Na de machtswisseling in het Witte Huis en het Amerikaanse Congres rest er voor progressieve Amerikanen nog één conservatief bolwerk: het mediaconglomeraat News Corporation van de controversiële 77-jarige mediatycoon Rupert Murdoch. Journalist Michael Wolff maakte met The Man Who Owns the News: Inside the Secret World of Rupert Murdoch een portret van deze bijna sympathieke, maar onpeilbare straatvechter, die aan het einde van zijn leven verrassend soft zou kunnen worden. Sterke, onafhankelijke media geven een democratie zuurstof. De Amerikaanse democratie, weliswaar flink opgeveerd met Barack Obama’s historische zege, hapt volgens vele critici nog flink naar adem. De opkomst van de grote, uniforme mediabedrijven, die vooral dingen naar de gunst van de aandeelhouder, was funest voor het lokale- en buitenlandse nieuws en de onderzoeksjournalistiek. Daarbij is de onafhankelijkheid van sommige media soms ver te zoeken, waarbij vooral het rechtse Fox News, Murdochs tv-station, de boeman is. Was het niet Fox dat Bush in 2000 nog vroegtijdig tot winnaar uitriep en daarmee de uiteindelijk uitslag beďnvloedde? Steunde Fox niet openlijk de Irakoorlog? En maakte Fox Obama niet meermaals uit voor terrorist? Fox’ slogan ‘The most powerful name in news’ spreekt boekdelen. Murdochs machtige News Corporation heeft naast Fox News nog tientallen roddelbladen, kranten, tv-stations, filmstudio’s, uitgevers en internetbedrijven. Ondanks zijn leeftijd bouwt Murdoch nog steeds dag en nacht aan zijn imperium in zijn typische stijl: Murdoch is een rücksichtslose straatvechter, verslaafd aan succes, wars van deontologie. Het journalistieke establishment ziet in hem de antichrist. Journalist Michael Wolff van het blad Vanity Fair besloot zijn oordeel over Murdoch te staven en sprak meer dan 50 uur met hem, collega’s en familie. Wolff beschrijft hem als een vat vol tegenstrijdigheden: Murdoch is aartsconservatief, maar een progressieve kosmopoliet; uit op wereldheerschappij, maar tegen grandeur; internetvisionair, maar digibeet; zit overal bovenop, maar is altijd afwezig. Aan de hand van Murdochs meest onwaarschijnlijke overname uit zijn leven, die van de respectabele The Wall Street Journal in 2007, wordt duidelijk dat de gevreesde tycoon aan het einde van zijn leven misschien stilaan tot inkeer komt. Professionele outsider Rupert Murdoch wordt geboren in 1931 in Australië als zoon van de rijke kranteneigenaar Keith Murdoch. Zijn ‘carričre’ als professionele outsider begint op de strenge kostschool waar hij maar niet kan en wil aarden, en aan de Oxford universiteit waar Murdoch zich verzet tegen de Britse elitaire gebruiken. Als zijn vader in 1952 overlijdt, keert Murdoch terug om een geërfde lokale krant in Adelaide te gaan runnen. Het mediaconglomeraat News Corporation is geboren. Met de winst van zijn eerste krant koopt hij al snel andere lokale kranten en bladen op. In tien jaar tijd vestigt hij definitief zijn naam met de oprichting van de eerste nationale krant van Australië, The Australian. In 1968 breidt hij zijn actieradius uit tot Groot- Brittannië, waar hij als outsider met de tabloid The SunThe Sun steunde de Falklandoorlog in 1982 met anti-Argentijnse koppen als ‘Stick It Up Your Junta!’. Tijdens de Britse parlementsverkiezingen van 1992 koos The Sun openlijk voor de rechtse kandidaat John Mayor en claimde zijn uiteindelijk overwinning. Later zou The Sun achter Tony Blair staan, met wie Murdoch een persoonlijke band heeft. Ook Murdochs anti-Europese houding vond zijn weg in The Sun. Met leuzen als ‘Up Yours, Delors’ and ‘Bent Bananas from Brussels’ wakkert The Sun tot op vandaag de Britse euroscepsis aan. Hier speelt weer die tegenstrijdigheid van Murdoch. Hij wil politieke invloed uitoefenen maar heeft niet echt één overtuiging. Overtuigingen of idealen wijst Murdoch van de hand als sentimentele opsmuk. Dat geldt ook voor de journalistiek. Zijn adagium: als je kranten verkoopt, moet je dat gewoon doen en het niet mooier maken dan het is. En met die verkoop zat het bij The Sun wel goed: het leverde jaarlijks miljoenen dollars winst op waarmee hij zijn imperium verder kon uitbouwen. Murdoch, in 1985 Amerikaans staatsburger geworden om tv-zenders te kunnen beginnen in de Verenigde Staten, maakt de oversteek. Wat met The Sun lukt, lukt hem als buitenbeentje niet met The New York Post. Murdoch verandert de eens zo vrijzinnige kwaliteitskrant weliswaar in een conservatief roddelblad, maar moet er wel tot 50 miljoen dollar per jaar op toesteken, pakkende koppen als ‘Axis of Weasels’ tijdens de Franse en Duitse weerstand tegen de oorlog in Irak ten spijt. Met Fox News krijgt hij pas echt voet op Amerikaanse bodem. Fox is in no time in 85 miljoen Amerikaanse huizen te ontvangen. Net als bij The Sun is de koers conservatief en pro oorlog. Fox zal Amerika 24 uur per dag injecteren met roddels, angst, plezier en patriottisme. Het Amerikaanse medialandschap bestaat vanaf dan uit twee volstrekt gescheiden werelden. De ene wereld is die van de gevestigde media, zoals The New York Times en The Wall Street Journal, en nieuwszenders als MSNBC en CNN. Daar regeert de elite, de journalistieke top met Pulitzerprijs-winnende verhalen. Daar gaat het om de romantiek van de waarheidsvinding, de controle op de macht en de verheffing van het volk. Er is alleen steeds minder geld en journalisten zijn er allerminst zeker van werk. In de wereld van Murdochs News Corporation regeren de aandeelhouder en de consument. Hier is het net de romantiek van het winnen, van commerciële successen scoren en snel doorgaan zonder achterom te kijken. Geen vragen stellen, geen sentimenteel gewauwel over principes, maar plezier maken. Murdoch geeft de financiële armslag waardoor journalisten die voor Fox werken zich veiliger, rustiger en gelukkiger voelen dan hun collega’s bij de gevestigde orde. Fox is een familie waarin je je leven lang kan blijven, en vaak wel moet blijven omdat de andere wereld je nooit meer toe zal laten. Het establishment en Murdochs media leveren veel slag, maar leiden voorts een gescheiden leven. Murdoch blijft de outsider. De onwaarschijnlijke overname Maar dan zet Murdoch in 2007 opeens zijn zinnen op de Dow & Jones Company en diens The Wall Street Journal, waar hij al lang een oogje op had. De twee werelden botsen frontaal op elkaar. The Wall Street Journal begon in 1882 met de journalisten Charles Dow en Edward Jones. Vanuit het souterrain van een snoepwinkel in Manhattan verspreidden ze handgeschreven financieel nieuws. De krant groeide uit tot een rechtse kwaliteitskrant (33 Pulitzer-prijzen op de sokkel). Met 1,8 miljoen lezers is ze de op een na grootste krant van de VS. De redactie bleef, hoewel ze over bedrijven schreef, altijd strikt journalistiek opereren. Objectieve berichtgeving en opinie waren gescheiden, waardoor The Wall Street Journal te boek stond als zeer betrouwbaar. In mei 2007 doet Murdoch de familie Bancroft, die een meerderheidsbelang in Dow & Jones heeft, het bizar hoge bod van 60 dollar per aandeel – de koers schommelt op dat moment rond 35 dollar. Meteen vrezen de familie en de redactie voor de betrouwbaarheid van de krant. Wolff reconstrueert prachtig hoe Murdoch dissidente Bancrofttelgen en Dow Jones-bestuurders tegen de familie opzet. Uiteindelijk keurt de familie de deal goed, verblind en verdeeld door het geld, met een flinterdun en onhoudbaar akkoord over de redactionele onafhankelijkheid. De uitgever probeert de lezers van The Wall Street Journal nog gerust te stellen met een open brief waarin hij zegt dat de krant ‘eerlijk, intelligent en onbevooroordeeld’ zal blijven en dat Murdoch ook wel inziet dat redactionele bemoeienis van zijn kant de krant de das om zal doen. Enig antecedentenonderzoek van de Bancrofts zou echter leren dat Murdoch bij de aanschaf van de Britse The Times en de Sunday Times in 1981 gelijksoortige beloftes deed, maar direct een conservatieve Thatcher-vriendelijke koers ging varen, redacteuren ontsloeg of openlijk aan de schandpaal nagelde. Wie Murdoch kent, weet ook dat hij het liefst dagelijks met ‘zijn’ editors belt en verhalen probeert te pluggen. Wolff zegt dat Murdoch stomverbaasd is dat iedereen er ondanks alles opnieuw intuint. Op dit cruciale punt in zijn leven is het jammer dat Wolff Murdoch niet letterlijk citeert en te veel tussen hem en de lezer inzit. De grote vraag bij het krankzinnige bod op The Wall Street Journal is of Murdoch de journalistieke elite wil dwarszitten, gewoon roekeloos is of dat hij daadwerkelijk begaan is met de krant. Het laatste is mogelijk. Binnen enkele maanden na de overname werd de inhoud van The Wall Street Journal weliswaar iets gewijzigd (er is meer aandacht voor politiek, cultuur en sport) en nam een hoofdredacteur ontslag. Maar er zijn ook tekenen dat Murdoch de krant juist staande probeert te houden in een tijd waarin geschreven media als The New York Times in elkaar klappen. Gevestigde columnisten prijzen Murdochs inzet voor de krant. Zijn bod van 60 dollar per aandeel gaf misschien wel aan dat Murdoch uiteindelijk toch zijn overtuiging heeft gevonden: dat kranten moeten blijven. Die overtuiging kan voor The Wall Street Journal goed uitpakken. Murdoch kan de krant financieel uit de wind houden en de journalisten in alle rust hun werk laten doen. Mocht hij de noodlijdende The New York Times ooit steunen, iets waar hij tegenover Wolff meermalen over speculeerde, dan is Murdoch behalve een ramp toch óók een zegen voor de journalistiek. De tekenen van Murdochs inkeer zijn er: zijn bijna 40 jaar jongere (derde) vrouw Wendi Deng krijgt hem tegenwoordig mee naar feestjes in progressieve, gevestigde Fox-hatende kringen. Murdoch stemde afgelopen november zelfs, geheel tegen Fox News en The New York Post in, op Barack Obama. Aan Wolff merk je dat hij het jammer zou vinden als Murdoch zijn vossenstreken zou verliezen, maar voor de Amerikaanse democratie zou het een verademing zijn.
Michael Wolff, The Man Who Owns the News, The Bodley Head, 2008, 446 p., ISBN 9781847920232 Michael Wolff Linksmailto:paulteule@hotmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|