Toen God spitte en Allah spon

boek vrijdag 28 november 2008

Bert Verhoye

Bert Verhoye belandde als jong West-Vlaams journalistiek broekje op de redactie van De Nieuwe Gazet. Een anonieme en venerabele figuur is Verhoye nooit geweest. Als malloot vond hij wel vaker de voor hem zo urgente variatie op het wel eens monotone kantoorbestaan van de stadskrant. Door bijvoorbeeld tijdens een serieus banket van de Dagen van de Vlaamse Gids (zaliger) met zijn kompaan Piet Pireyns een sketch op te voeren over twee mannen die op een ladder hun proletarische boterhammetjes zaten op te eten. Zijn grootste uitlaatklep is steeds de toneel- en cabaretwereld geweest. Verhoye leverde deze maand zijn eerste roman af. Toen God spitte en Allah spon.

Al in de loop van de jaren 1970 ontwikkelde Verhoye een heel eigen stijl, tussen cabaret en revue in, gelardeerd met actuele doch (oorspronkelijk) zachtaardige kritiek: op de Belgische monarchie in ‘Vive la république’ en op de medische en maatschappelijke ethiek in ‘The medicine show’. Zijn ‘Some Player shoots again’ vormde een kruistocht door de theaterliteratuur van alle tijden in ridiculiserende cabaretstijl. Wie Verhoye zegt denkt nu meteen aan de Zwarte Komedie: het theater/gezelschap waarvan hij nu al meer dan dertig jaar de hofleverancier en artistiek leider is. Begonnen in 1974 groeide de Zwarte Komedie uit tot een volwaardig gezelschap met hoogstandjes als ‘Don Corleone Haene en de Bende van de Wetstraat’, ‘Rats’ (naar de succesmusical ‘Cats’), ‘Toen baarde de paus een meisje’, ‘Les Désirables’ (als parodie op ‘Les Misérables’) en ‘Alla, Vader ligt op sterven’ zijn 78ste stuk! Vlaams-nationalistische banvloeken haalde hij zich op het nekvel als theatermaker van een satirisch stuk over het lijkentransport van Cyriel Verschaeve (de zogenaamde Operatie Brevier). Ons eigenste Volksbelang kon zich de voorbije decennia vaak verlustigen in Bert Verhoyes bijdragen.

Hoofdpersonage van Toen God spitte en Allah spon is Fabian, een alter ego van Verhoye, journalist van “een van oorsprong vrijzinnige krant” (…). Fabian noemt zichzelf geen schrijver, “later misschien als ik gepensioneerd ben”. Wie twijfelt aan het evenbeeld: de hem steeds vergezellende bobtails, zijn sessiel, het Antwerps Schipperskwartier, zijn werk op de krant (“met een Limburgse hoofdredacteur die nog trager dacht dan hij sprak”). Fabian (“die nog tot de generatie journalisten behoort die nieuwsgierigheid hoog in het vaandel draagt”) gaat in op een uitnodiging van God die in de ruien onder Antwerpen (!) een vergadering belegt van alle goden, met als enig agendapunt de toestand in de wereld. Ze komen allemaal opdagen, de goden: God, Jezus, Allah, Mohammed, Zeus, Jahweh, Jehova, Thor, Mormon, Apollo, Neptunus, Irene, Mars, Eros, Ate, Erato (“kortom, het hele zootje”) en zelfs de Dalai Lama (“op goddelijk gebied een twijfelgeval”).

God en Allah hebben het plan bedacht om de eenheid in de wereld te herstellen en de stervelingen mores te leren. Wie binnen de zes maanden de meeste martelaren kan rekruteren krijgt de titel van krachtigste god. In de volgende hoofdstukjes (het zijn er in totaal 34) beschrijft Verhoye op zijn onweerstaanbare wijze niet alleen wat die goden uitspoken, hun entourage en hun manier om aan martelaren te komen. Bijtende commentaar op hun levenswijze, leer en gelovigen ontbreekt niet. Zelfs Satan krijgt een rol toebedeeld: die van beëdigd deurwaarder (“om de objectiviteit te garanderen”). Jezus verplaatst zich in een Landrover en kan uiteraard het lonken (en wat meer dan dat) naar Maria Magdalena niet laten. Jezus wil geen tweede keer op aarde martelaren ronselen, maar God stelt hem gerust: via zijn inlichtingendienst OD (Opus Dei) benadert hij de vele landen om stiekem op de hoogte te blijven. Niet alleen prostituees (“die meestal zeer gelovig zijn”) worden ingezet, ook de Colombiaanse drugsmaffia en zelfs het katholiek onderwijs en de Guimardstraat. Allah rekent vooral op Bagdad, Saddam, de terroristen. Voorzichtigheidshalve vermijdt Verhoye aanstootgevende vergelijkingen tussen God en Allah en beperkt hij zich tot bijvoorbeeld “Want God had Latijn-wiskunde gevolgd, maar Allah kwam uit het technisch onderwijs. Hij wist meer van brommers en van wijven dan God, maar minder van aoristen, losse ablatieven, integralen, tangensen en cosinussen”.

“Dit is de eerste roman van Verhoye” zegt de achterflap van het boek. Verhoye noemt zijn boek eerder een fabel, met alles wat een fabel kenmerkt: verzinsels, een moraliserende vertelling waarin hier geen dieren maar goden als handelende personen optreden. De allusies naar hedendaagse machthebbers, de politiek, de pers, de pers zijn legio: professor Vermeersch, België (“een surrealistisch land”), de hoofdcommissaris van de Antwerpse politie Lamine, de Antwerpse burgemeester (“die in zijn marcelleke het college voorzit”), George Van Cauwenberg, de stadsgids, de Welnesskliniek van dokter Hoeyberghs, Osama Bin Laden (“die niet goed tegen de drukte kon”), Nederland (“Het probleem met Nederland is dat ze er altijd van wanten weten als het op praten aankomt, maar doen is een andere zaak).


Recensie door John Rijpens



Deze recensie verscheen in Volksbelang, het ledenblad van het LVV.

Bert Verhoye, Toen God spitte en Allah spon, Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen, 2008, 138 blz., 14, 95 euro.

Bert Verhoye

Links
http://www.uitgeverijvrijdag.be/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be