|
Toen ik de uitspraak van het Hof van Beroep te Gent over het racistisch karakter van drie Vlaams Blok-vzw’s vernam, had ik gemengde gevoelens. Aan de ene kant kan je de poging van de Blok-leiders om als aandoenlijke underdog door te gaan, niet bepaald geslaagd noemen. Het is integendeel ronduit weerzinwekkend hoe ze de integriteit en onafhankelijkheid van een rechter in twijfel trekken, het arrest als een dictaat van de regering afschilderen en daarmee de grondvesten van onze rechtsstaat trachten te ondergraven. Niet alleen schept dit arrest duidelijkheid over het wel degelijk racistische karakter van het Blok, bovendien ontbloot de reactie van deze partij op het arrest, voor al wie het nog steeds niet had willen zien, het ware gelaat ervan. Maar gemengd blijven mijn gevoelens wel, want waar zijn we in dit land nu eigenlijk mee bezig? In naam van de democratie, de tolerantie en de open samenleving verbieden we meningen. Inderdaad, meningen waarbij elk min of meer evenwichtig en goed geïnformeerd mens slechts de wenkbrauwen kan fronsen. Een bevolkingsgroep wegens afkomst, kleur geloof of andere kenmerken eenzijdig stigmatiseren, wie kan het daar nu mee eens zijn? Maar daar zit het hem net. Vanuit de evidentie van onze opvattingen en de even evidente verwerping van wat we slechts gevaarlijke waandenkbeelden kunnen noemen, lijkt het ook evident die laatste dan maar te verbieden. We hopen dan meteen een probleem dat bij elke verkiezingen weer opduikt, stemmenwinst voor het Blok, uit de weg te ruimen. We lijken echt te geloven dat je de vrijheid verdedigt door haar aan banden te leggen. Daar komt het immers op neer. Dit ‘Gentse’ arrest creëert een erg gevaarlijk precedent, dat ik niet eens de rechter verwijt omdat hij ook maar de wet toepast en dat nog wel met een omstandige argumentatie. Toch is het een precedent dat de gevoeligheid, ja overgevoeligheid voor storende, kwetsende of riskant geachte opinies aanwakkert. Het stimuleert een allergie voor het uit de pas lopen die effectief vrijheidsberovend kan werken. De pijngrens zakt intussen al wat verder: deze week legde de Holebi-federatie bij het Centrum voor Gelijke Kansen klacht neer tegen kardinaal Joos wegens diens kwetsende uitlatingen over homo’s. De aanklagers vergeten echter dat de vrijheid van Joos om homoseksualiteit een decadente plaag te noemen of die van het Blok om op allochtonen af te geven ook hun of andermans vrijheid in het gedrang kan brengen om misschien niet zo’n charmerende uitspraken te doen over bijvoorbeeld de Katholieke Kerk of over het Blokpersoneel. Moet iemand die de islam een achterlijke religie noemt dan ook voor de rechter verschijnen? Waar eindigt dit? Kunnen wij een volwassen democratie aan? Zo’n democratie gedijt precies bij de vrije uitwisseling van woorden en ideeën. Het is de samenleving van het ongecensureerde denken en spreken. Het is een maatschappij die elke uitspraak op zijn merites beoordeeld via open debat en onderzoek. Ze gunt de halsstarrige of onverdraagzame zijn recht op onwetendheid, blindheid of zelfs kwaadwilligheid… zolang het om woorden gaat. Niet het verrichten van alle handelingen of het rechtstreeks aanzetten ertoe staat zomaar vrij. De grens tussen wat je woord en daad noemt moet je echter zover mogelijk opschuiven. Als liberaal denkend en voelend burger kan ik niet anders dat de nog steeds actuele ideeën van Jonhn Stuart Mill toejuichen. Deze Engelse filosoof schreef al in 1859 het boek Over vrijheid. Daarin geeft hij vier goede redenen voor een zo ruim mogelijk begrepen meningsvrijheid: een: geen samenleving mag haar algemeen geldende meningen als onfeilbaar beschouwen, twee: de onderdrukte opvatting kan toch een element van waarheid bevatten en alleen een conflict van meningen kan ons inzicht in de waarheid doen toenemen, drie: zelfs een waar oordeel zal alleen fris en levendig blijven als het wordt aangevallen en we het moeten verdedigen met de juiste argumenten en, ten slotte, vier: ware, maar ‘dode’ meningen remmen het ontdekken van nieuwe waarheden af. Ik denk dat Mill raakt aan de kern van de kwestie. Toon ik immers twijfel aan het verfoeilijke van racisme door hier te pleiten voor volstrekte meningsvrijheid? Geenszins, maar ik wil een open debat waarin elk van ons verplicht is zich in vrijheid en ‘in gemoede’ rekenschap te geven waarom hij een overtuiging aanhangt en waarom racisme of homohaat grondig verkeerd zijn. Er mag bij het koesteren of uiten van opvattingen geen angst bestaan. We mogen niet afglijden naar een samenleving waarin mensen maar zwijgen omdat ze vooral geen lucht willen geven aan de ‘verkeerde’ mening, om hun ei dan met een des te oorverdovender knal in het verkiezingshokje te gaan leggen. We hebben met de jarenlange tirannie van de politieke correctheid gezien waar taboes en verboden vragen toe leiden: naar een multiculturele samenleving die nog lang niet uit de steigers is. We zijn ons stilaan van die bedompte atmosfeer aan het verlossen, niet het minst door de moed van echt liberaal denkende mensen die niet geloven dat je door het verzwijgen van problemen of verbanden de gevolgen ervan uit de wereld helpt. Zelfs een deel van de ‘progressieve intelligentsia’ wil dat intussen al toegeven. De kloof tussen het wettelijke land, inclusief het land van de intellectuelen en morele autoriteiten, en het werkelijke land zal er alleen maar dieper op worden als mensen het gevoel krijgen dat ze gedachten moeten slikken tegen heug en meug. Er is dan ook meer moed nodig dan het verbieden van een opinie. Er is moed tot zelfstandig denken nodig, moed om de discussie aan te gaan met wie kennelijk niet positief wil bijdragen aan het samenleven van vrije individuen ongeacht geslacht, afkomst, ‘ras’, … Er is ook meer moed nodig dan toen CD&V-voorzitter Yves Leterme uithaalde naar het Centrum voor Gelijke Kansen dat de aanklacht tegen de Blok-vzw’s neerlegde. Zij deden slechts waarvoor ze zijn opgericht, mede door Letermes partij. Ik denk dat politici de moed moeten opbrengen om toe te geven dat een wettelijk verbod op uitingen van discriminatie niet het geschikte wapen is om extremisten te bestrijden. Die moed is des te meer nodig aangezien er geen tijd bestaat die vrij is van taboes. Net zoals een circulatie van elites vindt er gedurende heel de geschiedenis regelmatig een circulatie van gedoogde en verboden meningen plaats. Wat gisteren taboe was, is vandaag een geopenbaarde waarheid, wat gisteren gebod was wordt vandaag een misdaad. Op beide momenten dacht een verlichte elite het nu wel te weten, de intellectuele buit wel binnen te hebben en de afwijkenden als marginalen of criminelen te moeten behandelen. Het is niet genoeg valse en ondeugdelijke zienswijzen aan de kaak te stellen, je moet ook je eigen alternatieven voortdurend toetsen. Eens de intellectuele en politieke incrowd zich beschut voelt achter een haag van verbod en dédain wordt ze lui, dommelt ze in om plots wakker te schieten in een wereld die niet meer draait zoals ze het altijd had gedacht of gehoopt. Het morele zwaard van Damocles, omhooggehesen door de ijkmeesters van het juiste denken, hangt de politici ook nu weer boven het hoofd. En ze willen zo graag, zowel de intelligentsia als de man in de straat, mee hebben. Vandaar dat halfslachtig gezwets over wetten die je niet moet uitvoeren of dat angstige zwijgen over de hele affaire. De bronnen én peilers van onze samenleving openlijk en consequent verdedigen, het is toch nog wat anders dan paraderen in een verkiezingssoap. Daarom mijn oproep: werk nooit samen met het Blok en blijf het ongenadig als een bende onverdraagzamen en antidemocraten najagen, laat niet na de leugenachtigheid en schandelijkheid van hun standpunten aan te klagen. Bevecht hun racisme, hun belediging van de scheiding der machten, hun aanfluiting van het individualisme met voorstellen zoals extra ‘familiestemmen’ en discriminatie van ongehuwden, hun enge poldernationalistische navelstaarderij en hun poujadistische agressie. Kortom, hun hele offensief tegen redelijkheid, menselijkheid en goede smaak. Maar doe het met krachtige woorden, heldere ideeën en behoorlijk beleid. Win de harten en hoofden van de mensen en laat een debatcultuur niet ontaarden in een procescultuur. Want dat wordt pas een straatje zonder einde. Olivier Boehme Olivier Boehme Linksmailto:olivier.boehme@belgacom.net |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|