Einde jaren '50 schreef de Zwitserse dramaturg Max Frisch het stuk Biedermann en de brandstichters. Frisch beschrijft hoe Biedermann, een doorsnee middenklasser, obstinaat blind blijft voor de gestage opkomst van destructieve krachten. Het stuk legt de vinger op het mechanisme waardoor de nazi's er in geslaagd zijn de macht te grijpen en lanceert een verwittiging voor een herhaling van die tragedie. Dit is ook de bedoeling van Karen Jespersen en Ralf Pittelkow met de publicatie van Islamisten en naïvisten, een aanklacht. De auteurs stellen dat sedert een 25-tal jaren, de open samenlevingen in Europa en het Westen bijzonder kwetsbaar zijn geworden voor het islamisme dat de democratieën bedreigt, verzwakt als zij zijn door een structurele naïviteit. Verwijzend naar de cartoons die op 30 september 2005 verschenen in het dagblad Jyland Posten, pakken zij zowel het islamitisch expansionisme en zijn infiltratiemethodes aan, als de blindheid en de schuldcomplexen van de westerse voorstanders van het ‘politiek correct’ denken. Die laatsten hebben immers niet ingezien dat het niet zozeer om enkele tekeningen ging maar wel om een belangrijk moment in de pogingen van de islamisten om vaste voet te krijgen op de Europese sociale scène. Hamvraag is dan ook niet het recht om een religie te bekritiseren maar wel de vrijheid van meningsuiting, het breekpunt tussen liberale westerse waarden en islamitisch totalitarisme. Deze vrijheid is onbespreekbaar en liever dan te verdedigen kiezen Jespersen en Pittelkow resoluut voor de aanval op de bedreiger. Voor de auteurs ligt de cartooncrisis volledig in het verlengde van de Rushdi-fatwa gelanceerd door Khomeiny in 1989. Die gebeurtenis was een primeur vermits daarmee voor de eerste keer werd afgeweken van het eeuwenoud principe dat moslimrecht enkel in moslimlanden toepasselijk is. De twee Deense auteurs zien in de moslimrevolte die zo groots werd opgezet door de Deense imams, de Islamitische conferentie, de Arabische liga en de Saoedische regering niets minder dan een poging om de opmars van de sharia in het westen aan te zwengelen. In de laatste decennia wordt het westen inderdaad gestaag geconfronteerd met een nieuw totalitarisme: het islamisme. Maar omdat het zich anders aanbiedt dan het nazisme en het communisme kan men de middelen die men toentertijd daartegen heeft aangewend nu niet meer gebruiken. Echter, überhaupt geen weerstand bieden, kan de dreiging slechts doen toenemen. En in de Europese landen reageert men vandaag helaas zoals Biederman tegenover zijn brandstichters. Politici, opiniemakers, academici en een belangrijk segment van de sociale elite vertikken het de werkelijkheid te zien: zij verschuilen zich liever achter holle verklaringen, voorzichtigheid en conformisme. De affaire van de spotprenten markeert een keerpunt in de betrekkingen van het islamisme met de westerse democratieën. Vandaag is er nood aan een nieuw debat over twee actoren: de islamist en de ‘naïvist’ zoals de auteurs ze met een eigen neologisme benoemen. Hun uitgesproken aanklacht wil dat debat op gang brengen. Het boek gaat uit van de basisgedachte dat de Europeanen, die de dreiging van de islamisten miskennen, tot een nieuw een gevaarlijke species behoren, de ‘naïvisten’. Pittelkow en Jespersen stellen islamfundamentalisten op gelijke voet met nazi's en communisten, een nogal provocerende stelling zo kort na de cartooncrisis. Maar daarmee willen zij wijzen op het groeiende gevaar van de islamisten en de waarden die zij voorstaan en die vooral bij de jongere generaties in Europa steeds meer gehoor vinden. Want islamisten beogen de controle over het leven van de medemens door allerlei voorschriften: hoe zich te kleden, wat te eten, te denken en te geloven. Zij plaatsen de moslims ook voor een dwingende keuze: ofwel in Europa hun eigen gemeenschap uitbouwen of vervreemden en zich oplossen in de verwerpelijke westerse samenleving. Pittelkow stelt dat de zo gekoesterde Deense openheid onder het vuur van de islamisten ligt als gevolg van een confrontatie van waarden die zich uitgekristalliseerd heeft in de cartoonaffaire. En het islamistisch radicalisme heeft het ei zo na gehaald omdat talrijke uitgevers en politici in Denemarken en elders in de wereld, de vrije meningsuiting opzij schoven om zich neer te leggen bij het islamistisch argument als zou de publicatie van de cartoons beledigend zijn voor de hele islam. Voor de auteurs bestaat de beste verdediging tegen het islamitisch fundamentalisme in een verstrakking van de Europese immigratiepolitiek want die heeft vooralsnog het ontstaan in de hand gewerkt van regelrechte enclaves waar niet geïntegreerde moslimgemeenschappen groeien en bloeien. Denemarken en de rest van Europa moeten hun moslimgemeenschappen integreren: het multiculturalisme is te ver gegaan, zo luidt hun stelling. Pittelkow stelt zonder omweg dat politieke correctheid en angst veel te dikwijls uitmonden in inschikkelijkheid tegenover het islamisme en dat de ‘naïvisten’ een fatale vergissing begingen door in te gaan op islamistisch geïnspireerde censuurvormen. Als typevoorbeeld van een ‘naïvist’ citeert de auteur de Britse premier Tony Blair die op Britse bodem het bestaan gedoogt van Sharia Councils die zich mogen inlaten met echtscheidingen en erfeniskwesties. Het boek is bijna onmiddellijk een regelrechte besteller geworden, niet in het minst omdat beide auteurs vooralsnog bekend waren voor hun progressieve houding tegenover islam en integratie. En voor sommige Deense critici reflecteert het boek de maat van het scepticisme over de islam dat vandaag de dag in Europa de politieke mainstream is geworden. Niet te verwonderen ook dat het boek met zijn onverbloemde statements door heel wat moslimleiders veroordeeld werd omdat het naar verluidt ‘het moslimpesten salonfähig zou maken’ in een land zoals Denemarken dat prat gaat op een open en tolerante samenleving. Voor velen onder hen gaat het werkelijk uit de bocht waar het de parallel trekt tussen islamisme en nazisme en communisme. Wahid Pedersen, een bekeerling en vooraanstaand Moslimleider ziet in Pittelkow en Jespersen niets minder dan een stel agitatoren wier gestook bewijst hoe aanvaardbaar aanvallen op de islam intussen wel geworden zijn. Deze individuen zijn gevaarlijk omdat zij door het debat op de spits te drijven, het voor gematigde moslims bijzonder moeilijk zouden maken om nog een evenwichtige stem te laten horen. Pittelkow verwerpt deze aantijging met klem omdat zijn kritiek het islamitisch radicalisme maar zeker niet de islam zelf viseert. Toch benadrukt hij dat de drie ideologieën - islamisme, nazisme en communisme - een totalitair uitgangspunt gemeen hebben en zij de controle over het leven van het individu beogen. Het begrip ‘islamist’ beperkt zich niet tot de terrorist: het reikt verder naar eender welke moslim die in de naam van de godsdienst aan Europa zijn waarden wil opdringen. De vrouw die geen hoofddoek draagt zal door de islamist onder extreme druk gezet en desnoods bedreigd worden om het toch te doen. Welnu dit soort verdrukkende ijver om de islamitische principes ingang te doen vinden is evenzeer autoritair als nazisme en communisme. Pittelkow aanvaardt evenmin de verklaring dat de oorlog in Irak en andere conflicten tussen het Westen en de moslimwereld aan de basis zouden liggen van het moslimextremisme. Engeland en Frankrijk hebben geen restrictieve immigratiewetten en toch lopen zij een groter gevaar voor terrorisme dan Denemarken. Duitsland heeft geen troepen in Irak maar werd niettegenstaande reeds het doelwit van terreuraanslagen. Slotsom: er zijn voorwendsels ten over om de door de islamisten gehate westerse samenleving aan te vallen. Sommige Deense analisten verklaren de grote bijval van het boek door de stijgende populariteit van de Deense volkspartij die nu 13% van de zetels in het parlement telt en enkele van de strengste immigratiewetten van Europa heeft kunnen doordrukken. Pittelkow verwerpt de assimilatie van zijn gedachten met die van een partij die moslims vergelijkt met kankercellen. Wél beaamt hij dat die partij in Denemarken over immigratie een discussie heeft op gang gebracht die men in andere landen omwille van politieke correctheid nog steeds zorgvuldig uit de weg gaat. Voor volksvertegenwoordiger Naser Khader, kopstuk van de Democratische moslims heeft Pittelkow trouwens de verdienste de juiste vragen te stellen want: de islamistische bedreiging is een feit: het zou ridicuul zijn dit te minimaliseren. Te noteren valt dat Khader intussen onder bestendige politionele bescherming staat na de doodsbedreigingen wegens zijn herhaalde kritiek aan het adres van de Deense fundamentalisten. Het boek is tekenend voor de wijze waarop kritiek op de islam niet langer besloten blijft in rechtse kringen, maar nu ook aanvaardbaar en ‘bon ton’ is op de drempels van het establishment. Dit moge blijken uit de achtergrond van Pittelkow, een voormalig professor in literatuurwetenschappen, prominent sociaal democraat, en die vooraleer als politiek commentator de stap te zetten naar het bekende dagblad Jyllands-Posten, oud premier Poul Nyrup Rasmussen heeft geadviseerd. Zijn echtgenote, Karen Jespersen, die in haar jeugd actief was in linkse revolutionaire kringen, was minister van Binnenlandse zaken en meermaals minister van Sociale zaken. In oktober 2006 heeft zij haar lidkaart van de Sociaal democratische partij teruggestuurd omdat zij zich niet meer kan vinden in de zachte partijlijn over immigratie. Zij is sedert januari 2007 lid van ‘Venstre’, de liberale regeringspartij en zal bij de volgende verkiezingen op die lijst voor het parlement kandideren.
Karen Jespersen en Ralf Pittelkow, Islamisten en naïvisten, Nieuw Amsterdam uitgevers, Oorspronkelijke titel: Islamister og naivister: et anklageskrift, vertaling Ingrid Hilwerda, 192 blz., 14,95 euro, ISBN 978 90 469 0224 3 Karen Jespersen en Ralf Pittelkow Linksmailto:e.willaert@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|