|
Veiligheid en zekerheid, het zijn thema's die hoog op de politieke agenda genoteerd staan en daar ook nog een tijdje zullen blijven. Al gedurende enkele generaties beschouwen we zekerheid en bescherming, deels terecht deels ten onrechte, als vanzelfsprekend. Sinds de jaren zestig steeg de graad van sociale bescherming drastisch samen met de uitbouw van de gemengde economie en een spectaculaire economische groei. Niet alleen economische groei maar vooral de maakbaarheid van die groei werd toen een obsessie. De tijd van de zekerheden is ondertussen gevolgd door het tunnelsyndroom. 'We zitten in een dip, maar het einde van de tunnel is in zicht', heette het tijdens de diepgaande crisis die in 1973 voor jaren de kop opstak. Het ging slechts om 'een scheurtje' dat zo weer hersteld was en dan zou het weer net zo zijn als voorheen, dacht men... De economie heeft zich herpakt, maar vele zekerheden zijn gesneuveld. Juist dankzij het opzijschuiven van valse zekerheden werd een nieuwe dynamiek bereikt, herstelde België zich op de internationale markten en bleef de solidariteit op termijn betaalbaar. De mythe van de gouden jaren, het verlangen naar het paradijs van de vaste waarden en klare verhoudingen zijn echter, allicht vooral bij de oudere generaties, nooit vergaan. De razendsnelle veranderingen, de oncontroleerbare afwisseling van de ene trend door een andere, het omver vallen vandaag van wat gisteren nog stevig geplant leek te staan, zijn ook voor vele minder goed opgeleiden moeilijker te volgen en te accepteren. Een gefixeerd en weinig flexibel wereldbeeld dat doorkruist wordt door de, overigens reële, toename van criminaliteit roept angsten op en doet schreeuwen om meer veiligheid. Het disproportioneel grote aandeel van mensen van allochtone afkomst mag nog geen verband doen leggen tussen immigratie en onveiligheid. Toch wordt die link gemaakt. Het Vlaams Blok wakkert dat aan, maar het succes van die beweging is tevens een symptoom van een mentaliteit. Het valse geloof in zekerheid is namelijk analoog aan het valse geloof in homogeniteit. Met differentiatie van culturen, verschillen die evengoed bestaan tussen generaties, is Vlaanderen inclusief haar politieke klasse pas laat beginnen leren leven. Migranten die zich onvoldoende inspannen om zich op essentiële punten te integreren maken het er niet gemakkelijker op. De koppeling van onveiligheid aan migranten maakt een nieuwe openstelling van de grenzen voor nieuwkomers tot op vandaag nauwelijks bespreekbaar. De garantie op behoorlijke gezondheidszorg, sociale uitkeringen en een pensioen is voor de Vlaming een topprioriteit. Dat de motor van de economie daar hard voor moet blijven draaien in een opener en dus riskanter omgeving dan in de neo-corporatieve jaren zestig of protectionistische jaren zeventig, maakt het vasthouden aan andere verworvenheden evenwel misplaatst. Zo vertonen de vakbonden een volslagen onvermogen om hun mentaliteit enige decennia bij te benen en hun verantwoordelijkheid te nemen doordat ze halstarrig de brugpensionering als een verworven recht blijven beschouwen. Zelfs met een gemiddelde pensioenleeftijd van 60 tot 65 jaar moeten steeds minder mensen de zekerheid van steeds meer mensen blijven verdienen. Tenzij je over meer individuele en groepsverantwoordeijkheid durft na te denken, want een eenzijdig collectief systeem als het onze hoeft en kan allicht niet blijven duren. En tenzij je die te smalle basis van de actieven verruimt. Hoe? Door het kroostrijke gezin weer te promoten tot meerdere eer en glorie van ons vruchtbare volk en van de moeder aan de haard? Niet dus. Eén van de oude zekerheden, het huwelijk, heeft naast zich andere levensvormen zien ontstaan waar mensen zich gelukkig bij voelen en voor veel kinderen wordt in welk model dan ook niet vaak meer gekozen. Voor wie dat wel doet alle respect en ondersteuning, dat spreekt vanzelf. Binnen de bestaande bevolking echter moet het aandeel inactieven drastisch omlaag door verlaging van de loonkost, wederzijdse flexibiliteit op de arbeidsmarkt en bijkomende opleiding. De grenzen openen en nieuw volk laten binnenkomen lijkt, wat de demografische wanverhoudingen tussen ouderen, die recht hebben op hun welverdiende rust, en de anderen betreft, het enige alternatief. Deze keer natuurlijk wel met een goed gestructureerd immigratiebeleid, met de nodige begeleiding en omkadering, met duidelijke engagementen van beide partijen en op basis van bekwaamheden. Anders loop je het risico dat onze open sociale zekerheid met rechten voor al wie hier legaal verblijft er niet beter van wordt, maar regelrecht op haar ondergang afstevent. Het enig haalbare lijkt een systeem waarbij enkel gekwalificeerden, die zich klaar maken voor de toetreding tot onze samenleving nog voor ze de grens oversteken, worden toegelaten. Canada kan hier gelden als lichtend voorbeeld. Maar het hoge woord, hoe schril het ook in sommige oren mag klinken, moet eruit: immigratie. In de oren van het Vlaams Blok klinkt dat schril en daarom verstrikken zij zich in een hoogst paradoxaal discours: meer Vlaamse kinderen maken - met extra subsidies, een extra stem per kind, eerst ontslag voor kinderlozen, ... - en de rest buiten zetten of buiten houden. Vol is vol, beweren zij. Helemaal niet blijkbaar, want er moeten nog veel kinderen bijkomen. Eerder in hun ogen vol met de verkeerde mensen. Op die implicatie hoor je de andere partijen verbazingwekkend weinig of niet inspelen. Met immigratie stuiten we echter op een spanning tussen twee zekerheden: veiligheid en sociale zekerheid. Om de ene te kunnen betalen moeten we de andere lossen, toch? Zoiets kan je natuurlijk alleen maar stellen als je ook daadwerkelijk geloof hecht aan het verband tussen criminaliteit en migranten. Het is veeleer de zekerheid van een monoculturele samenleving die je moet lossen wil je je solidariteitsgaranties veilig stellen. Dat is het echte probleem. En hierin schuilt een conflict met een statische levensopvatting of een angstige afweerhouding. Wie het meest afhankelijk is van de sociale zekerheid vreest immers ook het meest 'de profiteurs' die mee komen snoepen van de geldpot. Ze beseffen meestal niet dat die pot ook gevuld moet raken en dat daar onder meer nieuwe krachten voor nodig zullen zijn. Als het bovendien waar zou blijken dat het starre conservatisme toeneemt, dat vervlogen wereldbeelden halsstarrig worden vastgehouden en angst voor het nieuwe en vreemde hoogtij vieren, dan zou een dominerend grote groep een alsmaar smaller wordende actieve basis wel 's kunnen gaan opleggen om haar te ondersteunen zonder hulp van buitenaf te mogen inroepen. Dit zich blindstaren in de achteruitkijkspiegel maakt van het migratieprobleem in de eerste plaats een mentaliteitsprobleem, bij autochtonen én allochtonen. Ik hoop dat ouderen én jongeren de conservatieven van alle leeftijden tijdig zullen toeroepen dat we moeten kiezen: etnische, culturele en andere zekerheden of een haalbare sociale zekerheid. De demografie tussen de twee oren, de vergrijzing van het denken, is de enige echte dreiging. Olivier Boehme Linksmailto:olivier.boehme@belgacom.net |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|