Het boek der vaders

boek vrijdag 19 december 2008

Miklós Vámos

Wat weten we over onze voorouders? Hooguit beschikken we over een vergeelde portretfoto van onze overgrootouders. Sommigen hebben de stamboom van hun familie opgesteld die enkele honderden jaren teruggaan waarbij ze de geboorte- en sterfdata hebben ingevuld. In uitzonderlijke gevallen ook de woonplaats en het beroep. Maar wie onze voorouders enkele eeuwen geleden echt waren, hoe ze de turbulente tijden van de geschiedenis hebben doorstaan, waarom ze op deze of gene plaats gingen wonen, weten we niet. In feite weten we bitter weinig en verwordt het verleden tot een abstract element binnen het kader van de grote historische ontwikkelingen. Elke dag worden miljarden zaken vergeten zoals gebeurtenissen, houdingen tussen personen, gevoelens tegenover andere mensen en volkeren. Vergeten is niet altijd een manco maar vaak een voorwaarde om pijnlijke wonden uit het verleden te helen. Tegelijk houdt het een levensgroot gevaar in. Ondanks de toegang die we via internet hebben tot archieven, lijkt de kracht van het vergeten één van de gevaarlijkste tendensen van onze tijd. Vraag aan scholieren wat Auschwitz of de Goelag betekent en je krijgt een onthutsend gebrek aan kennis. Sommigen auteurs gaan daar met hun boeken als moderne Don Quichotes tegenin door de overlevenden van vreselijke gebeurtenissen in herinnering te houden. Ik denk aan Claudio Magris met zijn magistrale Donau, aan Amoz Oz en zijn Verhaal van liefde en duisternis, en aan Gyorgy Konrad en zijn Het verdriet van de hanen.

In Het boek der vaders beschrijft de Hongaarse auteur Miklós Vámos het levensverhaal van twaalf generaties mannen. Iedere eerstgeborene zoon van de familie Czuczor noteert in een oud en gehavend boek de belangrijke belevenissen en verbluffende visioenen, ieder in de stijl van zijn tijd. Uiteraard gaat het hier om fictie waarin niet alleen het leven van een familie op een dramatische manier in kaart wordt gebracht, maar ook driehonderd jaar Hongarije. Beter dan welk geschiedenisboek met een droge opsomming van data en plaatsen van feiten en gebeurtenissen, geeft dit verhaal inzicht in de complexiteit van het voormalige koninkrijk dat in de vijftiende eeuw zijn grootste bloei kende maar nadien door onderlinge twisten, de inval van de Turken en de Oostenrijkse heerschappij bijna ten onder ging. Tijdens de Eerste Wereldoorlog streed het land aan de kant van de Oostenrijkers die door de centrale mogendheden verloren werd. Door het verdrag van Trianon moest Hongarije nog eens twee derde van zijn grondgebied afstaan. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog liep het mis, vooral dan voor de Joden die finaal massaal werden afgevoerd naar het vernietigingskamp van Auschwitz-Birkenau. En nog was de rampspoed niet voorbij. Na de oorlog werd het land in het communistische Oostblok van Stalin gedwongen. De bevolking kwam in 1956 massaal in opstand maar die werd bloedig neergeslagen, waarbij veel Hongaren het land ontvluchten, ondermeer naar de Verenigde Staten. Pas in 1989 werd Hongarije weer een vrije, democratische republiek en kon het in 2004 aansluiting vinden bij de Europese Unie.

Miklós Vámos begint zijn verhaal in 1705 als de Czuczor-drukkersfamilie gedwongen wordt te vluchten nadat het Habsburgse leger de opstand voor Hongaarse onafhankelijkheid onderdrukt heeft, een thema dat in de daaropvolgende decennia voortdurend blijft terugkeren en waar verschillende van de protagonisten bij betrokken raken. Frans II Rákóczy leidde van 1703 tot 1711 de bekendste Koeroetsen-opstand waarbij de grootvader uit het verhaal van Miklós Vámos sterft maar die door zijn kleinzoon Kornél Csillag als bij wonder wordt overleefd. Die laatste kan het dagboek van zijn grootvader redden en zo begint Het boek der vaders waarin de twaalf opeenvolgende generaties elk hun levensloop beschrijven. Ze hebben het over hun liefdes, hun verwachtingen, hun geluk, hun verdriet en de ondergang van elke familie. Zo gaat het boek over van de ene naar de volgende generatie. Het verhaal zelf is geen harmonisch continuüm, maar een steeds opnieuw herbeginnen waarbij de eerstgeborenen hun eigen, specifieke talenten moeten gebruiken om te leven en te overleven, de ene al met meer succes dan de andere. Wel hebben ze bijna allen één gemeenschappelijk kenmerk, ze hebben de merkwaardige aanleg om in het verleden te kunnen kijken, en sommigen zelfs vaag in de toekomst. Dat lijken interessante talenten maar dat zijn ze doorgaans niet. Integendeel, vaak doorkruisen die inzichten een vreedzaam en gelukkig leven waardoor de betrokkenen in hun ongeluk lopen, meer dan eens met een gewelddadige afloop die het gevolg is van nationalistische of religieuze oorzaken of, slechter nog door een combinatie van beide.

Dat heeft mee te maken met de ingrijpende beslissing van de derde protagonist in het midden van de achttiende eeuw om te huwen met een Joods meisje. De christelijke predikant weigert de ‘voortreffelijke christelijke jongeman’ echter in de echt te verbinden met iemand die behoort tot het volk van de Godsmoordenaars. István wordt daarop een Jood, waarna hij al snel geconfronteerd raakt met het antisemitisme van de lokale bevolking en uiteindelijk sterft tijdens een pogrom. En zo gaat het generatie na generatie verder. Doorgaans een lijdensweg waarin de opeenvolgende eerstgeborenen in de draaikolk van opflakkerend nationalisme, afkeer voor de Duitse taal en dodelijk antisemitisme verzeild raken, ondanks hun doorgaans leergierige aard en bijzondere talenten waardoor ze er steeds in slagen weer iets op te bouwen, maar het moeilijk of niet kunnen vasthouden voor hun kinderen en kleinkinderen. Even opmerkelijk is de tweeslachtigheid van de opeenvolgende vaders die voortdurend op zoek zijn naar een veilige plek en tegelijk willen terugkeren naar hun roots, hierbij geholpen door het dagboek en aangemoedigd door hun verwanten. ‘De weg naar je geluk bepaal je zelf. Ik wens je toe dat je een plek zult vinden die bij je begaafdheden past’, zo schrijft de moeder aan de zesde opvolger. Hij belandt in een schijnbaar vredig dorp in het dal van Tokay, de bekende wijnstreek, en maakt er deel uit van een welvarende familie van wijnbouwers. Tot ook hier een pogrom zorgt voor vernieling en doodslag.

Dat maakt dat de opeenvolgende vaders ambivalent staan tegenover hun joods-zijn. De achtste protagonist ziet trouwens nog meer onheil in de toekomst: ‘een wereldbrand’. Uiteindelijk volgen de Jodenwetten van de jaren dertig van de twintigste eeuw waarna enkele jaren later zowat alle familieleden ten onder gaan in de gaskamers van Auschwitz-Birkenau. Honderdduizenden Joden werden in 1944 massaal afgevoerd naar de kampen. Er blijft (ter wille van het verhaal) maar één eerstgeboren zoon meer over. ‘Hij had geen ouders meer, geen broers, geen grootouders, geen tantes, ooms, neven of nichten. Vrienden uit zijn kindertijd waren er niet meer.’ Dit voorval vormt een breuk in het boek. De lijn tussen verleden en toekomst lijkt plots doorgeknipt. Alleen met een vernuftige vondst slaagt Miklós Vámos erin ook de laatste delen van zijn kroniek geloofwaardig te houden. Er waren immers Joden die de Holocaust overleefden, maar dan terechtkwamen in een al even onzeker totalitair tijdperk, dat van het communisme. Het lijkt wel het levensverhaal van Gyorgy Konrad die zowel het nazisme als het communisme overleefde en waarover hij zo treffend getuigde in zijn tweedelige autobiografie Geluk en Zonsverduistering. De tiende protagonist beslist daarom dat hij niet langer Jood wil zijn en laat zich als katholiek registreren (‘Waarom? Omdat u met de meesten bent…Toch?’), en wist als het ware zijn verleden uit. Wat rest, is een menselijke puinhoop, een uitzichtloos verder leven zonder houvast, zonder roots. Het enige wat overblijft zijn enkele grafstenen, enkele namen, enkele data.

Miklós Vámos schreef een groots familiesaga, opgedeeld in twaalf literaire pareltjes die samen een mozaïek vormen waarin het Hongarije van nu goed tot uiting komt. Het is een prachtig reisboek doorheen tijd en ruimte waarin elke persoon blijk geeft van zijn uniciteit. Wat ze ook doen, ze doen iets dat de rest van de geschiedenis een andere richting geeft, hoe minimaal ook. Elke handeling die een mens stelt heeft invloed op de rest van zijn leven en op dat van al wie met hem of haar te maken heeft. Tegelijk is het boek ook een statement tegen elke vorm van extremisme, nationalisme, en religieus fanatisme. En dat blijft noodzakelijk, ook in deze tijd, nu Hongarije deel uitmaakt van de grote Europese familie die zoveel waarde hecht aan democratie en aan mensenrechten. Eind augustus 2007 werd opnieuw melding gemaakt van de oprichting van de paramilitaire Hongaarse Garde door de extreemrechtse partij Beweging voor een Beter Hongarije. Blijkbaar heeft die geen enkele les getrokken uit de geschiedenis. Dit boek waarvan al meer dan 200.000 exemplaren werden verkocht in Hongarije zorgt voor wat tegengewicht. Het boek der vaders is een belangrijk boek dat ongetwijfeld snel zijn weg zal vinden naar de lijstjes van klassiekers in de wereldliteratuur.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Miklos Vamos, Het boek der vaders, Contact, 2008

Miklós Vámos

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be