|
Tientallen jaren koloniaal bewind (waarbij, in tegenstelling tot Rwanda en Bururndi, nooit bekwame inlandse kaders werden opgeleid), een verkozen premier die vermoord werd, een burgeroorlog, 32 jaar dictatuur onder Mobutu met 6 jaar ‘overgang naar democratie’, dan weer 8 jaar oorlog met opnieuw een overgang,… Hoe lang nog duurt de moeizame weg naar vrede en democratie van Congo en zijn volk. De aan de gang zijnde oorlog in Oost-Congo moet de ogen van de wereldgemeenschap openen en aanzetten tot tussenkomsten en het aanreiken van duurzame oplossingen. Congo is één van de rijkste landen van de wereld. Het land is groter dan Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Italië samen. Het bezit één vijfde van de houtreserves in de wereld, 13% van de hydro-elektrische reserves, 28% van de kobaltreserves, 18% van de industriële diamantreserves, voldoende landbouwgrond om 16 maal de eigen bevolking te voeden. Wie zei er dat Congo een arm land is? Bovendien vormt het land het geografische en strategische hart van Afrika en grenst het aan negen buurlanden. Wat in Congo gebeurt, heeft een grote invloed in heel Afrika. Voor het imperialisme is Congo niet alleen een belangrijk economisch doelwit, het is ook een groot gevaar: een sterke nationalistische regering in Congo kan heel Afrika op sleeptouw nemen. De huidige oorlog in Congo, vnl. in het Oosten van Congo, moet verhinderen dat zo’n regering de Congolese economie kan opbouwen of laten we zeggen heropbouwen. Mobutu heeft zich gedurende meer dan 30 jaar lang dankzij de grondstoffen van Congo kunnen verrijken, terwijl de bevolking crepeerde. Dit accepteerde het Westen graag. Men schonk hem zelfs ontwikkelingshulp. Als dam tegen een voortschrijdende communistische invloed in Afrika was Mobutu tijdens de koude oorlog immers een vriend van belangrijke Westerse leiders zoals George Bush sr., Giscard d’Estaing en ook meerdere Belgische premiers. De aan de gang zijnde oorlog in het Oosten van Congo eist minstens 1000 burgers per dag, meldde het International Rescue Committee deze week. De meesten sterven aan ziekte en ondervoeding die het gevolg zijn van de voortdurende oorlog. De helft van de bijna 4 miljoen slachtoffers sinds 1998 zijn kinderen onder de vijf jaar oud. Deze verschrikkelijke ramp kan volgens het IRC nauwelijks op aandacht rekenen van de internationale gemeenschap. Het is nochtans de dodelijkste ter wereld. De oorlog is een absolute belemmering voor het opnieuw op poten zetten van de economie, de basisinfrastructuur (inclusief de overheidsadministratie) en de gezondheidszorg. Het is echter niet de oorzaak ervan. Alles was al ingestort tijdens en door het Mobutu-regime. Wederopbouw is ondermeer onmogelijk omdat hulporganisaties er niet kunnen werken door de onveiligheid. Er berust ook een grote verantwoordelijkheid bij de huidige Congolese regering, die de Interahamwe achter de hand houdt voor de eigen machtsstrijd. De aanwezigheid van de Interahamwe (die niet alleen in Rwanda binnenvallen, maar ook in Burundi, om na een terroristische aanval terug te vluchten naar Congo) is een onweerlegbare realiteit. Zij werden na de Rwandese genocide met open armen door het Mobutu-regime ontvangen, met de duidelijke bedoeling ze in te zetten bij het onder de knoet houden van de ‘Zaïrese’ bevolking. Deze Interahamwe worden door de huidige Congolese machthebbers absoluut niet ontwapend. Integendeel, ze worden door hen gebruikt als een machtsfactor in de onderlinge strijd. Maar ook Rwanda speelt een belangrijke rol in het conflict. De Rwandese aanval heeft ongetwijfeld een dubbel doel: effectief de Interahamwe uitschakelen (aangezien niemand anders dit wil doen) maar ook de hand leggen op de Congolese bodemschatten. Een werkelijke oplossing kan alleen bereikt worden wanneer de zaken op politiek niveau aangepakt worden. De Europese en Amerikaanse leiders moeten hun steun aan de Rwandese en Oegandese regimes afhankelijk maken van de terugtrekking van al hun militairen uit Congo en de stopzetting van hun steun aan de Congolese rebellen. Congo behoort soevereiniteit over het eigen grondgebied te krijgen en de regering in Kinshasa moet weer in staat zijn het bestuur over het hele land uit te kunnen oefenen. De Interahamwe moeten ook daadwerkelijk ontwapend worden. De verkiezingen in Congo – voorlopig nog voorzien voor juni – juli 2005, maar is deze datum haalbaar? - moeten grondig voorbereid en begeleid worden zodat dit een nieuw begin kan zijn van politieke, maatschappelijke en administratieve opbouw. De opleving van de Congolese economie is enkel mogelijk als er na de verkiezingen een goed bestuur komt. De essentie van goed bestuur heeft te maken met respect voor de mensenrechten en de strijd tegen de straffeloosheid, met de stopzetting van de plundering van de natuurlijke rijkdommen en meer participatie en transparantie, eerder dan met de formele vorm die dat goed bestuur aanneemt. Wij moeten ons daarop niet blindstaren en Congo dwingen onze instellingen over te nemen. Andere democratische instellingen dan de onze werken in Afrika mogelijks beter. De internationale gemeenschap is in Congo tegelijkertijd brandstichter en brandweerman geweest. Hij moet nu wel eindelijk zijn verantwoordelijkheid opnemen. Ook de Belgische overheid zal meer inspanningen moeten doen om de huidige oorlog te stoppen en het proces van transitie naar echte democratie met verkiezingen te begeleiden. Er moet meer gedaan worden voor vrede door een belangrijke Belgische bijdrage te leveren aan de VN-Vredesmissie voor Congo, een Belgische vredesdiplomatie op te stellen, meer Belgische druk uit te oefenen op de Congolese machthebbers alsook op Rwanda, en meer financiële steun verlenen voor hulpverlening. De politieke ondersteuning aan de vijf Congolese instellingen voor steun aan de democratie, in het bijzonder aan de Onafhankelijke Electorale Commissie verdient bovendien aandacht.
Bart Ameye Bart Ameye Linksmailto:bart@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|