|
Bij de evaluatie van de beleidsverklaring, waarmee premier Verhofstadt afgelopen dinsdag het eerste parlementaire werkjaar van de paarse regering opende, vallen twee dingen op. Een: een begroting in evenwicht dankzij de Belgacom-cosmetica. Twee: het enorme belang dat logischerwijs aan het economische, en meer specifiek de werkgelegenheid, wordt gehecht. Door het quasi volledig overnemen van de besluiten van de werkgelegenheidsconferentie lijkt de lijst van voorgenomen maatregelen op zijn zachtst gezegd indrukwekkend. Toch kunnen we ons afvragen in welke mate deze tekst meer is dan een zorgvuldig onderhandeld compromis, een nauwkeurige afweging van belangen zonder fundamentele ingrepen. In welke mate getuigt deze tekst van genoeg visie om ons land uit de benarde economische situatie te halen waarin het zich momenteel bevindt? Al te veel immers worden kleine ingrepen aangekondigd zonder te passen in een groter en coherent kader. Voorbeelden zijn er legio. Er is de loonlastenverlaging, weliswaar veel minder dan in verkiezingstijd aangekondigd of door de ondernemingen gevraagd. Er is het systeem van dienstencheques dat wordt uitgebreid en waarover men zich de vraag kan stellen of dit wel een kerntaak is van de overheid. Maar uiteindelijk zijn en blijven dit lapmiddelen. Nergens wordt een concreet antwoord gegeven op de talrijke rigiditeiten die onze arbeidsmarkt verstarren, ja zelfs ziek maken. Hier blijft men steken in nobele voornemens of algemene principes. In een dynamische, gemondialiseerde economie moet onze arbeidsmarkt mee evolueren. Dynamisering betekent meer dan van arbeiders meer flexibiliteit eisen. Dynamisering, het creëren van een actieve welvaartstaat - om de inmiddels alweer verlaten visie van Verhofstadt I even op te halen - vraagt structurele hervormingen. Hervormingen van de arbeidsmarkt, waar onder andere administratieve vereenvoudiging en flexibeler loonoverleg wonderen zouden kunnen doen. Hervormingen van het systeem van werkloosheidsuitkeringen, waar geringe controles en de onbeperktheid in tijd van de uitkeringen het sociale profitariaat aanmoedigen en de staat, en dus de burgers die wel hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van de maatschappij, handen vol geld kosten. Ook hervormingen van het onderwijs zouden veel kunnen bijdragen aan een heropleving en verbetering van de economische situatie. Met langs de ene kant een herwaardering van technische beroepen, zodat een technische school niet meer wordt aanzien als de afvalbak van het middelbaar onderwijs, en langs de andere kant meer en gerichtere investeringen in hoger onderwijs, spitstechnologie en wetenschappelijk onderzoek. Met mooie woorden alleen creëert men geen kader voor een competitieve kenniseconomie. Nog een ander zwak punt in het voorgenomen beleid is wederom het ontbreken van een visie op twee zeer belangrijke maatschappelijke domeinen: sociale zekerheid en pensioenen. In tijden van economische crisis een onverantwoord hoge blanco cheque geven aan de sociale zekerheid is een gemiste kans. In dit departement kan immers veel efficiënter gewerkt en dus veel bespaard worden zonder dat de burger minder kwaliteit krijgt. Het halsstarrig vasthouden aan het Zilverfonds en de weigering om structurele maatregelen te nemen om onze pensioenen in de toekomst betaalbaar te houden zijn eveneens missers. Het is spijtig te moeten vaststellen dat dit beleid getuigt van angst. Angst om in de huidige politieke constellatie een verkeerd imago te krijgen of om aan populariteit te verliezen. De drang naar publieke populariteit, het vastklampen aan de eigen verworven positie - zowel door politici, vakbonden als werkgeversorganisaties - gaat ten koste van een beleid met structurele oplossingen voor onze maatschappelijke problemen. En uiteindelijk betalen zowel de belastingbetaler als de politici hiervoor de rekening. Wim Aerts |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|