Het gewicht van Hemelse Vrede

boek vrijdag 19 juni 2009

Catherine Vuylsteke

De journaliste en sinologe Catherine Vuylsteke beschrijft in korte en krachtige zinnen het harde lot dat de studentenleiders van Tiananmen te wachten stond en welke invloed het drama had op vele Chinese jongeren. Velen onder hen waren idealist, ze droomden van een nieuw tijdperk, maar nadien keerden ze zich af van de politiek en focusten zich op hard werken en snel rijk worden. De auteur geeft wel recente voorbeelden van personen en bewegingen (zoals Charter 08), die vooral via het internet pleiten voor vrije verkiezingen en een onafhankelijke rechtspraak. Zij testten uit hoever de tolerantie van de overheid reikte, maar betaalden soms ook een prijs voor hun dapperheid. Het regime bleef na de gebeurtenissen op Tiananmen stevig in het zadel en kreeg en krijgt wereldwijd nog meer aanzien door zijn economische successen en zijn ordehandhaving. Het behoudt een aversie tegenover de democratie, hoewel de buurlanden Zuid-Korea en Taiwan aangetoond hebben dat economische vooruitgang, orde en democratie kunnen samengaan en niet noodzakelijk tot chaos leiden.

De namen van de hier opgevoerde slachtoffers zijn enkel bekend in kleine kring. Ze namen de vlucht naar de Verenigde Staten, maar ze hopen nog altijd te mogen terugkeren. Vanuit New York blijven ze zich inzetten voor mensenrechten in China. Eén van hen is Zhang Boli (°1964). In 1989 was hij studentenleider, daarna vluchteling, ondermeer in het ijskoude Siberië bij minder dan 40 graden, en momenteel succesvol dominee van Chinese protestantse gemeenschappen in Washington, Los Angeles en Toronto. Het verhaal van het pijnlijke afscheid van zijn land en van zijn vrouw en kind is ontroerend. Wang Tiancheng (°1964) was medeoprichter van de Liberaal Democratische Partij, die op de derde verjaardag van Tiananmen in pamfletten opriep om het vonnis van Tiananmen te herzien, het bloedig optreden af te keuren en respect voor de mensenrechten in te voeren. Maar voor het 4 juni 1992 was, zaten al dertig activisten in de cel. Wang zelf kreeg 5 jaar.

Li Weixin was aanhangster van Falun Gong. Deze leer van een zekere Li Hongzhi uit de jaren ’70 –’90 predikte meditatie en bijbehorende oefeningen, wat zou resulteren in een betere gezondheid, meer levensenergie, bovennatuurlijke krachten en misschien zelfs een zekere mate van onsterfelijkheid. In de zomer van 1999 zette Jiang Zemin een repressiecampagne in tegen de leer en de aanhangers van Falun Gong. De organisatie telde toen 30.000 oefencentra en 1900 opleidingsscholen. 300.000 partijleden moesten Falun Gong afzweren, tienduizenden aanhangers kwamen in de cel, velen werden gefolterd, duizenden verloren het leven. Het verhaal van Li is er één van ondervragingen, marteling van haar en van haar familie, tot ze in 2002 via Lhasa en Thailand naar New York kon vluchten.

Een andere New Yorkse inwijkeling is advocaat Li Jianqianq, ook geboren in 1964, nu mensenrechtenactivist en voorstander van democratie. We vernemen hier dat Mao in 1954 de rechtenstudie afschafte en in 1957 de advocaten als ‘rechtse elementen’ naar werkkampen stuurde; in 1977 werd de studie heringericht, tot 2005 hadden de meeste rechters geen rechten gestudeerd. Het relaas van Li wijst vooral op een langdurige rechtsonzekerheid voor boeren. 35 à 70 miljoen Chinese boeren raakten sinds 1987 hun lapje grond kwijt aan vastgoedprojecten. In 2008 gaf Li het op en vertrok naar de Verenigde Staten. In New York ontmoet de schrijfster nog een aantal uitgeweken Chinezen, die allemaal vertellen over hun acties voor mensenrechten, persvrijheid, journalistiek en internet, machtsmisbruik door ambtenaren of door rijke parvenu’s. In naam van de nieuwe kreet ‘Stabiliteit boven alles’, hebben veel intellectuelen de strijd om de hervorming van het politiek systeem opgegeven en fungeren ze nu als consultants of experts binnen het systeem. Zo vermijden ze de confrontatie die ze in de jaren ’80 wel aangingen met de CCP.

Vuylsteke voert ook nog gesprekspartners op die in China zijn blijven wonen. Zij uiten eerder kritiek op de mateloze consumptie, het materialisme en de keuze van een echtgenoot op basis van rijkdom. Zij betreuren ook de anti-Chinese betogingen bij de doortocht van de Olympische vlam en de negatieve houding van de westerse media. En gelukkig valt er ook wat positiefs te melden, namelijk de veel grotere vrijheid en het zeer rijke culturele leven in Peking, de pogingen van leraren om weer aandacht te besteden aan verantwoordelijkheid, liefde en schoonheid of het tehuis ‘Kinderdorp’ voor kinderen van ter dood veroordeelden. Het verslag over Tibet vertoont zowel positieve als negatieve kanten. De Chinese overheid deed en doet voor de 6 miljoen Tibetanen meer dan voor eender welke bevolkingsgroep. Denk aan de afschaffing van de lijfeigenschap en van het feodale denkkader, alfabetisering, gratis onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur met als orgelpunt de spoorweg van Peking naar Lhasa in 2006. Anderzijds blijven vele Tibetanen de Chinezen beschouwen als ongewenste bezetters, die onvoldoende begrip tonen voor hun levensvisie en voor hun religieuze leider.

Het boek vervolgt met Taiwan: 23 miljoen mensen, die sinds 1972 nergens erkenning krijgen. Ook hier leeft de herinnering aan een onderdrukking. Zo werden van 1947 tot 1949 tussen 18.000 en 28.000 etnische Taiwanezen gedood door Tsjang Kai Sjek. Die ‘Witte terreur’ duurde nog tot 1986. China wacht nu geduldig op de hereniging met Taiwan, dat in 1683 ingelijfd werd en dat zich in 1949 losweekte. De steeds betere economische banden lijken te wijzen op een vreedzame hereniging in de nabije toekomst.

Catherine Vuylsteke eindigt met enkele beschouwingen over de toekomst van China en van zijn harmonieuze maatschappij, waarin nu wel veel meer gevallen van protest zijn dan in 1989, zowel op straat als op het internet, met zijn 390 miljoen bezoekers! In dit laatste ziet zij een nieuw forum voor discussie en meer inspraak. De schrijfster heeft een vlotte pen, een eindeloze kennissenkring van Chinezen in hun eigen land en in het buitenland en een grenzeloos dynamisme om die mensen overal op te zoeken. Ook hier is een beetje historische kritiek niet misplaatst: kun je het gebeuren van Tiananmen en de toestand in China genuanceerd weergeven via een aantal interviews? Op welke basis selecteer je dan je gesprekspartners? Zocht de auteur ook naar getuigenissen van tevreden en gelukkige Chinezen? Want die vormen nog altijd de grote meerderheid. Vuylsteke is zeer belezen, ze verwijst naar eindeloos veel tijdschriften, blogs, films en boeken. Ze had het de lezer gemakkelijker kunnen maken met een kaart van China, een kaartje met de reisroute van Zhang Boli en andere emigranten, een foto van deze mensen, een register, een verklarende woordenlijst met de vele Chinese begrippen.


Recensie door Jef Abbeel

Catherine Vuylsteke, Het gewicht van Hemelse Vrede. Vrijheid en verzet sinds Tiananmen, Meulenhoff/Manteau, 2009, 264 p.

Catherine Vuylsteke

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be