In Vlaanderen is geen plaats voor meerdere liberale partijencolumn vrijdag 19 februari 2010Egbert Lachaert
De uitspraken van Boudewijn Bouckaert (LDD) over een liberale hereniging komen niet onverwacht. De laatste verkiezingscampagne was voor de politieke partijen die zich als ‘liberaal’ uitten een regelrecht fiasco. De traditionele liberale partij bij uitstek, Open Vld, verloor zwaar en werkt aan een herbronning. Maar ook de challengers binnen de liberale beweging, Lijst De Decker en de Sociaal Liberale Partij, bleven onder hun eigen verwachtingen. Die laatste partij werd zelfs opgedoekt, want een fusie met Groen! kan moeilijk als ‘overleven’ worden gezien. Dit leidt tot de bedenking of er in Vlaanderen überhaupt wel plaats is voor meerdere liberale partijen. Mijns inziens niet indien die partijen liberaal en slagkrachtig willen zijn. In het hoofdstuk Liberalisme uit het boek van professor Carl Devos Politieke ideologieën in Vlaanderen wordt door prof. Patrick Stouthuysen (VUB) beschreven dat het liberalisme in Vlaanderen steeds twee stromingen gekend heeft. Er is onze contreien altijd sprake geweest van een klassiek liberalisme dat meer de nadruk legt op de individuele vrijheid als negatief begrip en een modern liberalisme dat vrijheid een stuk breder interpreteert en een belangrijke rol voor de overheid weggelegd ziet op het vlak van sociale zekerheid en onderwijs. Het volksliberalisme of sociaal (modern) liberalisme waren dan ook helemaal geen nieuwe begrippen. De liberale partij heeft in ons land steeds figuren gehad die de ene of de andere stroming genegen waren en als vaandeldragers werden beschouwd van hun liberalisme. Herman De Croo en Willy De Clercq waren steeds voorlopers van een sociaal of (volks)liberalisme, terwijl Guy Verhofstadt in de jaren ’80 het exponent was van een klassieker liberalisme. Ondanks het feit dat beide strekkingen het tijdens partijcongressen regelmatig aan de stok kregen met elkaar en op belangrijke punten van mening verschilden, waren er wel altijd voldoende raakpunten om samen in consensus te werken binnen één partij. Die consensus ging de afgelopen jaren verloren. De regeringsdeelname na 1999 heeft vanzelfsprekend een rol gespeeld in de breuk. Een partij die beleidskeuzes en compromissen moest maken, verliest nu eenmaal een stuk ideologisch profiel. Een andere factor is ook dat het ideologisch debat binnen de liberale partij sinds de oprichting van de Vlaamse Liberalen en Democraten (VLD) verruimd werd tot diverse publieken die niet altijd dezelfde basiswaarden van het liberalisme even vlot aannamen. Zo werd het liberalisme in de jaren ’90 af en toe ten onrechte verengd tot een – op Angelsaksische leest geschoeid – marktmodel. Er ontstond toen al een ideologische breuk met enerzijds de traditionele liberale achterban en anderzijds met andere ‘verruimers’ in de partij die net aangesproken waren door de gedachte van een liberale partij als nieuwe ‘progressieve formatie’. Deze spreidstand bleek een decennium later niet houdbaar en uiteindelijk eindigde de liberale beweging in een verspreide slagorde, waarbij de laatste verkiezingen tot hiertoe het exponent zijn van de verdeeldheid. Die verdeling van de liberale krachten is dus geen goede zaak geweest voor de invloed van de liberale gedachte, klassiek of modern. Open Vld verhuisde voor het eerst in tien jaar naar de oppositiebanken in het Vlaams Parlement. De rechts-liberale Lijst De Decker wou zich vooral opwerpen als echte liberale partij en zette zich regelmatig af tegen Open Vld. Het onderling gebekvecht overtuigde geen hond om voor één van deze fracties te stemmen, wel integendeel. De onderlinge twisten, met als trieste hoogtepunten het inzetten van privé-detectives en de slag om de kamerzetel van het inhoudelijk en politiek lichtgewicht Dirk Vijnck, dreven veel gematigde kiezers naar andere partijen. Eindresultaat van de versnippering is dus dat geen enkele partij met gelijk welke invulling van het liberalisme op Vlaams niveau deel uitmaakt van de beleidsmeerderheid en dat we voor het eerst in een decennium tijd opnieuw geconfronteerd worden met een ‘travaillistische’ regionale regering. De strijd tegen het corporatisme, de verzuiling en clientelisme mogen dan ook vandaag opgeborgen worden. Meerdere liberale partijen zouden een meerwaarde kunnen betekenen indien zij andere kiezersgroepen zouden aanspreken en wanneer die partijen elkaars boodschap zouden versterken. In Vlaanderen is dit geenszins het geval. De liberale partijen lijken meer betrokken te zijn in een concurrentiestrijd die nefast werkt en daardoor verzwakt net de liberale invloed in het algemeen. Bovendien heeft het liberalisme als levensopvatting in het Vlaamse ideologische spectrum sowieso al weinig medestanders. De harde kern van de sociaal-economische en ethische programmapunten van een liberale partij worden meestal niet gesteund door de andere partijen in het ideologische spectrum omdat liberalen van de mens of het individu uitgaan. Andere wereldbeelden vertrekken traditioneel vanuit de gemeenschap, de klasse of de natie. De liberalen hebben het dus al moeilijk om coalitiepartners te vinden die willen meegaan in hun denkwijze. Verschillende partijen oprichten, zorgt ervoor dat het realiseren van een liberaal project nog verder weg raakt dan het al was en zo verliezen zowel klassieke als moderne liberalen hun politieke invloed. De uitspraken van Boudewijn Bouckaert van deze week zijn dan ook op zich correct en ook niet geheel onverwacht. Alleen lijkt het op dit ogenblik belangrijker voor de liberale denkers en/of politici om een nieuw inhoudelijk project uit te tekenen voor de 21e eeuw dan te vervallen in strategische partijpolitieke denkoefeningen. Indien de inhoud overtuigt, zal de hereniging sowieso wel volgen. Egbert Lachaert Egbert Lachaert Linksmailto:egbert@liberales.be |
NieuwsbriefSchrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief Liberales TVContactAndreas Tirez
|
|