Naar een Europese ruimte van vrijheid en vooruitgang

column vrijdag 13 mei 2005

Wim Aerts

De Europese constructie is, ongeacht haar benaming, reeds vanaf haar ontstaan vanuit het streven om door economische integratie de gruwel van de Tweede Wereldoorlog voorgoed onmogelijk te maken, tot op de dag van vandaag, steeds van een bijzonder grote waarde geweest voor liberaal denkenden. Vanwege haar opzet om boven de grenzen van de 19e eeuwse natiestaten heen te werken aan een ruimte waarin vrede wordt gekoppeld aan de vrijheid en vooruitgang van eenieder is de Europese gedachte een zeer sterk liberaal idee. Dit wekt dan ook de verantwoordelijkheid om ook in de toekomst vanuit de liberale beweging te werken aan uitwerking en de volbrenging van dit idee, teneinde het niet te laten kapen door hen die het van zijn oorspronkelijke gedachte willen beroven. Deze verantwoordelijkheid dwingt ons ook ons niet neer te leggen bij een status quo, maar te blijven werken aan die sterke idee, om een plaats te creëren waarbinnen elk individu de maximale mogelijkheid heeft zijn leven naar eigen believen in te richten.

Deze weg, die resoluut kiest voor een Europa dat ten dienste staat van de individuele vrijheid en verantwoordelijkheid van zijn burgers, is geenszins de meest gemakkelijkste, onder meer door de belangrijke uitdagingen die momenteel op tafel liggen. Intern, met name de invloed van de uitbreiding, het democratisch deficit, de bureaucratie en de logheid van de instellingen, zowel als extern, waar Europa zich geconfronteerd ziet met de invloed van de globalisering op haar sociale model, de vergrijzing en bovendien een antwoord dient te geven op internationale problemen als terrorisme, armoede en migratie. Ten aanzien van al deze problemen is het van fundamenteel belang dat liberalen resoluut kiezen voor die oplossingen die een maximum aan vrijheid garanderen.

Toch vallen hoe langer hoe meer liberalen dit positieve beeld van een liberaal Europa af, onder meer bevreesd door de invloed van conservatieve nationale krachten op Europa, of het logger worden van de bureaucratie. Jammer genoeg is juist dit afkeren de kortste weg naar een verzanding van dit liberale project. Ook wordt Europa door sommige liberalen te eenzijdig bekeken als een vrijhandelszone, die dan in toenemende mate verdicht. Deze benadering gaat voorbij aan de enorme verdienste en meerwaarde van een politiek Europa, niet alleen op economisch vlak, waar het zonder een politieke bovenbouw ondenkbaar zou zijn te komen tot een muntunie, een mededingingsbeleid of de enorm verregaande richtlijnen die zorgen voor broodnodige marktliberalisering, maar ook op diep menselijk vlak, waar de verdiensten op onder meer het gebied van mensenrechten of het vrij verkeer van mensen, dat een veel verdere betekenis heeft dan het louter economische, moeilijk onderschat kan worden. De reactie op de uitdagingen waarmee Europa vandaag geconfronteerd zijn, moet er niet één zijn van passiviteit of simpel afkeren, maar van het verheffen van de ideeënstrijd voor een liberaal Europa naar het Europese niveau. De grondwet geeft hier alvast enkele bescheiden middelen toe.

Met het ingaan van de 21e eeuw staat Europa institutioneel voor een van de belangrijkste interne omwentelingen in zijn geschiedenis, met name de mogelijke aanvaarding van een grondwet voor Europa. Deze grondwet is niet de aanzet tot een Europese superstaat, waar liberalen terecht bevreesd voor zijn. Noch zal het de grondwet zijn die de gebreken van het West-Europese model naar nieuwe lidstaten exporteert. Wel wordt met dit grondwettelijke verdrag de volgende stap gezet naar de verwerkelijking van die Europese ruimte van vrijheid en democratie, door de opname van het charter van de grondrechten, de nauwkeurigere omschrijving van het subsidiariteitsbeginsel en het Europese burgerschap. Ook de leesbaarheid en de juridische eenvormigheid van de nieuwe grondwet dragen in belangrijke mate bij tot een toegankelijker Europa. De Europese constructie is geen superstaat, maar mag eveneens geen loutere vrijhandelszone zijn, hetgeen een te beperkte visie zou zijn op het Europese vrijheidsstreven. Mensenrechten, democratie en een werkelijke participatieve economische vrijheid, meer dan vrije handel of productie alleen, zijn cruciale aspecten van een inclusief vrijheidsbegrip, dat centraal staat in een liberale visie op Europa. We dienen dan ook archaïsche concepten als natie-staat en internationale organisatie achter ons te laten, en resoluut te kiezen voor de Europese unie als een organisatie sui generis waar de grondwet een belangrijke aanzet geeft tot een efficiëntere en democratischer besluitvorming en het speelveld creëert waarbinnen liberalen moeten strijden voor een zo vrij mogelijk Europa. Toch moeten we ook de beperkingen van de grondwet, of van de Europese constructie in haar geheel, durven noemen. Onder meer met betrekking tot het bestrijden van het democratisch deficit, een doorn in het oog, laat de grondwet vele kansen liggen. Hoewel op sommige domeinen besluitvormingsregels werden aangepast, blijft een verregaande democratisering uit. In het licht van de toenemende bevoegdheden van Europa blijft het onaanvaardbaar dat het parlement tot op de dag van vandaag, ook na de invoering van de grondwet, niet die rol kan spelen die van een parlement, zeker op het gebied van de democratische controle, kan verwacht worden. Het zou echter een spijtige reflex zijn de grondwetidee te verwerpen uit onvrede met bepaalde problemen van het huidige Europa, die de grondwet misschien niet oplost, maar evenmin verankerd.

Toch ligt de meest voelbare uitdaging voor Europese burgers op een ander domein, dit van de interne markt. Na verschillende jaren van ontwikkeling en voorspoed door deze interne markt, lijkt deze, onder meer door confrontatie met de globalisering en de vergrijzing, tegen zijn grenzen aan te lopen. Hervormingen, of juister het meer gebruik maken van deze interne markt, zijn dan ook nodig om Europa op het juiste economische spoor te houden. Het spreekt voor zich dat hiervoor meer nodig is dan het louter maken van schimmige afspraken over in tijd ver verwijderde periodes. Het voorbeeld van de Lissabon-agenda toont aan dat dergelijke vrijblijvende plannen moeilijk overeen te brengen zijn met de praktijk. Toch moet speciaal in deze context ook opgepast worden voor Europese overregulering of zelfs een nutteloze overdracht van bevoegdheden aan Europa. Economische regio’s moeten in staat blijven een economisch beleid te voeren dat specifiek is toegespitst op de mogelijkheden en troeven van die regio, die op zijn beurt optimaal geïntegreerd is in een eengemaakte markt. Eenvormigheid op Europees niveau met betrekking tot fiscaal en sociaal beleid is dan ook geen doelstelling die is na te streven, vermits het West-Europese landen in staat zou stellen de problemen van hun eigen maatschappij, met name het wankelen van het sociale bestel, te exporteren naar nieuwe lidstaten, om via het opleggen van voor hen onnatuurlijke regelgeving hun competitiekracht te beperken. Wel is het de taak van de Europese instellingen om de markt zo open mogelijk te maken, door het wegnemen van barrières die nu nog bestaan, zoals onder meer in de dienstensector, waar liberalen ervoor moeten zorgen dat in de huidige aanpassingsdrang van het voorstel tot richtlijn de liberale kracht hiervan niet teniet wordt gedaan. Verder moet er ook gedacht worden of er na de eengemaakte munt en bijhorende monetaire politiek geen werk moet gemaakt worden van een eengemaakte financiële ruimte, teneinde de vrijheid van kapitaal en bijhorende financiële dienstverlening optimaal te bewerkstelligen en stappen te nemen om tot een werkelijke Europese kapitaalmarkt te komen, hetgeen ontegensprekelijk bijzonder sterke economische boni zal opleveren. Bij dit alles mag de Europese unie niet de fout maken uitsluitend voor een regulerende aanpak te kiezen in haar pogingen te komen tot een werkelijke interne markt, want regelgevend optreden, zelfs om markten open te maken, blijft regelgevend optreden waarmee dus ook omzichtig moet worden omgesprongen. Het spreekt voor zich dat fouten uit het verleden hierin zo spoedig mogelijk moeten worden rechtgezet. Er ligt eveneens een sterke verantwoordelijkheid op de lidstaten zelf hun economisch, fiscaal en arbeidsmarktbeleid aan te passen aan de uitdagingen van deze nieuwe eeuw. Het is immers onaanvaardbaar en getuigt bovendien van grote lafheid de problemen op dit domein toe te schrijven aan Europa.

De Europese unie kan zich eveneens, om diverse redenen, niet afzijdig houden in het immigratiedebat, dat eveneens geen louter economische verhaal is. Het is voor liberalen immers stuitend te zien hoe op vele plaatsten in de wereld mensen op zeer beperkte of geen enkele manier de mogelijkheid hebben om vrijheid ten volle te beleven. Dit moet dan ook het uitgangspunt zijn van een Europees buitenlands beleid, maar is eveneens een belangrijke overweging ten aanzien van immigratie. Bovendien moeten we, ondanks alle mogelijke populistische retoriek, onderkennen dat onze samenleving in sneltempo verouderd, hetgeen zonder meer ook belangrijke gevolgen zal hebben. Daarom moet Europa zo snel mogelijk beginnen met een op de mens gericht asiel- en immigratiebeleid, dat tracht de belangen van asielzoekers en immigranten zo goed mogelijk te verzoenen met de noden en draagkracht van de Europese samenlevingen, vermits het liberale ideaal van een vrije migratie vooralsnog een utopie is. Teneinde dit te verwezenlijken kan, op Europees niveau, gedacht worden aan een Europese equivalent van het Amerikaans green-card systeem, waar evenwel met betrekking tot de verdeling van de beschikbare greencards over de verschillende geografische regio’s een evenwicht gevonden moet worden tussen menselijke en economische migratie. In geen geval mag de immigratie uitsluitend bestaan uit voor Europa economisch nuttige personen, vermits dit een naïef geloof in de mogelijkheden van economische planning zou veronderstellen en afbreuk zou doen aan het liberale fundament van individuele gelijkwaardigheid. Ten aanzien van de draagkracht van de Europese samenleving moet opgemerkt worden dat problemen ten aanzien van migratie vaak ontstaan doordat te rigide arbeids- en sociale regels migranten beletten snel aan werk te geraken, en hen aldus soms ‘aansporen’ tot een leven in de sociale hangmat, met alle maatschappelijke stigmatisering van dien. Het spreekt voor zicht dat dit alles slechts mogelijk kan zijn binnen het kader van een snelle en humane procedure, die bovenal getuige is van het Europese respect voor mensenrechten.

Een laatste belangrijk aspect is de plaats van dit vrije Europa in de wereld, en haar relaties met andere staten. Na de aanslagen van 11 september en 11 maart is het voor iedereen duidelijk geworden dat noch terrorisme noch criminaliteit zich stoort aan grenzen. Teneinde het mogelijk te maken elk individu van een maximale vrijheid te laten genieten is het dan ook noodzakelijk deze problemen ook grensoverschrijdend aan te pakken. Politionele en justitiële samenwerking dienen dan ook te worden uitgebreid, zonder dat, naar analogie me de Verenigde Staten, die mag leiden tot een verdere afbraak van lang verworden burgerrechten. Ook internationaal is het van groot belang dat Europa in toenemende mate met eenzelfde stem spreekt, maar ook handelt. Het zou immers van een grote hypocrisie getuigen om binnen de grenzen van Europa – what’s in a name – een ruimte van individuele vrijheid te creëren en daarbij blind te zijn voor problemen van andere individuen in andere landen. Het bewerkstelligen van vrijheid en democratie moet daarbij het leidinggevende principe zijn, maar het uitgangspunt is steeds het individuele welzijn in de concrete situatie, zodat een Europees buitenlands beleid, met inbegrip van de middelen om dit in de praktijk uit te voeren, geen vrijbrief kan zijn voor onverhoedse militaire actie. Vanuit overwegingen van efficiëntie kan dit vanzelfsprekend best gebeuren door een toenemende samenwerking en integratie van de verschillende nationale strijdkrachten, eventueel te beginnen met pogingen tot coördinatie van militaire aankopen en informaticasystemen en detacheringen naar deze Europese strijdkracht van bepaalde, reeds bestaande legeronderdelen die zich dan gezamenlijk voorbereiden. In dit licht is de installatie van een planningscentrum, zoals dit momenteel reeds geconcipieerd is, eveneens een belangrijke stap in de goede richting. Er moet eveneens aanvaard worden dat het noch wenselijk, noch realistisch zou zijn een Europese defensie en buitenlands beleid te organiseren buiten de context van de Navo. Het is binnen deze alliantie, die zich grotendeels – maar niet volledig – kenmerkt door gemeenschappelijke doelstellingen, dat de Europese Unie belangrijke mogelijkheden heeft om haar humanitaire en menselijke benadering van mondiale problemen te verwezenlijken. Aangezien de individuele vrijheid het richtinggevende idee is bij een Europees buitenlands beleid is eveneens het humanitaire aspect bij internationale actie een belangrijke bekommernis. De uitgebreide expertise van de Europese Unie en de civil society op het vlak van ontwikkeling moet het mogelijk maken te voorzien in een belangrijke humanitaire component. Op lange termijn dienen door middel van diplomatie, economische samenwerking en vrijhandel bovenvermelde doelstellingen dan ook verwezenlijkt te worden.

De hierboven belichtte aspecten zijn een bescheiden poging om de kritiek die de Europese Unie in toenemende mate krijgt vanuit liberale hoek te counteren. Regelrecht vanuit de basisprincipes van Europa moeten we toegeven dat Europa in essentie een a-nationalistisch liberaal project is, gesteund op liberale kernwaarden als vrede, vrijheid, mensenrechten, democratie en vrije markt. Het zou dan ook bijzonder jammer zijn, of zelfs laf, als liberalen vandaag de discussie en de ideeënstrijd over Europa zouden overlaten aan rechts of links-conservatieve krachten. Het is deze mogelijke capitulatie van liberalen, en niet het verder blijven bouwen aan een vrij en sterk Europa, dat de liberale inslag van Europa het meeste schade toebrengen.


De auteur is voorzitter van het LVSV-Gent


Wim Aerts

Wim Aerts

Links
mailto:w.aerts@telenet.be
Share |

4 Liberales-sessies over Economie

Om het economisch nieuws beter te begrijpen, organiseert Liberales in januari en februari vier sessies over Economie (te Brussel). De sessies behandelen pensioenen, strategisch gedrag, financieringswet en de financiële crisis. Toegang is 3 euro per sessie. Plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via deze link. Meer info onder Activiteiten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be