Voorafgaand aan de Nederlandse verkiezingen hadden veel liberalen de hoop op economische hervormingen. Het ontslagrecht, de uitkeringen, de AOW: alles zou op de schop gaan met als doel meer eigen financiële verantwoordelijkheid en minder staatsschuld. Dit zou met het CDA het beste bereikt kunnen worden, en om deze coalitie te bereiken stelden velen zich ook afwachtend-welwillend op tegenover een gedoogconstructie met de PVV, ook al hebben zij zelf niets met populisme en overdreven anti-moslim-propaganda. Prioriteiten Maar het nieuwe kabinet lijkt vooralsnog niet te beginnen met deze prioriteiten. Eén van de eerste maatregelen was het verhogen van de maximumsnelheid op de wegen en het oprichten van een 500 man sterke dierenpolitie (‘animal cops’). Who cares? Er worden ieder jaar jonge mensen ontvoerd en gedwongen uitgehuwelijkt, zonder dat hier een opsporings- of preventie-eenheid voor bestaat. We zien nog geen aanstalten tot minder overheidsbemoeienis; er zijn verplichtingen bijgekomen. Alle honden moeten verplicht gechipt worden en er komt een landelijke meldplicht voor scholen wanneer een leerling een jointje heeft gerookt. De negatieve vrijheid van minder overheidsinmenging neemt dus vooralsnog niet toe, terwijl tegelijkertijd de positieve vrijheid minder bevorderd wordt. In het regeerakkoord wordt bijvoorbeeld een einde gemaakt aan alle diversiteitsbeleid. Doodzonde, want we zijn nu eenmaal een diverse samenleving waarin bekrompen zielen nog altijd discrimineren dat het een lieve lust is. Ik mag hopen op de beloofde belastingverlagingen: tot nog toe heb ik alleen een plan voor belastingverhoging, namelijk 19% BTW op concert- en theaterkaartjes, voorbij zien komen. Progressieve suggesties Ik zeg expliciet vooralsnog, want het is nog vroeg. Het kabinet is een paar maanden op weg. Het doel van het kabinet is ‘banen, banen, banen’, aldus Mark Rutte in een interview (1), en positieve resultaten zijn vaak pas na jaren merkbaar. Maar het is daarbij wel nodig dat het kabinet luistert naar progressieve suggesties vanuit verschillende hoeken. Progressief in de betekenis dat het met nieuwe kennis en ideeën bestaande problemen probeert weg te nemen. Zo heeft de liberale jongerenorganisatie JOVD samen met de Jonge Democraten en de Jonge Socialisten een alternatief voor het plan om studenten die te lang over hun studie doen een boete van 5000 euro te laten betalen voorgesteld, namelijk een sociaal leenstelsel. De student krijgt dan geen vierjarige beurs meer (zoals nu), maar mag van de staat lenen en zo zelf de financiële verantwoordelijkheid dragen. Maar CDA en PVV willen niets weten van afschaffing van de beurzen en er komt een boetesysteem voor zowel student als universiteit. De academische wereld vreest veel minder geld voor onderzoek en onderwijs (2). Lichaam, geest en levenswijze Om zich van voldoende steun te verzekeren in het parlement, doet het kabinet ook stilzwijgend concessies aan de orthodoxchristelijke partijen SGP en ChristenUnie. Het zal hier vermoedelijk gaan om het uitstellen van het afschaffen van het verbod op godslastering en het toelaten dat christelijke scholen homoseksuele leraren weigeren (3). Een senator van de VVD wist te vertellen dat er ook wellicht plannen zijn om het onderzoek naar stamcellen tijdelijk stil te leggen, wat een onaanvaardbare rem op de vooruitgang van de wetenschap zou zijn. Elsbeth Etty schreef over de invloed van de ‘christen-fundi’s’ een lezenswaardige bijdrage op nrc.nl (4). Dit is het gevaar voor een partij die uitsluitend inzet op economisch liberalisme en de immateriële dimensie van vrijheid vergeet: een knieval voor rancune (5) en conservatisme. Als ik als liberaal moet kiezen tussen twee ‘kwaden’, dan heb ik nog liever een sociaaldemocraat die probeert aanspraak te maken op mijn geld, dan een conservatief die probeert aanspraak te maken op mijn lichaam, geest en levenswijze. Geld is immers nog altijd een afgeleide van de arbeid van lichaam en geest, en niet het lichaam zelf. (6) Echte liberalen Maar terwijl we het kabinet een kans geven, zien we tegelijk een ontwikkeling die gekeerd moet worden. De twee liberale partijen van Nederland, D66 en VVD, zijn in de aanloop en nasleep van de verkiezingen steeds verder van elkaar verwijderd geraakt. Beide partijen zijn daar debet aan: D66 sprak zich al voor de verkiezingen te nadrukkelijk uit voor één welbepaalde coalitie (Paars), en de VVD gaat ver in het doen van concessies aan antiliberale partijen. Na de verkiezingen startte D66 een campagne in de landelijke kranten: zij zouden de enige ‘echte liberalen’ zijn. Een flauwe steek onder de gordel naar VVD’ers die zichzelf wel degelijk als liberaal beschouwen. Het is inderdaad mogelijk om voortdurend de nadruk te leggen op verschillen binnen de liberale beweging. Maar pas wanneer liberalen zich afzetten tegen de ándere stromingen van zowel links als rechts, wordt duidelijk waar onze overeenkomsten liggen, en dat we vooral elkaar nodig hebben. Op twee belangrijke assen van de samenleving, economie en ethiek, streven we individuele vrijheid en verantwoordelijkheid na. Het wordt duidelijk dat alle ‘soorten’ liberalen zich verzetten tegen klassedenken en de reflex dat de overheid alles moet oplossen. Eveneens tegen de verwachting dat de markt wel voor álles een oplossing heeft, en wij niets mogen doen om de samenleving in rechtvaardiger richting bij te sturen. (7) Het wordt ook duidelijk dat beiden de maximale vrijheid en ontplooiingsmogelijkheid van eenieder voor ogen hebben, en zich dus verzetten tegen het opleggen van religieuze invloed en op willekeurige autoriteiten gebaseerde leefregels. Een interne strijd tussen ‘klassiek-liberalen’, ‘sociaal-liberalen’ en wat dies meer zij, is vooral een verspilling van energie en tijd, die politieke tegenstanders alleen maar in de kaart speelt. De ‘echte liberalen’ zitten nu vooral in Europa, waar de liberale fractie partijen vanuit de brede beweging verenigt en D66 en VVD gewoon in dezelfde fractie zetelen. Liberale samenwerking Onder de naam De Nieuwe Partij zoeken aanhangers van GroenLinks en D66 momenteel toenadering tot elkaar. Ik zie liever toenaderingen tussen alle liberalen; niet in een nieuwe partij, maar samenwerkend per thema: in de parlementen, in opiniestukken, in denktanks. Mark Rutte zelf wilde ooit samen met Melanie Schultz van Haegen een liberaal-progressieve beweging vormen met D66, GroenLinks en een deel van VVD en PvdA. De jongerenpartijen geven het goede voorbeeld en hopelijk zal in het parlement ook nu hetzelfde plaatsvinden. Partijpolitiek moet ondergeschikt zijn aan de inhoud; wat er gezegd wordt moet centraal staan, en niet wie het zegt. Alleen gezamenlijk kan de liberale stem een factor van belang zijn. Liberals, gather together!
Isabelle Buhre Isabelle Buhre Linksmailto:isabelle@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|