Mediatisering van de politiek vervangt de politisering van de mediacolumn vrijdag 16 januari 2004Bart AmeyeEnkele weken terug kondigde VTM aan te willen starten met een Politiek Idool 2004. Zo wil de commerciële omroep kandidaten selecteren voor de komende verkiezingen. Zes politieke partijen zijn aangezocht om mee te werken, maar ze houden hun antwoord nog in beraad. Per partij mogen vijf kandidaten deelnemen, de partijen zelf selecteren drie kandidaten, VTM de overige twee. Het moet gaan om twintigers die nog geen enkel mandaat hebben bekleed. Gedurende vier uitzendingen mag Vlaanderen mee op zoek naar politiek talent. Via televoting valt iedere week een kandidaat per partij af. De zes winnaars krijgen een verkiesbare plaats. Tegen half januari wil VTM duidelijkheid van de partijvoorzitters. Hopelijk reageren de partijvoorzitters ééntonig negatief. Indien dit programma er komt, dan is het duidelijk dat de media niet meer de vierde macht zijn in dit land maar de eerste. De VRT was vroeger al gestart met het tv-programma Bracke & Crabbé. Freya Vandenbossche werd er gebombardeerd tot bekende Vlaming, waardoor ze schepen van Gent werd en daarna Federaal Minister. De enorme mediatisering van de politiek is dus geen nieuw fenomeen. De openbare omroep is even schuldig als de commerciële omroep. Nieuwe politici worden gekozen op basis van SMS-debatten. Los van het feit dat het positief is dat we kritische media hebben is het in een democratie beter dat de verschillende machten gescheiden blijven. De invloed van de media op de politiek wordt immens groot, zelfs ontoelaatbaar groot. Het is de logica zelve dat de verschillende partijen zelf kiezen wie op de verkiezingslijsten zullen staan. Binnen de liberale partij zijn het daarenboven de leden die beslissen wie welke plaats op de lijst inneemt. Er lopen genoeg mensen met verstand rond in de verschillende partijen om daar een beslissing over te nemen. Jonge en bekwame kandidaten zijn er in overvloed in elke partij. Jonge mensen moeten wel de kansen krijgen om zich te manifesteren en verkiesbare plaatsen in te nemen. Een lijst moet een goede mix van jong en oud zijn, vrouw en man, geografisch goed samengesteld zijn, enz. Het is een kwestie van evenwichten. De Amerikaanse historica Barbara Tuchman zag de invloed van de televisie zo: “De televisie is onze vorstin. Zij bepaalt in steeds sterkere mate welke kandidaten wij aanwijzen voor politieke functies en wie wij vervolgens kiezen om het regeringsgezag over ons uit te oefenen.”’ Dit is iets om over na te denken. Van alle media is de televisie de meest ongenadige rechter. De mediatisering van de politiek houdt in dat politici afhankelijk zijn van de massamedia. De massamedia bepalen in grote mate wat en hoe het publiek denkt over politiek en politici. De kiezer kan via de televisie informatie van velerlei aard opnemen: informatie over het uiterlijk van de politicus, de niet-verbale communicatie, de retoriek, de stem en last but not least (?) de inhoud van de politieke boodschap. Door de televisiecultuur vormen wij in toenemende mate onze politieke mening op basis van indrukken in plaats van argumenten. De invloed van personaliteiten, de ‘personalisering van de politiek’, is een andere tendens. Daarmee wordt in de eerste plaats gedoeld op het feit dat niet partijen, maar steeds meer individuele politici de centrale actoren worden in de politiek. Akkoord, politiek is in een bepaalde periode misschien té zeer een partij-aangelegenheid geweest. Maar ondertussen is het te veel een zaak van enkele personen geworden. Een zaak van koppen. Koppen die de kop opsteken. Koppen die rollen. Koppen die pendelen tussen Vlaanderen, België en Europa. Koppen die huppelen van de ene lijst naar de andere, van het ene parlement naar een ander, van de ene regering naar de volgende. Vreemd is dat de vroegere ‘politisering van de media’ meer en meer vervangen wordt door de ‘mediatisering van de politiek’. De opvatting dat vrijheid van meningsuiting de spil van de democratische en humane samenleving vormt, is sinds de Verlichting in alle toonaarden verkondigd. Noties van universaliteit en burgerschap, aldus Kant, ontstaan in een open en kritisch debat en alleen daardoor kunnen botsende particuliere belangen en inzichten met elkaar worden verenigd op een wijze die voor ieder aanvaardbaar is. Precies in deze opvattingen wortelt het ideaal van journalistieke onafhankelijkheid. In de media en in de samenleving zijn voortdurend krachten aanwezig die aan dit ideaal weinig of geen boodschap hebben. Door de politisering van de media vanaf het einde van de negentiende eeuw en commerciële invloeden is de journalistieke zelfstandigheid uitgehold. De jaren zestig en zeventig gaven nieuw voedsel aan de idee van de journalist als een dienaar van de waarheid. Wie de ontwikkelingen in het medialandschap overziet, moet vaststellen dat de jaren zestig en zeventig een tussenpose vormden. Met uitzondering van de serieuze pers en een enkele publieke zender lijken de media er geen been meer in te zien zich dienstbaar te maken, nu eens aan commerciële belangen van derden, dan weer aan de marktpolitiek van de uitgever. En de druk om aan deze 'marktwerking' toe te geven, wordt alleen maar groter. De vraag is welke weerslag dat zal hebben op de grondslagen van onze samenleving. De tendens die zowel VRT als VTM ingezet hebben met politici voor te stellen als ‘clowns’, lijkt mij niet de juiste keuze. Initiatieven als Politiek Idool 2004 werken het goedkope populisme en de mediatisering van de politiek in de hand. Als de politieke partijen consequent willen zijn en zichzelf en hun leden respecteren, dan weigeren ze om aan dit circus mee te doen.
Bart Ameye Linksbart@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|