Twintig jaar geleden viel de Berlijnse Muur en in de nasleep ervan de communistische en socialistische heilstaten in Oost Europa en de Sovjet Unie. Het betekende het einde van de Koude Oorlog en de acceptatie van de liberale democratie en de vrije markt-principes in tal van de voormalige totalitair bestuurde landen. Het zorgde echter ook voor een zekere zelfgenoegzaamheid bij heel wat economen en politici die de liberale ideologie als een logisch eindpunt beschouwden. Het meest sprekende voorbeeld hiervan was de stelling van Francis Fukuyama die in Het einde van de geschiedenis en van de laatste mens het liberalisme uitriep als de winnaar in de strijd tussen de verschillende ideologieën. Een vergissing zo bleek achteraf, iets waarvoor de Franse filosoof Claude Lefort in zijn boek Het democratisch tekort al had gewaarschuwd. De conflictualiteit kan in een democratie noch worden opgeheven, noch te boven gekomen, noch geëlimineerd. Het ‘einde van de geschiedenis’ is derhalve onmogelijk. De kern van het denken van Lefort is dit: politieke vrijheid vereist de erkenning van de onophefbaarheid van politieke en sociale conflicten. Een onbetwistbare ideologie als vaste richtlijn voor het politieke, economische, sociale en maatschappelijke denken is derhalve onmogelijk. In die zin moet de vrijheid steeds opnieuw opgeëist en veroverd worden tegen alle krachten die haar trachten te onderdrukken. Hoe juist dit inzicht van Lefort is, zien we vandaag. In zijn boek De terugkeer van de geschiedenis – een duidelijke repliek op Fukuyama’s stelling – wijst de Amerikaanse auteur Robert Kagan op de (her)opkomst van het nationalisme, de theocratieën en vooral de autocratieën. Rusland, Iran en China zijn daarvan de duidelijkste voorbeelden. ‘Eerder dan een periode van “universele waarden” zal het nieuwe tijdvak een periode van groeiende spanningen en soms van confrontaties tussen democratische en autocratische krachten zijn’, aldus Kagan. Dat is nu al bezig. Denk aan de hoogst bedenkelijke houding van de autocratieën tegenover enkele kleinere dictatoriale staten zoals Birma en Zimbabwe. De democratische wereld stuurt aan op (handels)sancties, de autocratieën verdedigen die landen, in naam van de onaantastbaarheid van de ‘nationale soevereiniteit’. Het grootste gevaar gaat evenwel uit van de combinatie van religie en nationalisme die als een dodelijk gif zijn die de rede stilleggen en leiden tot afkeer voor de Ander. Ze keren zich tegen vernieuwende tendensen in de samenleving, tegen de vrijheid van expressie en tegen de gedachte van de gelijkwaardigheid van elke mens, waarvan vooral vrouwen het slachtoffer zijn. Die evolutie is niet nieuw. Wie terugkijkt op het jaar 1989 merkt dat daar toen al de eerste tekenen zichtbaar van waren, gebeurtenissen die net zoals de val van de Berlijnse Muur een grote impact zouden hebben op de geschiedenis. Op 17 april 1989 braken studentenopstanden uit in China met eisen tot politieke hervormingen, een aanpak van de wijdverspreide corruptie en meer democratie. Ongeveer een miljoen studenten en burgers namen er aan deel, maar op 4 juni 1989 werd de opstand op het Tienanmen-plein bloedig neergeslagen waarbij meer dan duizend doden vielen. Op 3 augustus van datzelfde jaar ontplofte in Paddington in Londen een bom die voor Salman Rushdie bedoeld was. Het was het gevolg van de fatwa die de Iraanse leider ayatollah Khomeiny had afgeroepen over de schrijver, een gebeurtenis die kan beschouwd worden als de eerste frontale en wereldwijde afwijzing door het islamisme van de kern van de Verlichting. Het vormde de aanzet voor een radicalisering binnen de moslimwereld met 9/11 en de bloedige aanslagen in Londen en Madrid als uitlopers. Het zorgde voor een wereldwijd protest tegen de Deense spotprenten op de profeet Mohammed en een record aantal doodsbedreigingen tegen critici van het islamisme. En in Rusland stond in 1989 nog een zekere Vladimir Poetin oog in oog met de hervormers. Hij was als lid van de toenmalige KGB een vertegenwoordiger van de verwerpelijke dictatuur, maar zou zich langzaam maar zeker ontpoppen tot een charismatische leider die een decennium later met harde hand en vaak brute macht zijn land weer op de wereldkaart zette. Vandaag heeft het optimisme dat in 1989 zo sterk aanwezig was, plaats gemaakt voor angst en onzekerheid. De oorzaken zijn gekend: de terreuraanslagen, de globalisering, de toenemende migratie, de multiculturele samenleving, de opwarming van de aarde, de wereldwijde financiële en economische crisis, enzovoort. Toch markeert de val van de Berlijnse Muur een cesuur in de geschiedenis van de mensheid. Ondanks alle tegenslagen en tegenkantingen is de geest van het individualisme uit de fles, en geen enkel politiek systeem zal op termijn bij machte zijn die er terug in te krijgen. Net zoals ten tijde van de val van de Berlijnse Muur moeten we rekenen op het groeiende bewustzijn over hun onvrijheid waarmee mensen in autocratieën te maken hebben. De Muur werd niet gesloopt door het westen, maar door de bewoners van het oosten die steeds meer kennis kregen van de welvaart en vrijheid die men aan de andere kant had. Zoals Kagan schrijft, is en blijft het Verlichtingsvisioen nog steeds bijzonder krachtig. Ook de strijd tegen het obscurantisme van religie en eng nationalisme moet verder gevoerd en gewonnen worden. De val van de voordien onaantastbaar geachte Muur is dan ook een teken van hoop dat mensen, ondanks de terreur door theocratische en autocratische leiders, in staat zijn om hun eigen vrijheid te bevechten. Dirk Verhofstadt Dirk Verhofstadt Linksmailto:verhofstadt.dirk@pandora.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|