De passage naar Europa

boek vrijdag 13 november 2009

Luuk van Middelaar

Een boek over Europa. Na de verkiezingen voor het Europees Parlement is de aandacht voor Europa inmiddels weer geruisloos naar de achtergrond verdwenen. Europa lijkt een spel zonder publiek. Pogingen om dit publiek erbij te betrekken willen maar niet slagen. Zelfs het organiseren van verkiezingen kan er niet voor zorgen dat de Europese bevolking blijvend haar aandacht bij het project kan houden. Daarmee is het politieke spel van Europa als een voetbalwedstrijd zonder publiek. En hoe verwonderlijk is dat als in Europa de bal telkens weer veilig wordt teruggespeeld op de keeper? De opkomst bij de afgelopen verkiezingen voor het Europees Parlement was weer lager dan voorafgaande keren. Waarbij de eerste verkiezingen van het Europees Parlement in 1979 ruim 60% van de Europese kiezer naar de stembus toog, bleef dertig jaar later de teller staan op 43% van de ruim 375 miljoen stemgerechtigden. Luuk van Middelaar weet waarom de betrokkenheid van de Europese burger bij het Europese project zo gering is. Het ontbeert Europa aan gevoel van gezamenlijkheid en politiek drama.

De filosoof, historicus en columnist Luuk van Middelaar (1973), promoveerde 13 mei jl. op zijn dissertatie. Hierin beschrijft hij het ontstaan en de ontwikkeling van de Europese samenwerking tot vandaag de dag. Zijn dissertatie is geen chronologische vertelling van het verloop van de belangrijkste gebeurtenissen in het proces van de Europese integratie. Het verhaal van Europa is nog niet af, het is slechts de geschiedenis van een begin. Als filosoof en historicus stelt Van Middelaar de wezenlijke vragen die het onvoltooide project van Europa oproepen: vragen van invloed, macht en applaus. Allereerst onderscheidt Van Middelaar in de verwarrende woordenstroom over Europese politiek drie ‘grondvertogen’. Dit zijn het Europa van de staten, het Europa van de burgers en het Europa van de kantoren. Elk van deze drie vertogen heeft zijn eigen favoriete Europese instelling(en), zijn eigen politieke stijl en zijn eigen universitaire thuisbasis.

Het eerste vertoog van het Europa van Staten zegt dat Europese politiek het meest gediend is met samenwerking tussen nationale regeringen. Het tweede vertoog van het Europa van de Burgers levert een andere taal. Het wil de bevoegdheden bij de nationale uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht weghalen en deze overdragen aan Europese instellingen. Het Europa van de Kantoren praat over de overdracht van concrete overheidsfuncties aan een Europese bureaucratie. De politieke strijd uit naam van de Europese staten, burgers en kantoren brengt steeds nieuwe machtsverhoudingen, nieuwe constellaties en nieuwe woorden. Deze vertogen worden in de integratietheorieën geschaard onder confederalisme, federalisme en functionalisme. Van Middelaar kiest niet voor de behandeling van een theorie die het beste past bij een analyse van de EU, maar beschrijft dat de wisselingen in het lot van de Europese politiek na 1950 bepaalden welk vertoog het aantrekkelijkste verhaal bood.

Daarbij onderscheidt Van Middelaar drie sferen van Europa waardoor de vertogen tot leven komen. Ten eerste is er de buitensfeer die bestaat uit het voltallige gezelschap van soevereine staten op het Europese continent. Beweging in deze sfeer komt hier uit het najagen van eigenbelang door staten. Ten tweede is er de binnensfeer dat het product is van de stichtingakte van de Europese Gemeenschap. Haar interne bewegingsprincipe is een idee van de toekomst, het ‘Europese project’. Ten derde onderscheidt van Middelaar een tussensfeer die tussen de gemeenschap en de staten ontstond. Deze tussenwereld bleef lang ongezien en is niet goed in juridische termen te vatten. De tussensfeer is de sfeer van de lidstaten. Beweging ontstaat hier net zoals in de buitensfeer door het najagen van het nationaal belang, maar eveneens uit het groeiend besef van gezamenlijk belang.

De binnen- en de buitensfeer worden vaak tegenover elkaar geplaatst. Daarbij heeft de binnenwereld de neiging allerlei bevoegdheden op te eisen, terwijl de buitensfeer huiverig is om delen van de soevereiniteit af te staan. De erkenning van een sfeer daartussen maakt het proces van de Europese integratie juist zo interessant. Deze sfeer kan de historische krachten van de buitenwereld verbinden met de kwaliteiten van de binnenwereld. Dit is de tussensfeer die door Van Middelaar wordt vergeleken met het vagevuur, dat zich in de Middeleeuwen innestelde tussen hel en paradijs. Volgens Van Middelaar hebben de drie sferen in de Europese politieke hier qua beleving wel iets van weg. De hel is de geopolitieke buitensfeer van oorlog en geweld, de hemel is de beloftevolle binnensfeer en het Vagevuur vormt de onverwachte schepping van de Europese politiek, de tussensfeer van de lidstaten. Dit perspectief op het Europese project wordt meegenomen in het verhaal van Europa, dat wordt gevat in de boekdelen die de titels ‘het geheim van de tafel’ en de ‘lotswisselingen’ dragen.

De interactie tussen de sferen wordt op verschillende manieren geïllustreerd. De kredietcrisis is een van de vele wijzen waarop duidelijk wordt dat de binnensfeer niet geschikt is om op gebeurtenissen in de buitenwereld te reageren. De Europese Commissie werd in dit geval becommentarieerd omdat zij geen initiatief nam. De praktijk van de crisis was echter niet in te passen binnen de kaders van de bevoegdheden van de Commissie. De Franse president Sarkozy, op dat moment de voorzitter van de Europese Raad, nam daarom het heft in handen. Hij riep in oktober 2008 enkele van zijn collega’s bijeen om de crisis te bezweren. Het selecte gezelschap uit de buitenwereld bestond uit de Duitse Bondskanselier Merkel, de Britse premier Brown, en de Italiaanse premier Berlusconi. De binnensfeer nam eveneens deel aan dit overleg. Drie vertegenwoordigers van Europese instellingen namen plaats aan tafel: namelijk Commissievoorzitter Barrosso, centrale bankier Trichet en Voorzitter van de Ministers van eurolanden Juncker. De tussensfeer werd subtiel zichtbaar tijdens de afsluitende persconferentie. De vier regeringsleiders zaten achter een nationaal plus Europees vlaggetje, de laatste drie alleen achter een Europees vlaggetje. Deze subtiliteit is moeilijk vatbaar voor de Europese burger. Deze kan niet goed begrijpen dat nationale politici een Europese rol spelen. Ze spreken namens Europa maar ook namens hun eigen land. Dit maakt de tussensfeer moeilijk vatbaar, maar door de dubbele pet is juist de functie van deze sfeer van het grootste belang in de passage naar Europa.

Van Middelaar staat in de eerste twee delen van zijn boek stil bij de talloze passagemomenten die hebben plaatsgevonden in de wording van Europa. Dit zijn kleine en grote passagemomenten zoals het Van Gend&Loos-arrest uit 1963 en de Lege Stoel-crisis van 1965. Na de Val van de Muur volgen de passagemomenten zich steeds sneller op. Het Verenigd Duitsland moest worden opgenomen in de Europese Unie, en na het Verdrag van Maastricht werd Europa gedwongen om zich verder te ontwikkelen door nieuwe uitdagingen die zich voordeden (zoals de oostelijke uitbreiding). Nieuwe verdragen leverden left overs op die in een volgend Verdrag moeten worden opgelost.

De passagemomenten komen voort uit de situatie waarin de Unie zich verkeert. Zo vormt 11 september een belangrijke spiegel voor Europa. Versplintering van het Europese continent was in het licht van de nieuwe veiligheidsdreigingen geen optie meer toen de Amerikaanse veiligheidsparaplu ineens lek bleek te zijn. Europa kon echter de crisissituatie niet goed aan. De Belgische premier Guy Verhofstadt in zijn rol van roulerend Raadsvoorzitter moest op persconferenties meermaals toegeven dat hij president Bush nog niet aan de telefoon had gekregen. De medewerkers van het Witte Huis die hem moesten doorverbinden wisten niet wie de Belg was. Van Middelaar omschrijft in zijn boek zo een veelvoud van verhalen rondom de passagemomenten van Europa. Daarbij roemt hij veelal de betrokken politici voor hun tact en wijst hij de lezer op de vernuftigheden van de Europese verdragsteksten.

Het derde en laatst deel van het boek voert de zoektocht naar het publiek. Europa heeft grote moeite om de Europese bevolking bij haar project te betrekken. Politici kunnen maar geen brug slaan naar het Europese publiek. De Europese lidstaten hebben sinds 1950 verschillende publieksstrategieën ingezet om hun bevolkingen bij de Europese Gemeenschap te betrekken. Er werden verkiezingen georganiseerd, subsidies en prijzen ingesteld, er kwamen een vlag en volkslied, er werd nagedacht over helden, over het bieden van bescherming aan burgers en nog veel meer. Dit is echter niet het hele verhaal. Parallel aan de zoektocht naar een Europees publiek wilden de nationale lidstaten voorkomen hun eigen nationale publiek te verliezen.

De zoektocht naar een Europees publiek wordt door Van Middelaar uiteengetrokken over de Duitse, Romeinse en Griekse sfeer. Dit zijn de strategieën van ‘ons volk’, ‘in ons voordeel’ en ‘onze zaak’. De Duitse sfeer kent elementen die gelijkenis vertonen met het nationalisme dat ontstond in de Duitse Romantiek. Het is de strategie van de gezamenlijke Europese identiteit. Van Middelaars beschrijving van de discussie over invulling van de beide zijdes van de eurobiljetten brengt enige hilariteit met zich mee net zoals de introductie van de Europese vlag. De blauwe achtergrond met de twaalf gele sterren is officieel namelijk geen vlag, maar slechts een logo. Dit logo kan op allerlei zaken worden afgedrukt, zo ook op een vlaggendoek. De Romeinse strategie handelt hoofdzakelijk over de bescherming, vrijheid en de voordelen die Europa de burger kan opleveren. De voordelen voor de burger variëren van steun aan arme regio’s tot het bieden van de mogelijkheid om in andere lidstaten te wonen, werken en studeren. Deze strategie resulteerde echter in een averechts publiek geluid, waarbij vooral de nadruk op de nadelen van deze mogelijkheden kwam te liggen. Zo had het Brusselse beleid er bijvoorbeeld toe geleid dat de Poolse bouwvakkers ervan werden beschuldigd ‘onze banen’ af te pakken. De Griekse en laatste strategie is gebaseerd op datgene dat het moeilijkst is te verwezenlijken. Het is datgene waarin het publiek zichzelf in moet ontdekken. Het publiek moet beseffen dat het een zaak is waarvan men denkt ‘dit gaat ons aan’. Deze strategie moet haar waarde nog bewijzen.

Ondanks de drie grote publieksstrategieën van de Europese politiek blijft het publiek aarzelen. Het wantrouwt Brussel als een zichzelf aandrijvende machine, die vertrouwde politieke vormen maltraiteert. Het zal pas geboeid raken wanneer het Europa zoekt als gezamenlijk antwoord op een grote geschiedenis. De Europese parlementsverkiezingen hebben nogmaals bevestigd dat het hebben van een parlement niet vanzelf leidt tot een sterkere band tussen publiek en politiek. Dit komt mede doordat de Europese politiek consensusgericht is. Ideologische en politieke breuklijnen tussen links en rechts, arm en rijk, tussen noord en zuid worden weggedempt in de techniek en in het compromis. Alleen als er wordt gestreden om winst of verlies wordt het publiek als een meelevend koor het spel ingezogen. Maar er is geen overwinning in het politieke spel van Europa. Europa lijkt daarmee meer te gaan over de spelregels dan over het politieke spel zelf. Dat boeit niet.

Wat het publiek wel kan boeien zijn de nationale politici. De nationale spelers maken in de tussensfeer de dienst uit. In laatste instantie wordt de Europese politiek dan ook gedragen door het veelvoudige nationale publiek. Pas wanneer behalve de spelers ook de leden van het koor hun individuele dubbelrol beseffen, kan een passage naar Europa worden voltooid.

Van Middelaar wilde aanvankelijk onderzoek doen naar de rol van pensioenfondsen in Europa. Begin 2001 had hij in Brussel een oriënterend gesprek met eurocommissaris Frits Bolkestein. Uiteindelijke leidde dit ertoe dat hij van 2002 tot 2004 een van diens persoonlijke medewerkers werd. Toevalligerwijs viel zijn eerste werkdag samen met het begin van de Europese Conventie, die onder leiding van de voormalige Franse president Valéry Giscard d’Estaing het ontwerp voor de Europese grondwet opstelde. Zo bepaalde het lot dat Van Middelaar kon worden gevangen door de Europese sferen, die uiteindelijk hebben geleid tot een briljante uiteenzetting van de essenties van het Europese project.


Recensie door Elsa Schrier



Deze recensie verscheen in JASON Magazine. Stichting JASON werd in 1975 opgericht door een aantal jongeren om te voorzien in een duidelijke behoefte aan evenwichtige informatie over internationale veiligheidsvraagstukken. De afkorting JASON staat voor Jong Atlantisch Samenwerkings Orgaan Nederland.

Luuk Van Middelaar, De passsage naar Europa, Historische Uitgeverij, 2009

Links
http://www.stichtingjason.nl/node/371
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties'. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be