|
Ze sloven zich uit om te getuigen van hun afschuw over het Ford-beleid in Genk. Ook die politici die eertijds nog beweerden dat de overheid niet voor ondernemertje moet spelen. Diezelfde politici die zich, ook letterlijk, blauw ergerden aan de verspilling van miljarden aan steun voor ten dode opgeschreven sectoren als het Waalse staal, de Vlaamse textiel, de Kempische steenkoolmijnen. En daar staan ze dan klaar met hun 50 miljoen euro om auto's te helpen produceren die niemand wil, waarvan er wereldwijd net teveel van de band rollen en die bij ons tegen een te hoge arbeidskost worden vervaardigd. Om publieke gelden te besteden aan een keuze die niet van de markt komt. Paul De Grauwe, die eens de overstap naar de politiek maakte en deze intussen alweer verliet, wees al op het uiteindelijke failliet van onze industriële sector. Hij deed dat onder meer hier, in een nieuwsbrief van Liberales (klik hier). De Limburgse gouverneur Houben-Bertrand leek van de betrokken gezagsdragers even de enige te zijn die het hoofd koel hield. Ze had het wijselijk over een bedrijf dat op termijn toch uit Genk dreigde te verdwijnen. Ondertussen is ze teruggefloten. Een half jaar voor verkiezingen is natuurlijk niet lang meer. Beleidsmakers durven het niet meer aan hun mening te laten gelden. Daarvoor is ook de verkiezingsmarkt te onzeker geworden. Dat maakt het echter niet minder naïef om te geloven dat een multinational als Ford zijn investeringsplannen laat bepalen door 50 miljoen euro Vlaams geld. Veel geld voor wie ze heeft moeten opbrengen. Zo'n tweeduizend gezinnen moeten daar een jaar voor werken. Daarentegen te weinig, bijna armzalig en een beetje zielig, voor een autogigant die een pas gebouwde productielijn even goed laat voor wat ze is als daar in de toekomst geen winst uit te puren valt. Het zou nog niet zo erg zijn als onze politici naïef waren. Zoiets is hooguit aandoenlijk. Maar het ergste van allemaal is, vrees ik, dat ze zelf maar al te goed weten dat ze zand in de ogen aan het strooien zijn van - jammer dat ik het niet op z'n Limburgs kan schrijven - 'de mensen'. Wel, meneer Stevaert en andere door perceptie en imagebuilding geobsedeerde gladde mistspuiters, deze keer gààt het eens over 'mensen'. Mensen die al een rad voor de ogen gedraaid is door de leiding van Ford. Drieduizend mensen, evenveel gezinnen, die recht hebben te weten waar ze staan, die een toekomst willen, die die toekomst misschien niet allemaal zien en die jullie, als je een beetje staatsman- of vrouw wil zijn, hen moeten wijzen. 50 miljoen euro, daar kan je al heel wat opleidingen mee organiseren, daar kan je niet onbelangrijke fiscale of andere impulsen mee geven aan veelbelovende toekomstprojecten. De kennismaatschappij vraagt om betaalbare kenniswerkers. Daar ligt Belgiës toekomst. Daar moet je sociale lastendaling doorvoeren, bedrijfsvoorheffing omlaag halen - zoals al gebeurd is voor de universiteiten. Daar, in research en development, worden de spin-off effecten gecreëerd voor andere soorten van actieven. Dat is een toekomstvisioen, niet eens veraf, dat je met een beetje geloofwaardigheid en vooral dat laatste, waardigheid, aan de arbeiders van Genk en vele anderen kan voorhouden. Ik heb me nooit overgegeven aan idolatrie voor deze of gene politieke auteur, laat staan politicus of politica. Ondanks mijn liberale overtuigingen heb ik mij ook nooit aangesloten bij de 'school' van de marktfundamentalisten. Ik geloof wel degelijk in een begeleidende overheid die het institutionele en materiële kader biedt waarbinnen te leven en te ondernemen valt. Maar Ludwig von Mises, Friedrich von Hayek en Milton Friedman - de heilige drievuldigheid van het neoliberalisme - zaten in elk geval niet ver van de waarheid af toen ze stelden dat de overheid niet de keuzes moet maken die berekenende en creatieve ondernemers én consumenten best zelf aankunnen. Een financiële injectie in menselijk kapitaal via opleidingen en herscholingen, in een gunstig fiscaal klimaat, eventueel in infrastructuur waar dat nodig is, levert veel meer op dan een veel te kleine wortel aan een veel te kort stokje. Veel KMO's, die samen meer dan negen op tien van onze bedrijven uitmaken, kunnen hulp gebruiken. Dat vraagt om een globaal en consistent beleid. Met een algemene maatregel zou je op zijn minst die bedrijven niet het gevoel geven te betalen voor de productieketen van een ander, een industriële reus nog wel. Je zou ze bovendien niet op het idee brengen vroeg of laat ook eens te polsen naar steun. En moeten ze daar dan eerst genoeg werknemers voor op straat zetten om zo de macht van het getal om te zetten in klinkende munt? André Leysens woorden breng ik in herinnering voor wie slechts beschikt over een kortetermijngeheugen: “subsidies zijn zo verslavend als drugs”. Ik heb nog niemand gezonder weten worden van drugs. De dames en heren politici zullen met wat creatievers moeten aandraven dan met hun expansiesteun, een vergiet om water mee weg te scheppen. Het uitvinden van mooie woorden, het debiteren van cocktailpraatjes voor al te veel opgezochte TV-camera's, het opbod van straffe uitspraken heeft nu wel zijn tijd gehad. Een beetje meer moed en een beetje meer vindingrijkheid zou geen kwaad kunnen. Was met name het liberalisme niet het laboratorium voor de vernieuwing? Liberales blijft die taak alvast ter harte nemen. Olivier Boehme |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|