|
Er zijn nog steeds partijen, zoals de socialistische partij of partijvleugels van andere formaties, zoals de christelijke vakbond, die zich 'travaillistisch' noemen. Ze komen op voor ‘le travail’, degenen die werken, alsof dat niet alle actieven zijn. Want neen, onder die term begrijpen zij alleen de werknemers. Wie de kaart trekt van dé werknemer gaat echter aan de slag met een fata morgana. Dé werknemer bestaat immers niet meer, voor zover hij dat ooit gedaan heeft. Er zijn namelijk nogal wat verschillende soorten werknemers, met vaak tegenstrijdige belangen. Je hebt ambtenaren en personeel in de privé-sector. Onder de ambtenaren bij de overheid en parastatalen staan de statutairen tegenover de tijdelijken. Werknemers met contracten van onbepaalde duur in de particuliere sector zijn dan weer een andere categorie. Arbeiders hebben een ander statuut dan bedienden en die vallen op hun beurt niet samen met het kader. Een categorie die officieel geen werknemer is maar er wel verdacht veel kenmerken van draagt zijn de zogenaamde schijn-zelfstandigen. Die verschillende groepen kunnen elkaar soms behoorlijk tegenwringen, of dacht je dat sociale spanning alleen iets is van werknemers versus werkgevers? Vergeet het maar. Een voorbeeld: de statutaire is een type ambtenaar bij één van de overheden of aanverwante instellingen die boven het wettelijk barema een reeks bijkomende voordelen geniet en via de benoeming kan uitkijken op quasi werkzekerheid voor het leven. Deze kaste van mandarijnen duldt naast zich de paria's met onbepaald of tijdelijk contract, die net kunnen rekenen op het per CAO vastgestelde minimum, maar op geen enkel bovenwettelijk voordeel. Tijdelijken worden tijdig afgedankt opdat ze na meer dan één contractverlenging niet vast moeten worden aangenomen. De vakbonden spelen dat spel van discriminatie tussen mensen die verder op hetzelfde niveau gelijkaardig werk verrichten volop mee. Deze bastions van sociaal conservatisme zetten alles op de kaart van die trouwe statutaire achterban en tracht de uitholling van ‘het statuut’ door gelijkstelling van niet-statutairen kost wat kost te vermijden. Zouden die laatste immers aan dezelfde voorwaarden kunnen aangeworven worden, dan zou de werkgever kunnen werken met genoeg gekwalificeerde personeel dat hij niet hoeft te benoemen (en dat daar zelf ook niet noodzakelijk om vraagt). Omdat een kern met oogkleppen op 'verworven rechten' bovenaan de agenda heeft staan, blokt ze elke versoepeling - die daarom nog geen verslechtering betekent - van de arbeidsmarkt, productiviteit en economische performantie af. Die normen laat ze slechts toe voor de privé-sector. Onder het motto: ‘als contractuelen zo dom zijn liever te werken aan die voorwaarden dan te stempelen, is dat hun zaak’. Een andere mooi voorbeeld van corporatisme vormen de havenarbeiders. Zijn die even geschrokken toen het ‘heilige statuut’ in het gedrang kwam omdat buitenlands personeel van aanmerende schepen hetzelfde werk mogen verrichten als zij. Brussel heeft het geweten. En de socialisten zongen in koor met het Blok: ‘eigen werknemers eerst’. Ondertussen staat blijkbaar alleen een consequent liberalisme voor het slechten van grenzen en voor gelijke kansen over de globe heen. Dat elkaar stokken in de wielen steken geldt ook voor de andere groepen werknemers. Mensen die graag de handen uit de mouwen steken en initiatief tonen, zijn de dupe als ze trachten een zelfstandige carrière op te bouwen maar in feite uitgebuit worden door de firma die hun die 'kans' biedt, zoals in bepaalde sectoren voorkomt. Hoeveel cafébazen, bank- of verzekeringsagenten weten nog werkelijk wat ze zijn: personeel of (semi-)zelfstandige? Solidariteit van de de ‘travailleurs’ buiten of zelfs binnen de nationale grenzen? Vergeet het maar. Drie op vier actieven in ons land zijn werknemers, één vierde ambtenaar. De onderlinge tegenstellingen van al die mensen zijn legio. Zijn dé werknemers nog een coherente groep waarop je als politieke partij met succes kan mikken? Het aantal stemmen voor socialistische partijen in Europa ligt ver onder het aantal werknemers. Kennelijk vertegenwoordigen zij alleen die groep niet meer en zelfs steeds minder. Een inzicht uit de filosofie geldt hier ook: alles en niets vallen uiteindelijk samen. Iedereen - of bijna toch- werknemer, niemand nog dé werknemer. Wat het er niet overzichtelijker op maakt en die tweedeling tussen patroon en werknemer mee heeft uitgehold, zijn de uiteenlopende rollen die mensen in zichzelf zijn gaan combineren: als werknemer staan ze achter sociale eisen, als belegger verwachten ze een agressieve strategie van de bedrijven waaraan ze hun spaarcenten toevertrouwen, als consument willen ze de juiste prijs voor een goede kwaliteit én inachtneming van bijvoorbeeld enige milieuethiek, als belastingbetaler willen ze natuurlijk zo weinig mogelijk geld afstaan. Met dat laatste gaat dan weer één op vier actieven tegen zijn of haar belangen als ambtenaar in. (Nog gezwegen van de velen wiens baan van overheidsgeld afhankelijk is.) Begin er als overheid maar eens aan met oog voor al die belangen en wensen, vaak verenigd in één persoon, een consistent beleid op te zetten. Toen die belangen netjes verdeeld waren over verschillende groepen van mensen lag het eenvoudiger. Vandaag weten politici soms niet meer welke boodschap aan de schizofrene politieke cliënt te verkopen. Voor de activering van de bevolking, het dagdagelijks bijeen verdienen van ons aller welvaart – toch de kern waar het om draait – is het alvast van essentieel belang één statuut van de werkende te realiseren. Mensen redereneren niet meer uitsluitend volgens hun rol van werknemer of werkgever. Moedig ze aan die oude huid nog verder af te werpen. Geef ze de kans tegen behoorlijke voorwaarden zelfstandige, free-lancer te worden als ze dat willen. Maak de sprong van de ene werkgever naar de andere werkgever, privé of overheid, gemakkelijker door de verworven rechten niet in het nadeel van nieuwkomers of tijdelijken te laten spelen. Geef ook werkgevers door invoering van het drielagig capuccinomodel voor de sociale zekerheid – de eerste laag is de koffie: vast deel volgens repartitiestelsel, de tweede is de melk: kapitalisatie op bedrijfsniveau, de derde de room: kapitalisatie op individueel niveau – de kans om hun sociale zekerheid vrijer te organiseren en er meer eigen verantwoordelijkheid voor te dragen. Het zal bovendien leiden tot activering van meer kapitaal waar de bedrijven productief mee kunnen omspringen. Geef bovendien zelfstandigen, groot en klein en lang niet allemaal ‘kapitalisten’, een gelijker behandeling en vooruitzicht op een zekerder toekomst. En zorg voor werkzekerheid door bedrijven en instellingen volgens gezonde principes te laten werken en in een gunstig wettelijk en economisch klimaat hun toekomst te laten verzekeren. Werkloosheid wijst immers niet op een tekort aan werk. Dat is er genoeg. Je moet slechts de barrières tussen de mensen en het werk dat ligt te wachten slopen. Een voorbeeld uit de dagelijkse realiteit van vele actieven: ze sloven zich heel de dag uit en hun schaarse vrije tijd moeten ze gebruiken om te wassen en te plassen, klusjes op te knappen, de tuin te bewerken en hun woonst te onderhouden. Hoeveel nuttig werk valt er niet te verrichten? En toch verkiezen mensen vaak allerlei soorten werk niet te laten doen of het er zelf maar bij te nemen omdat de werkuren van een hulp of vakkundige te duur zijn. Hoewel ze nooit de productiviteit en dikwijls evenmin de kwaliteit halen die een professional wel biedt. Pure verspilling. Specialistatie, de sleutel tot de hoogste productiviteit tegen de laagste kost, wordt onvoldoende gebruikt door het verzwaren van de arbeidskost. Travaillisme en socialisme… Heeft er ooit een beweging meer gedaan om mensen van werk af te houden dan die laatste? Na tien jaar liberaal vechten tegen de bierkaai hebben de anderen het eindelijk ook begrepen. Kort voor de verkiezingen komt zelfs de SP.a aandraven met loonlastenverlaging. Het ABVV is kennelijk nog niet helemaal mee. Mia De Vits wijst – misschien niet helemaal onterecht – op het verschuivende effect van verlagingen voor de laagste lonen. Zelf stelt ze er echter een grootschalige investeringspolitiek van de overheid om jobs te creëren voor in de plaats. De SP.a zet eindelijk een bescheiden stapje in de toekomst en het ABVV gaat meteen een paar decennia terug. We moeten naar een visie op betaalbare arbeid volgens algemeen aanvaardbare normen en verloning. Dat is niet slechts een strijd voor meer sociale voordelen. Door de verhoging van de belastingen en bijdragen om die voordelen te financieren - naast de prijsverhogingen door verhoogde loon- en dus productiekost - verliezen de werknemers er trouwens toch weer een deel van. Wat primeert is een volgehouden strijd voor werk. Werk is er genoeg, werkwilligen ook, werkloosheid is voor een groot deel een (para-)fiscaal probleem. En een kwestie van misplaatst corporatisme dat de sociale wetgeving nog te veel dicteert. Olivier Boehme |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|