De VLD wordt een ‘progressief liberale centrumpartij’. Zo luidt het ordewoord van voorzitter Bart Somers, ingegeven door communicatiespecialist Noël Slangen. De kritiek bij de cynici bleef niet uit. Zij verwijten de VLD een ongeloofwaardige en antiliberale koerswijziging. Sommigen stellen zelfs dat de VLD een afdeling van de Sp.a geworden is. Andere opiniemakers juichen de koerswijziging wel toe, omdat de VLD stemmen verloor aan haar ‘linkerzijde’ én aan haar ‘rechterzijde’ door een spreidstand die niet meer houdbaar was. Wat is er toch van aan? Welke richting gaat het liberalisme in Vlaanderen uit? Liberales profileert zich al vier jaar als een progressief liberale denktank. Het mission statement van onze denktank vermeldt dat de leden het liberalisme zien als een progressieve beweging zien die opkomt voor “de vrijheid van het individu, rechtvaardigheid en mensenrechten. De VLD heeft na vier jaar Liberales-werking ons – inmiddels door 1.047 personen ondertekende – mission statement ontdekt. De sympathisanten en kernleden van onze denktank kunnen dus alleen maar fier zijn dat de VLD schijnbaar aandacht heeft voor het intensieve studie- en denkwerk dat zij verrichten. Niettemin moeten wij de VLD ook waarschuwen. Door zich ‘te outen’ als progressief meet de liberale partij zich nog geen duidelijk profiel aan. Progressief staat tegenover conservatief en betreft het vermogen of de wil om zaken in vraag te stellen, te streven naar vooruitgang. Daarmee zegt men nog niets over de richting waarin men de zaken wil laten ‘vooruitgaan’. Vorig jaar besloot de kerngroep van Liberales dat de termen ‘progressieve beweging’ duiding behoefden. Het mission statement bevat een summiere verklaring van wat als progressief liberalisme werd gezien, maar toch bleek dit voor menigeen niet duidelijk genoeg. Sedert enige tijd prijkt op de woorden ‘de vrijheid van het individu, rechtvaardigheid en mensenrechten’ dan ook een link naar een tekst waarin ‘ons liberalisme’ wordt geduid én dat blijkt een zeer authentieke ontvoogdende en sociaal liberale boodschap te zijn. Het is aan de VLD om nu in te vullen wat zij onder het ‘progressief liberalisme’ begrijpt. Als liberale denktank kunnen we echter alleen opmerken dat men het warm water niet opnieuw hoeft uit te vinden om dat te doen. Het liberalisme draagt al sinds de Tweede Wereldoorlog (en eigenlijk al vanaf het ontstaan van België in ons land) dezelfde boodschap. Een boodschap die velen niet meer kennen. Het Liberale Manifest van Oxford werd in de schoot van de Liberale Internationale geschreven, vlak na de Tweede Wereldoorlog (in 1947). Het betreft één van de meest pure en duidelijke liberale teksten die ooit werd opgesteld (voor de volledige tekst: http://nl.wikipedia.org/wiki/Oxford_Manifest). De beginselen die in dit korte manifest opgenomen zijn, zouden de basis vormen voor het oprichten van een Europese Gemeenschap die 60 jaar vrede in West-Europa zou brengen, de oprichting van een Verenigde Naties die de horror van een nieuwe wereldoorlog kon vermijden én het organiseren van staten die hun eigen bestaansrecht niet boven dat van de onvervreemdbare rechten van ieder wezen of mens plaatsten. Het Manifest vermeldt: De staat is slechts het instrument van de gemeenschap; de staat zal geen macht naar zich toe trekken die strijdig is met de fundamentele rechten van de burger of met de voorwaarden noodzakelijk voor een verantwoordelijk en creatief leven […]. Hiermee keerde men zich tegen dictatoriale regimes (aan linkse of rechtse zijde) die een collectief bewustzijn of natiegevoel boven de mensenrechten plaatsten. Het Manifest voegt er echter aan toe: De welvaart van de gemeenschap komt voor alles en moet beschermd worden tegen machtsmisbruik door deelbelangen. […] Een continue verbetering van de arbeidsvoorwaarden en van de huisvesting en werkomgeving van de arbeiders is noodzakelijk. De rechten, plichten en belangen van arbeid en kapitaal vullen elkaar aan; georganiseerd overleg en samenwerking tussen werkgevers en werknemers is essentieel voor het goed functioneren van de industrie. Diegenen die vandaag beweren dat het liberalisme – om een zuiver liberalisme te zijn – geen sociale reflex zou mogen kennen, dwalen. De vrijheid van één individu is geen strikt te interpreteren fetisj, zoals dat in de libertarische en neoconservatieve ideologie het geval is. Het liberalisme is een werkbare ideologie die de vrijheid van ‘de sterkeren in de maatschappij’ moet koppelen aan ‘het vrij maken van diegenen die in onvrijheid geboren worden’. Wie arm, ziek of gehandicapt geboren wordt, heeft ook een onvervreembaar recht op vrijheid. De ‘zwakkere’ heeft eveneens het recht op onderwijs en kansen in het leven. Een ideologie die deze kansen niet zou bieden, is niet humaan en dus ook niet liberaal te noemen. Deze historische inleiding is interessant, omdat men uiteindelijk zo tot de conclusie moet komen dat een liberaal verhaal uiteindelijk door de eeuwen heen steeds een sociaal en humaan liberaal verhaal geweest is. Enkele weken geleden organiseerde Liberales in samenwerking met het Liberaal Archief te Gent een rondleiding in het Archief, waarin tal van – voor de liberale beweging – historische stukken zijn bewaard gebleven. De hedendaagse zelfverklaarde behoeders van het liberalisme zouden er goed aan doen het archief ten gepaste tijde eens te gaan bezoeken. De verkiezingsaffiches vertolken steeds een boodschap voor vrijheid, voor vooruitgang, maar ook voor sociale voorzieningen (zoals een democratisch en openbaar onderwijs en een sociale zekerheid). Vanzelfsprekend pleitten liberalen steeds voor zo laag mogelijke belastingen, maar dit betekende geenszins dat de staat moest afkalven tot een nachtwakersstaat, die zich enkel nog mag bekommeren om buitenlands beleid, defensie en veiligheid. Het moet echter niet ontkend worden: de VLD ligt ook zelf aan de basis van de ontstane begripsverwarring over het liberalisme. Halverwege de jaren ’90 werd nog een bijzonder radicale koers gevaren, waarbij men het ‘middenveld’ in het harnas joeg, paniek zaaide over de betaalbaarheid van de pensioenen en belangrijke delen van de sociale zekerheid wou privatiseren. Recenter nog werd de VLD ‘de partij van de moegestreden en door de overheid al te veel gefrustreerde hardwerkende Vlaming’. De VLD paste haar eigen beeldvorming pas aan naarmate de verkiezingsuitslagen haar niet bevielen. Zo verloor men in 1994 de verkiezingen van de SP van Louis Tobback die onder het mom van de bescherming van de sociale zekerheid de VLD uit de regering hield en in 2006 heeft de VLD marketingwise gemerkt dat er meer stemmenwinst te rapen valt bij de veel talrijkere niet-actieven in de maatschappij dan bij het beperktere deel ‘hardwerkende Vlamingen’. We moeten er dan ook geen doekjes om winden: eender welke politieke partij moet het tegenwoordig van marketing hebben om verkiezingen te winnen. De vraag dient gesteld te worden of de boodschappers van het progressief liberalisme wel voldoende voeling hebben met het liberale discours, zoals bijvoorbeeld in het Manifest van Oxford of het mission statement van Liberales wordt uiteengezet, om een voldoende duidelijke lijn uit te zetten die geloofwaardig zal overkomen bij de kiezer. Politiek bedrijven is tenslotte iets anders dan stofzuigers verkopen, waarbij men het zich wel kan veroorloven de ene dag een blauwe en de volgende dag een rode aan te bieden aan de ‘consument’. Uiteindelijk moet men vaststellen dat er binnen de VLD nog te weinig figuren over het profiel beschikken om de liberale boodschap op overtuigende wijze te brengen. Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|