Laat ons niet bezwijken aan de splitsingskoorts

column vrijdag 03 december 2004

Olivier Boehme

Er bestaat geen Vlaamse of Waalse geneeskunde, maar slechts adequate of ontoereikende, te dure of goedgeprijsde geneeskunde. De sanerings- en bezuinigingsoperatie die minister van Volksgezondheid Demotte wil doorvoeren is gericht op een eenvormige prijssetting voor medische zorgen in het hele land. Het lijkt een veelbelovende aanpak. We hebben alle redenen om dit te steunen. Al is het jammer dat de toenemende druk uit Vlaanderen om de ziekteverzekering te splitsen nodig was om dit mogelijk te maken. Er wordt reeds lang een punt gemaakt van ongerechtvaardigde verschillen in de medische kosten in Noord en Zuid. Of deze tweedeling de toetsing aan de feiten kan doorstaan is allesbehalve zeker, maar dat er van ziekenhuis tot ziekenhuis geen uniformiteit heerste in de prijs voor gelijkbare diensten staat als een paal boven water. De kop in het zand steken is nooit een goede houding.

De eis voor splitsing is echter evenmin verstandig. Waarom zouden Vlaamse partijen onderling beter en sneller overeenkomen inzake medisch beleid dan met de Waalse? De overtuiging dat dit zo zou zijn, gaat uit van de idee als bestond er een Vlaams ‘volk’ dat een ‘substantie’, een door de eeuwen heen onveranderlijke kern, een ‘volkse’ eenheid op zich vormt. Deze ‘gemeenschap’ van ‘soortgelijken’ zou dan als één blok denken, op een manier die netjes is afgelijnd van die van de ‘anderen’. In feite is dit het denken van het Vlaams Belang, dat precies daarom beweert dat het met zijn 25 procent van de Vlaamse stemmen ‘het Vlaamse volk’, de mening van ‘dé Vlaamse man en vrouw in de straat’ vertolkt. Dat is niet alleen retoriek, die strekking denkt ook echt dat er zo iets is als een Vlaams gesundes Volksempfinden. Dit in essentie totalitaire denken dateert al van vóór de oorlog en heeft een desastreuse rol in de Europese politiek gespeeld. De hele idee van het volk als een in wezen ondeelbare substantie is een gevaarlijke fictie. Alleen de erkenning van het verschil, en wel van concreet denkend en voelend individu tot individu, is een gedegen grondslag voor een democratie.

Het concept van het volk als één blok, en dus niet als samenleving van autonome individuen, moet de verschillen in Vlaanderen zelf verhullen. Eens de ziekteverzekering gesplitst, zal de echte discussie echter nog maar beginnen: waarheen ermee? Het probleem van de betaalbaarheid en eventueel van het misbruik ervan ligt even moeilijk in het Noorden als in het Zuiden. Het heeft te maken met de paradox van de publieke goederen: iedereen wil er zoveel mogelijk uithalen en er zo weinig mogelijk insteken, iedereen vindt ze vanzelfsprekend, maar niemand voelt zich ervoor verantwoordelijk. Verantwoordelijk zijn wij natuurlijk allemaal, maar allemaal dat is niemand in het bijzonder. Het groepsegoïsme dat schuil gaat achter de wens om de veel geciteerde ‘transfers’ naar Wallonië stop te zetten en al dat geld voor ‘onszelf’ te gebruiken is eenzelfde vlucht voor de realiteit. Primitief groepsegoïsme dat geen fundamentele oplossingen biedt.

Het federalisme is er in België gekomen om historische redenen en federalisme heeft in het algemeen ook wel zijn voordelen op democratisch vlak, met name op het punt van machtsdeling. Een federale dictatuur bestaat inderdaad niet. Dat het Belgisch federalisme beantwoord heeft aan een noodzaak en de economische groei van Vlaanderen begunstigd heeft, is echter helemaal nog niet zo zeker. Daarentegen valt op solide historische gronden wel hard te maken dat federalisme eerder een gevolg was van de toenemende welvaart in Vlaanderen dan omgekeerd. Al van vóór de Tweede Wereldoorlog gingen er steeds luider stemmen op om de opbrengst van de Vlaamse economische groei toch vooral aan Vlaanderen zelf voor te behouden. Defensieve strategieën in een slabakkend Wallonië dateren overigens eveneens uit die tijd. Voor Wallonië was niet alleen zijn economische achterstand een reden om vooral vanaf de jaren ’60 de richting van het federalisme uit te gaan. Ook de wens om een socialistisch model te kunnen toepassen dat met Vlaanderen nooit ingang kon vinden, heeft daarbij een rol gespeeld. In het industriële bekken van Wallonië was de Parti Socialiste nu eenmaal al vroeg een ‘incontournable’ macht. Een onontbeerlijke en niet meer dan legitieme eis tot officiële vernederlandsing van Vlaanderen (die dan weer egelposities uitlokte aan Franstalige kant) werd, niet altijd in momenten van opperste scherpzinnigheid, gekoppeld aan materiële kwesties die niet zoveel te maken hadden met Vlaams of Waals.

Het sjabloon van het Nederlandstalig territorium versus het Franstalig ressort is hand in hand gegaan met een etnisch volksdenken dat ook ‘democratische’ partijen blijkbaar tot op vandaag gemeen hebben met het radicale Vlaams-nationalisme. Dit denkkader begrenst het bewustzijn van zelfs onze meest ruimdenkende politici en verhindert vele anderen niet er goedkope slogans in de zin van ‘stop de transfers naar de Walen’ uit te stoten. Europeeërs van het eerste uur slaan op de Vlaamse trom dat het een lieve lust is. Net als vroeger spelen er ook nu vooral irrationele en al te politieke beweegredenen om quasi automatisch naar het wapen van de defederalisering te grijpen als er een probleem opduikt.

Menig politicus (en allicht ook burger) is de gevangene geworden van in het heetst van de taalstrijd ontworpen schema’s. Deze taalkwestie heeft twee territoria binnen de Belgische staat eerst in het bewustzijn van zijn inwoners doen groeien en vervolgens in nieuwe en hervormde instellingen verankerd. Als je twee groepen met elkaar vergelijkt, in casu de twee territoria Vlaanderen en Wallonië, zal je altijd verschillen vinden. Bij een Oost-West-verdeling zou dat niet anders zijn. Het doet me denken aan de Vlaamse-Waalse-tegenstelling die zou gebleken zijn uit het referendum in 1951 over de terugkeer van Leopold III op de troon. Diepgaander onderzoek wees uit dat je de uitslag ook anders kan lezen: het stemgedrag hing af van de vraag of het om een katholiek (en Leopoldistisch) gebied dan wel een streek met een vrijzinnige (veelal socialistische en anti-Leopoldistische) meerderheid ging. Het komt er dus op aan welke schema’s je over de feiten heen legt. Toegepast op de huidige splitsingskwestie kies ik als liberaal voor het uitgangspunt dat een individu dat medische hulp behoeft, moet kunnen terugvallen op een verzorgings- en verzekeringssysteem dat werkt in functie daarvan en niet van de taal, de afkomst, de woonplaats, de stamboom of de huidskleur van de patiënt in kwestie. En ik zie niet in waarom een Vlaamse en Waalse zorgverstrekker over de modaliteiten van zo’n systeem van mening zouden moeten verschillen als gevolg van hun taal of ‘cultuur’ (nog zo’n heikel begrip).

Behalve het feit dat ze het slachtoffer zijn van een misplaatst ‘volkssubstantialistisch’ denken, zetten nog andere factoren nu zowat alle Vlaamse partijen aan tot de roep om splitsing van de ziekteverzekering. Zo resulteert de politieke marketing in een pervers effect. Om een paar percentjes van het stemmenaantal meer heeft de CD&V, zoals eerder de VLD, zijn politieke lot immers verbonden met een stel verwaaide nationalisten die van geen hout pijlen meer wisten te maken en die je op alles maar één ding in het oor schreeuwen: Vlaamse zelfstandigheid! Met hun strategische positie binnen de grootste partij in het Vlaams parlement houden ze nu het debat in hun greep, om van de blijkbaar intimiderende werking van de grootste oppositiepartij maar te zwijgen. Komt daarbij dat de CD&V vanuit de Vlaamse regering oppositie wil voeren tegen de federale tegenvoeter, naast het feit dat er communautaristen van eigen kweek rondlopen die de teloorgang van het homogeen en volkseigen ‘roomse Vlaanderen’ nooit echt goed verteerd hebben. De VLD zit op zijn beurt in een schizofrene houding gewrongen: op Vlaams niveau staan de partij achter een regionalisering van de ziekteverzekering die ze op federaal niveau niet (kan) willen. Elke instelling of beleidsniveau creëert zijn eigen discours: een Vlaams parlements- of regeringslid, dat gisteren nog een ‘Belgisch’ standpunt innam, vertolkt vanaf de dag van zijn aantreden in het Vlaams parlement een ‘Vlaams’ standpunt, al was het maar om niet onder te doen voor de concurrentie en zich de Vlaamse belastingcenten waardig te tonen.

Partijpolitieke of ideologische tegenstellingen – wat allerminst hetzelfde is – gaan eveneens schuil achter de wens om deze of gene materie te splitsen. De obsessie voor de PS heeft zo al menig Vlaams, vooral ‘rechts’, politicus op stang gejaagd. Het heet dan dat de Walen op een andere planeet leven, een merkwaardige identificatie van de Waalse haan met de drapeau rouge. In Franstalig België heeft trouwens mutatis mutandis eenzelfde identificatie plaats van ‘rechts’ – lees liberaal, christen-democratisch of extreem-rechts - met het Noorden van het land, en dit eveneens van oudsher. En dat terwijl bijvoorbeeld de Waalse liberalen het niet altijd met de socialistische aanpak eens zijn. De liberalen in Vlaanderen zouden dan ook beter hun energie gebruiken om met hun geestesgenoten over de taalgrens een alliantie aan te gaan, zodat een onwezenlijk Vlaams-Waals debat verandert in een redelijk debat over verschillende benaderingen van de maatschappij en haar organisatie. De hamvraag is immers hoe een behoorlijke sociale zekerheid er hoort uit te zien, hoe we ze voor de komende generaties kwalitatief hoogstaand en betaalbaar houden. Met het oog op een Europese sociale zekerheid zou het alvast een goede oefening zijn daar in België een nieuwe, breed gedragen visie over te ontwikkelen. We zullen immers nog moeten leren diagoleren met andere partijen dan onze Franstalige partners alleen.

De ziekteverzekering werkt niet slecht in België, maar kan beter. België is een klein gebied, waar zich geen drempelverlagende regionalisering opdringt voor elke door te hakken knoop. Integendeel, voor heel wat materies is zelfs het Belgische niveau nog te beperkt. Een goede reden om de ziekteverzekering niet naar een lager niveau over te hevelen is immers dat het op termijn in een continentaal systeem zou moeten uitmonden. De Verenigde Staten hebben niet alleen één markt, maar ook één systeem van – zij het dan in bepaalde opzichten minimale – sociale voorzieningen, from coast to coast. Dat is ook een project voor Europa. De geschiedenis gaat in de richting van het overbruggen van verschillen, van het bouwen aan universele waarden en praktijken voor mensen tout court, tegen elk particularisme in. Het is overigens treffend dat er nooit van ‘herfederalisering’ sprake is, en dat de zeer redelijke vraag naar homogenisering van de bevoegdsheidspakketten, maar indien nodig naar boven toe blijkbaar ongehoord is. Nochtans komen materies als de buitenlandse handel daar bijvoorbeeld voor in aanmerking, zoals na elke handelsmissie weer blijkt. Je hoeft nog geen royalist te zijn om prins Filip daarin overschot van gelijk te geven.



Olivier Boehme

Olivier Boehme

Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be