De VN zijn dood, lang leve de VNcolumn vrijdag 10 december 2004Mathias De Clercq en Egbert LachaertThomas Hobbes, een Engelse filosoof uit de 17de eeuw, stelde dat de medemens wordt gedetermineerd door zijn hartstochten. Bij het botvieren van deze verlangens vormt de medemens steeds een probleem, met een strijd van allen tegen allen als gevolg. Om hieraan te ontkomen zijn mensen gemeenschappen gaan vormen, waarin ieder vrijwillig de eigen driften heeft beknot door zich te onderwerpen aan een centraal gezag. Aldus kwam een sociaal contract tot stand waarmee men zich verloste van de staat van universele oorlog. Een dergelijk sociaal contract kwam ook tot stand na de Tweede Wereldoorlog. Het besef groeide dat nationale staten zich aan een hoger gezag moesten onderwerpen indien men de gruwelijkheden die zich voordeden in de oorlog in de toekomst wou vermijden. Het Handvest van de Verenigde Naties werd dan ook ondertekend en geratificeerd, zodat de Verenigde Naties officieel van start gingen op 24 oktober 1945. Het Handvest stelde de soevereine gelijkwaardigheid van de lidstaten voorop en de lidstaten verklaarden af te zien van het gebruik van geweld tegen andere staten (behalve als zelfverdediging) en zouden zich niet langer mengen in interne aangelegenheden van andere leden. De vijf overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog (de VS, Rusland, Frankrijk, VK en China) verkregen in de VN-Veiligheidsraad, de instelling die het symbool zou worden van het multilateralisme op het gebied van vrede en stabiliteit, een permanente zetel met vetorecht. Ook zetelen in de Veiligheidsraad tien niet-permanente leden, zonder vetorecht, telkens voor een periode van twee jaar en dit volgens een geografisch vastgelegd evenwicht. Thans rijzen vele vragen op met betrekking tot de legitimiteit van de Veiligheidsraad, zijn werking en efficiëntie. Vanzelfsprekend vormde de Irak-crisis in 2003, waar de VN er niet in slaagde te verhinderen dat één van haar leden zonder een VN-mandaat een ‘pre-emptive strike’ lanceerde in Irak, een catalysator waarna luidop hervormingen werden gevraagd van de bijna zestig jaar oude VN-instellingen. Het is opmerkelijk dat een internationale instelling die in 1945 aanvankelijk 51 leden telde en inmiddels een groei kende tot niet minder dan 191 lidstaten, qua opzet en organisatie onveranderd is gebleven. Zowel de interne machtsverhoudingen als de verhoudingen tussen nationale staten zijn sinds het ontstaan van de VN immers drastisch gewijzigd. De permanente zetel en het vetorecht voor de vijf overwinnaars van de oorlog reflecteren een oude situatie die niet langer actueel is. De Veiligheidsraad zal dus ongetwijfeld moeten worden hervormd in het licht van de actuele geopolitieke internationale realiteit. Finaliter zou de Veiligheidsraad moeten en kunnen uitgroeien tot een echt representatief orgaan dat een ware weerspiegeling vormt van de diverse regionale samenwerkingsverbanden. In dit verband zou het nuttig zijn indien de EU-leden erin zouden slagen één zetel te verwerven voor de Europese Unie in de Veiligheidsraad, waarbij de oude mogendheden Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zich zouden aanpassen aan de huidige politieke realiteit. Naast een aanpassing van de krachtverhoudingen moet ook de besluitvorming binnen de Veiligheidsraad hervormd worden. Het vetorecht dient alleen om beslissingen te blokkeren. De voorkeur dient gegeven te worden aan een relevante 2/3 meerderheid voor belangrijke beslissingen, met een zwaar stemgewicht voor de permanente leden. Deze institutionele hervormingen dringen zich op, zoniet zal de legitimiteit en de werking van de VN en de Veiligheidsraad steeds meer in vraag worden gesteld. In dat geval dreigt de VN een lege doos te worden waarbij nieuwe groeiende mogendheden geen legitimiteit zullen toekennen aan de instelling, die in het licht van de wereldvrede nochtans een cruciale taak moet kunnen vervullen. Vorige week maakte het High Level Panel on Threats, Challenges and Change een bijzonder interessant en bemoedigend rapport over aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De krachtlijnen van het rapport bevatten een aantal institutionele wijzigingen. Institutioneel wordt voorgesteld om ofwel zes permanente leden toe te voegen aan de huidige vijf leden (Brazilië, Duitsland, Indië, Japan, Egypte en Nigeria of Zuid-Afrika) ofwel acht staten een semi-permanente status toe te kennen. Het vetorecht zou voorbehouden blijven aan de huidige vijf permanente leden. De institutionele voorstellen vormen echter maar een kleiner onderdeel van het rapport. Het hierboven genoemde panel onderzoekt de zes grote dreigingen voor de toekomst; ‘oorlogen tussen staten’, ‘binnenlands geweld’, ‘socio-economische gevaren’, ‘proliferatie van massavernietingswapens’, ‘terrorisme’ en ‘internationaal georganiseerde misdaad’. Als liberalen moeten wij de stelling van het panel onderschrijven dat oorlogen en bedreigingen van de wereldvrede breder moeten bekeken worden dan enkel uit het oogpunt van blinde repressieve veiligheidsmaatregelen, zoals de VS thans probeert te doen. Het panel erkent dat bijvoorbeeld AIDS-bestrijding en ecologische maatregelen, zoals de ondersteuning van het Kyoto-akkoord, broodnodig zijn om vrede en veiligheid te kunnen bewerkstelligen. Ziekte, armoede en gebrek aan natuurlijke grondstoffen vormen een bron van voortdurende (internationale) conflicten. Terecht wordt de bestrijding daarvan als een prioriteit gezien. Het panel heeft een goede balans uitgewerkt tussen preventieve en repressieve maatregelen en geeft ook een interessante en terechte commentaar op de door sommigen voorgestane wijziging van artikel 51 van het VN-Handvest omtrent militair ingrijpen tegen bedreigingen. De traditionele leer in het Internationaal recht leert ons dat een gewapende interventie - ten aanzien van een andere staat - pas toelaatbaar is als er een imminente dreiging bestaat, er geen andere oplossing meer voor handen is om die dreiging af te wenden en de militaire actie niet disproportioneel is. Sommige leden van de VN, zoals de VS, eigenen zich het recht toe ook militair op te treden als er geen imminente dreiging is voor de VS, maar dat er toch een reëel gevaar is dat niet te onderschatten valt. Het panel geeft het klare antwoord dat artikel 51 van het VN-Handvest nooit in die zin kan herschreven worden, aangezien het toelaten van een militair optreden in dergelijke omstandigheden aan één lid de deur open zet voor allen om militair te gaan optreden waar er een potentieel gevaar zou kunnen ontstaan. De panelleden vermelden terecht dat de VN altijd een actie zal bekrachtigen als er een imminente dreiging is, zodat er geen nood is voor ongeduld om zonder een VN-mandaat militair op te treden. De feiten in de Irak-saga hebben achteraf deze these bevestigd. Waar de VS eigengereid heeft opgetreden zonder mandaat - omwille van een onbewezen dreiging met weapons of mass destruction’ - bleken die wapens ook inderdaad niet vindbaar. De resultaten van dit eigengereid optreden zijn destructief voor de internationale wereldvrede, zodat respect voor het VN-Handvest nogmaals primordiaal is gebleken. Tot slot toch nog één aanvullende bemerking bij het interessante rapport van het High Level Panel on Threats, Challenges and Change. Het belang van onderzoeksinstellingen in de schoot van de Verenigde Naties die de mensenrechtenschendingen nagaan overal ter wereld kan niet genoeg benadrukt worden. De VN moet op termijn een werkelijke hefboom kunnen worden op dit vlak. De slechte reputatie van de Commissie voor de Rechten van de Mens bij de VN moet omgebogen worden. Op dit vlak pleiten we voor een echte (Hoge) Raad voor de Rechten van de Mens als nieuw orgaan binnen de VN, waarmee uitdrukking wordt gegeven aan het toegenomen belang van respect voor universele mensenrechten. Het bestaande systeem van toezichthoudende commissies, rapporteurs, werkgroepen en verdragscomités is op toevallige wijze en vrij ongecoördineerd tot stand gekomen. De Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens wordt onvoldoende ondersteund om orde op zaken te kunnen stellen. Een (Hoge) Raad voor de Rechten van de Mens zou hem daartoe de mogelijkheden moeten bieden. Zo’n Raad zou moeten bestaan uit een 35-tal leden, die gedurende vier jaar zitting zouden hebben en onmiddellijk herverkiesbaar zouden zijn. De (Hoge) Raad voor de Rechten van de Mens zou op geografisch evenwichtige wijze moeten worden samengesteld en de leden zouden moeten worden gekozen op basis van het feit of zij al dan niet minstens vier van de zes belangrijke mensenrechtenverdragen (het Verdrag inzake Politieke en Burgerrechten; het Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten; het Verdrag tegen Rassendiscriminatie; het Verdrag tegen Discriminatie van Vrouwen; het Verdrag tegen Martelingen; en het Verdrag inzake de Rechten van het Kind) zouden hebben geratificeerd. Bovendien zouden zij zich bereid moeten verklaren tot het toestaan van onderzoeken uitgevoerd door VN-rapporteurs en eventueel nog uit te werken andere criteria. Deze Raad zou de taken van de huidige Commissie voor de Rechten van de Mens moeten overnemen. De Irak-crisis kan voor de VN een positieve ervaring worden indien de nodige lessen worden getrokken, men nu uitvoering geeft aan de voorgestelde maatregelen en oog heeft voor de verhoogde aandacht voor respect voor de mensenrechten. De toekomst ligt open, maar laten we hopen dat een krachtdadige VN daar een grote rol kan in spelen. Mathias De Clercq en Egbert Lachaert Mathias De Clercq en Egbert Lachaert Linksmailto:Mathias.De.Clercq@telenet.be mailto:egbert.lachaert@bellaw.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|