|
De Vlaamse liberalen hielden van 20 tot 22 mei een ideologisch bezinningscongres over de toekomst van onze economie. Anders dan de roependen in de woestijn binnen de overige politieke formaties zijn ze met krachtige voorstellen gekomen. Toch zou de partij beter eens leren uitvoeren wat ze na rijp beraad als een lange-termijnprogramma heeft aangenomen. Elke keer je ideologie heruitvinden hoeft echt niet. Sense of urgency Wie het verloop van de laatste 100 jaar in dit landje een beetje nagaat, weet dat het heus niet de eerste keer is dat fundamentele hervormingen in alleen al het sociaal-economische bereik zich opdringen. Ook vroeger is dat ingezien, is er langdurig over gepalaverd en hebben de betrokkenen uiteindelijk, niet zelden onder de invloed van acute en heftige crisissen, maatregelen genomen die een min of meer adequaat antwoord waren op een veranderende omgeving. Die sense of urgency begint nu hier en daar stilaan door te dringen. De eerste tekenen van urgentie-bewustzijn wijzen vooralsnog op niet meer dan een, historisch even recurrent, proces van aarzelende mentale transitie, van het traag maar gestaag veld winnende vermoeden dat er wel eens iets fundamenteels aan de hand zou kunnen zijn. De resoluties van het afgelopen VLD-congres zijn het voorlopig krachtigste nieuwe geluid, maar de hele show was evengoed een mediagenieke vlucht vooruit van een partij in zware crisis. Zal het toch meer dan wat ijdel gepraat van de ‘woordvoerdersdemocratie’ blijken te zijn? Geloofwaardig? Een partij die om de twee jaar haar programma heruitvindt, heeft natuurlijk wel een geloofwaardigheidsprobleem. De meeste voorstellen zijn zelfs terug te vinden in het document dat Liberales in 2002 wijdde aan de VLD-studiedag over werken, inclusief het schrappen van fiscale aftrekposten en verlagen van de tarieven. (zie http://www.liberales.be/pages/teksten/visiewerk.html) Het is daarbij nog maar de vraag of twee tarieven niet helder én rechtvaardig genoeg zijn en of het wel een goed idee is niets meer dan één tarief over te houden. Maar het probleem is vooral dat zes jaar blauw leiderschap in de regering niet veel heeft laten zien van de vernieuwingsdrift die telkens luid van de daken werd geschreeuwd. Het is niet duidelijk waarom dat nu anders zou zijn met voorstellen die zelfs nog een tikje radicaler zijn dan wat de laatste jaren door de top werd gedoogd. Een jonge blauwe garde staat hoedanook niet klaar. Het einde van een liberale generatie kondigt zich niettemin aan… en dat vóór een noodzakelijke omslagbeweging. Het lijkt erop dat de VLD zich voorbereidt op een oppositiekuur en dat zou misschien nog maar goed zijn ook. Vanuit die positie kan de partij allicht nog meer realiseren, al was het maar door het stimuleren van het debat, dan met een premier voor wie spartelen om boven te blijven al goed genoeg lijkt. De crisis rond Brussel-Halle-Vilvoorde zou ons haast doen vergeten met welk ambitieus programma premier Verhofstadt zijn intrede in de ‘16’ is begonnen: België moest een modelstaat worden. Jaren van niet of half ingeloste beloftes, kleinzielige intra- en inter-partijdige twisten, ‘s lands onverbeterlijke communautaire dualiteit en een kennelijk ook nu weer niet ‘hermaakbare’ en naar wens manipuleerbare economie hebben het land een nieuwe nuchterheid gebracht die aarzelt tussen de impasse van een blijvend gedesillusioneerd ontwaken en een wat grijze maar daarom niet minder efficiënte zakelijkheid. Nog maar eens een belastingsverlaging De VLD besteedde op haar congres nog al wat aandacht aan de fiscaliteit. De grootste ontgoocheling die de Belg onder Verhofstadt heeft moeten verkroppen, is het uitblijven van een tastbare belastingverlaging. De hervormingen in de personen- en vennootschapsbelasting, de successierechten, de belasting voor gehuwden en de afschaffing van de crisisbelasting zijn natuurlijk verdienstelijke maatregelen. Maar het kan en moet veel meer zijn dan dat met liberalen aan boord. Nochtans hadden de burgers niets anders mogen verwachten dan bijvoorbeeld de lang uitgesmeerde detaxatie voor particulieren, groot genoeg om de geduldig opgebouwde financiële marge van de overheid aan te tasten maar te onbeduidend om gevoelig in de gezinsbudgetten te wegen. Wat mag je verwachten in een bestel waarin elkaar verdringende drukkingsgroepen voortdurend de hand ophouden bij de regering en waarin een even reusachtige als ondoorzichtige herverdelingsmachinerie allerwege massaal middelen onttrekt om ze via een even verward netwerk in disparate richtingen weer door te sluizen? Burgers die, overigens zeer legitiem, minder belastingen willen betalen en protesteren tegen de onvrijwillige consumptie via overheidsuitgaven ‘in het algemeen belang’ moeten in de eerste plaats die overheidsbestedingen door middel van allerlei subsidies en steunmaatregelen niet zelf willen aanmoedigen. Hoevelen onder hen hebben in de voorbije decennia, zeg maar doorheen de twintigste eeuw, een baantje verwacht van diezelfde overheid die ze bij hun jaarlijkse belastingaangifte dan weer vervloekten? De VLD zegt dat nu te willen aanpakken met een groots fiscaal hervormingsplan, waarbij het aantal aftrekposten en de overheidssteun onder de vorm van bijvoorbeeld allerlei ‘cheques’ drastisch worden teruggeschroefd. Waar is de tijd dat Patricia Ceyssens als het ware om de andere dag wel weer een nieuwe cheque uitvond voor steun aan burgers of bedrijven… De paradox, die liberalen al erg lang opmerken zonder dat ze er daarom ernstige consequenties uit hebben getrokken, bestaat erin dat in de grote transitieperiode die ons land in haar greep begint te krijgen alleen nog een slanke overheid de kracht kan opbrengen om ons er doorheen te loodsen. Nadat einde jaren zeventig de ambitie van de staat als de grote ondernemer en planner stilaan terug werd opgeborgen is de fiscaliteit niet evenredig terug afgenomen, integendeel. Ook zonder te vervallen in simplistische vergelijkingen kan niemand ernaast kijken dat het in een land als het onze, waar de staat bijna de helft van het nationaal inkomen afroomt, niet verwonderlijk mag heten dat de economie minder zuurstof krijgt dan in groeiers als niet alleen de VS – het asociale doembeeld van velen – maar ook een Europese boomer van formaat als Ierland. Daar komt de staat rond met 31 procent van het nationaal inkomen. Er is dus wel degelijk een marge voor belastingverlaging, maar we mogen geen politicus die daarover begint au sérieux nemen als hij niets zegt over een behoorlijke revisie van het uitgavenplaatje. Zoveel is in elk geval duidelijk: structurele belastingverlagingen kunnen alleen door een even structurele herziening van de uitgaven en afslanking van het overheidsapparaat. Het afbouwen van de belastingen wordt bovendien liefst doorgevoerd aan een ritme dat inspeelt op conjuncturele schommelingen. Het tijdstip van een maatregel is hier erg belangrijk, maar dat is allicht meer langetermijnpolitiek dan de gemiddelde politicus aankan. Sociaal overleg De monetaire en zelfs een deel van de fiscale beleidsinstrumenten is de nationale staten in Europa weliswaar uit handen genomen door de EU, die daar zelf niet eens vrij mee kan omspringen (voor zover tenminste stabiliteits- en andere pacten nog iets betekenen). Wat overblijft is nochtans niet min: naast een nog behoorlijk deel nationale belastingheffing zijn dat onderwijs en de dienstverlening aan particulieren en bedrijven die van elke moderne overheid verwacht mag worden. De VLD wil nu aan elk van die instrumenten ernstig gaan sleutelen. Mooi zo, maar een vierde element betreft het, het strikte overheidsdomein overschrijdende, sociaal overleg. Dit laatste is een verworvenheid waar we ons ondanks neoliberaal geweeklaag in de marge over mogen verheugen. Ze heeft het land tijdens eerdere tochten mee door de woestijn geholpen. Geen arbeidsmarkthervorming, geen hervorming van het sociaal-economisch bestel tout court kan immers werken zonder de vakbonden en zeker niet wanneer de grootste vakbond in de Vlaamse motor van België niet mee in het bad wordt genomen. Noch het sociaal pact van 1945, noch het productiviteitsakkoord van 1954, noch zoveel andere trajecten - met inbegrip van een in 1982 begonnen langademige saneringsoperatie - waren denkbaar zonder de medewerking van de werkgevers- én de werknemerszijde. Daarom vergist de VLD zich deerlijk als ze het nationaal en sectoraal overleg wil terugschroeven of zelfs afschaffen ten bate van het individu, dat daarbij in de nooit helemaal gelijke verhouding werkgever-werknemer geenszins noodzakelijk gebaat zal zijn. Zelf hechtte de VLD nochtans veel waarde aan het tot stand komen van het recente centraal akkoord, dat slechts mogelijk was dankzij de steun van het ACV. Of de liberale vakbond niet wat zwaarder moet trachten te wegen en of er niet meer ruimte mag zijn voor sociale democratie voor niet-gesyndiceerden zijn andere kwesties. Alleen een werkgelegenheidsbeleid waarin responsabilisering van de werkloze én de creatie van voldoende groei samengaan, is redelijk en zal alle sociale partners kunnen overtuigen. Met een economie die al jaren in evenwicht is mét honderdduizenden werklozen en een pak bruggepensioneerden daarbovenop blijven loze beloftes over 200.000 nieuwe jobs in het vervolg beter uit. Zo’n onmogelijk waar te maken uitspraken moedigen de anti-politiek uiteindelijk pas echt goed aan. Opleiding en innovatie De VLD maakt een punt van meer en betere opleidingen en innovatie. Een deel van de terugstroming aan financiële middelen naar de economie wordt in het kader van de economische activering inderdaad het best gekanaliseerd in de richting van meer marges daarvoor. Dat is namelijk de enige strategie die ons zal toelaten mee te blijven spelen in de wereldeconomie. De tijd van de grootschalige industriële expansie is voorbij. Laat ons openlijk beseffen dat de Chinese mondiale fabriekshal, samen met nog enkele andere gebieden, veel van deze activiteiten zal overnemen. De regering was bij haar aantreden bijvoorbeeld van plan de sociale bijdragen van de werkgever op het loon van wetenschappelijke onderzoekers te halveren. Dat ze dat dan ook doet en niet alleen aan de universiteiten. Congresverklaringen zijn niet genoeg. Juist de nadruk op meer hoogtechnologische en unieke producten en diensten hoeft geen van de sociale partners te verontrusten. Terecht leeft er een bekommernis voor het behoud van de fundamenten van onze sociale zekerheid. Geen systeem ter wereld biedt zoveel garanties voor alle leden van de samenleving als het onze. Aanvullende pensioenpijlers en andere sociale verzekeringen kunnen nooit in de plaats treden van deze basis voor en door allen. Dat neemt niet weg dat het onder controle houden van de loonkost samen met de hele parafiscaliteit én het gebruik van de voorzieningen die ze moet bekostigen een evidente opdracht blijft. Meer nog: een drastische bijsturing ervan lijkt onvermijdelijk. De beste sociale garantie blijft overigens die van een owner based society waarin mensen van jongsafaan geholpen en geleerd wordt eerst en vooral op eigen benen te staan. Teveel belastingen en herverdeling van bovenuit verhinderen dat eerder dan dat ze eraan bijdragen. Vrijhandel Er is naast fiscaliteit, openbare dienstverlening, opleiding, sociaal overleg en innovatie nog een factor die weliswaar buiten onze nationale controle valt, maar niettemin de haalbaarheid van een grotere economische koek ondersteunt: een waarlijk vrije handel. De VLD maakt daar als enige partij in dit land een punt van en zo hoort dat voor wie zich liberaal wil noemen. Hoe willen wij dat de ontwikkelingslanden hun vele noden lenigen als ze niet eens de kans krijgen om volwaardige handelspartners te worden omdat de twee economische supermachten, VS en EU, nog altijd hun markten afschermen? Omdat een paar lobbies daar belang bij hebben snijden ze én de ontwikkelingslanden én zichzelf in het vlees alsof meer welvarende landen elders ter wereld niet ook een cliënteel voor die goederen en diensten vormen die wij tegen de beste prijs-kwalititeitsverhoudingen kunnen leveren. Laat die armere landen toch een deel van onze huidige activiteiten overnemen als zij dat goedkoper kunnen. De koopkracht die zij daarmee opbouwen en onze besparing door goedkopere productiekosten is ook in ons voordeel. Die toepassing van de wet van de comparatieve voordelen is oude koek, maar nog steeds zijn er belangengroepen die hem niet lusten. Liberalisme in heel België? Redenen te over dus waarom het te hopen valt dat de Vlaamse liberalen, als leidende partner in de huidige federale coalitie (naar het aantal parlementszetels toch…) of desnoods als opzwepende kracht in de oppositie, een nieuw langetermijnbeleid kunnen lanceren. Van belang is dat ze dat ook doen eens het applaus voor de obligate nummertjes van de partijgroten uitgestorven is. Te bekijken valt dan in hoeverre ook de Waalse partijen zullen begrijpen dat het voortbestaan van België en zijn hele systeem afhangt van hun eigen goede wil. Goede wil niet alleen om het territorium van Vlaanderen eindelijk integraal te respecteren, maar vooral om het pas écht grote communautaire thema van de sociale verzekeringen aan te pakken. De uitgaven van de ziekteverzekering en toekenning van de werkloosheidsuitkeringen zijn aan objectieve normen voor het hele Belgische territorium toe. Jammer dat dit anno 2005 nog eens moet herhaald worden. Met hoeveel gezag echter zal Verhofstadt die hete hangijzers kunnen aanpakken als hij in ruil voor zo iets elementairs als respect voor de kieswetgeving al bereid was de hele staatsstructuur van België ten nadele van de Vlaanderen te herzien? Het is evenwel niet minder een feit dat van veel transfers slechts sprake kan zijn omdat de Belgische overheid zoveel geld omzet. Die omzet moet dus omlaag. Ik blijf daarom vooralsnog geloven - misschien tegen beter weten in - in de mogelijkheid op zijn minst met de liberaal- en andere hervormingsgezinden in het Zuiden van het land, tot een nieuwe consensus over de verhouding overheid-samenleving te komen. Heeft het bijvoorbeeld zin te spreken over één Europese arbeidsmarkt en een meer sociaal Europa als je de sociale zekerheid in plaats van te ‘Europeaniseren’ zelfs wil regionaliseren? Als de neuzen in Noord en Zuid echter niet in dezelfde richting gaan wijzen, kan Vlaanderen het zich niet langer veroorloven zich te laten verlammen door een al te slome, laat staan onwillige partner. De sense of urgency mag zich stilaan van alle geesten meester maken. En zeker ook de zin voor denken én handelen op lange termijn. Olivier Boehme Olivier Boehme Linksmailto:olivier.boehme@belgacom.net http://www.liberales.be/pages/teksten/visiewerk.html |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|