We leven heden ten dage in een wereld met een ongekende weelde en luxe. Een niveau van samenleving dat enkele eeuwen geleden onvoorstelbaar werd geacht. Democratie heeft in de meeste landen ingang gevonden als het model van politieke organisatie. Politieke vrijheden, economische vrijheden, mensenrechten en pluralisme zijn een vast onderdeel geworden van onze manier van samenleven. Maar er bestaat ook nog een wereld waar deze elementaire zaken afwezig zijn. In de eerste fase wordt vooropgesteld dat economische groei de prioritaire aandacht verdient. De andere democratische beginselen worden dan wel eens aan de kant geschoven. De voorbeelden zijn legio. Als voornaamste kunnen we het Chili van Pinochet en het voormalige Singapore van Lee vermelden. De meeste economen maken het zich gemakkelijk. Het doel van ontwikkeling is volgens de meeste de groei van het BNP, de verhoging van het inkomen per hoofd. Voor hen is de economische ontwikkeling een doel op zich. Mijns inziens mag economische groei niet als een doel op zich beschouwd worden. De kern van ontwikkeling is veeleer de verbetering van het leven dat we leiden. Door de uitbreiding van de vrijheden (politieke, economische, sociale, culturele, …) die we met reden waardevol achten, wordt ons leven niet alleen rijker en ongebondener. We kunnen hierdoor completere sociale individuen worden, handelen naar onze eigen wil, ons interactief bezighouden met de wereld waarin we leven en deze beïnvloeden. In de oudheid werd vrijheid meestal opgevat als het vermogen van een gemeenschap, en van elk van de burgers binnen die gemeenschap afzonderlijk, om zichzelf te besturen. Vrijheid impliceert dan de mogelijkheid om politiek actief te zijn, een rol te spelen in het bestuur van de eigen samenleving en te streven naar de opbouw van een maatschappijmodel dat beantwoordt aan de op dat moment geldende rechtvaardigheidsnormen. Heden komt er meer en meer een nieuwe omschrijving van de vrijheid. Vrijheid betekent nu in eerste instantie dat burgers niet willen lastiggevallen worden door de overheid, maar dat ze in staat worden gesteld hun privé-leven in te richten op de manier dat ze dat zelf willen, zonder zich iets te moeten aantrekken van de geldende gemeenschapsnormen. Het cannabisdebat dat de laatste maanden de Belgische politiek beheerst, kan als voorbeeld dienen. Isaiah Berlin ('Twee opvattingen van vrijheid', 1996) verwoordt dit respectievelijk als negatieve en positieve vrijheid. In dit artikel wil ik voornamelijk de klemtoon leggen op de these dat elke vrijheid bijdraagt tot verrijking en ontwikkeling en dat vrijheden niet los van elkaar kunnen gezien worden. Integendeel, de verschillende soorten vrijheden (vnl. economische en politieke) versterken elkaar in grote mate. De positieve en negatieve vrijheid kunnen mijns inziens niet altijd los van elkaar gezien worden. Want wat betekent vrijheid voor degene die er geen gebruik kunnen van maken? Het is onvoldoende om te kijken naar formele rechten en vrijheden, maar men moet aandacht hebben voor de reële mogelijkheden van burgers om er ook effectief gebruik van te maken. Amartya Sen, de Nobelprijswinnaar voor de economie van 1998, heeft het steevast over 'capabilities' ('Development as freedom', 1999). Men moet rekening houden met de objectief waarneembare verschillen tussen mensen, die ervoor zorgen dat niet iedereen dezelfde mogelijkheden heeft om deze middelen ook even efficiënt te gebruiken voor het verhogen van het eigen welzijn. Economische en politieke vrijheden versterken elkaar en werken elkaar per definitie niet tegen. Sociale voorzieningen van onderwijs en gezondheidszorg, voorzieningen die wellicht overheidsbemoeienis vereisen, vormen een uitbreiding van de individuele mogelijkheden tot deelname aan de economie en politiek. Deze voorzieningen bevorderen eveneens het eigen initiatief. Vrijheden worden dus ook bepaald door andere factoren, zoals sociale en economische voorzieningen (onderwijs en gezondheidszorg), politieke rechten en burgerrechten. Politieke vrijheden (vrijheid van meningsuiting, vrije verkiezingen) dragen bij tot economische zekerheid. Sociale voorzieningen bevorderen de deelname aan de economie. Economische mogelijkheden (deelname aan handel en productie) kunnen helpen persoonlijke rijkdom te genereren, alsook overheidsmiddelen voor sociale voorzieningen. Verschillende soorten vrijheden die elkaar telkens versterken. Fundamenteel is dat politieke vrijheid en burgerlijke vrijheden inherent belangrijk zijn. Ze hoeven niet direct te worden gerechtvaardigd op grond van hun effect op de economie. Zelfs als mensen zonder politieke vrijheid of burgerrechten niet verstoken zijn van adequate economische zekerheid, ontberen ze toch belangrijke vrijheden. Ze kunnen niet bepalen hoe ze hun leven leiden en krijgen geen gelegenheid om deel te nemen aan cruciale beslissingen inzake openbare aangelegenheden. Hun sociale en politieke leven blijft hierdoor beperkt en een dergelijk gemis is onderdrukkend. Aangezien politieke en burgerlijke vrijheden wezenlijke bestanddelen van menselijke vrijheid zijn, is het op zich al een handicap als men daarvan verstoken blijft. Werkloosheid is ook een bron van verstrekkende, slopende gevolgen voor de vrijheid, het initiatief en de vaardigheden van individuen. In België is deze situatie gaandeweg aan het verbeteren maar de overheid moet blijvende impulsen creëren voor een activerende sociale politiek. Werkloosheid draagt onder andere bij tot het sociaal isolement van sommige groepen en leidt tot een afname van de zelfstandigheid, het vertrouwen en de psychische en lichamelijke gezondheid. De individuele vrijheid moeten we beschouwen als een sociale verantwoordelijkheid, die de individuele verantwoordelijkheid niet vervangt (zie verder). Door de cruciale rol die individuele vrijheden spelen in het proces van ontwikkeling, is het bijzonder moeilijk om vast te stellen door welke factoren deze vrijheden bepaald worden. We mogen niet uit het oog verliezen dat sommige sociale invloeden, zoals het optreden van de staat, de aard en de reikwijdte van de individuele vrijheden mee bepalen. Sociale voorzieningen zijn mijns inziens van doorslaggevend belang om de vrijheid van het individu veilig te stellen en uit te breiden. Enerzijds worden individuele vrijheden beïnvloed door de sociale garantie van vrijheden, tolerantie en de mogelijkheid van economische transacties (vergroten van de individuele rijkdom). Anderzijds worden ze ook beïnvloed door elementaire overheidssteun op het gebied van faciliteiten die cruciaal zijn voor de vorming en het gebruik van menselijke mogelijkheden (onderwijs, sociale zekerheid). De verdiensten van de vrije markt worden heden erkend en niet meer in twijfel getrokken. De markt is aan een onverbiddelijke opmars bezig die voortdurend grenzen verlegt. Voor onze ogen voltrekt zich, voor de meesten zo goed als onopgemerkt, een van de grootste maatschappelijke veranderingen sinds generaties. Voorzover de overheden er vat op hebben, zijn ze geneigd die ontwikkeling met behulp van liberalisering, privatisering en deregulering in de hand te werken. Sociaal-democratische regeringen in Europa voeren vandaag een marktgerichter beleid dan conservatievere regeringen in de jaren zeventig en tachtig. Het summum van deze trendbreuk zijn de uitspraken van vooraanstaande socialisten. 'Ik ben een fanatieke voorstander van de markteconomie' schrijft voormalig voorzitter van de socialistische partij Karel Van Miert in zijn boek 'Mijn jaren in Europa' (2000). Hij spande zich als lid van de Europese Commissie in om de bedrijven de regels van de concurrentie te doen naleven en die vandaag in de toezichtsorganen van enkele grote ondernemingen zitting heeft. 'Ja aan de markteconomie, nee aan de marktsamenleving', bezweert Lionel Jospin, die een linkse regering voorzit. Mijn visie op zijn uitspraak schreef ik al neer in een vorige tekst ('Paars, De Derde Weg en de Actieve Welvaartsstaat', juli 2000, te lezen op www.bartameye.com). Men is voor de markteconomie maar men is zich vaak niet meer bewust waarom men de markt wil. Veel sociaal-democraten zijn voor de markt omdat ze beseffen dat ze de markt toch niet meer kunnen tegenhouden. De achterliggende filosofische idee vergeet men. Men concentreert zich doorgaans op de resultaten die de markt genereert, zoals inkomen of nut. Maar het elementaire belang van de vrijheid van transactie is een directer argument voor de vrijheid van markttransactie. Men moet de nadruk leggen op het belang van de vrijheid van transactie en het recht op deelname aan de economie, onder andere het recht om in alle vrijheid te handelen, werk te zoeken, het directe belang van de marktvrijheden. De arbeidsmarkt kan in veel opzichten bevrijdend werken (ik verwijs hiervoor naar de negatieve elementen van de werkloosheid), en de fundamentele vrijheid van transactie kan essentieel zijn, afgezien wat het marktmechanisme eventueel oplevert qua inkomen, nut of andere materiële resultaten. Individuen leven en opereren in een wereld van maatschappelijke instituten. Onze kansen en vooruitzichten zijn wezenlijk afhankelijk van de maatschappelijke instituten die er zijn en de manier waarop die functioneren. We kunnen het marktmechanisme beschouwen als een basisinstituut via dewelke interactie tussen mensen mogelijk is en waarin ze voor beide partijen gunstige activiteiten kunnen ondernemen. Zoals ik al vermeldde, draagt het scheppen van sociale voorzieningen bij tot de uitbreiding van de menselijke mogelijkheden en de kwaliteit van het leven. De uitbreiding van de gezondheidszorg, onderwijs, sociale vangnetten, … draagt bij tot de kwaliteit van het leven. Die menselijke ontwikkeling levert ook veel meer op. Er zijn ook gevolgen voor het productievermogen van mensen en dus voor een sterk gedeelde economische groei. Lezen, schrijven en rekenen dragen ertoe bij dat de massa's deelnemen in het proces van economische ontwikkeling. België is op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg, sociale zekerheid, .. één van de best scorende landen ter wereld. De economie doet het voortreffelijk. De sociale voorzieningen (onderwijs, sociale zekerheid, ..) dragen bij tot een vrijere samenleving. De elementen van die vrije samenleving zorgen er mijns inziens voor dat de armoedecijfers laag blijven. Degene die het ongebreidelde vrije marktdenken vooropstellen zorgen er mijns inziens voor dat een onoverbrugbare kloof zal ontstaan die uiteindelijk tot een onvrije situatie zal leiden voor een groot deel van de bevolking. Als liberaal ben ik voor een vrije markt, mits sociale correcties. Deze sociale correcties zijn noodzakelijk om middelen te genereren om de basisvoorzieningen van de staat te voorzien. Zoals reeds vermeld dragen deze sociale voorzieningen bij tot de uitbreiding van de vrijheden. Deze vrijheden zorgen er in een dynamisch proces voor dat de economische vrijheid gewaarborgd kan worden en waardoor de productiviteit kan opgedreven worden. Voor sommige zal het misschien vreemd aandoen dat ik durf schrijven dat ik voor een sociaal-gecorrigeerde markteconomie ben. Dit impliceert geenszins dat ik de vrije markt onethisch vind, zoals sommige nogal eens beweren. Vaak wordt gedacht dat het kapitalisme alleen werkt dankzij de hebzucht van ons allen. Streven we niet enkel het eigenbelang na? Het soepel functioneren van de kapitalistische economie hangt in feite af van krachtige waarden- en normenstelsels. Wanneer men veronderstelt dat het kapitalisme puur als een systeem op basis van gecombineerde hebzucht functioneert, dan is dat een grote onderschatting van de ethiek van het kapitalisme. Het was reeds Adam Smith die de ethiek van het kapitalisme aanhaalde in zijn 'Wealth of Nations' (1776). Natuurlijk streeft iedereen zijn 'eigen belang' na. Maar dat eigenbelang zorgt ervoor dat er een economische transactie kan plaatsvinden. En die economische transactie levert een subjectief voordeel op voor de consument. De producent-verkoper handelt dus niet onethisch. Heden worden die economische transacties geïntensifieerd maar dezelfde grondslag ligt aan de basis. Een succesvol functioneren van een economie op basis van uitwisseling (kapitalistische structuur) draait om wederzijds vertrouwen en om de toepassing van expliciete normen en waarden. Als dit ethische gedrag in voldoende mate aanwezig is, ziet men gemakkelijk de belangrijke rol ervan over het hoofd. Maar als het nog geïnstalleerd moet worden, kan deze lacune een grote barrière vormen voor economisch succes. We kunnen talloze voorbeelden opnoemen van de problemen waarmee de pre-kapitalistische economieën kampen binnen de oude Sovjet-Unie omdat kapitalistische waarden en normen nog niet tot ontwikkeling zijn gekomen. Het is gemakkelijk om te stellen dat de vrije markt onethisch zou zijn. Het zijn meestal de maatschappelijke waarden en normen die ontbreken. De vrije markt is slechts een instrument die nood heeft aan een maatschappelijke ondersteuning, in de vorm van waarden en normen. Mijns inziens kan het kapitalisme slechts op die manier positieve effecten genereren. Waarden spelen een belangrijke rol in het gedrag van mensen. Dit ontkennen zou niet alleen betekenen dat men de traditie van het democratische denken verlaat, maar zou ook onze rationaliteit inperken. De overheid moet mijns inziens een kader voorzien waarbinnen de markt kan functioneren, met de waarden en normen als impliciete hefbomen. De markt moet zich dan ook houden aan de regels. De uitspraak van Dahrendorf is veelzeggend 'De krachten van de markt moeten niet alleen vrijgemaakt worden, ze moeten ook in bedwang gehouden worden door aanvaarde spelregels die ook moeten nageleefd worden. Zoals in een voetbalwedstrijd zijn er spelregels en een scheidsrechter nodig. De markt is niet de anarchie, het is een subtiele constructie van het menselijk vernuft'. Politieke rechten en burgerrechten geven mensen de kans om met kracht de aandacht te vestigen op algemene behoeften en adequate maatregelen van de overheid te eisen. De reactie van de overheid op hevig leed hangt af van de druk die op de overheid wordt uitgeoefend. Hier kan de uitoefening van politieke rechten (vrije verkiezingen, kritiek via vrije media, protest, …) wel degelijk iets uitmaken. Dit is een deel van de rol van de democratie en politieke vrijheden. Jean Drèze geeft een treffend voorbeeld in zijn boek 'Hunger and Public Action' (1989). De elementairste bevestiging is het feit dat in een democratie geen hongersnoden voorkomen. Nooit heeft een grote hongersnood plaatsgevonden in een democratisch land, hoe arm ook. Dit komt omdat hongersnoden bijzonder gemakkelijk te voorkomen zijn als de overheid dat probeert. En een overheid in een democratie met een meerpartijenstelsel met verkiezingen en een vrije pers heeft sterke politieke stimulansen om hongersnood te voorkomen. Dit zou erop wijzen dat politieke vrijheid in de vorm van democratische voorzieningen mede de economische vrijheid garandeert (vrijwaring van extreme ondervoeding) en de vrijheid om te overleven. De instrumentele rol van politieke vrijheden en burgerrechten kan zeer aanzienlijk zijn, maar het verband tussen economische behoeften en politieke vrijheden heeft mogelijk dus ook een vormend aspect. De uitoefening van elementaire politieke rechten maakt de kans groter dat er vanuit de beleidshoek wordt gereageerd op economische behoeften. Openbare discussies spelen dus een zeer cruciale rol in de vorming van opvattingen en overtuigingen. Door woord en wederwoord wordt de kunst van het samenleven beoefend en de politiek is juist die kunst van het samenleven. Politieke rechten, zoals vrijheid van meningsuiting en discussie, zijn niet alleen onontbeerlijk om sociale reacties op economische behoeften teweeg te brengen, maar ook voor de conceptvorming inzake economische behoeften. Het ontwikkelen en versterken van een democratische stelsel is dus een wezenlijke component van het proces van ontwikkeling, inclusief economische. Openbare debatten en discussies, toegestaan op grond van politieke vrijheden en burgerrechten, kunnen ook een belangrijke rol spelen. Zelfs de bepaling van behoeften wordt beïnvloed door de aard van maatschappelijke deelname en dialoog. Niet alleen is de kracht van openbare discussie één van de uitvloeisels van democratie, maar als deze discussie op een positieve manier wordt benaderd, kunnen we stellen dat de democratie ook beter zal functioneren. Voor een liberaal zijn vrijheid en verantwoordelijkheid onlosmakelijk met elkaar verbonden. De gedachte van verantwoordelijkheid kan je in verschillende gedaanten opvatten. Het afhankelijk zijn van anderen kan niet alleen ethisch een probleem vormen, maar ook praktisch omdat hierdoor het individuele initiatief en zelfs het zelfrespect in de kiem wordt gesmoord. Een verdeling van verantwoordelijkheden waarbij de zorg voor iemands belangen bij een ander komt te liggen, kan leiden tot het verlies van allerlei cruciale zaken, zoals de unieke motivatie, de betrokkenheid en de zelfkennis waarover men beschikt. Iedere bevestiging van sociale verantwoordelijkheid die de individuele verantwoordelijkheid vervangt, kan alleen contraproductief zijn. Maar mijns inziens kan er wel een samenwerking zijn tussen de sociale en individuele verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid vereist een hele resem aan vaardigheden, waarover sommige niet beschikken. Het bijbrengen van die vaardigheden moet natuurlijk prioritair zijn. Maar de totale klemtoon leggen op de individuele verantwoordelijkheid, zoals sommige pretenderen, is volgens mij niet altijd werkbaar. Welke fundamentele vrijheden we hebben om onze verantwoordelijkheden gestalte te geven, hangt echter in grote mate af van persoonlijke en sociale omstandigheden en van de omgeving. Het argument voor sociale ondersteuning van de uitbreiding van vrijheden kan dus gezien worden als een argument voor individuele verantwoordelijkheid. Het verband tussen vrijheid en verantwoordelijkheid werkt dus naar twee kanten. Zonder de fundamentele vrijheid en de mogelijkheden om iets te doen kan iemand niet verantwoordelijk zijn voor wat hij doet. Maar wanneer iemand daadwerkelijk de vrijheid en de mogelijkheid heeft om iets te doen, houdt dit ook een verplichting in. We moeten dus een ethische dimensie durven inbrengen in het economische debat. Een groei van het beschikbare inkomen kan dus niet het doel zijn. Aristoteles schreef al in zijn Ethica Nicomachea dat 'rijkdom duidelijk niet het einddoel is waarnaar we streven, aangezien rijkdom slechts nut heeft omwille van iets anders'. Een groei van het BNP is niet meer dan een middel om echte ontwikkeling op gang te brengen. Economische ontwikkeling moet wel leiden tot het vergoten van de vrijheden waarover mensen beschikken. Het doel van economische groei is de uitbreiding van de mogelijkheden van mensen om het soort leven te leiden dat ze zelf waardevol achten. Dat impliceert dat mensen de mogelijkheid moeten krijgen om langer en gezonder te leven, om kennis op te doen en om een volwaardige maatschappelijke rol te spelen. Vrijheid is niet alleen een middel voor ontwikkeling, maar ook het uiteindelijke doel ervan. Economische kengetallen, zoals groei van het nationaal inkomen, meten slechts een onderdeel van de verworven vrijheden, namelijk de vrijheid om de noodzakelijke goederen in te kopen. We kunnen stellen dat een rijk land onderontwikkeld blijft als de bevolking op politiek en sociaal gebied onvrij is. De politieke, economische, sociale, culturele,… vrijheden versterken elkaar en maken ontegensprekelijk deel uit van een dynamisch proces van de verrijking van elk individueel leven. De uitbreiding van de vrijheden in al zijn facetten dient als hefboom tot een rijker leven, zowel op geestelijk als materieel vlak. Wat wil je meer als liberaal en humanist? Met de woorden van Henk Hofland (Nederlandse columnist) wil ik afsluiten: 'Als we toelaten dat de vrije markt zich ontwikkelt tot een totalitair systeem, waarin de nieuwe variant van de mens zich vrijwillig onderwerpt aan de gelijkschakeling van de alomvattende markt, zal de moderne mens zich alleen in zijn vrijwilligheid onderscheiden van de sovjetmens die onder dwang is gegroeid'. Laten we onszelf gelukkig prijzen dat we in een vrije samenleving mogen leven. 'Vive la liberté'!!



Bart Ameye

Share |

4 Liberales-sessies over Economie

Om het economisch nieuws beter te begrijpen, organiseert Liberales in januari en februari vier sessies over Economie (te Brussel). De sessies behandelen pensioenen, strategisch gedrag, financieringswet en de financiële crisis. Toegang is 3 euro per sessie. Plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via deze link. Meer info onder Activiteiten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be