Zinvol geweld

boek vrijdag 13 juni 2008

Ruud Welten

Sinds de aanslagen van 11 september is het woord terrorisme opnieuw volkomen in. Nochtans zijn terreurdaden helemaal niet nieuw. In De mythe van Al-Qaeda stelde Rik Coolsaet reeds dat het terrorisme zo oud is als de mensheid. Het is van alle tijden, van alle continenten en van alle gezindten. Maar het heeft wel steeds een negatieve betekenis en voedt de angst van de burgers voor terreur. Het wordt door democratische regimes bestreden als het ergste kwaad in wat genoemd wordt The War on Terror. Na de aanslagen van 11 september maakte Bush zelfs duidelijk dat neutraliteit in deze kwestie onaanvaardbaar is. “You're either with us or against us in the fight against terror”, zo verklaarde de Amerikaanse president nauwelijks twee maanden na de aanslagen in New York en op het Pentagon. Wat volgde was een directe oorlog tegen de Taliban in Afghanistan en de invasie in Irak. Tegelijk keurde men diverse nieuwe wetten goed om de terreur beter te kunnen bestrijden, wetten die vaak raakten aan fundamentele rechten en vrijheden van de burgers maar die in een sfeer van angst werden goedgekeurd. Of we intussen in een veiliger wereld leven is sterk betwistbaar. Tal van maatregelen hebben net een omgekeerd effect gehad. Zeker in het Midden Oosten en Irak is terrorisme dagelijkse kost geworden met talloze onschuldige slachtoffers van dien.

Hoe ontstaat terrorisme en is er een rationele verklaring voor? Meer nog, is terreur in alle omstandigheden een negatieve zaak? En waarom is het in onze moderne maatschappij zo moeilijk uit te roeien? Het zijn een reeks vragen waarop de Nederlandse filosoof Ruud Welten in zijn boek Zinvol Geweld een antwoord probeert te geven aan de hand van de ideeën van de Franse denkers Albert Camus, Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty die elk op hun manier filosofeerden over terreur en terrorisme. Merleau-Ponty schreef, in een tijd dat het communisme een nieuwe humaniteit beloofde, zijn boek Humanisme et terreur. Camus verplaatste zich in zijn toneelstuk Les justes in de geest van een terrorist. Beiden legden ze de dubbelzinnigheid bloot dat terreur niet voortkomt uit het Kwaad, maar inherent is aan elk streven naar rechtvaardigheid. Ook Sartre ging deze dubbelzinnigheid niet uit de weg. Zo bejubelde hij de Sovjet-Unie onder Stalin, steunde hij zonder scrupules de terreurdaden van het FLN (het Algerijnse Front de libération nationale), sprak hij zich positief uit over de acties van de Rote Armee Fraktion en bezocht hij de terrorist Andreas Baader in de gevangenis. Hij beschouwde terrorisme als het enige wapen van de arme onderdrukten.

De drie beroemde denkers waren in het naoorlogse Frankrijk overtuigde communisten. Het boek Darkness at Noon van Arthur Koestler dat verscheen in 1940 opende echter de ogen voor de nachtmerrie waarin het land van de Oktoberrevolutie onder Stalin was beland. Het hoofdpersonage in het boek is een zekere Roebasjow, een voormalig lid van het Centraal Comité van de Partij en voormalig Volkscommissaris die tal van mensen van wie hij hield de dood heeft ingejaagd. Hij wordt uiteindelijk zelf gearresteerd en beschuldigt zichzelf aan de hem ten laste gelegde fictieve misdaden. ‘Een individu kan zich vergissen, maar de Partij vergist zich nooit’, zo overtuigt hij zichzelf. Alles staat ten dienste van de Revolutie en daar moet alles, dus ook mensenlevens, voor wijken. De Franse vertaling van het boek verscheen in 1946 en zorgde voor een schok onder de linkse intellectuelen. In zijn boek Humanisme et terreur. Essai sur le problème communiste probeerde Merleau-Ponty het staatsterrorisme nog te verantwoorden op basis van een vreemd soort ‘humanisme’. Terreur wordt uitgeoefend om ontoelaatbare terreur uit te roeien, aldus de auteur, maar overtuigend klonk het niet. Enkele jaren later, in 1950, naar aanleiding van de inval van Noord-Korea in Zuid-Korea, keerde hij zich finaal tegen het communisme.

Ook Camus kon zich niet langer verzoenen met het communistische ideaal. Is doden ten gunste van een hogere rechtvaardigheid te verantwoorden of niet? Zijn boek L’homme révolté is een diepgaande analyse over de ontsporingen van het revolutionaire denken, vanaf de Franse Revolutie tot en met de concentratiekampen van Auschwitz en Kolyma. Tegenover het onvermijdelijke geweld van de revolutie plaatste Camus de redelijkheid van de persoonlijke revolte. Hij zag het terrorisme gedoemd te mislukken ‘omdat terrorisme altijd contraterreur oproept en aldus een vicieuze cirkel veroorzaakt’. Zijn stelling werd realiteit in Algerije waar een gruwelijke strijd begon tussen het Franse leger en het FN. En eenzelfde spiraal van wederzijdse terreur is nog steeds aan de gang tussen Israël en Palestina. Hiermee eindigde de vriendschap tussen Camus en Sartre. Die laatste bleef geloven in ‘de onherroepelijke loop van de geschiedenis, die, zoals Marx en Lenin voorspeld hadden, zou uitmonden in de waarlijke humaniteit: het communisme’, schrijft Ruud Welten. Net deze stelling werd fors bekritiseerd door de filosoof Karl Popper in zijn boek The Poverty of Historicism, waarin hij zich afzet tegen het geloof dat er onafwendbare en kenbare wetten van de geschiedenis zijn, en dat we op basis daarvan toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen kunnen voorspellen.

Camus keerde zich tegen de idee van een hechte, eensgezinde gemeenschap waarvan elke afsplitsing vernietigd moest worden, iets wat onder het communisme gebeurde. ‘De revolutie vereist een standpunt dat boven de individuele mening uitgaat en dus ook boven het individuele leven’, was het communistische dogma, en hier haakte Camus af. Sartre geloofde net in de broederschap die inhoudt dat men zich als individu ondergeschikt maakt aan de groep. ‘Niet het doden is verwerpelijk, maar het laten voortbestaan van een onrechtvaardige samenleving. Niet het individu telt, maar het broederschap van mensen’, aldus Sartre. In feite verantwoordde hij daarmee elke moord in naam van ‘een hoger belang’. En hij ging onverstoorbaar door. In 1954 verklaarde hij na een reis doorheen de Sovjet-Unie nog dat hij er de ‘totale vrijheid van meningsuiting’ had gezien. En alhoewel Ruud Welten stelt dat Sartre zich fel keerde tegen de Russische inval na de Hongaarse opstand, schrijft Bernard-Henri Lévy in zijn ophefmakende boek De eeuw van Sartre dat de filosoof zich oorverdovend stil hield bij de gebeurtenissen in Hongarije in 1956. Sartre was in die periode een wereldwijde morele autoriteit en hij was zich daar goed van bewust. Desondanks gebruikte hij dit gezag niet ten goede. Integendeel, hij misbruikte het. Lévy noemt het de nietzscheaanse impact op Sartres denken, een denken dat niet humanistisch was maar door en door antihumanistisch.

Sartre wist perfect dat het communisme leidde tot terreur en de onderdrukking van de mens. Hij kende het werk Le totalitarisme sans Staline van Claude Lefort. Hij kende de geschriften en beweegredenen van Panait Istrati, Elie Halévy, Marcel Maus, Claude Mauriac, Victor Serge en André Breton om nog maar te zwijgen over Raymond Aron, Albert Camus en zelfs Maurice Merleau-Ponty die inzagen, vaak laat, maar beter laat dan nooit, dat het communisme even erg was als het meest afschuwelijke fascisme. Maar Sartre probeerde zijn marxistische ideeën een vorm van waardigheid te geven door zich aan de kant van de onderdrukten te scharen. Zoals tijdens de Algerijnse opstand, een periode van uitzinnig geweld tussen 1954 en 1962. Camus was een pieds noirs en pleitte vruchteloos voor een compromis. Sartre plaatste zich onvoorwaardelijk achter het FN. Terecht veroordeelde hij de misdaden en martelingen die begaan werden door de Fransen. Maar opnieuw bleek hoe blind de ‘grote’ Franse filosoof was. Hij dacht dat hij een socialistische strijd steunde, maar in feite steunde hij een groep die een islamitische dictatuur wou vestigen. Hij accepteerde dan ook hun terreurdaden alhoewel die talloze onschuldige burgers doodde. Sartre ging bijzonder ver en beschuldigde de pacifisten dat ze zich hiermee in feite aan de kant van de onderdrukkers schaarden.

De kern van Sartres ideeën zijn te vinden in zijn werk L’existentialisme est un humanisme waarin hij stelde dat wie kiest, voor allen kiest. Waarmee hij aangeeft dat de mens zich bij elke keuze tegenover alle anderen plaatst die deze mening niet zijn toegedaan. Vermengd met de marxistische idee dat men de wereld moet veranderen levert dit een explosieve cocktail op, zo merkt Welten scherp op. Voor Sartre bestaat er derhalve geen andere ethische imperatief dan die van de eed. Deze visie staat regelrecht tegenover de kantiaanse categorische imperatief dat we zodanig moeten handelen alsof we willen dat onze houding tot algemene wet zou worden. Meer nog, Sartre staat lijnrecht tegenover Kant die stelde dat de mens geen middel is, maar een doel op zich. De aanvaarding van terreur en terrorisme betekent in feite dat men aanvaardt dat onschuldige burgers, ook vrouwen en kinderen, slachtoffer worden van bepaalde situaties. Voor Sartre is dit bijzaak. Voor hem moeten we kiezen tussen de status van slachtoffer en beul. Wie weigert te kiezen zal slachtoffer worden en speelt eigenlijk in de hand van de beulen. Maar wat met kinderen die geen besef hebben over die situaties? De visie van Sartre tegenover hen is moreel ronduit verwerpelijk.

Zinvol Geweld is een belangrijk boek. Het confronteert ons met de essentie van onze morele uitgangspunten. Welten stelt zich terecht de vraag of we het terrorisme mogen beschouwen als een gevaar van buitenaf, iets waar we op geen enkele manier oorzaak of medeplichtig aan zijn. Terroristen strijden niet voor het ultieme kwaad, maar voor datgene wat in hun ogen het ultieme goed is. Het is een betwistbare stelling. Zo werden en worden nogal wat terreurdaden verricht door mannen die maar één doel voor oog hebben: de toepassing van Gods woord. Het is opvallend hoeveel mensen die op het punt stonden vrede te stichten werden afgemaakt door fanatieke geloofsgenoten. Mahatma Ghandi werd vermoord door een ‘gelovige’ hindoe, Anwar al-Sadat door ‘gelovige’ moslims en Yitzhak Rabat door een ‘gelovige’ jood. Net het geloof in ‘onwankelbare waarheden’ die door de diverse godsdiensten gepropageerd en verdedigd worden, zet hun fanatieke ‘volgelingen’ ertoe aan om de meest afschuwelijke misdaden te begaan. Denk ook aan de terreuraanslagen in New-York, Madrid, Londen, Moskou en Beslan die steeds gebeurden in naam van een hoger doel. Maar het klopt dat westerse regimes vaak mee schuldig waren en zijn aan de uitzichtloosheid waarin velen verkeren. Wie voorzag de Afghaanse moehadjedin en de Iraakse dictator Saddam Hoessein van wapens?

Tal van ‘goede’ intenties zijn in de loop van de geschiedenis uitgemond in nachtmerries. Zo bracht de oorlog in Irak de schending van de mensenrechten in Guantanamo Bay en Abu Ghraib voort. En in het verlengde daarvan de goedkeuring van wetten die raken aan fundamentele rechten van de burgers in het Westen zelf. Welten ziet een gevaar in de fixatie voor meer beveiliging die wordt voorgesteld naar aanleiding van verkiezingen en hij stelt de cruciale vraag of ‘beveiliging en preventie de enige mogelijke antwoorden op terrorisme’ zijn? De manier waarop president Bush de wereld opdeelt in Goed en Slecht houdt het gevaar in dat men blind wordt voor het eigen geweld. En dat rijke landen hun verantwoordelijkheid ontlopen om zich te bekommeren om het lot van de armen in de wereld – zo zijn de protectionistische maatregelen van de rijke landen een economische en morele schande. ‘De goede wereld reageert hoogst verontwaardigd en verkrampt van angst, als de verschoppelingen opkomen voor de gelijkheid die nota bene door de goeden zelf wordt gepredikt’, aldus Welten. We hebben de plicht om de verschoppelingen een perspectief te bieden. Maar dan wel volgens de levenshouding van een Camus die als geen ander van het leven hield, en niet op de manier van Sartre voor wie het leven ondergeschikt was aan een bloedige utopie.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ruud Welten, Zinvol geweld, Klement, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De welvaart en trots van naties

Liberales organiseert op dinsdag 28 mei (20u) een gespreksavond met Olivier Boehme over zijn laatste boek 'De welvaart en trots van naties', waarin de auteur een geschiedenis geeft van het economische nationalisme, zowat het tegendeel van de liberale economische school. Klik hier voor meer info en inschrijven.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be