De regering heeft eindelijk beslist een vierde mobilofoonlicentie op de markt te brengen in België. Dit moet zorgen voor een meer concurrentiele markt. De overheid moet nu verder gaan en andere markten zoals breedband internet openbreken. Het is tijd om te handelen in het voordeel van de consument, want die betaalt in België een stuk teveel voor telecommunicatie. Een studie van de Europese Commissie toont aan dat GSM gebruikers in België 2,5 maal meer betalen dan in Nederland en 34% meer dan het Europese gemiddelde. Ook breedband internet is duur in België: een 4Mbit connectie kost 3 maal meer dan in Nederland en is 20% duurder dan het Europese gemiddelde. Op gebied van nieuwe diensten hinken we evenzeer achterop: de mobiele internet penetratie is in België bijvoorbeeld maar 3.5%, een van de laagste in Europa. De kloof met Nederland is dus enorm. Mochten de Nederlandse tarieven in België gelden zou dit een gemiddelde besparing van 370 euro per gebruiker per jaar opleveren, dus nog meer dan de jobkorting waar de Vlaamse regering zich (terecht) voor op de borst klopt. Nu is dit toch wel een zeer ironische situatie. België heeft namelijk een regeling voor universele dienstverlening die sociale tarieven garandeert voor specifieke bevolkingsgroepen. Door bepaalde politieke partijen werd deze verplichting aan operatoren als een overwinning op de ‘asociale’ vrije markt gevierd. Dit sociaal tarief voor GSM gebruikt geeft recht op een korting van 11 euro per maand, nog steeds 50% duurder dan de tarieven geldig in Nederland. Een schoolvoorbeeld van het inefficiënt zijn van goed bedoelde regelgeving. In deze turbulente tijden is het soms trendy de vrije markt in vraag te stellen. De vrije markt is inderdaad geen doel op zich. Maar net in de telecommunicatie is het nu meermaals bewezen dat meer concurrentie leidt tot veel lagere prijzen en een betere dienstverlening. Ter herinnering, toen Proximus ertoe gedwongen werd in 1996 Mobistar toe laten op de markt, werden de prijzen plots bijna gehalveerd, ‘om technische redenen’. In breedband internet toegang was België initieel een koploper omdat we één van de weinige landen waren met concurrentie, namelijk het kabelnetwerk van Telenet en de in België ontwikkelde ADSL technologie gebruikt door Belgacom. Die concurrentie zorgde er net voor dat we koplopers werden. Intussen is de concurrentie in België helemaal vastgelopen door vertragingsmanoeuvres van bepaalde operatoren, met als resultaat zeer hoge prijzen voor consumenten. Het is duidelijk dat het Belgisch telecomlandschap een ‘cosy’ clubje van operatoren geworden is, niet vergelijkbaar met de keiharde prijsconcurrentie die er bijvoorbeeld heerst in de ons omringende landen. De introductie van een vierde GSM operator zou de markt moeten openbreken en de Belgische consumenten ten goede komen. In de commentaren wordt Telenet vaak genoemd als kandidaat voor deze vierde licentie. Voor de consument is dit geen goed nieuws. Net zoals Belgacom probeert Telenet een ‘quadruple play bundle’ aan te bieden, dus televisie, vaste telefonie, internet en misschien ook mobiele telefonie. Het ‘bundelen’ van diensten zorgt voor minder prijstransparantie en voor een drempel die het de consument moeilijker maakt van operator te wisselen. Telenet zou ook niet echt een nieuwe speler zijn, gezien ze een reeds zeer comfortabele positie heeft in België. Enkel een echt nieuwe speler zal zorgen voor de broodnodige concurrentie en lagere prijzen waar de Belgische consument recht op heeft. Maar ook in andere telecom diensten zoals breedband internet moet er meer concurrentie komen. Tijd voor de politiek om op te treden. Ik stel vier maatregelen voor. De regulator BIPT is de sleutel tot de oplossing. Dit BIPT staat in de sector bekend als een relatief ‘zwakke’ regulator. Een van de pijnpunten is het gebrek aan middelen en personeel. Anderzijds blijkt ook dat het BIPT zeer ‘verpolitiseerd’ is en beïnvloedbaar is door de huidige operatoren. Doordat de procedure om operatoren een boete op te leggen zeer lang is, hebben acties van het BIPT ook te weinig afschrikkend effect. Om het BIPT echt daadkrachtig te maken zou het onder de bevoegdheid van Economische Zaken moeten komen en worden beoordeeld op het prijsniveau voor telecomdiensten in België ten opzichte van dit in onze buurlanden. En men moet het de middelen geven die in verhouding staan tot de complexiteit en het belang van haar taak. Anderzijds moet men ook verder gaan in het ‘unbundelen’ van het netwerk van Belgacom. Dit is nog niet gebeurd voor het nieuwe hoge snelheid VDSL netwerk. Hoewel de eerste stappen hierin gezet zijn, klagen operatoren over een gebrek aan transparantie van Belgacom, die een faire concurrentie moeilijk maakt. Ten laatste moet men er voor zorgen dat België een attractieve markt wordt voor nieuwe telecom spelers. Momenteel heeft België een slechte reputatie omdat het steeds extreem lang wacht om Europese richtlijnen door te voeren. Men wacht bij wijze van spreken steeds tot monsterboetes uitgesproken worden voordat men richtlijnen overneemt. Ook het kluwen aan federale en regionale bevoegdheden schrikt vele buitenlandse groepen af. Bovendien wordt onze inflexibele arbeidsmarkt als een groot nadeel gepercipieerd bij het afwegen van onzekere investeringen zoals deze in telecom. Het mag een technische discussie lijken, maar in de huidige economie is goede en betaalbare telecommunicatie even belangrijk als een goed uitgebouwd wegennet dat in de jaren '70 was. We kunnen het ons niet veroorloven in deze materie nog verdere achterstand op te lopen. En een verhoging van de koopkracht van de bevolking zonder budgettaire impact voor de overheid, daar kunnen we in economisch moeilijke tijden toch enkel voor zijn. Alexander De Croo Alexander De Croo Linksmailto:alexander.decroo@gmail.com |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|