Van april tot juni 1989 betoogden studenten en arbeiders op het Tiananmenplein in Beijing en ook in andere steden van China. Zij eisten politieke vrijheden, minder corruptie, meer rechten voor arbeiders, minder grote verschillen in lonen en in rijkdom en minder inflatie. Volgens Zhao Ziyang, de toenmalige secretaris-generaal van de Communistische Partij, beoogden ze niet de val van de Volksrepubliek en van de machtspositie van de CCP, maar wel correcties van zaken die fout liepen. Hun uitingen van frustratie vormden geen bedreiging van het systeem. Dat blijkt ook uit het feit dat zij zelf drie radicale betogers, die het portret van Mao bekladden, uitleverden aan de politie, met alle funeste gevolgen daarvan. Binnen het politbureau konden zij enkel rekenen op de sympathie van Zhao Ziyang (1919-2005), die in de titel van het boek Het geheime dagboek van premier Zhao Ziyang onterecht ‘premier’ wordt genoemd. Dat was wel zijn vroegere functie van 1980 tot 1987. Zhao was een trouwe aanhanger van Mao sinds 1932 (Communistische Jeugd) en sinds 1939 als bestuurder. Tijdens de Culturele Revolutie bleek hij iets te gematigd. Dit had tot gevolg dat even gevangen zat en een jaar als monteur moest werken in een fabriek. Vanaf 1973 klom hij weer verder op tot de hoogste treden van de partijladder. In 1978 mocht hij voor het eerst een reis maken naar het buitenland. Zijn ogen gingen open. In Zuid-Frankrijk zag hij dat boeren ook in een droge streek welvarend kunnen worden, door druiven en andere vruchten te kweken. Anders dus dan in China, want daar zou men massaal irrigeren om er toch tarwe te kunnen zaaien. In Engeland zag hij tarwevelden aan de oostkust en weides aan de westkust. Boeren legden hem uit dat zij zich aanpasten aan het klimaat (zon voor tarwe in het oosten, regen voor gras, veeteelt, melkproductie in het westen) in plaats van het klimaat aan te passen aan de eisen van een partij die overal graan verbouwde, ook al mislukte dat telkens en ook als de boeren dan arm bleven. Die economische ervaring bracht hij mee naar China. Daar liet hij horen hoeveel energie en water verspild werd door het Chinese systeem en bepleitte hij de Europese aanpak in het Permanent Comité van het Politbureau, waar hij de leiding kreeg over de economische aangelegenheden van het land. Voortaan ging men produceren op basis van de vraag. Zhao beweert dat zijn stempel op het economisch beleid zeker zo groot was als die van Deng. Hij was ook van mening dat economische veranderingen samen moesten gaan met politieke en juridische, maar in dat opzicht was hij minstens drie decennia voor op zijn tijd. Ook in andere opzichten was hij een pionier. Toen hij in 1987 partijleider werd, werd het Mao-pak vervangen door westerse kostuums, uiteraard gemaakt in China. Dat wees erop dat China zijn isolement en zijn complexen achter zich liet. De internationale pers werd voortaan uitgenodigd om te vernemen wat het permanent comité van het politbureau beslist had. Op 15 april 1989 overleed de vorige populaire en hervormingsgezinde partijleider Hu Yaobang. Dit vormde de directe aanleiding voor de studenten om op straat te komen. Op 22 april 1989 stelde Zhao zijn aanpak van de demonstraties voor: de studenten aanmoedigen om terug te keren naar hun collegezalen, met hen in gesprek blijven, want hun grieven waren terecht en zorgen dat de wet enkel gebruikt zou worden tegen diegenen die werkelijk misdaden hadden begaan. Op 26 april publiceerde Het Volksdagblad een felle veroordeling van de studentendemonstraties. De protesten werden bestempeld als tegen de partij gericht en antisocialistisch. Zhao kon (of wou ?) de publicatie niet verhinderen, want hij was op dat moment op staatsbezoek in Noord-Korea. Daarop sloegen de bestaande spanningen om in een ernstige politieke crisis. Op 4 mei hield Zhao een toespraak voor de Aziatische Ontwikkelingsbank. Hij drong erop aan dat de betogingen benaderd moesten worden op basis van democratie en wet. De studenten waren opgelucht; velen trokken weer naar hun universiteit. Li Peng en de conservatieven waren boos om het eigengereide optreden van Zhao. De studenten grepen het bezoek van Gorbatsjov aan om de aandacht van de wereld te vragen voor hun wensen. Op 17 mei 1989 kwam de partijtop bijeen in het huis van Deng Xiao Ping, de oudste en de machtigste Chinese leider. Deng organiseerde daar wel vaker geheime bijeenkomsten, zoals blijkt uit de foto van een gelijkaardige reünie die genomen werd na de ingreep van het leger. Deng en premier Li Peng beschouwden de protesten als een contrarevolutie. Zhao moest het onderspit delven. Totaal overstuur trad hij af. Tegen de wil van Zhao, werd op 19 mei 1989 de staat van beleg afgekondigd. De troepen die op weg waren naar de stad, werden onder weg tien dagen lang opgehouden door de bevolking. Op 19 mei ging Zhao praten met de studenten om een bloedbad te voorkomen. Premier Li Peng volgde hem even, maar aan het plein schrok hij en keerde terug. Zhao sprak de studenten toe, toonde begrip voor hun grieven, riep hen op hun hongerstaking te beëindigen en het leven te omarmen. De foto hiervan werd wereldberoemd. Dit bleek achteraf het laatste publiek optreden van Zhao te zijn. De jongelui luisterden niet en bleven manifesteren. Een paar dagen later werd het leger op hen afgestuurd. Zhao zat met zijn familie in zijn tuin, toen hij op de avond van 3 juni 1989 geweervuur en kanonschoten hoorde losbarsten. Hij besefte dat er zich een tragedie voltrok. Bij het gewelddadig ingrijpen sneuvelden in de straten rond het plein volgens sommige deskundigen ongeveer 300 betogers, volgens Amnesty International ongeveer duizend. Er volgde een klopjacht op de studentenleiders die ontsnapt waren. Voor Zhao Ziyang was dit het definitieve einde van zijn carrière. Hij werd afgezet en kreeg levenslang huisarrest tot zijn dood in 2005. Hij schreef nog brieven naar het partijbestuur, maar kreeg nooit een antwoord en Deng zag hij nooit meer. Hij kreeg er nog wel bezoek van zijn zoon en dochter, ieder met hun echtgenoot en hun enige kinderen. Maar andere kandidaat-bezoekers stootten op zoveel regeltjes, dat ze de moed opgaven. Zijn vijf voormalige lijfwachten werden zijn vijf trouwe cipiers. Tijdens die eenzame opsluiting in een stil steegje van Beijing slaagde hij erin zijn memoires in te spreken op cassettes. Hij had daar genoeg tijd, want hij mocht zijn huis niet verlaten, zelfs niet om naar een golfveld te gaan. Zijn geliefde sport, die door de partijoudsten al eerder als ‘uitheems’ werd beschouwd, mocht hij enkel nog beoefenen door in zijn binnentuintje een bal tegen een net te slaan. Dertig bandjes van telkens een uur werden het land uit gesmokkeld en in mei 2009 uitgegeven onder de titel Staatgevangene N° 1. Postuum slaat Zhao dus terug. Zijn getuigenis gunt ons een unieke blik achter de schermen van een gesloten regime. Het is, na de Tiananmen Papers uit 2001 van de Amerikaanse geheime dienst, het eerste verslag van de vertrouwelijke, soms zeer hevige discussies in het permanent comité van het politbureau, het machtscentrum van de CCP, maar nu dus van een bevoorrechte getuige. Het onthult ons details over de machtsstrijd en intriges en over de gewelddadige onderdrukking van de betogers in de omliggende straten van het plein, waar men het leger wou tegenhouden. Zhao aarzelt niet om de namen van de verantwoordelijken erbij te vermelden. Detail: volgens de Tiananmen Papers drong Zhao aan op een rechtsstaat en een systeem van socialistische democratie, maar tegelijk wou hij het leiderschap van de CCP overeind houden en was hij tegen een meerpartijenstelsel. Het boek gaat echter over veel meer: de carrière van Zhao vanaf 1932, discussies over de economische politiek en over de beslissende rol van Deng, ook nadat deze geen partijleider meer was, ontmoetingen met Ronald Reagan, Margaret Thatcher (1984, verklaring over overdracht van Hongkong), Michaël Gorbatsjov, Kim Il Sung van Noord-Korea, en anderen. Over de authenticiteit van de bandjes wordt niet getwijfeld. Toch willen we er enkele bedenkingen bij formuleren. Kon Zhao nog objectief oordelen over voormalige collega’s die hem huisarrest bezorgd hadden? Ging de discussie in het partijbureau over geweld tegen de betogers of over de aard van de betoging? Was deze contrarevolutionair zoals Deng c.s. voorhielden of niet, zoals Zhao zegt? Wilde de massa kleine correcties en de harde kern een westerse democratie zonder machtsmonopolie van de CCP? Wou Zhao al in 1989 wat hij in de daaropvolgende zestien jaar dicteerde? Zijn de ingesproken teksten correct weergegeven door de uitgevers of bijgewerkt? Het boek zal wereldwijd veel gelezen worden, maar in China voorlopig nog niet. Inmiddels is er ook een reactie vanuit China! Het Chinees persagentschap Zhongguo Tongxun She, publiceerde op 29 mei 2009, dus heel kort na de verschijning van het boek, een stevige kritiek van de hand van Zhong Zhengping. Zhong ergert zich vooral aan het feit dat Zhao zich boven Deng durft te stellen als architect van de economische liberalisering. Deng blijft in China nog altijd overeind als de man van de grote hervormingen en van de opening van de Chinese markt voor Westerse bedrijven. Hij prijst Zhao voor zijn verdiensten in de eerste decennia van de revolutie, wat al een hele toegeving is, maar Dengs politieke wijsheid en zijn bijdrage aan dertig jaar constante vooruitgang staan ver boven die van zijn tijdgenoten, aldus Zhong. Die verwijt Zhao eveneens dat hij het oproer van 4 juni 1989 aanwakkerde en de partij in twee probeerde te splitsen. En tot slot dat Zhao de weg naar de Westerse democratie wilde introduceren, iets waar China totaal geen behoefte aan heeft en waarmee China nooit zijn supergrote sprong voorwaarts had kunnen maken. Zhong voegt er nog aan toe dat China niet de bedoeling heeft om zijn ontwikkelingsmodel te exporteren. Hij begrijpt niet waarom het Westen het boek van Zhao met zo groot enthousiasme onthaalt. Hij waarschuwt de ‘sponsors’ van het boek dat ze deze verjaardag misbruiken om een ‘krachtige bom’ op de Chinese regering en het Chinese volk te werpen, door ook een Chinese versie op de markt te brengen, maar dat hun droom nooit in vervulling zal komen. Die Chinese vertaling komt wellicht alleen in Hongkong. Overigens wordt Tiananmen dezer dagen in China wel herdacht, maar dan in beperkte intellectuele kring, namelijk in de Academie voor Sociale Wetenschappen, waar begrip getoond wordt voor meer vrijheden, wat erop wijst dat er toch meer ruimte komt voor afwijkende meningen.
Zhao Ziyang, Staatsgevangene N° 1. Het geheime dagboek van premier Zhao Ziyang, Bezorgd door Bao Pu, Renee Chiang, Adi Ignatius, Balans, 2009, 367 p. Zhao Ziyang Linksmailto:jef.abbeel@skynet.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|