|
Europa is zonder twijfel de toekomst van onze generatie jongeren. Omgekeerd zijn ook wij jongeren de toekomst van Europa. Het is dan ook noodzakelijk dat Europa een belangrijk onderwerp van discussie moet zijn. Het debat er omtrent mag niet alleen gevoerd worden door de huidige generatie. Wij jongeren, moeten mede een visie ontwikkelen over het Europees project. We moeten mede de richting bepalen waarin we de Europese constructie willen zien evolueren. Ook wij moeten deze interessante denkoefening maken. Tegemoetkomende aan de oorspronkelijke en achterliggende gedachte van Europa, namelijk het creëren van een ruimte waarbinnen vrede, veiligheid en rechtvaardigheid centraal staan, is dit geen overbodige luxe. Vrede is immers geen gave, maar een opgave. Laten wij jongeren aldus op een constructieve manier, mede met de huidige generatie, bouwen aan een beter en sterker Europa. Om straks dieper in te gaan op de uitdagingen van de Europese Unie, lijkt het aangewezen eerst even stil te staan bij de weg die Europa reeds heeft afgelegd; een korte historische schets is hier op zijn plaats. Het Europees integratieproces is nu iets meer dan vijftig jaar aan de gang. Het ging van start toen de toenmalige Franse Minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman een begeesterende verklaring de wereld instuurde.In deze redevoering stelde hij voor dat Frankrijk en Duitsland en alle Europese landen die wensten deel te nemen, de productie en het verbruik van kolen en staal zouden samenvoegen. Zijn redenering bestond erin Europese landen te doen samenwerken, eerder dan elkaar te beconcurreren, wat de solidariteit tussen deze landen moest bevorderen. Lidstaten stonden een stukje van hun nationale soevereiniteit af ten voordele van het hogere supranationale. De Schuman - verklaring leidde in 1951 tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die zes landen verenigt: België, Nederland & Luxemburg, Frankrijk & Duitsland en Italië. Enkele jaren later, in 1957, ondertekenen de zes bovenvermelde landen het Verdrag van Rome, waaruit de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM) wordt geboren. Tevens ontstaat een interne markt waarbinnen goederen vrij kunnen verhandeld worden. De eerste uitbreidingsgolf komt er in 1973: het Verenigd Koninkrijk, Ierland & Denemarken worden lid van de EEG. In 1981 wordt Griekenland het tiende lid van de EG; vijf jaar later, in 1986, treden Spanje & Portugal eveneens toe. In 1992 wordt het Verdrag van Maastricht ondertekend, waardoor de EG transformeert in de EU. De eerste doelstelling wordt de creatie van een economische en monetaire unie. Maastricht zorgde voor de inmiddels bekende pijlerstructuur waarop de Europese Unie gesteund is. De eerste pijler, de communautaire pijler, omvat bevoegdheden waaromtrent de EU een gemeenschappelijk beleid kan voeren. Het betreft voornamelijk materies van economische aard. Hier is de Commissie aan zet, de communautaire methode staat centraal. Aan de tweede pijler, het Gemeenschappelijk Buitenlands –en Veiligheidsbeleid, dient via de intergouvernementele methode vorm gegeven te worden. Dit betekent dat vertegenwoordigers van de lidstaten, via de Europese Raad, samenkomen en zo het beleid ter zake voeren. Ook voor wat de derde pijler betreft, Binnenlandse Zaken & Justitie, wordt via de intergouvernementele methode gewerkt. Door middel van een Intergouvernementele Conferentie (IGC), dit is een formeel mechanisme om een Europees verdrag te wijzigen, wordt het beleid verder uitgestippeld. De vierde toetredingsgolf vond plaats in 1995, de EU verwelkomde toen Oostenrijk, Zweden en Finland als nieuwe leden. In 1997 werd het Verdrag van Amsterdam ondertekend, in 2000 het Verdrag van Nice. Dergelijke verdragen zijn het gevolg van voormelde IGC. Heden staan dertien landen uit Centraal - en Oost -Europa te dringen om toe te treden tot de Europese Unie. Europa heeft reeds een lange weg afgelegd. Gedurende zijn vijftig jaar bestaan heerst er vrede (een quasi unicum in de onzekere wereld van vandaag). Europa kent een behoorlijke economische groei te danken aan onder meer de totstandkoming van de grootste interne markt ter wereld met zo’n 380 miljoen inwoners. Deze interne markt is er één met vrij verkeer van goederen & diensten, van mensen & kapitaal. Tevens markant en vermeldenswaard is de geleidelijke invoering van de euro, de Europese eenheidsmunt, die plaatsvindt. We mogen terecht verheugd zijn met de zaken die de EU reeds heeft verwezenlijkt. De idee overigens dat in een bepaalde ruimte een kader gecreëerd wordt waarbinnen een veelheid van burgers, elk met behoud van zijn eigenheid, zich scharen achter dezelfde waarden als democratie, rechtsstaat, respecteren van de mensenrechten.., werkt fascinerend en eist voortzetting. Niettegenstaande dit mogen we niet blind zijn voor de tekortkomingen die Europa kenmerken, voor de impasse waarin het verzeild geraakt. Het verleden indachtig, dient vooruit gekeken te worden. Dit brengt ons bij de noodzakelijke democratisering en institutionele hervorming van de Unie, opdat zij in de toekomst op een behoorlijke manier kan verder functioneren. Naast de verdieping van de Unie, verdient ook de uitbreiding de nodige aandacht. Wat het besluitvormingsproces betreft kent de EU heden drie instellingen, namelijk de Raad, de Commissie en het Parlement. Ieder wetgevend initiatief komt toe aan de Commissie. Deze is samengesteld uit twintig commissarissen die elk, voor wat een bepaalde materie betreft, het Europees belang dienen. De commissarissen worden benoemd door de nationale regeringen (en goedgekeurd door het Europees Parlement) voor een periode van vijf jaar. De Commissie is thans de motor van de Europese wetgeving. Tevens is ze verantwoordelijk voor het afdwingen van het EU - beleid en de EU – programma’s, en ze waakt erover dat elke lidstaat de afgesproken regels naleeft. De Raad is samengesteld uit nationale ministers. Ze vertegenwoordigen hun nationale regeringen. Deze instelling beslist of de wetgeving, tot stand gebracht door de Commissie, aangenomen wordt of niet. Ook het Parlement, dat de Europese burgers vertegenwoordigt, bezit dergelijke bevoegdheid (de zogenaamde mede – beslissingsprocedure). Het is immers zo dat het Parlement de Raad er toe kan dwingen zijn amendementen toe te voegen aan de uiteindelijke wetgeving. De belangrijkste bevoegdheid van het Parlement bestaat erin dat ze het EU – budget dient goed te keuren. Naast de mogelijkheid om de Commissie tot ontslag te dwingen via het indienen van een ‘motie van wantrouwen’, beschikt het parlement eveneens over de bevoegdheid om zijn goedkeuring te verlenen of te ontzeggen over de intrede van nieuwe lidstaten in de Unie. Opdat de Unie, na de uitbreiding, waar straks wordt op in gegaan, besluitvaardig zou kunnen optreden, zijn verregaande institutionele aanpassingen vereist. Van essentieel belang is dat de besluitvorming in de Raad meer dient te gebeuren bij gekwalificeerde meerderheid. Het besluitvormingsmechanisme dat de Unie nu kent, voor wat de unanimiteitsregel in de Raad betreft, werd geconcipieerd voor de oorspronkelijke zes lidstaten. Ondertussen telt de Unie vijftien lidstaten en stellen we vast dat het heden reeds heel moeilijk is om op bepaalde gebieden een doortastend beleid te voeren. Indien de Unie straks uitbreidt, zal aldus de impasse zodanig zijn, dat er sprake zal zijn van een complete verlamming en een ware zelfdestructie. De regel van de gekwalificeerde meerderheid is wellicht dé sleutelfactor voor de toekomst van de verdere Europese integratie, zoniet dreigt inertie. De driehoeksverhouding Raad – Commissie – Parlement moet herdacht en uitgediept worden. Europa spreekt vandaag niet met één echte stem. Momenteel is de EU een halfslachtig compromis van confederale en federale elementen. Dit is een ernstig structureel democratisch tekort. Hier moeten dan ook de nodige impulsen gegeven worden opdat Europa in de 21ste eeuw meer ééndrachtig en transparant voor de dag kan komen. Er dient naar een solidair, gedecentraliseerd & flexibel Europa gestreefd te worden, met een federaal uitgangspunt. Hierbij lijkt het aangewezen dat de huidige Commissie omgevormd wordt tot een Europese regering waarbij de voorzitter rechtstreeks verkozen wordt. Dit zal de legitimiteit en het democratisch gehalte van Europa kracht bij zetten. De intergouvernementele methode dient op zoveel mogelijk domeinen plaats te ruimen voor de communautaire methode. Het meer slagvaardig, transparant & democratisch Europa dat beoogd wordt, dient bekroond te worden met een Europese Grondwet, waarin aan uitermate kostbare idealen uiting moet gegeven worden, namelijk vrede, veiligheid, gelijkheid, tolerantie, solidariteit... De constitutie moet tevens de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten omschrijven. Het subsidiariteitsbeginsel lijkt hier aangewezen. Dit betekent dat een bepaalde materie behandeld dient te worden op een niveau daar waar de burger er het meest belang en baat bij heeft (denk maar aan een milieubeleid, dat best op zo groot mogelijke schaal wordt gevoerd). Zoals Jurgen Habermas terecht verkondigt, kan de burger zich makkelijker een Europese identiteit aanmeten indien in een grondwet uiting wordt gegeven aan gemeenschappelijke waarden die gedragen worden door de Europese man & vrouw in de straat. Dit gehele verdiepingsproces is een grote, maar een noodzakelijke stap die de EU zal moeten nemen. Maar er zijn nog andere essentiële uitdagingen die de Unie niet mag uit de weg gaan. De problematiek van de uitbreiding werd reeds even aangestipt. Dit proces eist de nodige belangstelling en daadkracht. Het is namelijk onze historische opdracht om het Europees continent met zichzelf te verzoenen. We hebben de kans om van de Europese integratie niet alleen een West – Europees , maar een Pan – Europees continentaal project te maken. De landen uit Centraal – en Oost – Europa komen vanonder het Sovjetjuk. Het is uitermate belangrijk en relevant dat we onze hand uitsteken naar deze minder ontwikkelde landen. Het is onze morele plicht deze landen, die werkelijk staan te dringen om toe te treden, op te nemen en te helpen bij de verdere opbouw van hun economie en samenleving. Ons liberaal geïnspireerd marktstelsel en sociaal model kan hen daarbij van grote hulp zijn. Door middel van de uitbreiding zal Europa ook veiliger, stabieler en welvarender worden. Een andere belangrijke uitdaging is gelegen in het uitstippelen van een geïntegreerd Gemeenschappelijk Buitenlands – en Veiligheidsbeleid. Europa staat bekend om het sterk diplomatiek karakter waarover het beschikt. Niettegenstaande dit heeft het nood aan een beperkt, maar krachtig leger. Een gemeenschappelijk defensiebeleid lijkt aangewezen. Europa kan diplomatiek nog sterker en geloofwaardiger worden, indien het een militaire stok achter de hand heeft. Denk maar aan Bosnië waar de EU enkel kon toekijken hoe de VS de klus klaarde. Immers, wie vandaag op internationaal vlak iets in de pap wil te brokken hebben, dient een militair apparaat achter zich te hebben. Het is een nuchtere vaststelling, maar een nuttige onderneming. Verdere prioriteiten zijn de hervorming van het Europees landbouwbeleid en de opvolging van de sociale agenda met meer aandacht voor kwaliteit van leven en werk. De grootste uitdaging bestaat er echter in de kloof tussen Europa en de burger te dichten. Het wantrouwen van de burger in Europa dient omgebogen te worden, stap voor stap en vastberaden. De hoofdtaak hiervan ligt bij de politici zelf, die de nodige impulsen moeten geven en daden dienen te stellen opdat Europa een meer open, democratisch, transparant en eerlijk bestuur zou kennen. Niettegenstaande dit, mogen we het Europees project niet alleen in handen laten van politici. Ook wij, burgers die het Europees project genegen zijn, moeten het belang en de noodzaak van de Europese boodschap benadrukken, verduidelijken en uitdragen. De overtuigd Europese burger is immers de drager van de Europese droom, dat op zijn beurt kan bijdragen tot een meer rechtvaardig en solidair internationaal wereldbeeld. Dit fascinerend project verdient onze inzet en bezieling. Immers, investeren in Europa, is investeren in de vrede, het kostbaarste goed in deze wereld. Mathias De Clercq |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|