Vorig weekend stond het land in rep en roer over de onthulling dat Jean-Marie Dedecker, boegbeeld van LDD, een privé-detective had ingehuurd met als doelwit minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht, en bij uitbreiding diens echtgenote Mireille Schreurs en zoon Jean-Jacques De Gucht. Hoge woorden als 'Gestapopraktijken' en 'stasimanoeuvers' waren niet uit de lucht. De vraag is of al die heisa terecht is of niet. Blijkens Jean-Marie Dedecker in Terzake was hem een tip vanuit “het gerecht” aangebracht dat er frauduleuze praktijken gehanteerd waren bij de sale-and-lease-back operatie rond het gerechtsgebouw van Veurne. Via een constructie van vennootschappen zou de familie De Gucht hierbij betrokken zijn. De verontwaardiging concentreert zich in deze rond de methode die Dedecker had aangewend, met name het aanstellen van een privé-detective. Maar waarom zou zulks niet geoorloofd zijn? De uitoefening van het beroep van privé-detective is onderworpen aan een strikte reglementering waarbij een privé-detective zich beperkt weet door de informatie die voor eenieder van ons toegankelijk is en het hem of haar niet geoorloofd is zich toegang te verschaffen tot andere dan wettelijke informatiebronnen. Natuurlijk is de vaststelling dat je het voorwerp bent van een dergelijk onderzoek geenszins aangenaam, maar daarom is het niet illegaal. Echtgenoten die door een privé-detective gevolgd worden in het kader van een echtscheidingsprocedure teneinde bijvoorbeeld een overspelige relatie vast te stellen, schreeuwen doorgaans moord en brand wanneer zij geconfronteerd worden met het gegeven dat ze gevolgd werden, maar de aldus vergaarde informatie was vaak – minstens tot de invoering van de nieuwe schuldloze echtscheiding – de enige manier om bewijzen te vergaren die tot een echtscheiding konden leiden. Dergelijke vaststellingen, wanneer binnen de wettelijke beperkingen gedaan, worden dan ook zonder probleem aanvaard door de rechtbank. Jean-Marie Dedecker kon zich terecht tot een privé-detective wenden. Er was hem een gerucht ter ore gekomen waarrond hij, alvorens overhaast valse beschuldigingen te uiten, de nodige bewijslast wenste te vergaren. Tot daar niets aan de hand. Hoewel, volgens sommigen had Dedecker zich tot de gerechtelijke instanties moeten wenden om via die weg een onderzoek te laten uitvoeren. Het is echter geen geheim dat de Belgische justitie haar tijd neemt. Bovendien dient een klacht, alvorens zij het voorwerp van een onderzoek kan worden, wel de nodige concrete elementen en aanknopingspunten te bevatten. Een onderzoek door een gespecialiseerde firma – een privé-detective – is daartoe een legitiem middel. Men zou zelfs kunnen stellen dat aldus de kost van een onderzoek, dat blijkbaar tot niets geleid heeft, gespaard werd uit de zak van de belastingbetaler (minstens rechtstreeks, nu Jean-Marie Dedecker door de belastingbetaler betaald wordt en u en ik onrechtstreeks toch de kosten dragen). En toch zijn er een aantal aspecten aan de demarches van Jean-Marie Dedecker uiterst laakbaar en mogelijks zelfs strafbaar. De opdracht aan het detectivebureau werd immers gegeven door een bedrijf van Jean-Marie Dedecker dat als activiteit energiezuinige dakramen verkoopt. Bezwaarlijk kan er een verband aangetoond worden tussen de bedrijfsvoering en het politieke leven van Dedecker, laat staan zijn fixatie op politieke rivalen en meer bepaald de familie De Gucht. De opdracht werd dan maar omschreven als “patentonderzoek”. Niet koosjer. Daarnaast werd de opdracht in het uiteindelijke rapport omschreven als “neven-activiteiten van Karel De Gucht, Jean-Jacques De Gucht en Mireille Schreurs”. Dat is niet bepaald de zeer concrete omschrijving die de wet op de regeling van de uitoefening van het beroep van privé-detective vooropstelt (art. 1 wet van 19.07.1991) en die een zeer beperkte opsomming geeft van de type-opdrachten die een privédetective kan uitvoeren. Zo is een algemene opdracht om iemands leven, handel en wandel uit te vlooien teneinde eventueel bezwarende feiten of gegevens te ontdekken niet toegelaten. Opnieuw niet koosjer. Kern van de discussie en alarmerend hoort echter de vaststelling te zijn dat het politieke debat definitief lijkt te zijn afgegleden naar imagovorming, perceptie en het oppervlakkige verleiden van de publieke opinie. De discussie die Dedecker trachtte op te werpen – mocht er uit het onderzoek ook maar iets bruikbaars naar boven zijn gekomen – draaide niet om correct bestuur, propere handen of goede politiek. De enige finaliteit was het voorzien in een emmertje modder om er een politieke tegenstander mee te bekladden op persoonlijk vlak en een persoonlijk imago van zuiverheid te vestigen en te benadrukken. Geen inhoudelijk debat, geen discussie over welke de taken van een overheid zijn en hoe zij in de uitvoering van die taken dient om te springen met belastinggelden, geen verhaal over de voor- en nadelen van sale-and-lease-back operaties, maar de handelingen van een politicus die gericht is puur op een oppervlakkig gevecht om de publieke opinie en op imagebuilding. Met dat als enige finaliteit is de methode die Jean-Marie Dedecker hanteerde wansmakelijk, maar is het ongepast om hem als enige aan de schandpaal te nagelen. Immers, Dedecker neemt een proces van verglijding, gepaard gaande met een onwaarschijnlijke minachting voor het intellectuele niveau van de burger, dat reeds jaren aan de gang is net die ene stap verder. Annelies Keirsmaekers Annelies Keirsmaekers Linksmailto:annelies@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|