Gij zult de naam van God niet misbruiken

column vrijdag 29 januari 2010

Alexander Hoefmans

In Ierland is sinds 1 januari van dit jaar een nieuwe blasfemiewet van toepassing. Onder deze wet kan men veroordeeld worden tot 25.000€ boete wanneer "he or she publishes or utters matter that is grossly abusive or insulting in relation to matters held sacred by any religion, thereby causing outrage among a substantial number of the adherents of that religion." De oude blasfemiewet was in het katholieke Ierland enkel van toepassing op christenen maar ze was eerder dode letter bij gebrek aan een wettelijke definitie van blasfemie. Die is er nu dus wel en in een geest van multiculturele solidariteit heeft men ze dan maar meteen van toepassing gemaakt voor alle gelovigen en religies.

Het was óf de Grondwet wijzigen en ze in overeenstemming brengen met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens óf de wet uitbreiden en religieuze gelijkheid bevorderen. Vrijheid van meningsuiting heeft helaas aan het kortste eind getrokken. Volgens Richard Dawkins, nooit verlegen om een treffende uitspraak, is deze wending niks minder dan een teletijdbeweging richting de Middeleeuwen. Dat kan tellen voor een land dat sinds de toetreding tot de Europese Unie een ongekende welvaartsexplosie heeft gekend. Of hoe economische vooruitgang niet noodzakelijk de morele en religieuze vezels van een samenleving inkleurt. Een petitie werd gestart voor het herroepen van deze blasfemiewet en is terug te vinden op: http://www.petitiononline.com/CAMP4BLA/petition.html. .

Maar richt niet al je pijlen op Ierland. Het land is zeker geen uitzondering in Europa. De Commissie van Venetië, een adviesorgaan van de Raad van Europa die zich buigt over voornamelijk grondwettelijke kwesties, kwam in 2008 in een rapport tot de conclusie dat Oostenrijk, Denemarken, Finland, Griekenland, Italië en Nederland eveneens wettelijke bepalingen hebben die overeenkomen met blasfemie. Het riep die landen overigens op om de blasfemiewetten te herroepen. Verbazend toch, hoe een archaïsch begrip als blasfemie toch nog springlevend lijkt te zijn in het moderne Europa. Ik heb hier een aantal bedenkingen bij.

Een eerste vraag die we bij dit fenomeen kunnen stellen is in welke mate de samenleving erbij gebaat is om gewapend te zijn met blasfemiewetten. De onderliggende boodschap die ze meegeven is nog begrijpelijk. Laten we respectvol met elkaar omgaan, zowel in daden als in woorden. Er zijn immers morele grenzen. Maar als de gevestigde machten dan toch moeten tussenkomen en wettelijke grenzen trekken, moet het dan met het vingertje ‘pas op met wat je zegt’ zijn of eerder met de benadering ‘denk na over wat je zegt’? Is de samenleving werkelijk gebaat bij het beboeten van een beledigende cartoonist of een politicus die krasse uitspraken doet in een hoofddoekendebat, zonder meer? Zal dit de betrokkene iets bijbrengen of hem eerder achterlaten met een gevoel van frustratie of zelfs radicalisering? Biedt het echt gevoel van voldoening en rechtvaardigheid aan de beledigde doelgroep? Doet het iets aan de grond van het probleem? Of kan hetzelfde signaal naar de samenleving gestuurd worden door een meer (inter)actieve en productieve benadering, bijvoorbeeld met bemiddeling of het opleggen van ‘werkstraffen’, zoals in de zaak Feret?

Dat brengt mij bij de vraag in welke mate een blasfemiewet op zich noodzakelijk is om die wettelijke grenzen te trekken. Kan hetzelfde niet bereikt worden via een algemene discriminatiewet? Moet de drempel werkelijk zo laag gelegd worden dat we moeten optreden tegen kritieken en beledigingen of volstaat het dat we de grens trekken bij het aanzetten tot haat of geweld jegens personen of groepen, onder andere op grond van hun religieuze overtuiging? Die grens is op zich al voldoende omstreden. Binnen het Europees Hof zelf woedt een interne discussie over de vraag in welke mate daden of woorden van discriminatie of racisme moeten gevolgd worden door werkelijke daden van geweldpleging om strijdig te zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

We komen hier bij de kern over de draagwijdte van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat daarbij overigens niet om een afweging tussen twee fundamentele rechten; vrijheid van mening en vrijheid van religie, zoals soms de indruk wordt gegeven. Dat ik het standpunt van de paus rond contraceptie of de positie van de vrouw in de islam wil bekritiseren (al dan niet beledigend) betekent niet dat ik anderen wens te beletten hun geloof te belijden. Het betekent dat ik een mening heb en die verkondig. Dat betekent niet dat er aan vrijheid van meningsuiting geen grenzen zijn maar zij liggen wat mij betreft veel verder dan blasfemiewetten die kunnen neerkomen op opiniedelicten en intentieprocessen. Ze zijn dan ook moeilijk overeen te stemmen met de rechtspraak van het Europees Hof over beledigingen, extreme uitspraken en schokerende beelden. De Commissie van Venetië verwoordt het als volgt: “The purpose of any restriction on freedom of expression must be to protect individuals holding specific beliefs or opinions, rather than to protect belief systems from criticism. The right to freedom of expression implies that it should be allowed to scrutinise, openly debate, and criticise, even harshly and unreasonably, belief systems, opinions, and institutions, as long as this does not amount to advocating hatred against an individual or groups.”

Tenslotte, hoe valt een blasfemiewet te verenigen met een wetenschappelijk-seculier georganiseerde maatschappij? Wordt daarmee niet de indruk gewekt dat religies nog altijd een geprivilegieerde bescherming genieten? Zeker wanneer het een grondwettelijke bescherming betreft en bovendien enkel het christendom met een aureool omringt. Daar zit een geurtje staatsgodsdienst aan. Blasfemiewetten staan lijnrecht tegenover de moderne samenleving waarin het kritisch rationalisme en de vrijheid van meningsuiting cruciaal staan. Het zou maken dat bijvoorbeeld kunstenaars zich niet langer vrij mogen uiten. Daarmee zou men zelfs het werk van Salman Rushdie wettelijk kunnen bestraffen. Tenslotte lijkt het me soms nodig om God, Allah of welke vermeende almachtige ook eens goed te kunnen vervloeken als we weten en zien hoeveel moorden, gewelddaden en onderdrukking namens hem gebeuren.


«Report on the relationship between Freedom of Expression and Freedom of Religion: the issue of regulation and prosecution of Blasphemy, Religious Insult and Incitement to Religious Hatred adopted by the Venice Commission at its 76th Plenary Session (Venice, 17-18 October 2008)» te vinden op http://www.venice.coe.int/

Alexander Hoefmans

Alexander Hoefmans

Links
mailto:ahoefmans@yahoo.com
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be