Dit is een vreselijk boek. Het is een schitterend boek, maar jammer genoeg ook bijzonder ontluisterend voor de figuur waarover het gaat, en voor het instituut van de Rooms Katholieke Kerk. Als je op een rijtje zet wat Verhofstadt hier allemaal aan feitenmateriaal heeft verzameld en tegelijk in het oog houdt dat invloedrijke kringen in het kerkinstituut bezig blijven om de vroegere paus als rolmodel of groot kerkvorst de geschiedenis te laten ingaan door hem heilig te verklaren, dan word je een beetje bang. Bang voor de toekomst wanneer blijkt dat de onverzettelijkheid van het groot gelijk over vele, vele lijken toch moet blijven zegevieren en dat een manifeste misdaad tegen de mensheid dat niet zal mogen verhinderen. Let wel, paus Pius XII is zelf geen massamoordenaar in deze fase van de geschiedenis van zijn instituut, maar de ‘hoge waarde van de plicht tot spreken’ is in heel dit dossier rond de concentratiekampen zeer duidelijk en bewezen ontkend door de paus en zijn entourage. De auteur put zich uit om aan te tonen dat het Vaticaan en de paus zelf wel degelijk en dit minstens vanaf 1941 goed geïnformeerd waren over de uitroeiingsintenties en de reële vernietigingspraktijken van het nazi-regime, en herhaaldelijk geweigerd heeft om het grote morele gezag dat toen (en in mindere mate nu) aan het pauselijke statuut hangt te gebruiken om zich uit te spreken tegen Hitler of het nazisme. De ‘bewijslast’ is indrukwekkend. Erger nog, in zijn laatste hoofdstukken geeft Verhofstadt aan dat tot op vandaag enige ernstige verontschuldiging vanwege de RKK voor haar eigen kerkleider en voor de eeuwenlange geschiedenis van antisemitisme uitgebleven is. In dat licht is de mogelijke heiligverklaring van Pius XII een onaanvaardbare weg die tot een ‘morele kortsluiting’ zou leiden: ‘ze zou aangeven dat stilzwijgen over wandaden waarvan men kennis heeft en die men op een of andere manier kan verhinderen of verhelpen ethisch verantwoord is’ (p. 411). Een recente encycliek van Benedictus XVI wordt in dit licht zelfs ergerlijk: in de traditie van de politiek na Wereldoorlog I (met de instorting van het grote katholieke Habsburgse rijk) wordt verder gekozen voor de weg van de bekering van de Joden (die daardoor ‘verlost’ moeten worden), de strijd tegen de secularisering en zelfs de bewuste aanval tegen ‘het probleem van de democratie’ (p. 418), waarbij communisme en securalisme (met liberalisme) als vijanden worden gezien, en autoritaire regimes in de praktijk van de voorbije eeuw als potentiële bondgenoten gelden. Het boek is dus een fundamentele studie, zoals blijkt uit mijn inleiding. Het historisch onderzoek legt massa’s feiten bloot, vaak aan de hand van documenten uit eerste hand: van de Duitse leiders uit de nazi-tijd, van het Vaticaan en van tijdgenoten van toen. De auteur gaat daarbij zeer grondig tewerk. De discutabele analyses van historici die met veel lawaai als autoriteit worden opgevoerd (zoals Burleigh), maar in de praktijk verhullend en soms zelfs verdraaiend schrijven, worden gedetailleerd en onderbouwd tegen het licht gehouden en waar nodig naar de prullenmand verwezen. Dit is knap werk. Wat me echter als humanist het meest aanspreekt is dat de auteur zijn analyse in een cultureel, politiek en levensbeschouwelijk kader plaatst dat tot vandaag zijn relevantie niet verliest: onze rechtstaat is de enige garantie om de barbarij van toen niet opnieuw te moeten beleven, en het systematisch ontwijken of verhullen, wegkijken of selectief dulden van regels en feiten is kwalijk voor de hele constructie van de democratische rechtstaat. Verhofstadt toont hoe een belangrijke instelling zoals de Roomse Kerk in dit dossier precies die weg opgegaan is, en dat tot nu niet wil toegeven en corrigeren. Hij organiseert daarbij helemaal geen ‘heksenjacht’ op Pius XII. Integendeel, hij tracht begrip op te brengen voor sommige keuzen (en vooral niet-keuzen) door te verwijzen naar vrees voor het voortbestaan van de Kerk in Duitsland, of vrees voor het communisme of nog vrees voor de vernietiging van het Vaticaan. De prijs die daarvoor betaald werd is echter onmenselijk en op geen enkele manier ethisch verantwoordbaar. Vandaag moet het instituut de menselijke faling, ook in de figuur van de vroegere paus, toegeven en de medeplichtigheid aan een onvoorstelbare misdaad bespreekbaar maken, en de mogelijke heiligverklaring van Pius XII staat symbool voor net het tegendeel. De reactie in ondemocratische kringen kan dan ook niet anders zijn dan hierin een vrijbrief te zien voor onethisch gedrag, omdat de hoogste ethische autoriteit voor de gelovige katholiek (en voor vele anderen) bij wijze van spreken als voorbeeld kan gelden dat antisemitisme en andere overtredingen van wat tegenwoordig Mensenrechten heet, vergoelijkt en zelfs beloond kan worden op termijn. In mijn analyse is het boek een belangrijke bijdrage aan de emancipatie van burgerschap in een seculiere maatschappij: we moeten leren inclusief te redeneren, en ons minstens bewust zijn van de exclusie die besloten ligt in particuliere tradities en in gelijk welk ‘groot gelijk’. Dat wil zeggen, de mensheid in al haar diversiteit is het ijkpunt voor onze belangrijke keuzen, en niet de lokale, in tijd en ruimte beperkte uitgangspunten van één geloof, één traditie, één volk. Het fameuze principe van de onfeilbaarheid van de paus (sinds 1870) dat ook aangehaald wordt in het boek, maakt het voor het instituut van de Roomse Kerk extra moeilijk om inclusief te denken over de mensheid als divers en feilbaar. Aan de andere kant is dit de enige optie voor de toekomst, die een duurzame en relatief vredevolle samenleving op deze ene en beperkte aarde mogelijk maakt. De historische uitklaring zoals door Verhofstadt gebracht, is een belangrijke stap op de weg naar leren omgaan met verschillen door zichzelf als ethisch verantwoordelijk en feilbaar te zien. Humanisten, van socialistische, liberale of ecologische signatuur, gaan die moeilijke weg op. Aan de gelovigen moeten we dringend vragen hetzelfde te doen. Een boek zoals dit is daarbij een instrument voor bewuste verwerking van een deeltje van ons verleden. Hopelijk grijpt het instituut van de Rooms Katholieke Kerk dit boek aan om het ernstig te bespreken. We kunnen verder zelf als humanisten bewerkstelligen dat meer van dergelijk werk zou verschijnen, want dit zijn tekenen van grote beschaving.
Dirk Verhofstadt, Pius XII en de vernietiging van de Joden, Houtekiet, 2009 (tweede druk), 512 p, €19.95 Dirk Verhofstadt Linksmailto:Hendrik.Pinxten@UGent.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|