Bij de dood van Dexia

column vrijdag 21 oktober 2011

Christophe Peeters

In het Dexia-drama voltrekt zich deze dagen het voorlopig laatste bedrijf. De ‘déconfiture’ van wat ooit in de kern de bank van de Belgische steden, gemeenten en provincies was, is een financieel debacle dat achteraf beschouwd vermijdbaar leek, en tegelijk toch iets fatalistisch heeft. Toch moeten we bijna onvermijdelijk vaststellen dat enkele van de hoofdzonden (hoogmoed, hebzucht, afgunst, gulzigheid en gemakzucht) duidelijk waren besteed aan zowel de Dexia-top als de opeenvolgende generaties bestuurders van de Gemeentelijke Holding, en eigenlijk ook aan de lokale politiek. De schijnbaar eeuwige en onuitroeibare gewoonte van de Belgen om zich te laten rollen/koloniseren door de Fransen, steekt ook in dit dossier weer de kop op.

Sinds vorige week zijn de Belgische lokale besturen hun bank kwijt. De overname van Dexia Bank België door de federale overheid, de creatie van een zogenaamde ‘restbank’ en het feitelijke failliet van de Gemeentelijke Holding, maakten een einde aan een situatie waarvoor de basis in 1860 werd gelegd door de liberaal Frère-Orban. Toen richtte hij, als Minister van Financiën, een bank op voor de financiering van investeringen door lokale besturen. Deze besturen werden ook aandeelhouder, ter waarde van 5% van hun kredieten. Dit verklaart meteen ook de historische verdeling van de aandelenportefeuille, waarbij steden als Brussel (en Schaarbeek en Anderlecht), Antwerpen, Luik en Oostende en zelfs Spa grote aandeelhouders zijn. Merk de parallel met de investeringsprojecten van Leopold II.

Het Gemeentekrediet was steeds, ook na de oprichting van een kantorennetwerk om spaardeposito’s aan te trekken, een oerdegelijke, stabiele en conservatieve instelling, en een modelvoorbeeld van de goede huisvader. Dexia Bank België is dat in de genen en de bedrijfscultuur overigens nog steeds, zie ook de operationele resultaten van DBB in 2010. Hoe kon het dan zo mislopen? De kiem van het debacle werd, zoals in de hele financiële wereld, gelegd tijdens de dereguleringsgolf van de jaren ’80. De regeringen Reagan en Bush Sr. ontmantelden de Glass-Steagal-act en bliezen de schotten op die, sinds de Grote Depressie van de jaren ’30, waren opgetrokken tussen weinig risicovolle activiteiten zoals sparen en het verstrekken van hypothecaire kredieten, en het risicovolle zakenbankieren.

De snelle globalisering na de val van de Muur, het optimisme over de ‘nieuwe wereldorde’ en het ‘einde van de geschiedenis’, en de noodzaak om de ontspoorde overheidsfinanciën weer op de rails te krijgen, gaven tijdens de Clinton-jaren de doodsteek. Ook Dexia werd in deze omstandigheden geboren. Halfweg de jaren ’90, de tijd van de grote besparingen van het Globaal Plan, ironisch genoeg onder het premierschap van Jean-Luc Dehaene. In de logica van die tijd was de privatisering van de openbare kredietinstellingen en de zoektocht naar internationale partners meer dan verdedigbaar. Dat men uitkwam bij Crédit Local de France, dat een gelijkaardige rol speelde voor de financiering van de Franse gemeenten, was voor de hand liggend. De perspectieven voor de gemeenten zagen er dus zeer goed uit. Het idee om de waarde van het aloude Gemeentekrediet te verzilveren door de vorming van een internationale bank, gespecialiseerd in het verstrekken van krediet aan lokale overheden, was en is niet eens zo gek.

Het huwelijk zat evenwel van in het begin niet evenwichtig in elkaar. Ondanks een stevige meerderheid in de aandeelhoudersstructuur, liet België zich een wel erg Frans georiënteerd bestuur en directiecomité opdringen in de nieuwe Dexia Holding, de spil van de nieuwe bank. Merkwaardig toch, die voortdurende underdogpositie van Belgen tegenover Frankrijk. Start met een gedeelde verantwoordelijkheid met een Belg en een Fransman aan het hoofd; stop de Belg in de eerste klasse van de Thalys; logeer hem in de buurt van de Place Vendôme; regel de nodige ontmoetingen met coryfeeën van de Franse Republiek, indien nodig op het Elysée. Het resultaat is een halve Belg en anderhalve Fransman. Dexia, Electrabel, de ongelukkige episode van Sabena met Air France, noem maar op, het wordt stilaan een pathetisch patroon.

Net zoals bij Electrabel, werd DBB de cashcow voor de Fransen. Het financieringsmodel bestond eigenlijk uit één lange drainage van Belgische deposito’s naar Frankrijk, gefinancierd door kortlopende kredieten, en met gigantische hefbomen. Door op de koop toe een neus te hebben om uitgerekend in de meest toxische producten op de financiële markt te investeren, was de bodem onder de groep eigenlijk al halfweg de jaren 2000 weggeslagen. De Dexia Holding was van in het begin een geldfabriek, overigens een van de zeer velen in de financiële wereld. De voorbije twintig jaar werd zeer vlot aan financiële ‘waardecreatie’ gedaan, zonder onderliggende waarde in de reële economie. De beurs had en heeft niets meer vandoen met onderliggende waarde of actief (enkele weken geleden was de beurswaarde van Dexia een half miljard kleiner dan alleen al de waarde van het vastgoed in het bezit van de groep), en om het gedrag van beurskoersen te voorspellen doe je tegenwoordig beter beroep op een psycholoog dan op een econoom.

De aandeelhouders waren intussen bijzonder tevreden. Steeds maar stijgende beurskoersen, een voortdurende stroom aan gigantische dividenden, het werkt even verslavend als verdovend. De aandeelhouders, ook de steden en gemeenten dus, hingen jarenlang beaat aan de uier van Dexia. Zolang de dividendenstroom aanhield, was er een quasi onbeperkt vertrouwen in de Dexia-top, die elk jaar kon zwaaien met mooie slides, onbegrijpelijke afkortingen en nieuwe financiële spitstechnologie en, vooral, de eindslide met de resultatenrekening en het uit te keren dividend per aandeel. Na een uitgebreide lunch keerde iedereen tevreden terug naar zijn of haar gemeentehuis, intussen al plannen makend om het pasverdiende geld aan te wenden voor bijkomende beleidsinitiatieven. Bovendien: het Gemeentekrediet, weliswaar met een nieuwe, internationale naam en een flitsend logo (de X is toch iets blitser dan de torenwachter)? Kan het veiliger dan onze eigen bank?

De financiële ineenstorting van 2008 was dus een hard ontwaken voor iedereen. Plots werd iedereen, en vooral dan de traditionele sterkhouders als de Gemeentelijke Holding en Arco (de coöperatieve van het ACW), geconfronteerd met het gegeven dat ‘onze’ bank eigenlijk onze bank niet meer was, maar een internationale, commerciële en beursgenoteerde reus op lemen voeten. Niet langer oerdegelijk, stabiel en conservatief. Bij de eerste redding van Dexia door de overheden van dit land, werden de Belgen alweer gerold. Hoewel de oorzaken van de ineenstorting vooral in de Franse poot waren te vinden (gebrek aan deposito’s, aanschaf van toxische producten, problemen met te duur betaalde buitenlandse dochters zoals het Amerikaanse FSA), namen de Belgen toch het grootste deel van de kapitaalverhoging en de borgstelling op zich.

De voorbije drie jaar werd te traag en verkeerd gereageerd om de crisis aan te pakken. De aanleiding, maar niet de oorzaak, van de huidige instorting, ligt in de blootstelling aan Zuid-Europees overheidspapier. Daarover moeten we eerlijk zijn: een jaar geleden leek niets veiliger als kapitaalbuffer dan overheidspapier uit de Eurozone. Het is vooral de besluiteloosheid op Europees niveau en de belabberde en versnipperde aanpak van de Eurocrisis die de situatie heeft gemaakt tot wat ze is. Een vermijdbaar drama dus. Dit kan je de Dexia-top dan ook niet ten kwade duiden. Wel dat men niets gedaan heeft om de fundamentele ontwerpfout in het financieringsmodel aan te pakken. Bij de Gemeentelijke Holding is het zo mogelijk nog erger. De in het begin van de eeuw ingezette diversificatie binnen de Holding was een nuttige en noodzakelijke stap. Alleen is men daarvoor gaan lenen, in plaats van de Dexia-participatie af te bouwen. De kapitaalsverhoging waarvoor een rendement van maar liefst 13% werd beloofd, was een farce. De Stad Gent heeft daaraan dan ook bewust en zonder twijfel niet meegedaan. De put-call opties waren pure sciencefiction. Bij wijlen lijken de voorbije jaren bij de Gemeentelijke Holding wel op een heruitgave van de tulpenbollengekte.

Zijn er verantwoordelijkheden te nemen? Absoluut. Het Vlaams Parlement begint alvast met een reeds hoorzittingen om de hoofdrolspelers aan de tand te voelen, een onderzoekscommissie zal waarschijnlijk volgen. Het is nodig dat elke steen wordt omgekeerd, dat alles wordt bovengehaald. Alleen zo kunnen lessen worden getrokken, en kan er een catharsis plaatsvinden. Toch moeten er vooral ook lessen getrokken worden voor de toekomst. De diverse overheden bezitten enorme participaties in zeer diverse sectoren: banken, energie, water, afval, transport, telecom. Zonder uitzondering historische participaties, restanten van de vroegere monopolisten en overheidsbedrijven. Maar intussen zijn deze sectoren, behalve water (en dat mag best zo blijven), in een Europese context geliberaliseerd en dus concurrentieel en bijgevolg ook commercieel geworden. Toch is dit het voorbije decennium geen aanleiding geweest om, gelet op de veranderde omstandigheden, ook de participatiestrategie van de overheid te herzien, op enkele schuchtere pogingen na. Het faillissement van Sabena had alvast een waarschuwing moeten zijn.

De overgangsperiode in de liberalisering is in 2008 abrupt geëindigd. Nu kunnen we niet anders meer dan de strategie fundamenteel herbekijken. De gemeenteraadsverkiezingen van 2012 bieden de kans aan een nieuwe generatie politieke verantwoordelijken om alvast de participaties van de lokale besturen scherp te evalueren en daaruit de nodige conclusies te trekken. Dit kan ruimte scheppen voor het ten gronde aanpakken van de grootste uitdagingen waarvoor we de komende jaren staan: het afbouwen van de publieke schuld; het opbouwen van pensioenreserves; en investeren in duurzame energie. Dit zal bijzonder veel moed vergen, het doorbreken van taboes en een aloude consensus, en het slopen van heilige huisjes. Alleen dan kan de 21ste eeuw echt beginnen.


De auteur is Schepen van Financiën, Facility Management, Sport en Haven Stad Gent, en kernlid van Liberales


Christophe Peeters

Christophe Peeters

Links
Schepen.Peeters@gent.be
Share |

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze wekelijkse nieuwsbrief door hieronder je e-mailadres in te vullen.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Andreas Tirez
gsm: +32485 24 46 71
andreas@liberales.be