Het fundamentalisme van de identiteitspolitiek

column vrijdag 26 februari 2010

Christophe Andrades

Op één belangrijk vlak ben ik het helemaal eens met de verdedigers van een multiculturele identiteitspolitiek zoals Nadia Fadil. De manier waarop we in Vlaanderen, en bij uitbreiding nagenoeg de volledige westerse wereld, over het multiculturalisme debatteren is intellectueel bedroevend en uiteindelijk nadelig voor zowel onze eigen samenleving als voor de subjecten van het debat: de kwetsbare minderheden binnen onze samenleving. Echter, in tegenstelling tot wat Nadia Fadil beweerde op 19 december 2009 in De Standaard vind ik het een slecht idee om bijgevolg het debat stop te zetten om te kunnen luisteren.

Vanzelfsprekend is luisteren een essentieel onderdeel van iedere dialoog die naam waardig. Als betrokkenen niet de kans krijgen om hun argumenten naar voren te brengen is er sprake van een structurele onrechtvaardigheid en zal diegene met de meeste maatschappelijke macht (via de mediatieke, politieke en sociale instellingen) per definitie aan het langste eind trekken. In deze zin valt er veel te zeggen voor het pleidooi voor stilte en het bijhorende gebod om eindelijk eens te luisteren naar eisen en besognes van de betrokkenen in plaats van te debatteren over hun hoofden heen. Echter, ik kan met niet ontdoen van de indruk dat een dergelijk pleidooi voor zwijgzaamheid gelanceerd door een vooraanstaand verdedigster van multiculturele identiteitspolitiek er eigenlijk ook op neerkomt dat we de inconsistenties, onliberale en zelfs antidemocratische neigingen binnen de benadering van de multiculturele identiteitspolitiek onder de mat vegen.

Het cruciale probleem met betrekking tot het multiculturele debat werd enkele weken geleden bijzonder krachtig geformuleerd door de vooraanstaande Britse historicus en intellectueel Timothy Garton Ash. Hij is de auteur van boeken over het communisme en hedendaagse internationale politiek in het algemeen. Hij zet zich actief in voor het verdedigen van democratie in landen over heel de wereld. Van Oekraïne tot Birma zoals nog blijkt in zijn onlangs verschenen collecties van essays Facts are Subversive: Political Writing from a Decade Without a Name. In de nasleep van het ondertussen befaamde Zwitserse referendum waarin beslist werd tot het verbieden van minaretten aan moskees schreef hij op 9 december 2009 een glashelder opiniestuk in de links-liberale krant The Guardian. De titel luidde: ‘Sarkozy is half right: all Europeans must understand the Swiss mistake’.

In dit artikel legt Timothy Garton Ash allereerst uit dat hij geen voorstander is van een verbod op minaretten. Echter, evenzeer verzette hij zich toen moedig tegen de gangbare linkse interpretatie dat de beslissing van het Zwitserse volk per definitie moet beschreven worden als racistisch en xenofoob. Terecht besloot hij samen met Sarkozy dat twijfelen aan de democratische legitimiteit van een referendum een ondermijning is van het idee van de democratie zelf. Onderliggend aan de éénzijdige en vijandige aanspraak dat Zwitsers per definitie islamofoob zijn omdat ze de minaretten hebben weggestemd, schuilt immers een diepe minachting voor de stem van het volk en de democratie. Democratie wordt zo herleid tot een vehikel dat wordt bejubeld wanneer de eisen van het volk overeenkomen met de eigen belangen of standpunten, maar het wordt verguisd zodra het volk een beslissing neemt waar men het niet mee eens. Het ondermijnen van de democratische legitimiteit van een referendum is met andere woorden balanceren op een slappe koord. Vanzelfsprekend mag men kritische bespiegelingen plaatsen bij de uitslag van een referendum. Anderzijds dreigt men een dictatoriale logica te hanteren wanneer men bepaalde uitslagen van bepaalde referenda per definitie afwijst al ondemocratisch, racistisch of islamofoob.

De tweede kritiek van Timothy Garton Ash is zo mogelijk nog krachtiger. Hij beschrijft met verve de polarisering die is opgetreden binnen het Europese debat over de islam. Aan de ene kant, zo schrijft hij, is er een luidruchtige groep die voortdurend staat te roepen: Europa is islamofoob!, aan de andere kant zijn er diegenen die zich met hand en tand verzetten tegen de aanwezigheid van moslims op het Europese continent. Volgens deze extreemrechtse benadering, die overigens steeds meer opgang maakt binnen andere ideologische strekkingen zoals het neoconservatisme, moeten moslims zich aanpassen aan onze waarden en normen of anders onvoorwaardelijk opkrassen.

Het mag duidelijk zijn dat beide posities die Timothy Garton Ash zo helder heeft verwoord onproductief zijn. Het brengt ons geen millimeter dichter bij het vinden van een oplossing. Ten eerste is een redelijk debat tussen zulke extreme posities schier onmogelijk. Er is geen aandacht voor de vele nuances die bestaan tussen de twee uitersten in. Zowel het eenzijdig demoniseren van een complexe religie als de islam als het bestempelen van een heel land als racistisch en islamofoob brengen geen zoden aan de dijk. Ten tweede is het gevolg van een dergelijke polariserende radicalisering van standpunten dat er geen aandacht meer is voor de concrete realiteit. Er wordt gesproken over de hoofden van de moslims heen en het zoeken naar filosofische en institutionele oplossingen voor het bereiken van een rechtvaardige samenleving binnen een tijdperk van pluralisme wordt secundair aan het voeren van een polariserend debat tussen intellectuelen en politici.

Het mag duidelijk zijn dat de polarisatie die ontstond in de nasleep van het Zwitserse referendum over de minaretten zich de laatste jaren op bijna identieke wijze heeft afgespeeld in verschillende landen, ook bij ons in Vlaanderen. Van de cartooncrisis, over de rellen in de Franse banlieues tot en met de debatten over het dragen van hoofddoeken in scholen: steeds weer zien we hetzelfde gebeuren. De deelnemers aan het debat staan met getrokken messen tegen over elkaar. Jullie zijn islamofoob!, zo weerklinkt het dan. Welaan dan, terug naar eigen land!, zo weerklinkt het van de weeromstuit aan de andere zijde.

Er zijn veel redenen voor deze schrijnende ontwikkeling. Maar toch is één ervan bijzonder belangrijk omdat ze bijna nooit expliciet gemaakt werd of erkend is. Het is, zoals ik aanhaalde aan het begin van dit stuk, een inherent gevolg van de multiculturele identiteitspolitiek zoals gehanteerd door wetenschappers en politieke activisten zoals Nadia Fadil. Is het immers niet zo dat identiteitspolitiek per definitie vertrekt vanuit de premisse dat mensen niet met elkaar samenleven? Zowel in theorie als praktijk betogen aanhangers van de identiteitspolitiek dat ze het slachtoffer zijn van de maatschappij, heersende ideologieën, of zelfs van globale historische processen. Hoewel er natuurlijk veel te zeggen valt voor veel van de aspecten die ze aanhalen, is het een andere zaak om op basis van een dergelijke polariserende kijk op de wereld deel te nemen aan publieke debatten, laat staan om actief te zijn binnen de politiek.

Bovendien hanteren de aanhangers van de identiteitspolitiek paradoxaal genoeg het wereldbeeld van neoconservatieven zoals die werd beïnvloed door de botsing van beschavingen, beschreven door de politieke wetenschapper Samuel Huntington. Laatstgenoemde deelde de gehele mensheid op in homogene culturele blokken die weinig tot niet met elkaar in interactie kunnen treden. Individuele identiteit werd op deze manier gereduceerd tot het lidmaatschap van een religie. Alle andere aspecten van het individu werden zorgvuldig weggetheoretiseerd door de aanhangers van de botsing van de beschavingen. Zo ook bij de multiculturele identiteitspolitiek. Steeds weer richten ze hun vuurpijlen of naar de ‘racistische’ Vlamingen of de ‘xenofobe’ Vlaamse cultuur. Deze zouden het gemunt hebben op iedereen die lid is van de islam en een kruistocht voeren om de religie en haar leden te marginaliseren. Zoals Timothy Garton aantoont in zijn artikel is deze manier van denken en redeneren bijna even problematisch als islamofobie zelf.

Moslims in westerse samenlevingen hebben het vaak zeer moeilijk. Ze moeten strijden tegen allerlei vooroordelen en onrechtvaardigheden. Het is de taak van iedere liberale samenleving om er naar te streven om de ongelijkheden, die ieder individu ondervindt in zijn of haar streven naar het leven dat hij of zij zelf wil leiden, zo goed mogelijk te bestrijden. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor al diegenen die kiezen voor het moslimgeloof. Het verschil met de multiculturele identiteitspolitiek is duidelijk. Volgens die politiek zijn Westerse samenlevingen, en Vlaanderen in casu, onrechtvaardig en islamofoob. Bijgevolg moeten moslims zich herenigen rondom hun identiteit en permanent oppositie voeren tegen de boosaardige vijand. Zoals hierboven beschreven is dit een zeer problematische benadering. Het levert ammunitie voor extreem rechts die op deze manier vrij gemakkelijk kan wijzen op de bijna totale afwezigheid van moslims om zich in Vlaanderen te integreren. Het reduceert het debat over pluralisme en de islam in Vlaanderen tot een stellingenoorlog die doet denken aan de slagvelden van Ieper. Maar het is vooral ook nadelig voor individuele moslims zelf. Er wordt, om met de titel van een steengoed boek van de Franse socioloog en islamoloog Gilles Kepel te spreken, een strijd gevoerd boven het hoofd van de moslims zelf. Druk bezig met het verdedigen van hun multiculturele identiteitspolitiek en het demoniseren van Vlaanderen hebben sommigen niet in de gaten dat de grootste verliezers net diegenen zijn die ze zogenaamd willen helpen: Europese moslims.

Tariq Ramadan is een veelbesproken en controversieel figuur. Zijn banden met onder andere het regime van Iran hebben recentelijk nog maar eens gezorgd voor een ondermijning van zijn status en gezag. Maar toch vinden we binnen zijn oeuvre een belangrijke les voor de aanhangers van de multiculturele identiteitspolitiek. Zo betoogt Ramadan reeds jaren dat moslims in Europa moeten ophouden met het innemen van een slachtofferpositie. Ramadan is zich bewust van de problemen die moslims ondervinden binnen het westen. Geen enkel probleem laat hij onbeschreven en onbesproken. Desalniettemin is hij van oordeel dat moslims als individuen en als groep moeten aanvaarden dat zowel vanuit historisch als vergelijkend perspectief de liberale open samenlevingen van Europa een openheid tentoonstellen ten aanzien van minderheden die opzienbarend groot is. Ramadan heeft met andere woorden aandacht voor het bereiken van een moeilijke balans tussen het formuleren van kritiek tegen bestaande onrechtvaardigheden enerzijds en de erkenning van de openheid van het liberale Europa anderzijds. Of hij dit echt meent is niet duidelijk. Ramadan laat zich vaak betrappen op dubbelzinnigheden en zelfs regelrecht obscurantisme. Maar het is inderdaad dit onderscheid dat door de aanhangers van de multiculturele identiteitspolitiek verdwijnt. Bij iedere ongelijkheid die ze tegenkomen demoniseren ze Vlaanderen en het westen als monolitisch geheel en grijpen ze terug naar een evenzeer monolitische islamtische religieuze identiteit.

De weg voorwaarts is een liberale, pluralistische benadering zoals we die terugvinden in de werken van contemporaine filosofen en intellectuelen zoals Amartya Sen, Martha Nussbaum, Zygmunt Bauman en Kwame Anthony Appiah. Vanuit verschillende benaderingen streven deze vooraanstaande denkers naar het creëren van een zo rechtvaardig mogelijke samenleving voor ieder individu, ongeacht religie, identiteit en sociaaleconomische achtergrond. Met name Amartya Sen heeft in zijn boek Identity and Violence uit 2006 aangetoond waarom het gevaarlijk is om individuen op te sluiten binnen één cultuur. Dit strookt niet met de complexe realiteit waarbij individuen naast religieuze wezens ook actief zijn binnen economische, artistieke, politieke en recreationele sferen en het recept voor het aanblazen van tegenstellingen en vijandschap. Kortom, de multiculturele identiteitspolitiek is nadelig voor zowel de toekomst van rechtvaardigheid in onze samenleving als voor kwetsbare minderheden zoals moslims. Binnen deze context oproepen tot zwijgen en het stilleggen van het debat lijkt bijgevolg niet zo een slim pleidooi.



Christophe Andrades

Christophe Andrades

Links
mailto:chris.andrades@maastrichtuniversity.nl
Share |

4de Karl Popperlezing met Hans Achterhuis

Deze lezing vindt plaats op dinsdag 5 oktober om 20u in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Na de lezing is er een receptie. Toegang is gratis, maar gelieve wel in te schrijven op verhofstadt.dirk@telenet.be.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be