1 Het zijn interessante tijden voor diegenen met een gezonde interesse in de mondiale politiek. Aan het einde van het eerste decennium van de 21ste eeuw bevinden we ons in het midden van globale transformatieprocessen die de wereld grondig zullen hervormen. Zowel de onvermijdelijk toenemende globale economische interdependentie als veranderingen in onderlinge machtsrelaties tussen mondiale actoren zorgen er voor dat er meer dan ooit een levendige discussie plaatsvindt over de toekomst van onze wereld. Uiteraard zijn dergelijke debatten geen nieuwigheid. Sinds oudsher breken historici en beleidsmakers hun hoofd over de toekomst. Hoe zal de wereld er uit zien binnen 10 jaar? Binnen 100 jaar? Welke positie zal mijn natie, staat of volk innemen op het spelbord van de onderlinge machtsrelaties? Hoe lang zal de bestaande orde blijven bestaan? Wanneer vindt er grondige transformatie van de geldende regels plaats? Hoe moet het verder met bestaande politieke instellingen? Doorheen de geschiedenis van het denken merken we een aanhoudende en persistente aandacht voor deze problematiek op. Denken we maar aan historici zoals Thucydides die reeds tijdens de Klassieke Oudheid enorme werken produceerde waarin dit soort vragen systematisch werden behandeld. Op het eerste zicht zou men geneigd kunnen zijn om te denken dat er wezenlijk niets nieuw is aan debatten over de toekomst. De thema’s zijn eeuwenoud, de vragen lijken weinig te veranderen en de antwoorden zijn opvallend identiek. Dit is een misleidende conclusie. Het onderschat het wezenlijke belang van het denken over de toekomstige wereldorde en de vergaande consequenties die deze debatten zelf hebben op de manier waarop de wereld zich ontwikkelt. Meer dan ooit leven we in een krachtenveld waarin de analyses van denkers allerhande een impact hebben op politieke ontwikkelingen. Inzichten afkomstig van een veelheid van academische disciplines leren ons dat de impact van theorieën, die verkondigd worden door experts, een enorme invloed hebben op aanstaande ontwikkelingen. Dat de wereld zich ontwikkelt los van de manier waarop we er over denken is een Marxistische illusie die ondertussen al even de wereld uitgeholpen is. Maar er is meer. Niet alleen moeten we erkennen dat debatten een invloed hebben op de toekomst, het is ook van primordiaal belang om in te zien waarom deze debatten inhoudelijk vandaag belangrijker zijn dan ooit. Het is onmiskenbaar dat het denken over de toekomstige wereldorde, en de manier waarop we willen samenleven met elkaar, veel van zijn hypothetische en vrijblijvende karakter heeft verloren. Daar waar dit soort vragen vroeger konden worden aanzien als intellectuele hersenspinsels van gesofisticeerde denkers en/of de brute machtsdromen van politieke of militaire leiders, handelen ze steeds meer over de toekomst van de mensheid zelf. Ontwikkelingen zoals de globale opwarming van het klimaat, het steeds aangroeien van de mondiale bevolking gekoppeld aan grove vormen van economische ongelijkheid, de proliferatie van massavernietigingswapen in niet-statelijke kringen, en veel andere ontwikkelingen zorgen er voor dat er meer dan ooit nood is aan adequate en kosmopolitische benaderingen. Kort door de bocht kan men stellen dat bepaalde hedendaagse problemen dermate omvangrijk zijn dat we zonder gepaste oplossingen inderdaad eens wel zouden kunnen leven in het allerlaatste millennium van het aardse bestaan. Hoewel dit voor velen apocalyptisch en overdreven zal klinken is het een realiteit waar men zich niet aan kan onttrekken. Profetische woorden worden dan ook gesproken door de Poolse socioloog Zygmunt Bauman wanneer hij beweert dat veel hedendaagse (globale) problemen moeten worden aangepakt via nieuwe globale en kosmopolitische kaders. Indien niet, dan betekent dit het einde van het menselijke bestaan zoals we dat reeds vele eeuwen kennen. De toekomstige wereldorde zal kosmopolitisch zijn, of zal niet zijn. Het is een inzicht dat steeds meer opgang maakt in deze tijden van massamedia en een groeiend globaal bewustzijn met betrekking tot zorgwekkende globale ontwikkelingen. Men moet geen volgeling zijn van de profeet Al Gore om het belang van het reflecteren over de toekomstige wereldorde naar waarde te schatten. Kritische vragen over het voortbestaan van de wereld zijn niet langer een prerogatief van cultuurpessimisten en conservatieve tegenstanders van vooruitgang. Het is een uitdaging geworden voor liberale en progressieve denkers gepokt en gemazeld binnen de traditie van de westerse Verlichting. Zij die geloven in vooruitgang en het verbeteren van het lot van de mensheid moeten niet langer met het schaamrood op de wangen toegeven dat er grenzen bestaan en dat er grondig moet worden nagedacht over wat we willen bereiken en hoe we dit kunnen doen binnen bestaande grenzen. We leven niet meer in de tijd van de Franse filosoof Condorcet toen deze verkondigde dat menselijke vooruitgang op basis van rationaliteit en wetenschap onbegrensd is. De Novum Organon van Francis Bacon moeten we vandaag de dag dan ook terecht zeer kritisch bestuderen. Evenmin moeten we het echter eens zijn met Robert Malthus, de Engelse tijdsgenoot van Condorcet, die beweerde dat de vooruitgang van de mensheid via wetenschap en technologie leidt naar de totale afgrond. We leven in een tijdperk waarin de kritische geest van het westerse denken zich moet schikken naar de noden van een interdependente wereld die wordt geconfronteerd met problemen van globale aard. Aan het begin van deze eeuw is het daarom belangrijker dan ooit om te denken aan de wijze woorden van Franklin Delany Roosevelt toen deze in het fatale jaar 1933 verkondigde dat de grootste vijand van de mensheid te vinden is in de angst zelf. Progressieve denkers moeten een balans zoeken tussen het vooruitgangsoptimisme van de verlichting en een bewustzijn van de grenzen van vooruitgang. Binnen het linkse denken heeft er zich de laatste jaren een fatalisme genesteld dat te ver is doorgeslagen. We kunnen dit fenomeen het best beschrijven als een catastrofische dialectiek. Op basis van grondige en kritische analyses van modernisering zijn velen de laatste jaren het verkeerde pad ingeslagen. In plaats van te zoeken naar oplossingen om het modernisme opnieuw leefbaar te maken binnen een tijdsgewricht met nieuwe uitdagingen hebben zij hun rug gekeerd naar het moderne project. In het bijzonder binnen linkse postmoderne kringen is deze neiging zeer goed voelbaar. Denken we maar aan radicale antiglobalisten zoals Jos Bové die alle hoop op een betere wereld hebben laten varen en alleen nog een beroep doen op obstructie en pessimisme om het einde van de westerse beschaving aan te kondigen. Dat ze hiermee de gepaste munitie leveren voor moslimfundamentalisten om occidentalistische haat te spuien, is een pervers effect die velen van de postmoderne denkers nog steeds niet hebben begrepen. Het progressieve denken aan het begin van deze eeuw heeft nood aan vernieuwing en aan verhelderende intellectuelen die ons weer op de juiste weg zetten. Fareed Zakaria, een Amerikaanse intellectueel geboren in India, is een goede gids in deze zoektocht. 2 De vooraanstaande Duitse socioloog Ulrich Beck maakt ons terecht attent op het feit dat perioden van globale onzekerheid en angst bij uitstek de mogelijkheid bieden om te breken met vastgeroeste en verouderde denkkaders en instellingen. Dit heeft veel te maken met de kracht van het individu en de creativiteit van de menselijke geest. In tijden van onzekerheid is het mogelijk om de intellectuele krachten te bundelen in een zoektocht naar nieuwe oplossingen. Oude kaders kunnen worden vervangen door nieuwe benaderingen, beter aangepast aan de nieuwe uitdagingen. Ulrich Beck spreekt in dit opzicht van een overgang van een eerste naar een tweede moderniteit. In meer recentere werken neemt hij echter consequenter het woord kosmopolitisme in de mond. Beiden zijn een elkaar verbonden. Een nieuwe fase van de moderniteit moet onvermijdelijk kosmopolitisch zijn van aard. Een kwintessentiële voorwaarde is dan ook het voeren van allesomvattende wetenschappelijke en intellectuele debatten over de wereld waarin we leven. Het is in dit opzicht dat een boek als The Post-American World van Fareed Zakaria moet worden gelezen. Het is een krachtige bijdrage aan een debat met verstrekkende gevolgen, gemaakt door één van de toonaangevende Amerikaanse intellectuelen van deze tijd. Wanneer men het boek van Zakaria vluchtig leest krijgt men misschien de indruk dat we te maken hebben met niets meer dan een zoveelste politiek pamflet. Vanzelfsprekend trekt de auteur enkele hoogste ideologisch en persoonlijk getinte conclusies. Het behoeft geen betoog dat zijn denken is gekleurd door bepaalde opvattingen die niet kunnen worden gedeeld door iedereen. Dit is bovendien niet verwonderlijk in een jaar waarin er in de VS cruciale presidentiële verkiezingen plaatsvinden. Een dergelijke lezing van het boek gaat echter voorbij aan wat hierboven kort werd geschetst als één van de vitale eisen van deze tijd: de noodzaak aan kritische denkers die met verfrissende en kosmopolitische ideeën een bijdrage leveren aan het debat over de toekomst van de wereld. Post-American World zal de komende maanden uitgroeien tot een leidraad voor veel politieke leiders en diplomaten. Of de westerse academische gemeenschap evenzeer zal gebruikmaken van dit boek is nog niet zeker. Zoals algemeen geweten hebben academische wetenschappers vaak een afkeer voor intellectuelen zoals Zakaria die wars van academische disciplines en onbuigzame wetenschappelijke kaders naar voren komen met heldere en veelomvattende analyses. Daarnaast is het belangrijk om dit nieuwe boek van Zakaria te contextualiseren binnen recente politieke en maatschappelijke ontwikkelingen binnen de Verenigde Staten. Sinds het aantreden van de regering G.W. Bush zijn de VS een andere weg opgeslagen. Velen spreken terecht van een neoconservatieve revolutie die met name ingang vond na de terreuraanslagen van 11 september 2001. Zo een benadering gaat echter voorbij aan meer diepliggende structurele veranderingen die binnen de Amerikaanse politiek hebben plaatsgevonden. Steeds meer aanzagen Amerikaanse politieke en intellectuele elites hun land als verheven boven de globale wereldorde die hun voorgangers zelf in het leven hadden geroepen in de jaren na de tweede oorlog. Zowel op het vlak van concrete beleidsmaatregelen als op het vlak van retoriek was er binnen de VS een tendens merkbaar die wees op een breuk met het verleden maar ook op een breuk met het westen. De Duitse filosoof Jürgen Habermas spreekt in dit opzicht niet onterecht van het verscheurde westen. In steeds meer opzichten is er een breuk ontstaan tussen de VS en de rest van de westerse wereld. Het conflict betreffende de invasie van Irak is hier slechts één voorbeeld van. De tegenkantingen van de VS tegen het Kyoto akkoord of het Internationaal Hof in Den Haag zijn andere duidelijke tekenen aan de wand van een ander Amerika. Naast het buitenlandse beleid van G.W. Bush heeft er zich de laatste jaren in de VS echter nog een andere evolutie voltrokken. Analisten zijn het er over eens dat er sprake is van een nieuwe mentaliteit. De angst regeert. Steeds meer keert de Amerikaanse geest zich terug in zichzelf. Dit uit zich in een toename van afkeer voor immigranten, de vrije markt en de wereld in zijn geheel. Een dieptepunt in deze evolutie is het boek Who are We? Onder invloed van de zogenaamde oorlog tegen het terrorisme is er in de VS de laatste jaren steeds meer sprake van een verkrampte reflex binnen een wereld waarin veelomvattende transformaties plaatsvinden. Een kritiek op deze angstcultuur loopt als een rode draad doorheen het laatste boek van Zakaria. Bovendien neemt hij hierbij niet alleen zijn eigen land op de korrel maar richt hij zijn blik ook op het westen als geheel. Zo kunnen we het volgende lezen op bladzijde 17: “a cottage industry of scare mongerers has flourished in the west since 9/11”. Dit is een zeer acute opmerking die aansluit bij het onderzoek van de Britse socioloog Frank Furedi. Na de aanslagen van 11 september zijn velen in het westen in een kramp geschoten waardoor er op politiek niveau krampachtig is gereageerd op de dreiging van het moslimterrorisme. Een uitstekend voorbeeld is de oorlog tegen het terrorisme zelf. Vanzelfsprekend kan niemand ontkennen dat de dreiging van het moslimfundamentalisme reëel is. Het moet serieus worden genomen. Anderzijds is het ook zonneklaar dat de dreiging niet van die omvang is, dat het spreken van een oorlog rechtvaardig is. Bovenal was de keuze om te spreken van een oorlog zelfvernietigend. In plaats van een efficiënt antwoord te bieden op de bestaande dreiging was het gevolg eerder een versterking van de dreiging van Al Qaeda en het moslimterrorisme. Ondertussen heeft onderzoek ruim aangewezen dat Al Qaeda in meerder opzichten een spookorganisatie is met een zeer losse structuur. We kunnen dan ook zeker stellen dat het belang van deze organisatie en de figuur Osama bin Laden zelf onnodig zijn opgeblazen door het catastrofale beleid van G.W. Bush. Wanneer historici binnen enkele honderden jaren een geschiedenis schrijven van de wereld aan het begin van de 21ste eeuw zal Bin Laden figureren als niets minder dan een randfiguur. Een persoon zoals Gavrilo Prinzip die er weliswaar in slaagde om met een wanhoopsdaad de wereld te doen daveren op haar grondvesten, maar die in zijn totaliteit een zeer geringe rol zal spelen op bredere ontwikkelingen die het uitzicht van de wereld hebben bepaald. In dit boek The Post-American World vinden we dan ook een warm pleidooi terug voor het stopzetten van de obsessie met de oorlog tegen het terrorisme. In plaats van verstard te kijken naar alleen maar het Midden-Oosten moet de VS zijn blik weer richten op meer belangrijke processen die zich heden ten dage afspelen op het internationale toneel. Allicht moet men toegeven dat deze verschuiving van focus in het Amerikaanse buitenlands beleid al heeft plaatsgevonden voor het boek van Zakaria van de drukpersen rolde. Dit is bijvoorbeeld ook mooi zichtbaar in het laatste werk van de neoconservatieve denktanker Robert Kagan. In zijn pas verschenen boek The Return of History and the End of Dream is de aandacht die er wordt geschonken aan het gevaar van het moslimfundamentalisme minimaal. In zijn boekje worden uitsluitend China en het Rusland van de autoritaire leiders Putin en Medvedev aangewezen als de toekomstige challengers van de VS op het mondiale politieke speelveld. In 2003 schreef de vooraanstaande Britse columnist Will Hutton een opmerkelijk boek met een omslachtige titel: “A Declaration of Interdependence: Why America Should Join the World”. Indertijd onthaald op veel scepsis en zelfs hoongelach is dit boek actueler dan ooit. Het idee dat de VS moeten terugkeren naar de rest van de wereld weerklonk 5 jaar geleden in sommige kringen als een absurditeit, een frivoliteit van linkse anti-Amerikanisten die niet goed begrepen hoe de kaarten van de internationale macht na het einde van de Koude Oorlog waren geschud. Anno 2008, en niet toevallig in de aanloop naar cruciale Amerikaanse presidentsverkiezingen, kunnen we zeggen dat de profetie van Hutton zich aan het voltrekken is. Steeds meer Amerikaanse denkers en beleidsmakers buigen zich over de rol die de VS moeten spelen binnen de internationale politiek. Veel van hen zijn het er over eens dat veranderingen zich opdringen en dat het beleid van G.W. Bush moet worden teruggedraaid. Dit zijn hoopgevende signalen voor niet-Amerikanen. Het is binnen dit kader dat we moeten aankijken tegen Fareed Zakaria. Als inwoners van West Europa die kritisch staan tegenover bepaalde ontwikkelingen binnen de Amerikaanse politiek is het belangrijk om een dialoog aan te gaan met liberale en progressieve stemmen zoals Zakaria. Op basis van zijn eruditie, kennis van de wereld en kritische geest moet hij worden beschouwd als een positief signaal afkomstig van de andere kant van de Atlantische Oceaan. Het is een signaal dat ons vertelt dat na enkele jaren van dwaling, de VS terug op de drempel staan om de rol spelen die het op zich nam tijdens de 20ste eeuw. Nog belangrijker om te weten is het dat er in de VS wordt nagedacht over het leefbaar maken van deze planeet op een liberale leest. Zoals gezegd is deze uitdaging in deze tijden geen sinecure. 3 Fareed Zakaria kunnen we het beste beschrijven als een kosmopolitisch intellectueel die nadenkt over de toekomst van onze globe. In het bijzonder houdt hij zich bezig met de politieke toekomst van onze wereld en de rol die de Verenigde Staten zullen spelen op het internationale politieke toneel in de nabije en verre toekomst. De grote vragen worden door hem zelden uit de weg gegaan en het Amerika van nu wordt vergeleken met de grote rijken van vroeger. Het schrijven van Zakaria bevat daarom altijd een interessante historische dimensie waarin hij de lezer meeneemt naar het verre verleden met als doel het aanleveren van een beter inzicht in hedendaagse ontwikkelingen en vraagstukken die schreeuwen om antwoorden. Dit is exact zoals geschiedenis moet gebruikt worden door intellectuelen: het openen van horizonten van kennis op momenten dat debatten verstard geraken in myopie. Dit aspect maakt zijn laatste boek in meerdere opzichten een waar plezier om te lezen. Binnen eenzelfde hoofdstuk kan men zowel lezen over de baanbrekende historische inzichten van David Landes en Joseph Needham als over de ervaringen van toppolitici en topdiplomaten waarmee Zakaria tijdens zijn carrière in contact kwam. Zo vinden we in zijn werken zowel verwijzingen naar de biografie van de voormalige Eurocommissaris Chris Patten als naar confidenties van topdiplomaten die in contact kwamen met Zakaria. Als zijnde geboren in India kan hij bovendien buigen op een indrukwekkend netwerk van relaties met Aziatische personaliteiten. Vooral het verbinden van deze schijnbaar andersoortige bronnen verheft het boek The Post-American World tot een complex interdisciplinair werkstuk. Daarnaast schuwt Zakaria ook het vertellen van grote verhalen niet. Zo schetst hij in dit boek op een ambitieuze manier drie grote transformatieprocessen die binnen de westerse geschiedenis hebben plaatsgevonden. Het eerste proces is de opkomst van het westen sinds de 15de eeuw. Op een heldere en bondige manier wordt dit succesverhaal beschreven in hoofdstuk drie. Zijn analyse is feitelijk een samenvatting van de complexe theorie van de grote historicus David Landes, die allicht het meest overtuigende historische beeld van de vrije markt heeft geschetst dat we tegenwoordig voorhanden hebben. Voor meer informatie kan men daarom altijd terecht bij zijn magistraal boek The Wealth and Poverty of Nations. Why Some are so Rich and some so Poor, gepubliceerd in 1998. Dit derde hoofdstuk van The Post-American World eindigt ook met een positieve noot. Hoewel het zeker is dat de westerse mogendheden tegenwoordig steeds meer van hun macht moeten delen met niet-westerse landen kunnen we er zeker van zijn dat bepaalde westerse waarden belangrijk zullen blijven binnen onze wereld. Het concept en de praktijk van de bescherming van de mensenrechten of het erkennen van de deugdzaamheid van de vrije markt zijn slechts twee westerse erfenissen die Zakaria ook tijdens de 21ste eeuw een belangrijke rol ziet spelen. De tweede grote transformatie is de opkomst van de Verenigde Staten. Dit proces vindt zijn oorsprong aan het einde van de 19de eeuw en komt tot een hoogtepunt na het einde van de tweede wereldoorlog. Het jaar 2003, en de oorlog in Irak, is volgens Zakaria tegelijk het moment waarop de VS het meeste macht bezat en handelde als een absolute hegemon als het begin van de afbrokkeling van de dominante positie van de VS. Dit is het begin van derde fase die kan beschreven worden als de opkomst van de rest (The Rise of the Rest). De opkomst van de rest vormt de hoofdthesis van dit boek. Tegelijkertijd is deze opkomst het begin van het derde grote transformatieproces in de westerse geschiedenis. Dit is met andere woorden een proces waarvan de uiteindelijke contouren in het jaar 2008 onmogelijk reeds volledig kunnen worden waargenomen. Zakaria zelf is op zoek naar de mogelijke manieren hoe deze derde fase er binnen afzienbare tijd zal uitzien. De opkomt van de rest verwijst naar een veelheid van processen. Twee springen er echter bovenuit en deze zijn de opkomst van China en India als wereldmachten. Beiden landen worden ruim en zeer evenwichtig beschreven in twee aparte hoofdstukken. De opkomst van de rest breekt echter ook met het traditionele denken in termen van natiestaten als enige actoren binnen de internationale politiek. Onder de noemer van de opkomst van de rest moeten we daarom ook denken aan niet-statelijke actoren. Aan het begin van het boek maakt hij dit onmiddellijk duidelijk. “Power is shifting away from nation-states, up, down, and sideways”. Deze stelling die we kunnen lezen op de vierde bladzijde wijst er op dat de auteur ook hier aandacht heeft voor een belangrijke kosmopolitische dimensie. Territoriale natiestaten zullen binnen de mondiale politiek van de 21ste hun macht en invloed moeten delen met actoren op niveaus die zich zowel lager als hoger bevinden dan dat van nationale regeringen. Op bladzijde vier schrijft Zakaria eveneens het volgde: “In such an atmosphere, the traditional applications of national power, both economic and military, have become less effective”. De boodschap is duidelijk. 4 Over China kunnen we in dit boek veel interessante informatie vinden. De auteur schetst het beeld van een land dat sinds de economische hervormingen van 1979, die werden ingezet door Deng Xiaoping, ongekende vooruitgang heeft geboekt. Toen Deng Xiaoping zijn overbekende toespraak over de modernisering van China uitsprak tijdens het derde plenum van het elfde centraal comité van de communistische partij van China zette hij een ontwikkeling in gang die uiteindelijk zou leiden tot het ontstaan van een combinatie van een centrale planeconomie en een vrije markt economie. Zakaria steekt zijn bewondering voor de ontwikkelingen in China niet onder stoelen of banken. Zo schrijft hij op bladzijde 89 de volgende lofrede: “The results have been astonishing. China has grown over 9 percent a year for almost thirty years, the fastest rate for a major economy in recorded history”. Enkele regels verder lezen we: “The magnitude of change in China is almost unimaginable”. Het spreekt vanzelf dat er niet kan worden gezwegen over de problemen waarmee China te kampen heeft. De economische ongelijkheid tussen het platteland en de steden blijft schrijnend. De mensenrechten en de democratie in China zijn nog niet op een niveau waarmee we in het westen tevreden kunnen zijn. Desondanks is het volgens Zakaria belangrijk om alles te blijven bekijken binnen het juiste perspectief. Immers, ook de vele landen in het westen doorstonden tijdens hun proces van modernisering veel groeipijnen. Zou het dan niet hypocriet zijn om van China een rimpelloos traject te verwachten binnen een beperkt tijdskader? Om ons te verzekeren van het feit dat we begrijpen hoe onontkoombaar de opkomst van China is, worden we overladen met cijfers allerhande. Een opmerkelijk voorbeeld is het gegeven dat de export van Chinese producten naar de VS in 15 jaar tijd is gestegen met 1600%. De economische groei van China is het bewijs van het faillissement van de Washington-consensus, het globaliseringproject dat tijdens de jaren negentig van de vorige eeuw op poten werd gezet door Amerikaanse neoliberalen. Overtuigd van het feit dat economische modellen transporteerbaar zijn naar alle uithoeken van de wereld probeerden deze neoliberalen wereldwijd bestaande instellingen te liberaliseren in een handomdraai. De catastrofale gevolgen van dit beleid in landen zoals Argentinië en Rusland zijn ondertussen wijd gedocumenteerd. De Chinezen kozen echter voor een andere weg en waren succesvol. In plaats van het roekeloos invoeren van een vrije markt werd er gekozen voor een Chinese variant van het kapitalisme dat rekening hield met zowel de bijzonderheden van de Chinese cultuur als met de traditie van staatscontrole onder het communisme. Het is resultaat is volgens Zakaria een economisch succesverhaal en een weerlegging van de illusie dat er slechts één manier van globaliseren en moderniseren bestaat. Met betrekking tot China verkondigt Zakaria een dubbele boodschap. De VS mogen de economische groei van dit enorme land niet onderschatten. Dit impliceert dat er moet worden gezocht naar een beleid dat zowel rekening houdt met de Chinese eisen als met de problemen die met betrekking tot China de kop opsteken. China moet er aan worden herinnerd dat ze als grootmacht een bepaalde functie moet vervullen binnen de wereldpolitiek. Deze rol is niet alleen deze van economische grootmacht maar ook deze van een verantwoordelijke morele actor. Nationalistische reflexen ten aanzien van Taiwan of steun aan dictatoriale regimes zoals in Soedan en Zimbabwe kunnen dan niet door de beugel. Wat er precies moet worden gedaan is echter na het lezen van hoofdstuk 4 over China niet helemaal duidelijk. Een bemiddelende positie waarbij de Chinezen niet vervreemd geraken, en een kritische houding die zorgt voor een verdere liberalisering van het Chinese beleid, blijft alles bij elkaar een vage formule. Hoopgevend zijn de beschrijvingen van Chinese topdiplomaten die zich steeds meer inlezen in de theorieën van westerse denkers zoals Joseph Nye. Volgens Zakaria een bewijs dat China op de goede weg is. In 2006 was India de hoofdorganisator van het wereldberoemde economische forum in het Zwitserse Davos. Tijdens dit evenement maakte het land een goede beurt. Het gaf de indruk van een land in economische bloei dat met een zelfzekere houding naar de wereld kijkt. Sinds het aantreden van Singh als premier is dit land op de goede weg. Het etnische nationalisme van de BJP partij werd in de kiem gesmoord en zeker in de stedelijke gebieden boekte India opmerkelijke economische vooruitgang. Desondanks is het voor dit land niet allemaal rozengeur en maneschijn. Op de United Bastions Humaan Development Index stond het land recentelijk op een beschamende 128ste plaats na landen zoals Syrië en Vietnam. Dit is niet meteen een positie die we associëren met een grootmacht. De ongelijkheid tussen stad en platteland spelen ook hier een belangrijke rol. Ongeschooldheid en analfabetisme zijn in veel gebieden overweldigend en inefficiënte politieke structuren zijn vaak een belemmering voor vooruitgang. Zakaria, zelf geboren in India, ziet echter voldoende redenen om optimistisch te zijn met betrekking tot de ontwikkelingen van zijn geboorteland. Met name heeft hij een hoge pet op van de nieuwe ondernemersklasse die ontstaat in dit land. Een ontwikkeling waar Indiërs terecht fier op zijn is het hoge aantal ingenieurs die in dit land afstuderen. Daarnaast is hun ondernemingszin verbazingwekkend. Het precies door deze gecombineerde ontwikkeling dat er India sprake is van het ontstaan van een jonge en dynamische middenklasse die open samenleving hoog in het vaandel draagt. In tegenstelling tot wat veel doemdenkers in het verleden hadden voorspeld heeft er in India geen grootschalige braindrain plaatsgevonden. De ondernemende Indiërs trokken weliswaar massaal naar andere oorden maar velen van hen keerden ook terug om geld te herinvesteren in hun land van herkomst. In plaats van te spreken van een braindrain besluit Zakaria dat het beter is om te spreken van braingain. Gezien zijn quasi verheerlijking van de middenklasse moet Zakaria op zoek naar andere verklaringen voor de stagnerende economische ontwikkeling. Deze heeft hij snel gevonden. Het zijn de verouderde en rigide structuren van de Indische staat enerzijds en de complexiteit van de Indische democratie anderzijds die een rem vormen voor de verdere ontwikkeling van het land. Hierdoor ontstaat er een contrast tussen een dynamische en vooruitstrevende samenleving steunend op de middenklasse en een immobiele staat. Voortdurend zet Zakaria deze tegenstelling in de verf. Zo lezen we op bladzijde 146 over India : “Its society is open, eager, and confident, ready to take on the World. But its state- its ruling class- is hesitant, cautious, and suspicious of the changing World around it.” In deze analyse weergalmt ook de kritische houding van Zakaria ten aanzien van democratie als politiek stelsel. Democratieën, zeker in complexe en diverse landen zoals India, zijn volgens hem bijlange na niet altijd de meest geschikte vehikels om economische groei te bereiken. Over dit standpunt volgt er in de volgende paragraaf een uitweiding. Hier volstaat het om te besluiten met het feit dat zijn analyse van India lijkt te zijn gesteund op een zeer scherpzinnige vaststelling. Zakaria ziet echter niet alleen nadelen in de dichotomie tussen de Indische staat en samenleving. Het is immers precies deze dynamische open samenleving die er voor zorgt dat er een sterke band bestaat tussen de ondernemers uit India en de Amerikanen. Het is ook een verklaring voor het gegeven dat zoveel Indiërs die de overstap maken naar de VS uitgroeien tot succesvolle personen in de Amerikaanse maatschappij. Ze komen terecht in een samenleving die dezelfde waarden verheerlijkt als deze die ze aanleerden in hun bakermat. Een samenleving gebaseerd op openheid, ondernemingsgeest en creativiteit. Opvallend is het dan ook dat India het land is dat globaal gezien het meest positief staat ten aanzien van de VS. Zo verklaarden niet minder dan 71% van de Indiërs een positief te beeld te hebben van de VS in de befaamde Pew Global Attitude Survey. In een periode van alomtegenwoordig anti-Amerikanisme is dit een opmerkelijk percentage. Volgens Zakaria is het een gevolg van de overeenkomst tussen de Amerikaanse en Indische samenleving. Bijgevolg besluit hij dan ook dat India een potentiële bondgenoot is van de VS binnen de post Amerikaanse wereld. Binnen de context van deze nieuwe wereldorde is het uitermate belangrijk dat de Amerikanen gebruik maken van deze culturele affiniteit om een bondgenootschap te smeden. Met enige bezorgdheid schrijft Zakaria dan ook over de moeizame onderhandelingen die de laatste jaren plaatsvonden tussen Washington en India met betrekking tot de nucleaire wapens van het laatstgenoemde land. Zakaria pleit voor een gematigde opstelling en een bewustzijn van de nood aan partners voor de VS. Daarnaast hoopt hij dat de samenwerking met de VS de nodige stimulansen zal leveren voor zijn moederland om ook de politieke hervormingen door te voeren die noodzakelijk zijn voor haar verdere groei. 5 Toch is er binnen het denken van Zakaria sprake van een element waarbij we moeten stilstaan. Vooral bij visies die hij verkondigde en in zijn vorig boek The Future of Freedom, gepubliceerd in 2003 moeten er enkele kanttekeningen worden geplaatst. Te meer daar deze ideeën nog steeds ruimschoots te bemerken vallen doorheen het lezen van The Post-American World. The Future of Freedom was in meerdere opzichten spraakmakend. Zo beweerde Zakaria dat democratie in veel gevallen een belemmering kan zijn voor een efficiënte politiek maar vooral ook voor aanhoudende en stabiele economische groei. In dit boek uit 2003 beschrijft hij met veel pathos het autocratische regime van Lee Kuan Yew in Singapore. Volgens Zakaria is een autocratische manier van besturen voor een land als Singapore de enige mogelijke oplossing om uit economische stagnatie en impasse te geraken. Singapore is een etnisch divers land met verschillende belangroepen en lastige (want kritische) kranten. In zo een complex landschap is het moeilijk om een coherent beleid te voeren wanneer er sprake is van te veel democratie. Zakaria verdedigt dan ook de stelling dat voor landen zoals Singapore democratie soms in het wachthokje moet worden gezet ten voordele van economische groei. Dat Yew in Singapore zorgde voor een onderdrukking van de publieke sfeer wordt daar Zakaria aanzien als een noodzakelijk kwaad. In de naam van economische vooruitgang moeten bepaalde democratische principes worden beperkt. Deze stelling zorgde voor veel controverse. Uiteraard is er de thesis, duidelijk onderbouwd in de werken van Amartya Sen, dat democratie de garantie is voor het voorkomen van armoede en radicale ongelijkheid tussen groepen mensen binnen één land. Een land met een moderne vrije markt en zonder democratie is een ideaal recept voor een neoliberale staatsvorm met grote ongelijkheden binnen de samenleving. Armoede, honger, en mensen met weinig tot geen startkansen om het te maken in de maatschappij zijn het gevolg. Daarnaast is er het gegeven dat autocratische politieke systemen vaak geen kanalen voor communicatie aanbieden voor de meest arme segmenten van de samenleving. De afwezigheid van een publieke sfeer zorgt er binnen deze staten voor dat een probleem zoals armoede en honger onder een bepaalde bevolkingsgroep simpelweg niet in de aandacht komt te staan. Helaas staat Zakaria niet stil bij deze theorie en blijft hij verkondigen dat een democratie niet nodig is voor economische groei. John Rawls en zijn theorie over sociale rechtvaardigheid zijn aan hem niet besteed. Amartya Sen’s kritieken op autocratische systemen zoals we zagen in Singapore onder Yew worden door Zakaria onvoldoende serieus genomen. Misschien heeft hij wel gelijk wanneer hij beweert dat economische groei in sommige gevallen alleen maar mogelijk is bij een tijdelijke opschorting van de democratische processen binnen een land. Sommige landen zijn zo complex en divers dat democratische procedures inderdaad haaks kunnen staan op een gestroomlijnd en efficiënt economisch beleid. Het autocratische Rusland van Vladimir Poetin is hier allicht een voorbeeld van. Maar wat baat economische groei als de helft van de inwoners van een land moeten overleven van 1 dollar per dag? Is het doel van economische groei niet in de eerste plaats het creëren van mogelijkheden en kansen voor iedereen zodat elke burger de kans krijgt om het leven te leiden dat hij of zij zelf wensbaar acht? John Stuart Mill zaliger zou zich bij het lezen van Zakaria allicht omkeren in zijn liberale graf in het Franse Avignon. 6 De Franse filosoof Jacques Derrida schreef enkele jaren geleden een schitterend pleidooi voor het lezen van kosmopolitische intellectuelen. Ofschoon het woord kosmopolitisme vaak de indruk opwekt van wereldvreemde idealisten zonder voeling met de realiteit is het tegendeel waar. Kosmopolieten zijn denkers die kunnen putten uit een rijk gamma van ideeën en ervaringen om te komen tot originele en noodzakelijke inzichten over de wereld om ons heen. Het is niet toevallig dat het net de denkers waren die leefden op het breukvlak van culturen en historische periodes doorheen de geschiedenis hebben gezorgd voor het doorbreken van bestaande denkkaders en structuren. Denken we hierbij maar aan de rol van de Franse Hugenoten die uitzwermden over het Europese continent na de vervolging van de Franse protestanten in het katholieke Frankrijk aan het einde van de 16de eeuw. Zij lagen mee aan de basis voor het formuleren van westerse opvattingen van tolerantie en het denken over de moderne vrije staat. Een ander schitterend voorbeeld zijn de Joodse filosofen en denkers die ons tijdens de afgelopen jaren onbetaalbare inzichten hebben doen krijgen in de brutale geschiedenis van het totalitaire denken. Leven in contact met verschillende culturen en manieren van denken kan een verrijking zijn voor intellectuele debatten. In contact komen met verschillende politieke, culturele en ideologische werelden levert vaak een vorm van creativiteit op die kan uitmonden in heldere en veelomvattende visies met oog voor nuances, veelvormige ontwikkelingen en complexiteit. Als iemand geboren in India en die in 1982 op 18 jarige leeftijd naar de VS trok om te timmeren aan een mooie carrière is Zakaria daarom in meerdere opzichten de belichaming van de kosmopolitische intellectueel. Niet alleen maakte hij van dichtbij kennis met verschillende culturen en landen, zijn traject zorgt er ook voor dat hij leeft in historisch belangrijke tijdsgewrichten. Getuige hiervan zijn besef dat we tegenwoordig leven binnen een transformatieproces die de toekomst van de wereldorde en de geschiedenis van de mensheid zal gaan bepalen. Van binnenin zag hij de graduale opkomst van een land als India aan het einde van 20ste eeuw. Ook van binnenin is hij getuige van de veranderende rol van de Verenigde Staten binnen een snel transformerende wereld. Ten slotte is hij er zich als geen ander van bewust dat de VS dankzij het beleid van G.W. Bush veel schade heeft geleden. Zijn argument dat de VS moeten werken aan een diplomatie renaissance slaat de nagel op de kop. Wonden zijn geslagen en breuklijnen werden uitgediept. Met zijn boek geeft Fareed Zakaria een krachtig signaal. De aankondiging van het einde van het trans-Atlantische liberale bondgenootschap door denkers als Jürgen Habermas was misschien prematuur. De relatie tussen West Europa en de VS kan worden hersteld. Amerika kan terugkeren als een volwaardig lid van de vrije en democratische wereld. Zakaria zijn woorden zijn in dit opzicht hoopgevend. De vraag is of we aandachtig zullen luisteren naar deze bakens van hoop in een wereld van onzekerheid waarin belangrijke beslissingen zich aandienen. Mijn keuze is in ieder geval gemaakt.
Fareed Zakaria Linksmailto:Chris.Andrades@HISTORY.unimaas.nl |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|