Vlaanderen is niet sociaal mobiel genoeg

column vrijdag 10 oktober 2008

Andreas Tirez

Inkomensongelijkheid hoeft op zich geen probleem te zijn, op voorwaarde dat iedereen, ongeacht ras, geslacht of klasse de kans heeft om op te klimmen. Of, met andere woorden, indien er voldoende sociale mobiliteit is, dan is de maatschappij rechtvaardig, ook al zijn de inkomens ongelijk. Als we Vlaanderen vergelijken met andere landen, dan blijkt dat Vlaanderen op het vlak van sociale mobiliteit het veel beter kan doen. Om meer inzicht te hebben in deze problematiek organiseert Liberales op 18 oktober te Gent een studiedag over sociale mobiliteit.

Sociale mobiliteit kan gemeten worden aan de hand van de correlatie tussen het inkomen van de ouders en dat van het kind. Hoe lager die correlatie, hoe hoger de sociale mobiliteit, omdat afkomst de sociale positie in mindere mate bepaalt. Meer en meer wordt echter gekeken naar de onderwijsprestaties aangezien deze het inkomen en de sociaal-economische status in toenemende mate bepalen, waardoor sociale mobiliteit ook gemeten kan worden door na te gaan in hoeverre onderwijsprestaties overgeërfd worden.

Uiteraard is een bepaald deel van iemands onderwijsprestatie genetisch bepaald, waardoor er altijd een zekere correlatie zal blijven tussen de prestaties van de ouders en die van het kind, zeg maar de minimale genetische correlatie. Van deze genetische mechanismen kan je aannemen dat ze overal op dezelfde manier werken. Dat betekent dat een land waar de gemiddelde correlatie tussen bijvoorbeeld onderwijsprestaties van vaders en zonen veel lager is dan in Vlaanderen, sociaal mobieler en dus rechtvaardiger is dan Vlaanderen.

En dat is ook het geval: de correlatie inzake onderwijsprestaties ligt in Vlaanderen een derde hoger dan in Denemarken, de beste leerling van de Europese klas*. Het verschil met Finland is ongeveer een kwart. Met Nederland is dat 10%. En hogere sociale mobiliteit hoeft niet negatief te zijn voor het algemene onderwijspeil: Finland presteert altijd zeer sterk in de internationale onderwijstesten van de OESO, net als Vlaanderen, trouwens.

Om van Vlaanderen een rechtvaardiger maatschappij te maken, moeten we dus niet zozeer de stijgende inkomensongelijkheid bestrijden, maar wel de sociale mobiliteit bevorderen. Dat betekent dat we elk kind een gelijke kans moeten geven om zijn of haar talenten te kunnen ontwikkelen, wat zijn of haar sociaal-economische status ook is. Daarvoor hebben we inzicht nodig in hoe sociale mobiliteit kan bevorderd worden. Wat er zich afspeelt binnen de schoolmuren is daarbij cruciaal, maar ook belangrijk is de situatie van het gezin en haar omgeving evenals wat er op de arbeidsmarkt gebeurt. Daarom zal op de Liberales-studiedag gediscussieerd worden over drie belangrijke aspecten van het leven die de sociale mobiliteit kunnen bevorderen of verhinderen, namelijk gezin, onderwijs en werk.

Hierna alvast een paar bedenkingen in aanloop van de studiedag. Ten eerste zijn samenlevingen met een grotere inkomensongelijkheid over het algemeen minder sociaal mobiel. The American Dream is in dat opzicht redelijk fictief: hoewel in de VS veel meer mensen denken dat je er wel komt door gewoon hard te werken, is de sociale mobiliteit er een pak lager dan in bijvoorbeeld de Scandinavische landen. Het is ironisch te moeten vaststellen dat in datzelfde Amerika een negatief beeld leeft van de zogenaamde immobiele en starre Scandinavische landen.

Als tweede bedenking kan men opwerpen dat vanuit een ethisch standpunt de inkomensongelijkheid niet te groot mag zijn, ook al is er een grote sociale mobiliteit. Deze potentieel ideologische discussie blijkt echter geen voorwerp te hebben, omdat, zoals hierboven gesteld, de twee samengaan: een te grote inkomensongelijkheid zorgt voor een te lage sociale mobiliteit en dus is deze te grote inkomensongelijkheid 'verkeerd'. Langs de andere kant, een zekere mate van inkomensongelijkheid kan ook de sociale mobiliteit verhogen: als er weinig of geen ongelijkheid is, dan is er immers ook niets om naartoe te werken. Een redelijke inkomensongelijkheid, in combinatie met gelijke kansen, zorgt voor de ruimte die nodig is opdat een hardwerkend mens met talent ook beloond kan worden. Als inkomensongelijkheid de sociale mobiliteit vergroot, dan is ze dus rechtvaardig.

Hoe groot een rechtvaardige inkomensongelijkheid mag zijn, kan dus opgelost worden op basis van de feitelijke gegevens. Toch kan er bovenop deze empirische methode aan de onderkant van de ongelijkheid een correctie naar boven nodig zijn: in een ontwikkeld land zoals Vlaanderen moet elke mens de mogelijkheid hebben om een menswaardig leven te leiden. Er moet dus sowieso een vangnet zijn voor de allerarmsten.

De laatste bedenking betreft het utopisch karakter van gelijke kansen: het is een einddoel waar we naar moeten streven, maar dat we nooit zullen bereiken. En zelfs als we perfect gelijke kansen kunnen creëren, dan nog zal er een correlatie tussen ouders en kinderen zijn, omdat er nu eenmaal een effect van fysieke overerving blijft bestaan (het genetisch minimum). Dat mogen we niet ontkennen: de maakbaarheid is beperkt. Het mag ons echter niet beletten om extra energie te steken in gelijke kansen: als we kijken naar andere landen, dan zien we dat het in Vlaanderen nog een pak beter kan wat betreft de sociale mobiliteit. Vlaanderen kan en moet nog rechtvaardiger.

Misschien wel de belangrijkste conclusie van het onderzoek naar sociale mobiliteit is dat de empirische gegevens de liberale, optimistische visie op de mens ondersteunen. De lage correlaties tussen het opleidingsniveau van ouders en kinderen in de Scandinavische landen en Nederland tonen aan dat het blijkt te kloppen dat er talenten zitten in alle lagen van de bevolking. Het snoert de pessimisten de mond die stellen dat er met de kinderen van "sociale gevallen" toch niets aan te vangen is en het toont aan dat investeren in gelijke kansen de rechtvaardigheid van een samenleving verhoogt.


De studiedag vindt plaats op zaterdag 18 oktober (13u30) in het Lakenmeterhuis, Vrijdagmarkt 24 te Gent. Sprekers zijn onder meer prof. Karel Van den Bosch (UA), prof. Pascal De Decker (Hogeschool Gent), Brigiet Croes (vzw DOMO Leuven), Mathias De Clercq (Open VLD), Sven Gatz (Open VLD) en Fons Leroy (VDAB).

Voor meer info.





* Hertz, Tom; Jayasundera, Tamara; Piraino, Patrizio; Selcuk, Sibel; Smith, Nicole; and Verashchagina, Alina (2007) "The Inheritance of Educational Inequality: International Comparisons and Fifty-Year Trends," The B.E. Journal of Economic Analysis & Policy: Vol. 7: Iss. 2 (Advances), Article 10.

Andreas Tirez

Andreas Tirez

Links
mailto:andreas@liberales.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be