justus steeds duidelijker, zijn levenshouding wordt een atheïstische. Maar als hij deze visie toelaat in zijn wereld slaat de twijfel weer toe en wordt hij overmeesterd door de gedachte dat het leven niets voorstelt. Zijn toon wordt depressief en zijn kijk op het leven nihilistisch. Deze fase van twijfel is in het boek op sprekende wijze uitgewerkt en verwoord. “Alles is zinloos, niets doet er meer toe.” “Het heeft geen zin om god te vereren. Het heeft geen zin om te wachten op een beter leven na de dood. Er is alleen de open tijdspanne tot de dood, voor iedereen, altijd weer. Dat maakt dat het leven ultiem zinloos is, want we zijn niet geboren om god te dienen op aarde en later in de hemel te komen. Er is alleen het leven en de wereld zoals wij die dankzij onze zintuigen kunnen ervaren.”

Wat ik als vrijdenkend socioloog in deze worsteling mis is het inzicht om de zin van het leven te zoeken in het sociale. Justus verzucht: “Er is ook geen hoop, er ligt geen oplossing buiten of na dit leven en van sociale samenwerking tussen mensen hoeven we niet veel goeds te verwachten, omdat niet het juiste omgangspatroon wordt toegepast: mensen luisteren niet naar de rede en zijn zelfs van alle rede gespeend. In rationele samenwerking ligt de hoop en daar valt inderdaad weinig van te verwachten.” Ook op andere momenten is het alsof Justus het sociale in de samenleving absoluut niet ziet. Ligt dat aan het milieu waar hij uit voort komt of zijn het de kringen waarin hij zijn studentenleven slijt? Ik hoorde mezelf tijdens het lezen af en toe roepen: “Justus, kijk wat verder om je heen en zie de sociale mens die de leefbare samenleving draagt! Zij bestaat echt! Hij bestaat echt! Jij hebt hen nodig en zij hebben jouw nodig!” Justus vertaalt zijn pessimisme over religie naadloos door naar een pessimistische kijk op de samenleving. Waarmee voor hem de kansen voor een andere, seculiere, samenleving vooralsnog buiten beeld blijven.

Brieven lang worstelt Justus met religie en de zin van het leven. Maar langzaam komt er een doorbraak. Hij stort zijn hart uit bij Thomas: “Lieve lieve Thomas, de mensen maken me zo bang! Religie is een gevaar. Maar de losgeslagen moraal in Nederland ook. En de onoplosbare internationale conflicten. Voor al die problemen hebben wij een nieuwe mens nodig. De postmoderne rationeel denkende vrijdenker. Die is atheïstisch, liberaal, rationeel, kritisch, medelevend, sociaal, niet-nationalistisch en ongebonden.” De keuze is gemaakt. Now we’re talking business! In de loop van de Geleefde brieven zien we dat Justus zich langzaam herpakt en weer grip krijgt op zijn leven. Zoals de adelaar Ethon elke dag een stukje uit de lever van Prometheus kwam pikken toen die aan de berg Kaukasus gekluisterd zat, zo pikt de onzekerheid over het leven en de vriendschap van Thomas elke keer weer een stukje uit het leven van Justus. Maar de lever van Prometheus groeide in de mythe elke nacht weer aan. En ook Justus leeft en groeit door en wordt, soms tegenstribbelend, volwassen. En bij echte volwassenheid past het vrijdenkersschap.

Eén van de vraagstukken die tegen het einde van het boek voor Justus een belangrijke rol gaat spelen is het dilemma van het al dan niet tolereren van intolerantie. Een volwassen, filosofisch, vrijdenkers (maar ook sterk praktijkgericht) vraagstuk dat nu en in de toekomst wel eens één van de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken zou kunnen zijn. Zo nauw verbonden met de vraagstukken van rationaliteit, eerlijkheid, vrijheid en solidariteit. Maar ook een vraagstuk dat steeds kapot loopt op politieke correctheid en angsthazerij. “Ik zie serieus de mogelijkheid dat onze beschaving op haar einde loopt. De opvolgers zullen gelovigen zijn, die onder tolerantie verstaan het gehoorzamen aan gods wetten en geboden, volgens hún interpretatie wel te verstaan.” Justus schrijft een artikel met als titel “Grenzen aan tolerantie”, “Ik wil Nederland wakker schudden en manen voorzichtig om te gaan met tolerantie”, maar het blijkt onmogelijk om het gepubliceerd te krijgen. Tot overmaat van ramp wordt het vertrek naar Japan op het laatste moment onzeker. Lukt het nog om op tijd af te studeren? Maar ook traag werkende organisaties en bureaucratische obstakels zorgen er voor dat de droom om in het land van de rijzende zon met Thomas herenigd te worden op losse schroeven komt te staan. Justus zelf is zich, misschien wel juist door het gevecht om te overleven, inmiddels bewust van zijn identiteit en maatschappelijke positie: “Hier is een beoogd filosoof, een rationalist, een pluralistisch atheïst aan het woord, een strijder tegen fundamentalisme, intolerantie en zinloosheid. Een profeet van de ondergang van de westerse democratieën die zullen verdwijnen onder de terreur van de intoleranten. Het geluk hebben wij in onze handen, doch wij verdedigen het niet.” En zo komt ook voor Justus de toekomst steeds dichterbij. Wij weten inmiddels dat die toekomst ons heden is.

Geleefde brieven heeft mij veel geleerd over filosofie. Maar het is ook een boek dat je pakt en ontroert. Dat uitdaagt om na te denken en prikkelt om je een mening te vormen. Het louterde mijn vrijdenkersgeest. Ik zou wensen dat de schrijver de komende decennia nog een aantal fasen uit het leven van Justus in boekvorm laat verschijnen. Zo aan het einde van het arbeidzame leven de Overleefde brieven en kort voor de dood de Uitgeleefde brieven. Ik zal ze, als ik het tijdelijke hier op aarde nog niet heb verruild voor het niets, met plezier lezen. Tegen die tijd zal het wel een eBook of een digiBook zijn. Maar dit boek, Geleefde brieven, is werkelijk een ode aan vriendschap, literatuur, wijsheid en liefde.


Recensie door Wim Aalten

Floris van den Berg, Geleefde brieven, 1: Prometheus, Stichting Uitgeverij De Vrije Gedachte, Uitgeverij Papieren Tijger, 2009, 237 p.

Floris van den Berg

Links
mailto:wim.aalten@planet.nl
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be