Selectie garandeert gelijke kansen

column vrijdag 10 juni 2005

Philippe De Backer

Een liberale democratie vervult een aantal essentiële functies. Veruit de belangrijkste is het vrijwaren van een aantal grondrechten zoals het recht op fysieke integriteit en de vrijheid van meningsuiting. Daarnaast behelst een liberale democratie ook het beschermen van het gelijkheidsbeginsel en daaraan gekoppeld het afschaffen van privileges op basis van afkomst. Essentieel hiervoor is het voorzien van gelijke kansen voor alle burgers. Deze gelijke kansen moeten bij uitstek gewaarborgd en geboden worden door onderwijs. Onze samenleving propageert dan ook het idee dat onderwijs van essentieel belang is voor het democratisch proces. Maar toch zijn er steeds minder mensen uit minder gegoede lagen van de bevolking terug te vinden op universiteiten of hogescholen en later op hoge posities in de samenleving.

Ik denk dat iedereen het erover eens is dat ons lager- en middelbaar onderwijs van goede kwaliteit is. Men kan discussiëren over financieringsmechanismen, de subsidiëring van vrij onderwijs en de opwaardering van het technisch onderwijs, maar hier gaat het over hoger onderwijs en ik laat deze discussies dan ook terzijde.

Het hoger onderwijs, universiteit en hogescholen, hebben sinds de jaren ’70 een enorme democratiseringsgolf gekend. Nog nooit hebben meer studenten toegang gehad tot het hoger onderwijs. Door financiële stimulansen voor studenten, de lage kostprijs van ons hoger onderwijs en een sterk middelbaar onderwijs werden duizenden studenten het hoger onderwijs ingetrokken. De Bologna akkoorden die aanleiding zijn voor de Bachelor-master structuur hebben de mobiliteit van studenten en de overeenkomsten tussen studieprogramma’s sterk verhoogd binnen Europa. Deze massale toestroom en internationalisering van studenten, aangemoedigd door het wegwerken van financiële barrières met hulp van de overheid is zeker toe te juichen. Toch is bij de massificatie en de Europese eenmaking van de onderwijsruimte dé belangrijkste voorwaarde voor echte gelijke kansen uit het oog verloren, namelijk de uitbouw van kwalitatief hoogstaand en competitief hoger onderwijs en een strenge intellectuele selectie op de banken van het hoger onderwijs. Nochtans zijn lage slaagpercentages volkomen aanvaardbaar en in een welvaartstaat zoals de onze perfect verdedigbaar. Het is aan de student om zich te bewijzen en zich te onderscheiden binnen het aangeboden kader.

Het idee leeft heel sterk dat de behaalde graden op universiteiten en hogescholen de gevestigde rangorde binnen de maatschappij niet beconcurreert maar juist bevestigt en ondersteunt. Selecteren betekent uitsluiten en dat past niet in ons gelijkheidsideaal. Ter voorkoming van het voortbestaan van de gevestigde orde kiest men ervoor concurrentie te stigmatiseren.

Het stigmatiseren en bij wet verbieden van selectie op de schoolbanken is echter niet voldoende om het selecteren an sich te laten verdwijnen. Niemand heeft baat bij het verlagen van het niveau op universiteiten en hogescholen. De druk van de toestroom en het vervangen van de algemene cultuur door de alledaagse cultuur die ‘dicht bij de mensen staat’ mag geen excuus zijn om niet langer eisen te stellen. De enigen die nog kunnen ontsnappen aan de nivellering zijn kinderen van goede komaf die zich bijlesleraren kunnen permitteren of uitwijken naar buitenlandse privé universiteiten. Zij zullen later ook opgevangen en voorgetrokken worden door connecties en netwerken. Dit selecteren is des te onrechtvaardiger omdat ze achter de schermen gebeurt.

Eens was er het individu, dat nu opzijgeschoven wordt door representatieve steekproeven rond groepen en minderheden. Deze minderheden worden in kaart gebracht, hun vertegenwoordiging op verschillende niveaus onderzocht en dit vervolgens aangeklaagd. Het probleem van ondervertegenwoordiging van minderheden wordt algemeen erkend, maar de voorgestelde maatregelen raken niet aan de kern van het probleem. Men stelt quota voor, speciale en exclusieve extra beurzen en begeleidingstrajecten voor de minderbedeelden. Wie men is en welke capaciteiten men heeft, doet er weinig toe. Wat men is wordt steeds belangrijker. Het verwerpen van selectie wordt zo vervangen door willekeur. Het verlaten van de meritocratie mondt uit in de koppeling van de individualiteit aan het lidmaatschap van een groep. Eenieder wordt dan beoordeeld op het behoren tot een bepaalde klasse, minderheid of gemeenschap. De maatregelen die ons hiervan moesten bevrijden zorgen er dus voor dat we opnieuw een klassenmaatschappij binnentreden.

De oplossing ligt nochtans voor de hand. We moeten durven kiezen voor kenniscentra, zowel in Vlaanderen als binnen Europa, die tot de top van de wereld moeten behoren. Deze kenniscentra moeten worden uitgebouwd met steun van de overheid, maar ook sterk gesteund worden vanuit het privé-initiatief. Hoogstaand onderwijs staat of valt immers met toponderzoek. Het overaanbod aan universiteiten en hogescholen is niet langer houdbaar noch financierbaar. Enkele grote universiteiten moeten overblijven binnen Vlaanderen die elk hun specialisme aantrekken en uitbouwen. Hierdoor zullen studenten van meet af aan het beste onderwijs verkrijgen in de best mogelijke omstandigheden. De eengemaakte Europese kennisruimte zal voor voldoende concurrentie zorgen zodat topkwaliteit de maatstaf zal blijven voor universiteiten. En het onderzoek moet zeker niet altijd toegepast zijn. De nieuwe Europese grondwet stelt Europa immers in staat fundamenteel onderzoek substantieel te beginnen ondersteunen. Het is dan ook verbazingwekkend dat onderzoekers uit het politieke debat over de grondwet wegblijven, maar dit terzijde.

Vervolgens zal Europa en Vlaanderen moeten kiezen om een strenge intellectuele selectie door te voeren op de universiteiten en hogescholen. Het motiveren, stimuleren en scholen van de goede en briljante student moet meer op het voorplan komen. Dit vraagt een inspanning van professoren en begeleiders om korter op de bal te spelen en zelf het eigen niveau op te trekken. Wil Europa voorop en innovatief blijven dan dient men resoluut kansen te geven aan studenten die de zware intellectuele selectie op de universiteit hebben doorstaan. Men moet hen daarna toelaten een academische carrière uit te bouwen, makkelijker doorstroming te vinden binnen de universiteit en hen een gepaste, competitief loon geven. De onmiddellijke vaste benoeming van professoren aan onze universiteiten moet verdwijnen en vervangen worden door een systeem van periodieke evaluatie met uitzicht op een vaste benoeming na een tiental jaar. Zo kan men bewijzen dat men hoogstaand onderzoek verricht, degelijk onderwijs aanbiedt en in staat is een onderzoeksgroep te leiden.

Een geglobaliseerde wereld laat niet toe om intellectueel achterop te blijven. De democratisering en massale instroom van studenten is een goede zaak. Zij stelt in staat te starten met een zo breed en divers veld van studenten als mogelijk. Maar binnen het kader van hoger onderwijs moet er opnieuw meer plaats komen voor een doorgedreven meritocratie waar enkel intellectuele capaciteiten bepalen of men een diploma haalt, en niet financiële. Dan ontstaan echte gelijke kansen. Vlaanderen en Europa moeten dus dringend de invulling van hun hoger onderwijs herbekijken. De BAMA-structuur geeft kansen om invulling te geven aan de voorgestelde maatregelen. Wil men een innovatieve speler blijven in het wereldgebeuren, dan moet men durven kiezen voor brains en deze ook alle kansen geven te ontplooien en door te groeien. De democratie mag nooit haar geloof in de meritocratie opgegeven.



Philippe De Backer

Philippe De Backer

Links
mailto:phbac@psb.ugent.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be