Vlaanderen Wallonië, je t’aime moi non plus

boek vrijdag 17 november 2006

Rudy Aernoudt

De actualiteit werd recent weer beheerst door schandalen in Wallonië. Ook al braken enkele van deze schandalen nog vlak voor de verkiezingen uit en spelen ze zich allemaal af in dezelfde politieke kringen, toch strafte de Waalse kiezer op 8 oktober de heersende partij in Wallonië, namelijk de PS, niet af. Het onbegrip in Vlaanderen stijgt, maar niet bij iedereen.

Met de veelzeggende titel Vlaanderen, Wallonië, je t’aime moi non plus zorgde dit boek reeds voor enige deining in de media. Een Vlaming, een liberaal, die zich verzet tegen de afscheuringsdrang en het negativisme over de Walen dat zich de laatste jaren in Vlaanderen meer en meer manifesteert is bijna ongehoord. Rudy Aernoudt is echter de geknipte persoon om over dit onderwerp te spreken. Niet alleen houdt hij zelf van de enige controverse, maar is hij ook een van de weinige en misschien wel de enige in het huidige politieke en economische landschap die de nodige ervaring heeft aan beide kanten van de taalgrens om tot een dergelijk inzicht te komen.

Rudy Aernoudt was hoofdeconoom bij de Europese Commissie toen hij in 2001 door Waals minister van Economie Serge Kubla (MR) als kabinetschef werd aangetrokken. In 2003 stapte hij over naar het kabinet van federaal minister van Economie Fientje Moerman (VLD). Een jaar later volgde hij Moerman toen ze dezelfde portefeuille in de Vlaams regering kreeg. Sinds 1 september staat hij aan het hoofd van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid. Ook hier ging zijn streven naar een efficiënter gebruik van overheidsmiddelen niet onopgemerkt voorbij.

Een inefficiënte overheid is dan ook een grotere kost voor elke Vlaming dan de middelen die van Vlaanderen naar Wallonië gaan. Internationaal onderzoek toonde aan dat er een duidelijke correlatie bestaat tussen de professionaliteit van de overheid en de economische ontwikkeling van een regio. De Belgische overheden zouden dezelfde output kunnen genereren met 66% van de middelen die zij daar vandaag voor inzet. De inefficiëntieverspilling van 34% of omgerekend 16% van het Bruto Binnenlands Product, overtreft ruimschoots de transfers. Drie euro per dag: dat is wat iedere Vlaming betaalt voor zijn Waalse broeders. Schande roepen de énen, uiting van solidariteit roepen weer anderen. Veelal worden dergelijke stellingen ingenomen zonder de situatie in beide landsdelen te kennen. In dit boek worden de relaties tussen Vlamingen en Walen zo objectief mogelijk geanalyseerd

De auteur zet in eerste instantie de bestaande clichés in een ander daglicht en gaat daarna over naar een overzichtelijke samenvatting van de realiteit. Een Waal is niet lui stelt de auteur. In de eerste plaats is het moeilijk om over Wallonië te spreken als één geheel, de regionale verschillen zijn er intern net zo groot als binnen Vlaanderen. Ten tweede laten de structuren echter niet toe om dit te uiten en wordt de ondernemingszin gefnuikt. Een wissel van de macht zou zuiverend werken, maar aangezien drievierde van de kiezers van de PS werklozen zijn lijkt het niet zo eenvoudig om deze cirkel te doorbreken.

De cijfers zelf zijn voor de mensen die hier enigzins mee vertrouwd zijn niet nieuw, maar het is de eerste keer dat ik ze op een overzichtelijke en duidelijke manier zag weergegeven. Niet één enkel cijfer wordt geciteerd en daar de nodige conclusies aangehangen, maar alle relateerde cijfers worden in een samenhangende context naar voor gebracht en conclusies worden niet enkel op de huidige situatie gebaseerd. Vlaanderen evolueert en de uitdagingen van de toekomst worden dan ook niet ontweken. Ook andere heikele thema’s zoals de loononderhandelingen, de perverse ondernemingssubsidies, de aanpak van de werklozen en de belabberde economische toestand van Wallonië worden in dit boek niet geschuwd. De afwisseling van de naakte cijfers met anekdotes (uit het leven gegrepen) maken het boek licht verteerbaar. De titel geeft reeds aan dat de relatie tussen de beide regio’s niet zo eenvoudig zijn en misschien zelfs een stuk gebaseerd op misverstanden.

Het boek is zeker geen pleidooi voor een herfederalisering van bepaalde bevoegdheden, in tegendeel, de auteur stelt een concrete aanpak van de verschillende uitdagingen die op ons afkomen voor. Zoals een betere samenwerking tussen de regio’s (zonder de federale overheid) de ruimte biedt om eigen accenten te leggen en toch de nodige synergieën te creëren. In een volwassen federale staat is dit ook mogelijk. Aernoudt maakt dit duidelijk met naar het voorbeeld te verwijzen van de buitenlandse handel, waar de drie gewestelijke agentschappen belast met het bevorderen van internationaal ondernemen eind vorig jaar een samenwerkingsakkoord afsloten. Hierin werd afgesproken om in het buitenland in een aantal geselecteerde landen samen te werken om de middelen optimaal in te zetten. Het buitenlands netwerk waar elke Vlaamse ondernemer beroep op kan doen werd hierdoor uitgebreid met 17 posten.

Het boek is volgens mij eerder een oproep aan de Vlamingen om zich niet blind te staren op de huidige, en zoals dit boek zal aantonen, minimale verschillen, met Wallonië, maar indien wij vooruit willen gaan moeten wij ons durven meten aan de best presterende regio’s in Europa en streven naar het dichten van die kloof. Vlaanderen, waar wachten we nog op?


Recensie door Katrien Leinders

Rudy Aernoudt, Vlaanderen Wallonië je t'aime moi non plus, Roularta Books, 2006

Rudy Aernoudt

Links
mailto:katrien_leinders@hotmail.com
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be