Kleine geschiedenis van de vooruitgang

boek vrijdag 20 juni 2008

Ronald Wright

De mensheid evolueert razendsnel. Op een relatief korte periode ontdekten de hominiden het wiel en het buskruit. Twee spectaculaire uitvindigen die het dagelijks leven vereenvoudigden, maar die tegelijk zorgden voor terreur en geweld. Elke stap voorwaarts kende ook een keerzijde. In de Kleine geschiedenis van de vooruitgang toont de Amerikaanse historicus en filosoof Ronald Wright aan dat die ambivalentie van de vooruitgang even oud is als de beschaving zelf. Vooruitgang en verwoesting gaan volgens de auteur hand in hand. De vraag is hoe we als mensen de fouten die we sinds het stenen tijdperk maken, kunnen vermijden? De auteur gaat voor zijn boek uit van de existentiële vraag die de kunstenaar Paul Gauguin zich stelde: waar gaan we naartoe? Welke kant gaat de mens in de toekomst tegemoet? Sommigen zien dit als een onzinnige vraag die onmogelijk te beantwoorden is, anderen proberen aan de hand van ideologieën een toekomstbeeld te voorspellen waarvan de verwezenlijking volgens hen afhangt van de toepassing van hun bedenkelijke uitgangspunten en richtlijnen.

Over de toekomst valt alsnog weinig te zeggen, maar uit het verleden kunnen we heel wat zaken leren die nuttig kunnen zijn voor het verdere leven. Neem de ontwikkeling van wapens. Die hebben we zodanig geperfectioneerd dat ze uiteindelijk een regelrechte bedreiging vormen voor de ganse planeet. Het leidde tot internationale akkoorden over het verbod van het gebruik van chemische en biologische wapens, het uitbannen van landmijnen en het verbod op verdere aanmaak van kernwapens. De actualiteit leert ons dat die akkoorden onvolmaakt zijn en dat dergelijke wapens nog steeds worden ontwikkeld. ‘Sinds het einde van de Koude Oorlog hebben we de nucleaire geest weliswaar in bedwang weten te houden’, aldus de auteur, maar we krijgen hem niet terug in de fles. Zie de houding van Iran en Noord-Korea die verder werken aan hun atoomwapens. Eenzelfde onduidelijke, gevaarlijke toekomst ziet de auteur ook in de ontwikkeling van de cybernetica, biotechnologie en nanotechnologie waarvan we veel goeds verwachten, maar nog niet de juiste consequenties kunnen inschatten. En zo onstaat een viscieuze cirkel, namelijk dat we méér vooruitgang nodig hebben om de problemen van de bestaande vooruitgang op te vangen of te temperen.

Wat Ronald Wright opvalt is de acceleratie van het veranderingstempo. De eerste miljoenen jaren ontwikkelden mensen zich heel langzaam, maar in de laatste drieduizend jaar ging het alsmaar sneller. En dat uit zich ook op andere vlakken. ‘Sinds het begin van de twintigste eeuw is de wereldbevolking verviervoudigd en is de economie – een globale maatsstaf voor de belasting van de natuur en de mens – meer dan veertig keer zo groot geworden.’ En dan heeft de auteur het nog niet over de recente explosieve ontwikkelingen in India en China. Een andere conclusie van de auteur is dat we de illusie moeten laten varen dat beschaving een garantie is op morele vooruitgang en hij verwijst naar het Romeinse circus, de mensenoffers van de Azteken, de branstapels van de inquisitie en de concentratiekampen van de nazi’s die allemaal het werk waren van zogenaamde ‘beschaafde’ mensen.

De auteur probeert verklaringen te geven en keert zich verrassend naar de gebeurtenissen op de Paaseilanden die in 1722 werden ontdekt door Nederlanders. Tot hun verbazing ontdekten ze geen enkel levend wezen maar wel honderden reusachtige stenen figuren in het landschap. Jarenlang stond men voor een raadsel. Pas recent weet men dat de ramp die het Paaeiland getroffen had, de mens zelf was. De Paaseilanders hadden de gewoonte om hun voorouders te eren door indrukwekkende beelden voor hen op te richten. Daarvoor velden ze de weinige bomen en voerden zelfs een strijd voor het weinige hout op het eiland. Ze vernietigden hun leefomgeving vanuit hun onwrikbare geloof in hun religie als bewaker van de toekomst. In feite zorgden ze voor een ecologische ramp die leidde tot de ondergang van hun volk. De gedachte dat het leven van koningen en religieuze leiders veel meer waard was dan dat van andere mensen heeft over de gehele wereld, van Egypte tot Griekenland tot China en Mexico, gezorgd voor catastrofes. Zo vertelt de auteur over de ondergang van Soemerië. Naarmate de Soemerische stadsstaten groeiden, begon men ook daar oorlog te voeren. De conclusie van Ronald Wright over de Soemeriërs en Paaseilanders is dan ook duidelijk: ‘ze klampten zich vast aan oude geloofsovertuigingen en tradities en pleegden roofbouw op de toekomst om het heden te kunnen betalen’.

Om hun toekomst veilig te stellen waren mensen in het verleden (maar ook vandaag) bereid om nieuwe offers te vragen van de natuur en de mens. De auteur verwijst naar het Romeinse rijk dat beslag legde op de landbouwproductie en veehouderij buiten haar grenzen om in haar eigen behoeften te kunnen voorzien. Rome werd steeds afhankelijker van geïmporteerd graan. Eenzelfde evolutie deed zich voor onder de Maya’s in het huidige centraal Mexico. In beide gevallen werden bossen gekapt, de bodem uitgeput en groeide de bevolking. Het leidde tot hun ondergang. Heel wat wetenschappers wijzen op het gevaar van de ontbossing van de regenwouden in het Amazonegebied, maar ondanks alle kennis over de gevolgen ervan, blijft men bossn kappen om het nu ‘beter’ te hebben. De auteur trekt daaruit de les ‘dat geen enkele beschaving kan overleven en bloeien als de gezondheid van grond en water – en van de bossen, de hoeders van het water – niet blijvend verzekerd is.’

Ronald Wright wijst erop dat de veroveringen op de indianen in Amerika vaak het gevolg waren van ziektekiemen die de veroveraars met zich meebrachten. Het is alleen dank zij het goud uit de veroverde gebieden dat het Westen in staat was haar scheepswerven te financieren en kanonnen te produceren voor haar imperialistische ambities. Die ambities konden de veroveraars dan weer mogelijk maken door de aanvoer van Afrikaanse slaven die dwangarbeid moesten verrichten in de productie van suiker, koffie en katoen. En dat, zo zegt de auteur, noemen wij allemaal vooruitgang. Op het leed van talloze slaven en door misbruik van onze natuurlijke hulpbronnen hebben we voor onszelf een enorme welvaart opgebouwd. Het wordt tijd voor een omschakeling in ons denken, aldus de auteur.

Als we zouden willen dan kunnen we vervuiling tegengaan, elementaire gezondheidszorgen en economische ontwikkeling stimuleren. Maar dan moeten we in tegenstelling tot de Paaseilanders stoppen met het zinloos kappen van onze eigen bossen. Dan zullen we elke stap naar vooruitgang moeten afwegen in functie van wat we hebben en wat we willen behouden. Een toekomst bouwen zonder rekening te houden met de komende generaties is niet alleen kortzichtig, maar gewoon misdadig.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ronald Wright, Kleine geschiedenis van de vooruitgang,Van Halewyck, 2006

Ronald Wright

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be