De Poolse loodgieter is al lang aan het werk in Belgiëcolumn vrijdag 09 december 2005Egbert Lachaert
De Sp.A. - hierin gesteund door CD&V en Vlaams Belang - wil de instroom van werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten na 1 mei 2006 (verder) beperken. Zo stond het te lezen in De Standaard van 2 december. Minister van Werk Peter Van Veldhoven en Vlaams Minister Frank Vandenbroucke voelden zich vorige week geroepen te reageren op de recent aan de kaak gestelde constructies waarbij ‘goedkopere’ Oost-Europese werknemers in België actief zijn en de Belgische werkzoekenden of werkenden daarbij zouden beconcurreren. De twee excellenties zijn evenwel jaren te laat met hun stoere taal en zullen met het afschermen van de Belgische arbeidsmarkt na 1 mei 2006 allesbehalve het resultaat behalen dat zij menen te beogen. Lang voor de toetreding van de tien lidstaten op 1 mei 2004 bestond de bekommernis dat de arbeidsmigratie vanuit het Oosten naar het Westen van de Unie te groot zou worden en dat dus overgangsmaatregelen noodzakelijk waren om de Westerse nationaal georganiseerde arbeidsmarkten te beschermen. Uiteindelijk werd aan de lidstaten de mogelijkheid gegeven om in een driedelige overgangsfase die zich uitstrekt over zeven jaar (en waarvan de eerste fase op 1 mei 2006 eindigt) maatregelen te nemen om de eigen arbeidsmarkt af te schermen van werknemers die afkomstig zijn uit de nieuwe EU-lidstaten. België nam daarbij een zeer restrictieve houding aan en behield haar regelgeving inzake arbeidskaarten en arbeidsvergunningen ten aanzien van de inwoners van acht van de nieuwe lidstaten (Polen, Tsjechië, Slovakije, Estland, Letland, Litouwen, Slovenië en Hongarije). Omdat het bekomen van een arbeidskaart of arbeidsvergunning allesbehalve een sinecure is en er anderzijds op de Belgische arbeidsmarkt blijkbaar een nood bestaat aan personeel voor bepaalde vacatures die eenvoudigweg niet ingevuld geraken, hebben werkgevers hier een eigen mouw aan gepast. De lamentabele constructie waarbij enerzijds de Belgische arbeidsmarkt afgeschermd wordt en waarbij bijvoorbeeld Polen niet als werknemer mogen aangeworven worden, staat immers in schril contrast met het feit dat diezelfde Polen zich hier wel als zelfstandige mogen vestigen, hier een handelsvennootschap mogen oprichten en in het kader van het vrij verkeer van diensten (door middel van detachering) ‘tijdelijk’ diensten mogen leveren. De laatstgenoemde (en bovendien wettelijke) constructie is er één waarbij de Oost-Europese werknemer in zijn eigen land wordt aangeworven en dan bijvoorbeeld voor een periode van één, twee of zelfs vijf jaar naar België wordt gezonden om hier diensten uit te voeren voor zijn werkgever uit het land van oorsprong. De begrippen ‘tijdelijk’ en ‘diensten leveren’ in het buitenland zijn natuurlijk zeer rekbaar. De juridische mogelijkheden die het vrij verkeer van diensten biedt, ondergraven de protectionistische maatregelen die de Belgische regering nam volledig. De beide socialistische excellenties (waaronder de heer Vandenbroucke toch al langer meedraait op het hoogste niveau) hadden dus wel beter eind de jaren ’90 - toen over de toetredingsakkoorden met de nieuwe lidstaten moest worden onderhandeld en gestemd - hun stem kunnen laten horen! Het concreet resultaat van alle beschermende en afschermende maatregelen is dat vandaag verschillende sectoren (zoals de bouw, de horeca en de tuinbouw) al lang overspoeld zijn geworden door Oost-Europese werkkrachten die hier hetzij als (schijn?)zelfstandige, werkend vennoot in een kleine bvba of als tijdelijk gedetacheerde actief zijn. Door de huidige onrealistische regelgeving worden ook verschillende sociaal onaanvaardbare situaties gecreëerd, waarbij werkgevers de limieten van een wettelijk aanvaardbare constructie overschrijden om samenwerkingsvormen in het leven te roepen die een schijn van wettelijkheid dragen (zoals detacheringen die helemaal niet meer tijdelijk zijn of zelfstandigen die in werkelijkheid niets meer dan werknemers zijn). Waarom zoeken die werkgevers die limieten op? Omdat de huidige maatregelen hen ervan weerhouden de werkkrachten als gewone werknemers in te schrijven, aan te geven en te betalen, met alle risico’s van dien. Dit is dan de situatie die de beide socialistische excellenties wensen te bestendigen de komende twee jaar… Laat ons hopen dat de liberalen in de federale regering voldoende durf aan de dag zullen leggen om een meer realistisch wettelijk kader te bedenken waarbij minstens een gecontroleerde arbeidsmigratie mogelijk wordt. Bovendien dringt zich een werkelijke regularisatieoperatie op omtrent de huidige tewerkstelling van Oost-Europeanen in België. Werkgevers moeten aangespoord worden om de aanwezige Oost-Europese arbeidskrachten als werknemers aan te geven bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Dit biedt de beste garantie dat die werkkrachten ook aan de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden zullen worden tewerkgesteld en dus geen concurrentie zullen vormen voor de Belgische werknemers. Bovendien kan de Belgische staat ook zo sociale bijdragen innen op loon. Die inkomsten loopt de Belgische staat door haar eigen onrealistische houding op dit ogenblik mis. Uiteindelijk zal men zo bij de bottom line uitkomen, met name de reden waarom de werkgevers op zoek zijn naar deze Oost-Europese werkkrachten. Men zal dan kunnen vaststellen of het werkelijk het financieel gewin is dat de drijfveer vormt van de werkgevers of eenvoudigweg de vaststelling dat er geen andere valabele arbeidskrachten beschikbaar zijn voor bepaalde vacatures. Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|