Het liberalisme is een fascinerende ideologie. Het houdt een levensmentaliteit in, uitgaande van het respect voor elke mens, het geloof in de kracht en de creativiteit van het individu en het onbevooroordeeld benaderen van elkeen. Het liberalisme koestert de vrijheid, wat inherent inhoudt dat voortdurend moet gestreden worden naar het wegwerken van onvrijheid. Het liberalisme is een vernieuwingsgezinde beweging, dat het gevestigde steeds in vraag stelt en zich verzet tegen verstarring, status-quo, bekrompenheid en conservatisme. Vrijheid staat voor openheid, wat leidt tot confrontatie, wat op zijn beurt uitmondt in bewustzijn. Vrijheid als vertrekpunt biedt het breedst mogelijk spectrum aan om tot ontwikkeling en vooruitgang te komen.

Het liberalisme beschouwt het individu als hoeksteen van de maatschappij. Het omgekeerde, met name het gegeven dat de maatschappij primeert op het individu, zet de deur open voor de negatie van de individuele vrijheden ten voordele van een hoger doel, ‘de gemeenschap’, ‘het volk’, ‘de natie’. Het verleden leert ons tot welke verschrikkelijke zaken dit kan leiden. Het liberalisme streeft naar universele onvervreemdbare rechten voor ieder individu, ongeacht zijn geboorteplaats, zijn geslacht, zijn ras, zijn seksuele geaardheid en dergelijke meer. Het feit dat het liberalisme het individu centraal stelt, betekent niet dat het liberalisme aanstuurt op egoïsme. Individualisme en egoïsme hebben niks met mekaar gemeen. Egoïsme is een ondeugd, individualisme is dat niet. Individualisme houdt in dat elke mens kan uitgroeien tot een uniek wezen. Het doelt op de rechten en vrijheden waarover elke mens dient te beschikken, maar ook op alle plichten tegenover anderen en ten aanzien van de gemeenschap.

Tegenstanders van het liberalisme willen het vernauwen tot een asociale ideologie. Deze en andere misvattingen over het liberalisme mogen wij als consequente liberalen niet over ons heen laten gaan. Integendeel, we moeten het liberalisme nauwgezet en vastberaden uitdragen. Het consequent liberalisme is te waardevol om het onderhevig te laten zijn aan misvattingen, het vormt immers de hefboom tot een meer rechtvaardige en plurale maatschappij, waarin elk mens zich maximaal kan ontplooien tot een vrije en onafhankelijke burger. Vrijheid en sociale rechtvaardigheid zijn helemaal niet onverenigbaar. Integendeel, het sociale karakter zit ingebakken in het humanistisch geïnspireerde ontplooiingsliberalisme. Het liberalisme tolereert geen ongebreidelde vrijheid, want deze leidt tot maatschappelijke ongelijkheid. Vele liberale filosofen reiken ons, consequente liberalen, boeiende inzichten aan omtrent de onontbeerlijke liberale onderbouw.

Isaiah Berlin maakte het onderscheid tussen de negatieve en de positieve vrijheid. De negatieve vrijheid houdt in dat mensen vrij moeten zijn van bemoeienis en belemmering. Dit concept van vrijheidsopvatting verzet zich tegen elke staatstussenkomst. Deze opvatting schiet in mijn ogen tekort. Liberalisme is geen synoniem van libertarisme. Het liberalisme heeft een wezenlijke sociale onderbouw. Tegenover de negatieve vrijheid stelde Berlin de positieve vrijheid. Deze vrijheidsopvatting biedt mensen de vrijheid om zich te ontwikkelden en vereist een actievere staat. Liberalen zijn verdedigers van de positieve vrijheid en erkennen aldus het belang van zelfregulerende processen, maar zijn ervan overtuigd dat het scheppen en garanderen van de voorwaarden voor ontplooiing niet alleen aan het vrije spel van maatschappelijke krachten kan worden overgelaten. Berlin poneerde in zijn intrigerend boek Two concepts of liberty dat “de mate van vrijheid van de mens om te leven zoals hij of zij wil, moet afgewogen worden tegen de aanspraken van veel andere waarden, waarvan rechtvaardigheid en geluk wellicht de meest voor de hand liggende voorbeelden zijn.”

Ook Ralf Dahrendorf stelde dat het liberalisme om twee zaken gaat, met name om de bescherming van het individu tegen allerhande mogelijke beperkingen welke hem van staatswege kunnen worden opgelegd en om de toebedeling van zoveel mogelijk levenskansen aan zoveel mogelijk individuen. Hieruit blijkt het emancipatorisch karakter van het liberalisme. Liberalen moeten zich inzetten voor het vergroten van de ruimte waarbinnen burgers keuzen kunnen maken. Uitgaande van een gelijke startpositie moet iedere burger zo veel mogelijk vrij worden gelaten in de keuzes die hij wil maken en de initiatieven die hij wil ontplooien.

John Rawls toont in zijn meesterwerk A theory of justice overduidelijk aan dat de solidariteit geïncarneerd zit in het liberale denken. Vanuit liberaal oogpunt behoeft degene die ziek is, die gehandicapt is of geen gelijke startkansen gekregen heeft en dus niet echt vrij is, structurele hulp vanwege de overheid. Het liberalisme tolereert niet dat het lot van deze mensen overgelaten wordt aan paternalistische liefdadigheid. Liberalen erkennen de noodzaak van een efficiënte overheid, aldus Rawls. “De overheid dient burgers in staat te stellen hun eigen levensprojecten uit te bouwen, zonder dat de overheid dient te bepalen welke vorm dit project precies zal aannemen”.

Karl Popper stelde dat we sociale instituties moeten creëren die de economisch zwakkere beschermen tegen de economisch sterkere en dat de staat moet waken over de doeltreffendheid van deze instituties. Het liberalisme dient de vrijheid te verzekeren waarbinnen iedereen zich kan ontwikkelen. Het liberalisme is er in de eerste plaats niet op gericht de sterkere sterker te maken, maar om de zwakkere de mogelijkheid te bieden op een vrijer en beter bestaan.

John Stuart Mill nam in zijn boek On liberty eveneens het vrijheidsbegrip onder de loep. Hij heeft het over de vrijheid in de persoonlijke levenssfeer en over de vrijheid in de sociale levenssfeer. Wat de vrijheid in de persoonlijke levenssfeer betreft, poneerde Mill dat “Over himself, his own mind and body, the individual is sovereign”. Wat de vrijheid in de sociale levenssfeer betreft, maakte Mill een duidelijke afweging ten opzichte van de absolute vrijheid. Mill erkent hier een actieve maatschappelijke institutie. Hij was ervan overtuigd dat het feit dat mensen in een samenleving leven het onvermijdelijk maakt dat iedereen gebonden is om een bepaalde gedragslijn ten opzichte van anderen te volgen.

Tot slot wens ik de inzichten van een bijzonder inspirerende filosoof mee te geven. Amartya Sen, de Indische liberale ontwikkelingseconoom, stelt in zijn boek Vrijheid is vooruitgang dat de vrijheid essentieel is, maar dat het eveneens veel zwakke plekken vertoont. Voor Sen is er geen vrijheid zonder de vormen van onvrijheid weg te werken. Hier geeft Sen volgens mij de kern van het liberalisme weer. Hieruit blijkt immers de fundamenteel sociale onderbouw van het liberalisme tot de vrijheid. Om mensen in vrijheid te laten leven, moeten negatieve obstakels opgeheven worden. Om het individu in staat te stellen volwaardig te kunnen deelnemen aan een samenleving behoeft het wezenlijke zekerheden. De zekerheid om degelijk onderwijs te volgen, de zekerheid op elementaire gezondheidszorg, de zekerheid op een onafhankelijk justitieapparaat, de zekerheid op een krachtdadig politiewezen. Elke consequente liberaal mag de markt in deze domeinen niet laten binnendringen. Liberalen dienen vurige verdedigers van een sterke overheid te zijn wat deze gemeenschaps-voorzieningen betreft.

Het liberalisme is een ontvoogdende en vernieuwingsgezinde beweging. Het reikt elke mens, zonder uitzondering, de instrumenten aan zijn leven in alle vrijheid in te richten. Het liberalisme staat nooit stil. Het moet steeds vechten voor gelijke kansen opdat iedereen zich kan ontwikkelen tot een vrije burger. Liberalen onderwerpen alles aan de toets der kritiek. Tradities zijn in se niet verkeerd, maar mogen geen rem zijn op de vooruitgang. Liberalen staan borg voor gelijke startkansen. Liberalen worden gedreven door de overtuiging dat zij alles in het werk moeten stellen op te komen voor een sterk basiskader die het individu in staat moet stellen het unieke, dat in elk mens schuilt, uit zichzelf te halen. Het liberalisme wordt gekenmerkt door een wezenlijke sociale onderbouw. Hierin verschilt het liberalisme fundamenteel met het libertarisme. Deze ideologie erkent niet de noodzaak van een door de overheid structureel georganiseerd basiskader. We moeten ervoor zorgen dat het liberalisme niet vereenzelvigd wordt met het libertarisme. Een oorzaak van de misvattingen omtrent het liberalisme betreft immers juist het libertarisme. Het verschil schuilt hem in het inherent sociale kader van het liberalisme, wat niet bestaat in het libertarisme.

Het liberalisme kan men niet in rechtse of linkse hoek plaatsen. De links/rechts tegenstelling is overigens volledig voorbijgestreefd. De ideologische breuklijn is die tussen vernieuwing en behoudsgezindheid. Het consequent liberalisme is een progressieve denkrichting. Zij gelooft in de vooruitgang en bejegent maatschappelijke hervormingen en moderniseringen positief. Verworven rechten dienen steeds in vraag gesteld te worden, groepsbelangen mogen niet primeren op het algemeen belang. Het liberalisme gaat in tegen verstarrende verzuiling en erkent de primaat van de politiek. In zijn boek Ondankbaarheid poneert de Franse filosoof Alain Finkielkraut, “de conservatief, dat is de ander, degene die bang is, bang om zijn verworven voorrechten en voordelen te verliezen, bang voor de vrijheid, voor de open zee, het onbekende, de mondialisering, de emigranten, flexibiliteit, bang voor de noodzakelijke veranderingen”.

Het liberalisme is een wezenlijk sociale en progressieve ideologie. Liberalen dienen vanuit hun ideologische invalshoek maatschappelijke problemen te benaderen. Wanneer we de progressief liberale basiswaarden van vrijheid, verantwoordelijkheid en solidariteit, op consequente wijze formuleren en toepassen zal het vertekende beeld dat een liberale ideologie niet sociaal en emancipatorisch kan zijn, eindelijk uit de wereld geholpen worden.

Beleidsmatig treden liberale politici regelmatig hun principes met de voeten. Het zijn deze liberalen die het liberalisme een conservatief etiket bezorgen en het liberalisme aldus opzadelen met misvattingen. Elke consequent overtuigde liberaal dient vurig te pleiten voor het migrantenstemrecht. Het liberalisme erkent de mens op basis van zijn mens zijn, niet op basis van zijn afkomst en nationaliteit. Het principe “no taxation without representation” is oerliberaal. Liberalen en liberale partijen die zich halsstarrig, bekrompen en kortzichtig verzetten tegen deze liberaal-democratische evidentie negeren hun kostbare principes. Zij bezorgen het liberalisme een historische blunder. Het was nochtans Hayek, alle zichzelf respecterende liberalen wel bekend, die zei, “wie zijn principes niet naleeft gaat naar de hel”.


Mathias De Clercq

Voorzitter LVSV-Gent


Mathias De Clercq

Links
http://www.student.rug.ac.be/~lvsv/
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be