Wie gaat er dan de wereld redden?

boek vrijdag 27 november 2009

Rik Torfs

Rik Torfs is een actieve duizendpoot. Naast hoogleraar kerkelijk recht aan de Katholieke Universiteit Leuven, jurylid in De Slimste Mens ter Wereld en presentator van een paar televisieprogramma’s, is hij ook een politicus in wording. Hij overweegt alvast om bij de federale verkiezingen van 2011 kandidaat te zijn op een nieuwe, eigen lijst. En als eerste aanzet daartoe publiceerde hij het boek Wie gaat er dan de wereld redden? waarin hij in zijn gekende relativerende en ironische stijl zijn licht laat schijnen op het politieke bedrijf. En toch is dit niet het zoveelste politiek boek of boek van een politicus. Torfs maakt onmiddellijk duidelijk dat hij geen pasklare of definitieve antwoorden geeft, maar wel een denkwijze aanreikt om met de grote vragen van vandaag om te gaan. Het resultaat is dan ook eerder een originele gedachtegang over verschillende politieke en maatschappelijke onderwerpen die niet onmiddellijk tot de actualiteit behoren, maar wel wezenlijk zijn.

In een eerste bijdrage keert Torfs zich tegen de als vanzelfsprekend beschouwde uitspraak dat we geen individualisme maar meer solidariteit nodig hebben. Dat klinkt op het eerste zicht evident maar het klopt niet. Individualisme is geen egoïsme, wel het recht van elke mens om zelf invulling te geven aan zijn of haar leven. Het is een recht waarvoor in het verleden hard gevochten is tegen totalitaire ideologieën en de verzuiling in. De liberale filosoof Karl Popper bestreed in zijn boek De open samenleving en haar vijanden reeds de platoonse gedachte dat individualisme gelijkstaat met egoïsme en collectivisme met altruïsme. Dat amalgaam heeft geleid tot misvattingen die tot de dag van vandaag bestaan. ‘Wat we nodig hebben in onze samenleving is niet minder individualisme, maar juist meer, om precies op die manier aan de dreiging van een collectief egoïsme te ontsnappen’, schrijft Torfs. Het is pas als mensen echt vrij zijn dat ze ook echt solidair kunnen zijn, zoniet hebben we te maken met een vorm van ‘opgelegde’ solidariteit die volgens de auteur juist oorzaak is voor plantrekkerij en egoïsme.

Torfs klaagt trouwens de vormen van ‘schijnsolidariteit’ aan. Als voorbeeld verwijst hij naar de socialistische partijen van de jaren tachtig van de vorige eeuw, en in het bijzonder naar François Mitterand, die de mond vol hadden over le retour du coeur, maar deze holle frase enkel gebruikten als een middel om macht te veroveren. Deze slogan was een pervertering van echte solidariteit, aldus de auteur, en dat zag hij opnieuw opduiken bij de dubbelhartige actie van de Vlaamse universiteiten die hun lokalen openstelden voor de sans-papiers. Hun solidariteit duurde maar tot het duidelijk werd dat de asielzoekers weigerden om opnieuw te vertrekken. Als reden om de sans-papiers weer buiten te zetten haalde men de brandveiligheid aan, een drogreden. In diezelfde zin stelt Torfs ook vragen bij de veel gebruikte omschrijving ‘solidariteit’ bij stakingen. Die verschuiven vaak in de richting van regelrechte chantage. En het meest markante staaltje van een gebrek aan solidariteit was wel de afwijzende houding van de vakbonden tegenover werknemers uit Oost-Europa. ‘Beperkte solidariteit’, zo noemt Torfs het, die vaak leidt tot ‘het verdedigen van privileges voor een kleine groep’.

Al deze voorbeelden zijn voor Torfs een opstap naar een ruimer debat over de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid, een van de belangrijkste maatschappelijke thema’s van dit moment. Hij kiest duidelijk voor een pragmatische solidariteit waarbij het beschikbare geld wordt ingezet waar de ernst van de nood het grootst is, en het ‘bewust afbouwen van minder belangrijke of overbodige vormen van solidariteit’. Dat klinkt wat theoretisch, maar Torfs geeft het treffende voorbeeld van een jonge magistrate die, volkomen wettelijk en volgens de regels, de mogelijkheid kreeg een sociale woning te betrekken en die ver beneden de marktwaarde aan te kopen. In feite komt deze visie neer op het liberale adagium dat het geld moet vloeien naar diegenen die het echt nodig hebben, en dat we best wat vragen mogen stellen bij het huidige sociale zekerheidsstelsel. Tegelijk doet de auteur een appèl op de generositeit van het individu die binnen een flexibele wetgeving eigen keuzes moet kunnen maken om mensen die hem nabij zijn te helpen, al loert het paternalisme en de liefdadigheid hier wel kort achter de bocht.

In het deel over de krachtige roep naar normen en waarden, bepleit Torfs waakzaamheid. Hij stelt vast dat het wantrouwen tegenover ‘het vrije, het te vrije individu’ zienderogen toeneemt. Dat is heel terecht. Het boek De mythe van het vrije ik van CD&V huisideoloog Wouter Beke is daar een treffend voorbeeld van. Tekenend is de uitspraak van Beke dat een grote groep van mensen zich pas echt vrij voelt ‘wanneer anderen voor hen keuzes maken en wanneer zij bepaalde gedragspatronen gewoon kunnen overnemen’. Dit staat haaks op alle krachten die de emancipatie van de mens – in het bijzonder van vrouwen en kansarmen – willen bevorderen. Torfs spreekt zich alvast uit voor meer waarden die mensen met elkaar delen, zodat we minder normen moeten uitvaardigen. Die waarden bestaan immers op basis van vrijwilligheid terwijl normen worden opgelegd en de mens beroven van zijn autonomie, dus ook van zijn keuze om deugdzaam te zijn. In het verlengde hiervan verzet hij zich tegen de populistische roep naar een zero tolerance in de strijd tegen wetsovertredingen, waarbij hij erop wijst dat er minder overtredingen zouden zijn, mochten er minder wetten bestaan. Maar blijkbaar zijn politici als het ware gebiologeerd om steeds meer regels (normen) uit te vaardigen en houden ze zich al te weinig bezig met het stimuleren van de waarden.

De sterkte van Torfs is dat hij schijnbare evidenties op hun kop zet en het populistisch discours met genuanceerde standpunten countert. Zo keert hij zich tegen het huizenhoge cliché De gustibus et coloribus non disputandum (Over smaken en kleuren valt niet te redetwisten). Fout, aldus Torfs, we moeten dat juist wel doen want de ene is al mooier dan de andere, alhoewel er geen absolute zekerheid bestaat. Anders dan populisten die steeds goed menen te weten wat goed is voor mensen en de waarheid steeds in pacht schijnen te hebben, hecht Torfs veel waarde aan de twijfel. Die twijfel ziet hij trouwens als een onderdeel van onze Europese identiteit en vloeit voort uit de vreselijke ervaringen met de claims van de absolute zekerheid en zuiverheid die de totalitaire ideologieën in de voorbije eeuw ten toon spreidden. Kritiek is in die zin een noodzakelijke kracht, iets waarvoor populisten met hun hang naar het absolute huiverigachtig voor staan. In die zin moet Torfs niet veel weten van het zogenaamde ‘gezond verstand’ en het ‘buikgevoel’ van de burgers. ‘Gezond verstand begint doorgaans waar het verstand ophoudt’, aldus de auteur. Hij staat dan ook wantrouwig tegenover politiek die vanuit ideologische loopgraven wordt gevoerd. Hij kiest voor een andere weg, een denkmethode waarin ‘de kracht van de paradox’, ‘de verwerping van het relativisme’ en ‘de erkenning van onze relativiteit’ centraal staan. Non numeranda sed ponderanda sunt argumenta (Argumenten moeten niet geteld maar gewogen worden).

Wie gaat er dan de wereld redden? geeft geen pasklare politieke antwoorden. Het biedt wel een interessante kijk over hoe we naar politieke problemen moeten kijken. Torfs houdt die als een Rubikkubus in de hand en denkt na over alle mogelijke manieren waarop hij de kleurenvlakken in de juiste volgorde kan krijgen. Nu en dan geeft hij er een paar draaien aan, maar volledig egaal zullen de vlakken niet snel worden. Daar neemt hij geduldig zijn tijd voor in de wetenschap dat wie iets wil forceren, nooit het gewenste resultaat bereikt.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Rik Torfs, Wie gaat er dan de wereld redden?, Van Halewyck, 2009, 256 p., ISBN 9789056179502

Rik Torfs

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be