Vrijzinnigheid is een term die een veelheid aan stellingen en overtuigingen bevat. Sommige hebben de gewoonte om vrijzinnigheid en humanisme als synoniemen te beschouwen. Dit is mijns inziens verkeerd want humanisme heeft betrekking op een bepaalde soort zingeving en ethiek terwijl vrijzinnigheid een rationele ingesteldheid aanduidt. Het is een levenshouding en ingesteldheid die stoelt op enkele gemeenschappelijke principes. Deze worden door elk individu op een unieke manier ingevuld en beleefd. Het is dus onmogelijk om een vastomlijnde definitie te formuleren. De facto betekent dit dat vrijzinnigen vaak verschillende meningen hebben over actuele en morele problemen. Deze verscheidenheid stimuleert dialoog waardoor vrijzinnigheid steeds een boeiende en dynamische levenshouding blijft. Humanisme is een democratische en ethische levenshouding dat bevestigt dat mensen het recht en de verantwoordelijkheid hebben om betekenis en vorm te geven aan hun eigen leven. Het staat voor het opbouwen van een meer humane samenleving via een moraal gebaseerd op menselijke en andere natuurlijke waarden, in een geest van rede en vrij onderzoek, door menselijke vaardigheden. Ik spreek dan ook liever van een vrijzinnig-humanistische invulling van mijn 'ondermaanse' leven. De mens als zingever is de kern van het vrijzinnig-humanistisch wereldbeeld. Hij schept zijn beleefde werkelijkheid, zijn culturele waarden, zijn gedragsregels. De Europese beschaving put mijns inziens uit twee bronnen: de seculiere Grieks-Romeinse cultuur en de godsdienstige joods-christelijke cultuur. Waar het humanisme begonnen is, is omstreden. Sommigen voeren het humanisme terug op Erasmus, anderen op Socrates en nog anderen op Sartre. Ik wil eerder twee grote breuklijnen hanteren, nl. het 'klassieke humanisme' en het 'moderne humanisme'. Bij het christendom heb je altijd nog Christus als oriëntatiepunt. Bij het boeddhisme heb je Boeddha als oriëntatiepunt. Bij de islam heb je Mohammed. Maar bij het humanisme heb je geen enkel eenduidig oriëntatiepunt als het op een stichter zou aankomen. Ieder zal dus zijn eigen prototypische humanist als oriëntatiepunt moeten kiezen. Dat stimuleert de discussie. Met het 'klassieke humanisme' duiden we een strekking aan in het Westen, die zich vanaf de late Middeleeuwen heeft ontwikkeld. Dit humanisme is geen beweging buiten het christendom maar een uitloper van die godsdienst, waaruit het ontstond en waartegen het zich tegelijkertijd verzette. Erasmus was een vooraanstaand vertegenwoordiger van dit klassieke humanisme. Zeer algemeen kan gesteld worden dat in het Westerse religieuze denken vrij verspreid werd aanvaard dat de mens, als individu, groep of samenleving, voor alles wat in het leven van primair belang is, in grote mate afhankelijk is van God's wil. Deze 'vader' regelt geboorte en overlijden, bepaalt de afloop van ziekten, beslist over armoede en weelde. Het calvinisme heeft in de loop van de geschiedenis de mens een andere status gegeven zonder de wortels van het evangelie te verloochenen. Door de aanhoudende verbetering van de economische en sociale mogelijkheden en een diepgaande wijziging in de bijbelinterpretatie moet het 'ondergaan' de plaats ruimen voor het 'ondernemen'. We mogen dus niet vergeten dat het Westers humanisme zijn wortels heeft in het christendom. Door mijn niet-confessionele houding beschouw ik mezelf niet als een aanhanger van dit klassieke humanisme. Dit betekent dat ik niet gebonden ben aan een geloofsovertuiging, maar een filosofische overtuiging nastreef, namelijk een vrijzinnige. Ik ben eerder een aanhanger van het 'moderne humanisme'. De kernpunten van mijn humanisme zijn gebaseerd op de waarden van de Franse Revolutie en de Verlichting. Het moderne humanisme werd mijns inziens geboren in de Verlichtingsperiode en de mentaliteit die de Franse filosofen presenteerden. Toen werd de rede (objectieve kennis) vooropgesteld en de mens als centraal uitgangspunt genomen. De basisprincipes waar dit moderne humanisme van vertrekt zijn: de eerbied voor de mens en de verdediging van zijn lichamelijke en geestelijke waardigheid; de erkenning van de mens als zingever, en als schepper en drager van morele waarden; en de noodzaak van het beklemtonen van de sociale verantwoordelijkheid als tegenhanger van de individuele autonomie. De waarden vrijheid, gelijkheid, solidariteit, verdraagzaamheid, respect voor mens en omgeving, pluralisme, openheid, … maken deel uit van mijn humanistische levenshouding. Het humanistische wereldbeeld is emanciperend. Het is gericht op medemenselijke solidariteit om individuen en groepen maximale ontplooiingskansen te geven. De humanistische idee dat de mens deel uitmaakt van een zich voortdurend ontwikkelende natuur en aan haar wetten onderworpen is, is in de eerste plaats geïnspireerd door Darwins evolutietheorie. Naast Copernicus heeft waarschijnlijk geen enkele wetenschapper zo'n belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het moderne wereldbeeld en de daarmee gepaard gaande doorbreking van het religieuze wereldbeeld dat in de daaraan voorafgaande eeuwen in Europa heerste. Volgens de inzichten van de evolutietheorie stamt al het leven op aarde af van gemeenschappelijke 'voorouders', primitieve micro-organismen die ongeveer 4 miljard jaar geleden in de oceanen zijn ontstaan. Darwins centrale these is dat de ontwikkeling van het leven zich voltrekt via een proces van natuurlijke selectie. Dit proces berust op het verschijnsel dat zich bij de reproductie van organismen altijd een bepaalde variatie voordoet in het nageslacht en dat in de strijd om schaarse levensbronnen de individuen die het best aangepast zijn aan hun steeds veranderende omgeving de meeste kans hebben zich succesvol voort te planten. Vooral wanneer organismen zich in verschillende omgevingen onafhankelijk van elkaar ontwikkelen, kunnen ze zich in de loop van de tijd tot verschillende soorten ontwikkelen. Een fundamenteel inzicht van het darwinisme, dat overeenstemt met en ongetwijfeld van invloed is geweest op de ontwikkeling van de humanistische ideeën, is dat de evolutie niet volgens een bepaald plan verloopt. De mens is dus niet voorbestemd en zijn evolutie is onderhevig aan de 'gang der dingen'. De mens maakt deel uit van de natuur en is als alle levende wezens onderworpen aan de krachten van de natuur. De humanistische waarde van de verbondenheid met de natuur is een belangrijke inspiratie voor de totale humanistische visie. Respect voor de medemens gaat samen met respect voor alles wat leeft. De mens moet mijns inziens meer in verbondenheid met de natuur leven. Hij dient er zich van bewust te zijn dat zijn individuele daden uiteindelijk een nadelige weerslag kunnen hebben op zijn eigen welzijn en dat van andere levensvormen, zelfs van het leefmilieu. De mens mag de samenleving niet ondergaan, hij moet deze richting geven. Door zijn 'onvoorbestemdheid' kan hij dit inderdaad. In geen geval mag de evolutie van de samenleving aan zijn controle ontsnappen. Ieder moet zijn maatschappelijk bestaan naar eigen inzicht kunnen opbouwen. In onze complexe, technocratische en op doorgedreven specialisatie afgestemde maatschappij, waarin tegenstrijdige gebeurtenissen en interpretaties elkaar dagelijks opvolgen, wordt dit hoe langer hoe moeilijker. Een liberaal-humanistische maatschappij is in de eerste plaats een samenleving van vrije, bewuste burgers, waar de mens absolute voorrang heeft op de instituties. Als liberaal moeten we dan overtuigd zijn van de kracht van de mens om met zijn hele persoonlijkheid en in vrijheid te bouwen aan een leefbare gemeenschap. De mens wordt dus als centraal uitgangspunt genomen, ook in de economie. Om deze voorrang aan de mens te kunnen realiseren, moeten we evenveel nadruk leggen op de optimale ontplooiingskansen voor alle burgers en de reële participatie van de burger. De zelfontplooiing moet niet alleen gebeuren naar ieders vermogen en aspiraties, het is in de eerste plaats een recht waarvan ieder moet kunnen genieten. Een veralgemeend welzijnsbeleven zou het einddoel moeten zijn van elke liberaal-humanist. De verwezenlijking van zo'n universele doelstelling vereist een globale visie, die niet beperkt blijft tot materiële, economische of sociale factoren. Ook hier is de humanistische waarde van vrijheid begin en eindpunt van het liberale denken en streven. In het humanistisch denken moet het begrip vooruitgang worden begrepen als het toenemend vermogen zelf zin en vorm te geven aan het eigen bestaan. Te lang werd vooruitgang uitsluitend gezien in termen van wetenschap, techniek en economie. In het artikel 'Uitbreiding van de vrijheden als hefboom tot een rijker leven' staat mijn visie omtrent het begrip vooruitgang (na te lezen op www.bartameye.com). Vrijheid is, zoals reeds vermeld, één van de fundamenten van mijn moderne humanisme. Een samenleving kan pas menswaardig genoemd worden wanneer zij een maximum aan keuzemogelijkheden aan haar leden kan garanderen. Die vrije keuze is voornamelijk belangrijk op het gebied van de levensbeschouwing en levenshouding, die de mensen zelf wensen op te bouwen. Doordat de mens zelfbewust kan zijn en over vrijheid beschikt, kan en mag hij verantwoordelijk gesteld worden voor zijn keuzen, zowel tegenover zichzelf als tegenover de anderen. De begrippen goed en kwaad worden op die manier onderworpen aan een strikt persoonlijk afwegingsproces. Individuele vrijheid en verantwoordelijkheid en sociale verantwoordelijkheid komen het best tot hun recht in pluralistische en geseculariseerde maatschappijen. Die vragen veel minder dan op godsdienst gefundeerde maatschappijen trouw aan waarden en normen die door anderen worden opgelegd, en houden rekening met de behoeften en de voorkeuren van het individu. Een tweede fundamentele waarde is de gelijkheid. Deze gelijkheid hangt nauw samen met de waardigheid van elk mens. Want alleen als men het recht heeft om zelf zin en vorm te geven aan het eigen leven, kan men menswaardig leven. Vrijheid en gelijkheid roepen elkaar op en hebben elkaar tot bestaansvoorwaarde. Geen gelijkheid in onvrijheid en geen vrijheid in ongelijkheid. Met zijn wortels tot diep in de 18e en 19e eeuw heeft het vrijzinnig-humanisme naast vrijheid en gelijkheid de broederlijkheid tot grondwaarde verheven. Ik hanteer liever de term solidariteit. De verdraagzaamheid is verbonden met deze solidariteit. Een tolerante houding mondt mijns inziens uit in een gevoel van verbondenheid. Wie de mensen ziet als medemensen, met dezelfde rechten en plichten, voelt zich met hen verbonden. Die verbondenheid uit zich in aandacht voor de andere. Het streven naar solidariteit is slechts zinvol als het leidt tot een handhaving en een vergroting van de kansen van zelfrealisatie alsmede van het menselijk welzijn, dit is al datgene wat het leven waardevol maakt. Ook voor de liberale mensvisie zijn de vrijheid, de waardigheid, de zelfrealisatie, de solidariteit van de mens primordiaal. Daarom stelt ook het liberalisme dat elke mens de zingever moet zijn van zijn eigen bestaan. Op maatschappelijk vlak is het uiteindelijke doel een democratisch systeem van vrije en mondige burgers, die zo veel mogelijk hun eigen weg uitstippelen. Democratie zou voor elke humanist doel en middel moeten zijn. Een waakzame, vrije, kritische ingesteldheid is noodzakelijk om de democratie voortdurend bij te sturen. Dogmatisch denken leidt uiteindelijk altijd tot verdrukking van andersdenkenden en is onverenigbaar met het democratische model. Het verenigingsleven fungeert mijns inziens als een leerschool voor de democratie. Wie lid wordt van een vereniging leert samenwerken, leert meningen formuleren, argumenteren, een vergelijk zoeken tussen verschillende zienswijzen. Zo leert men in de praktijk de noodzaak en onvermijdelijkheid van het moeten rekening houden met de opvattingen en belangen van anderen. Zo leert men praten over wat mensen met elkaar verbindt. Als humanist moeten we dus aanzetten tot participatie. Zingeving is een fundamentele menselijke behoefte. Bij elk emancipatieproces speelt de bewustwording van eigen uitgangspunten, waarden en zingeving een belangrijke rol. Een vrijzinnige hanteert het vrij onderzoek om deze zingeving te leiden. Hij streeft naar kennis op basis van ervaringen en rationele argumenten. Autonoom denken is de basiswaarde van het vrije onderzoek, het heeft te maken met de menselijke autonomie. In mijn vrijzinnige overtuiging en in mijn denken over de mens en de wereld laat ik me niet leiden door dogma's en gezagsargumenten. Een dogma is een geopenbaarde waarheid die deel uitmaakt van een geloofsleer. De vastomlijnde inhoud mag niet in vraag gesteld worden omdat zij een boodschap is van het opperwezen. Uitspraken moeten kritisch beoordeeld worden en niet zomaar aanvaard worden. De beste remedie tegen kleinburgerlijke geslotenheid is mijns inziens nog steeds de confrontatie met andere levenswijzen. Het beginsel van vrij onderzoek doet een oproep aan de onderzoekende levensstijl. De wijze waarop anderen hun leven inrichten en een goed leven leiden kan ons eigen leven inspireren en vernieuwen. We kunnen hier verdraagzaamheid aan koppelen. Iedereen heeft het recht om te denken wat hij wil en iedereen moet de kans krijgen om zijn mening te uiten, zelfs als de meerderheid die opinie verkeerd vindt. Een opbouwende confrontatie tussen verschillende meningen beschouw ik dan ook als positief. Bij de zingeving ga ik dus niet uit van een opgelegde waarheid. Voor mij is de mens dus zijn eigen zingever. De regels en normen van goed en kwaad vloeien voort uit de ervaring van de mens zelf in zijn streven naar een rechtvaardige samenleving. Een bovennatuurlijke oorsprong van regels kan ik als vrijzinnige niet aanvaarden. De mens is zelf schepper en drager van zijn moraal. Vrijzinnigheid is voor mij een vooruitstrevende geesteshouding. Het laat alle ruimte voor een absoluut persoonlijke opbouw van een individuele levensbeschouwing en voor het al dan niet vastknopen van een specifieke moraal. De scheiding van levensbeschouwing en staat is een na te streven einddoel. De staat dient dus neutraal te zijn. Een neutrale staat erkent het beginsel van vrijheid van godsdienst of levensbeschouwing, het gelijkheidsbeginsel dat de staat het recht ontneemt een voorkeur uit te drukken voor één specifieke godsdienst of levensbeschouwing over een andere en het tolerantiebeginsel dat de staat oplegt het vreedzaam samenleven van diverse godsdiensten en levensbeschouwingen te bevorderen. We kunnen dus stellen dat vrijzinnigheid een methode van denken is, gebaseerd op het vrij onderzoek en op het ondogmatisch tolerante denken. Het vrijzinnig-humanisme is een voortdurend streven. Hoopvol en met vertrouwen moeten we de toekomst tegemoet zien. Ik ben een eeuwige optimist die de wil en de moed bezit om aan die toekomst te werken, nl. een rechtvaardige samenleving die vorm en inhoud gekregen heeft door de mens en waar de mens als centraal uitgangspunt wordt aangenomen. Het geloof in de mens is voor mij primordiaal. We moeten opteren voor een ethische opstelling en voorrang geven aan menselijke waarden boven winstbejag, aan solidariteit boven egoïsme, aan vertrouwen, aan het leven!


Het denken mag zich nooit onderwerpen,

noch aan een dogma,

noch aan een partij,

noch aan een hartstocht,

noch aan een belang,

noch aan een vooroordeel,

noch aan om het even wat,

maar uitsluitend aan de feiten zelf,

want zich onderwerpen betekent

het einde van alle denken.



Henri Poincaré


Bart Ameye

Share |

4 Liberales-sessies over Economie

Om het economisch nieuws beter te begrijpen, organiseert Liberales in januari en februari vier sessies over Economie (te Brussel). De sessies behandelen pensioenen, strategisch gedrag, financieringswet en de financiële crisis. Toegang is 3 euro per sessie. Plaatsen zijn beperkt. Inschrijven via deze link. Meer info onder Activiteiten.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be