Het hoger onderwijs in Vlaanderen staat op dit moment weer in het middelpunt van de belangstelling. Verschillende nieuwe plannen en decreten werden in werken gezet om het hoger onderwijs de 21ste eeuw in te loodsen. Denken we maar aan de Bolognaverklaring met daaraan gekoppeld de BaMa-hervorming en het flexibiliseringsdecreet. Hoog tijd dus om ook de financiële kant van het plaatje in overeenstemming te brengen met de nieuwe situatie. Want hoewel er door de democratisering en demografische evolutie steeds meer jongeren gingen studeren aan universiteiten en hogescholen, kregen de instellingen geen extra middelen toegekend om deze nieuwe stroom studenten op te vangen en te begeleiden. De scheeftrekkingen qua financiering die in het verleden reeds bestonden werden dus niet alleen bestendigd, maar werden ook groter. Na de bevriezing van de financiering van het hoger onderwijs onder Marleen Vanderpoorten heeft minister Vandenbroucke het debat opnieuw geopend met een nieuw financieringsvoorstel voor het hoger onderwijs. De outputfinanciering die de minister voorstelt om dit te verwezenlijken is echter onaanvaardbaar. Vroeger werden instellingen gefinancierd op basis van het aantal studenten dat zich inschreef in een instelling. Met de voorgestelde outputfinanciering krijgen de instellingen geld op basis van het aantal studenten dat slaagt. De resultante van dit proces is duidelijk: een nivellering van de kwaliteit van het onderwijs en minderwaardige diploma’s. Bestaande of nieuwe accreditatieorganen zullen niet of onvoldoende in staat zijn deze trend te keren. Dit is voor liberalen een schrikwekkend beeld. Een zware intellectuele selectie in het hoger onderwijs garandeert juist gelijke kansen en de zekerheid dat jongeren die van thuis uit geen financiële of culturele opstap krijgen voldoende gelijke ontplooiïngskansen krijgen. De visie van minister Vandenbroucke op onderwijs is dan ook fundamenteel verkeerd. De waarde en kwaliteit van een diploma is essentieel. Door meer jongeren in de maatschappij te brengen met een minderwaardig diploma bewijst Vandenbroucke kansarme jongeren en de maatschappij in zijn geheel geen dienst. We moeten dus als liberalen blijven zoeken naar oplossingen om jongeren naar kwaliteitsvol onderwijs te begeleiden. Liberalen voeren het principe van concurrentie hoog in het vaandel. Maar we moeten ook beseffen dat de concurrentie tussen instellingen van hoger onderwijs zich niet afspeelt binnen Vlaanderen, maar op het Europese vlak. De Bolognaverklaring heeft tot doelstelling het Europese onderwijslandschap te hervormen en mobiliteit van studenten, onderzoekers en docenten te verhogen. Als we als samenleving competitief en innovatief willen blijven moet hier op worden ingezet op een Europese schaal. Het wordt dan ook tijd dat de Vlaamse regering zich hier op richt en een visie ontwikkelt. Het wordt tijd dat we beseffen dat Vlaanderen te klein is voor zes universiteiten en tientallen hogescholen. Het is onmogelijk om in elke stad een Universiteit of hogeschool neer te planten of te financieren. Anderzijds heeft het ook geen zin om te pleiten voor een doorgedreven centralisatie, waarbij de ‘Universiteit Vlaanderen’ gesticht zou worden. Er zou ruimte moeten komen om duidelijke kenniscentra op te richten, waarbij de competenties die in Vlaanderen aanwezig zijn op het vlak van onderzoek en Professoren gebundeld kan worden. Het goede voorbeeld is hier al gegeven bvijvoorbeeld met het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie (VIB) en Imec. Het moet mogelijk zijn om op de middellange termijn een stap verder te gaan en te komen tot drie of vier grote universiteiten die elk hun specialiteit meedragen en op deze manier de Europese en mondiale competitie aankunnen. Dit zal een versnippering van middelen tegengaan en ook voor studenten duidelijkheid scheppen. Hogescholen kunnen dan ondersteunende- en doorstroomopleidingen aanbieden voor de Universitaire expertise. Dit moet vanzelfsprekend kunnen over de ideologische grenzen heen. Ook de kwaliteit van het onderwijs zal gebaat zijn met de oprichting van kenniscentra. Er zullen immers geen zes professoren meer zijn met een specialiteit in het Europees recht of in de biochemie. De toppers in hun vakgebied zullen lesgeven in de masteropleidingen en zo ook studenten de kans geven in contact te komen met toponderzoek door topwetenschappers. Het mag ook duidelijk zijn dit ook de financiering van het hoger onderwijs zou rationaliseren en stroomlijnen. Enerzijds zou er een component onderzoek kunnen zijn die gebeurt op basis van duidelijke criteria. In het onderzoek kunnen targets gesteld worden naar aantal en kwaliteit van publicaties, patenten, spin-offs, en dergelijk. Een outputfinanciering is hier op zijn plaats omdat er duidelijke criteria kunnen zijn. Op het vlak van onderwijs moet echter een ander model worden geïmplementeerd. Hoger onderwijs blijft een investering van studenten in hun toekomst en daar mag een prijs tegenover staan. Studenten zullen zo onderwijs naar waarde schatten en hun inspanningen verhogen. Omdat voor liberalen gelijke kansen essentieel zijn en deze gelijke kansen in eerste instantie via het onderwijs gegarandeerd moet worden, moet er vanuit de overheid voor studenten een systeem van renteloze studieleningen worden voorzien zodat er geen financiële drempel is om verder te studeren. Dit totale systeem zal studenten aanzetten een gemotiveerde studiekeuze te maken en ook kwaliteitsvol onderwijs te blijven eisen. Daarbij moet ook Europese mobiliteit worden aangemoedigd zodat studenten makkelijker aan buitenlandse universiteiten kunnen studeren. Deze druk zal Vlaamse universiteiten verplichten aan de top te blijven. Een bijkomende bron van financiering zou voor universiteiten en hogescholen kunnen zijn dat op vraag van bedrijven opleidingen worden voorzien voor specifieke opleidingen en specifieke beroepsgroepen. Ook dit taboe moet doorbroken kunnen worden. Voor ons, liberalen, is onderwijs een hoeksteen van onze ideologie en essentieel voor gelijke ontplooiïngskansen voor ieder individu op weg naar een volwaardige deelname aan de maatschappij. Het is dan ook aan ons om te waken over de kwaliteit van onderwijs, en in het bijzonder het hoger onderwijs. De plannen van minister Vandenbroucke voldoen hier duidelijk niet aan. Anderzijds dwingen de Europese integratie en globalisering ons om te blijven nadenken over manieren om hoger onderwijs competitief en betaalbaar te houden zowel voor de maatschappij als voor de student. Philippe De Backer Philippe De Backer |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|