|
Het VLD congres besliste om de koning een protocolaire functie toe te kennen en het verlenen van adellijke titels door de koning af te schaffen. De nood aan hervorming van het Belgische koningshuis is groot. De monarchie is een instelling waarbij privilegies en voorrechten erfelijk worden overgedragen. Als hoofd van de uitvoerende macht heeft de koning wel geen formele macht, maar zijn informele macht en invloed mogen niet onderschat worden. De eerste minister moet bijvoorbeeld nog iedere week op 'bezoek' bij de koning. Een hervorming doorvoeren van het Belgische koningshuis is echter niet eenvoudig. Om de macht van de koning in te perken moet voor de verkiezingen een aantal grondwetsartikelen door het parlement voor herziening vatbaar verklaard worden. Deze grondwetsartikelen moeten door de regering in unanimiteit goedgekeurd worden. Na de verkiezingen moet er dan een tweederde meerderheid gevonden worden, zowel in Kamer als Senaat. En de laatste fase, maar minst evidente, is de ondertekening door de koning zelf. Heden is de koning nog steeds in staat zijn informele macht en invloed uit te bouwen door ieder jaar een aantal personen in de adelstand te verheffen. Als democratische liberalen moeten wij ons verzetten tegen dergelijke ondemocratische instellingen en tegen het toekennen van privilegies en voorrechten aan bepaalde mensen. Het grondwetsartikel waar de koning zich op baseert om adellijke titels te verlenen dateert al van 1830. Tijdens de Franse Revolutie werden in Frankrijk alle adellijke titels afgeschaft. In 1795 werden onze gewesten bij Frankrijk gehecht en was hier de Franse wet van toepassing. In 1815 werden we bezet door de Hollanders. Koning Willem I herstelde de adel in ere, ook al omdat de adellijke families een reële economische en politieke macht vertegenwoordigden. Toen koning Willem verdreven was en de Belgische grondwet werd opgesteld, had men met een pennentrek de adel voorgoed kunnen afschaffen. Dat is evenwel niet gebeurd. Alle adellijke titels bleven geldig. De koning kreeg zelfs het recht om er nieuwe uit te delen. De monarchie zelf werd ingevoerd op vraag van conservatieve machten in binnen- en buitenland. De democratie werd toen niet echt vertrouwd en de monarchie achtte men nodig als tegengewicht. Er waren verschillende mogelijkheden om tot de adelstand te behoren. Men kon tot een oude adellijke familie behoren. Men stamde af van mannelijke voorzaten wier adellijke titels verworven werden tijdens de opeenvolgende regimes die het land beheersten. Men kon in de adel worden opgenomen door adelbrieven van de koning. En men kon tijdens het leven functies uitoefenen, zoals het leveren van wapendiensten aan de koning, het beheren van een leen of heerlijkheid en het bekleden van hoge kerkelijke of rechterlijke functies. Vandaag de dag staat het prerogatief van de koning om adellijke titels te verlenen nog steeds ingeschreven in de Belgische Grondwet in art 113: 'het recht de adeldom te verlenen, zonder ooit enig voorrecht daaraan te mogen verbinden'. Heden zijn er drie mogelijkheden om tot de adelstand te behoren. Ten eerste de erkenning van een oude titel (uit het Ancien Régime), ten tweede de inlijving van leden uit de buitenlandse adel en tot slot het bekomen van adellijke titels wegens uitzonderlijke verdiensten. Meestal is de titel van de nieuwe adel niet erfelijk. Eddy Merckx, Stijn Coninx, Will Tura mogen zich baron noemen. Hun kinderen zijn in feite ook van adel, maar ze mogen de titel niet dragen. Ze worden dan jonkheer of jonkvrouw. De koning verleent ieder jaar adellijke titels aan personen die zich in positieve zin onderscheiden hebben in de sport, kunst, wetenschap en bedrijfsleven. Op die manier hebben we een echte inflatie van titels, nu al ongeveer 25.000 adellijke titels, of 1 op de 500 inwoners. Om de 'geschonken' titel van de koning echter te kunnen aanvaarden moet men 2500 tot 4000 euro betalen. Dit betreft een bedrag voor allerhande administratieve plichtplegingen en het ontwerpen van een wapenschild. En hoewel de nieuwe adellijke titels meestal niet erfelijk zijn, worden de kosten van de registratierechten berekend op het aantal nog levende erfgenamen. Als je dus oud bent, met veel kinderen en kleinkinderen, betaal je vlug tien keer meer dan een vrijgezel. En de kandidaat-edellieden worden hier vooraf ook niet van op de hoogte gebracht. De koning deelt 'geschenken' uit, maar achteraf blijkt dat je ze moet betalen. Dit betekent dat minder vermogende personen nooit een adellijke titel kunnen aanvaarden. Het is dan ook reeds voorgekomen dat gegadigden van hun titel afzagen vanwege de financiële consequenties. Dit is een reden te meer om de verheffing in de adelstand af te schaffen. Het is elitair. Maar meer nog, verheffing in de adelstand is bovenal ondemocratisch. De nieuwe namen worden wel voorgedragen door de Consultatieve Commissie en de Raad van de Adel, die Graaf Henri d'Udekem d'Acoz voorzit. Maar als het toch het voorrecht is van de koning om te beslissen, waarom hebben we dan die begeleidende clubs nodig? Het lijkt erop dat daarmee de schone schijn van democratische besluitvorming wordt hooggehouden. Zijn dan niet alle Belgen gelijk voor de wet? Is het eigenlijk nog wel van deze tijd om adellijke titels uit te delen? Worden ze dan niet op de eerste plaats verleend om binnen de Belgische elite de band met het koningshuis te versterken? Het is vooral de willekeur en het gebrek aan democratische legitimiteit van zo'n titels die me onrechtvaardig lijken. De mensen die een titel krijgen hebben natuurlijk wel een grote verdienste, maar er zijn tal van andere manieren om maatschappelijke verdiensten te erkennen en te belonen. Vlaanderen heeft alvast alternatieve manieren ontwikkeld om verdienstelijke mensen in de bloemetjes te zetten: de orde van de Vlaamse Leeuw e.d.m.. Het lijkt me echt niet aan de koning (en het koningshuis) - zelf verstoken van elke democratische legitimatie - om titels uit te delen. Maar gelukkig lijkt onze samenleving te evolueren. De tijd van het respect en ontzag voor mensen enkel op basis van hun adellijke titel neemt geleidelijk af. Het wordt dan ook tijd om het anachronisme van het verlenen van adellijke titels naar de geschiedenisboeken te verwijzen. Bart Ameye Linksmailto:bart@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|