In een Spaanse bergdorpje woont de populaire pastoor Manuel Bueno die door zijn parochianen op handen wordt gedragen. Hij wordt zelfs als heilige gezien. Tegenover de ongelovige Lazaro bekent hij echter dat hij niet gelooft en dat hij een toneelstuk opvoert. Bueno gelooft heilig in de heilzame werking die het katholieke geloof heeft op de mensen en hij vervult de rol van sociaalwerker en weldoener. Over religie zegt hij: ‘De mijne is mij te troosten door de anderen te troosten, ook al is de troost die ik ze bied niet de mijne.’ Het is dankzij Bueno ‘pais en vree’ in het prachtige bergdorpje. De ongelovige, Lazaro, wordt zo geraakt door de bekentenis van Bueno, dat hij diens discipel wordt en zij zich samen inzetten voor het (geestelijk) welzijn van het dorpje. Maar Bueno lijdt onder het grote geheim en wordt erdoor verteerd. Bueno is, om een term van de New Atheist Daniel Dennett te gebruiken, een believer in belief. Bueno denkt dat het geloof een goede invloed heeft op zowel de sociale cohesie van het dorp als op het psychologisch welzijn van de parochianen. ‘Barmhartig bedrog’ noemt Bueno het: ‘Wat hier nodig is, is dat zij heilzaam leven, dat zij in eensgezindheid van gevoel leven; en met de waarheid, met mijn waarheid, zouden zij niet kunnen leven.’ Op de vraag waarom de mensen in het dorp geloven, antwoordt Bueno: ‘Weet ik het…! Het gelooft zonder het te willen, uit gewoonte, uit traditie. En het is van belang dat het in zijn gevoelsarmoede voortleeft, opdat het zich niet de martelingen van de luxe aanschaft. Zalig de armen van geest! De houding van Bueno werpt twee vragen op. Ten eerste, is het moreel te rechtvaardigen om mensen dom te houden ten behoeve van sociale cohesie en psychologisch welbevinden? Nee, het is paternalistisch om voor een ander te beslissen dat deze niet met de waarheid kan leven. En, ten tweede, hoeveel gelovige voorgangers zijn er die van hun geloof zijn gevallen, maar er desalniettemin aan vasthouden? In Nederland is er de atheïstische dominee, die eerlijk is over zijn ongeloof, maar desalniettemin de kerk als heilzaam instituut aanhoudt. ‘[…] en tenslotte bekende Bueno dat hij geloofde dat sommige van de grootste heiligen, wellicht zelfs de grootste van allemaal, zijn gestorven zonder te geloven in het hiernamaals.’ Ikzelf vraag mij ook altijd af hoeveel gelovigen echt geloven. Zou de paus echt geloven is die waanzinnige onzin? Ik kan het haast niet geloven. De Spaanse schrijver/filosoof Miguel de Unamuno (1864-1936) zet met deze novelle aan tot nadenken over geloof en de functie van geloof. Duidelijke antwoorden zijn echter voor handen: humanisme is een atheïstische levensbeschouwing waarbij zonder mythes getracht wordt goed samen te leven. Bueno was vast humanistisch raadsman geworden als hij in andere tijden, in een ander land had geleefd. Dat had hem een hoop onnodige wroeging gescheeld.
Miguel de Unamuno, San Manuel Bueno, heilige en martelaar, Papieren Tijger, Breda, 2002 (1930), vertaald uit het Spaans door Erik Coenen, 76 p. Miguel de Unamuno Linksmailto:florisvandenberg@dds.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|