|
Als het aan sommigen ligt nemen we straks met z'n allen het openbaar vervoer zonder ervoor te moeten betalen. De idee is zoveel mogelijk mensen ertoe aan te zetten de wagen te laten staan (of zelfs van de hand te doen) en op die manier zowel de files op te lossen als het milieu te sparen. Hoe doordacht is dat eigenlijk? Gratis openbaar vervoer doet het gebruik ervan in het algemeen toenemen. Dat wordt er ook mee beoogd. Sommige bussen of trams zullen halfvol zijn in plaats van leeg, andere geraken vol en nog andere overvol. Op die laatste groep lijnen moet je dus meer bussen of trams inleggen. Heel wat mensen, voor wie het nemen van tram of bus niet echt nodig is en die er niet voor zouden betalen, springen er nu ook op omdat het hun toch niets kost. De rationaliteit bij het beroep doen op publieke dienstverlening, die net als elk andere activiteit inzet van middelen vraagt, smelt zo als sneeuw voor de zon. Je ontvangt minder want iedereen rijdt gratis, je moet geld steken in extra bussen en trams en ondertussen heb je nog niets gedaan aan het comfort. Dit laatste houdt zowel een hoge rijfrequentie op alle lijnen in, zelfs op die met matig gebruik, als aangename en propere rijtuigen. Aan die kwaliteitseisen voldoen, een voorwaarde om ook die reizigers die er tot nog toe niet aan denken met het openbaar vervoer te rijden aan te trekken, vraagt nog 's om een extra injectie. We hebben het dan niet eens over de kapitalen die nodig zijn om die hele vervoersinfrastructuur in stand te houden en op tijd te vervangen. Al die kosten laten dragen door de gemeenschap, willen de burgers dat wel? Elk burger maakt voor zich de rekening of het nemen van auto dan wel openbaar vervoer voor hem of haar, rekening houdend met het praktisch nut en andere persoonlijke preferenties, het beste uitkomt. Neem je de auto dan gaat je dat sowieso meer kosten dan het openbaar vervoer, neem je dit laatste, dan betaal je daar ook een prijs voor. De prijs voor tram, bus of trein in vergelijking met de kosten verbonden aan een wagen zijn trouwens nu al niet te hoog. Voor een gezin of een andere groep mensen die zich samen verplaatsen kan rijden met de wagen dan weer voordeliger zijn. De ene vindt in zijn of haar buurt trams, bussen en treinen bij de vleet, voor de andere is het al of niet gecombineerd gebruik daarvan onpraktisch of zelfs onhaalbaar. Allerlei scenario's zijn mogelijk. De mensen beoordelen zelf de voor- en nadelen en maken zelf de rekening. Die individuele afweging wordt volledig verstoord als het openbaar vervoer 'gratis' wordt ... op kosten van allen. Terwijl je als autogebruiker via allerlei taksen al behoorlijk instaat voor de meerkost of overlast die je auto aan de gemeenschap en het milieu bezorgt, wordt elk van ons daarbovenop nog 's opgezadeld met de kost van een alsmaar duurder openbaar vervoer. De keuze daarvoor neemt met het gratis maken ervan helemaal geen financiële verantwoordelijkheid meer met zich mee. Althans: niet meer bij wijze van ticket, bij wijze van belastingaanslag voor allen, gebruiker of niet, des te meer. Natuurlijk heeft iedereen, ook degene die zich uitsluitend per wagen verplaatst, belang bij een degelijk publiek vervoersnet. De mobiliteit in het algemeen en ook het milieu varen er wel bij. Maar onaanvaardbaar is gebruik van bus en tram ten gevolge van onder meer een ongelimiteerde vrije toegang ertoe laten opdrijven, daardoor de investeringen erin noodgedwongen verhogen én die rekening integraal doorschuiven naar de burgers, ongeacht of ze vaak, zelden of niet meegereden hebben. Dit soort van collectivisme gaat lijnrecht in tegen het liberale principe van individuele verantwoordelijkheid, die mensen en hun beurs aanspreekt in verhouding tot wat ze gedaan of gelaten hebben. Een keuze voor een bepaald soort transport wordt opgedrongen, de keuze voor een ander streng bestraft. In plaats van de vraag naar openbaar vervoer artificieel op te krikken, moet je werken aan een aantrekkelijk aanbod. Je kan niet tegelijk een performant openbaar vervoersnet laten draaien én die hele organisatie als een zoveelste financiële herverdelingsmachine gebruiken. Dat merkte Paul De Grauwe twintig jaar geleden al op. Waar eindigt het 'algemeen belang', waar begint de individuele vrijheid? Een voor liberalen niet vrijblijvende vraag. Olivier Boehme |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|